‘witroodzwart’ © Koen Broos

Mia Vaerman

Leestijd 4 — 7 minuten

De wederopbouw van het Westen. Een triptiek in wit, rood, zwart

Compagnie De Koe

Een monstervertoning heeft de Koe gebaard. Maar het megalomane ervan valt amper op, want in De wederopbouw van hetWesten wordt vier uur lang vrolijk en vrijpostig gekeuveld. Voorheen afzonderlijk getoond worden Wit, Rood en Zwart nu in een grote vloedgolf over het publiek uitgestort. De toon is licht­ voetig, het onderwerp zwaar: de op- en neergang van onze westerse cultuur. Van pril ontwaken over hoogtepunt naar verval. Van wit over rood naar zwart. Van vroege renaissance tot 1913 – het jaar waarin Malevitsj met zijn Zwart vierkant de bloei van de schilderkunst conceptueel dichtklapt. Compagnie de Koe gaat na hoe de individuele mens zich in die culturele bedding ontwik­keld heeft. Hoe kwam het pessimisti­sche levensgevoel bovendrijven?

De term ‘wederopbouw’ verwijst naar het einde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, toen na de oorlogsra­vage het puin moest geruimd warden. Er werd zelfs gesproken van ‘wederopbouwarchitectuur’. De Koe ruimt het puin van de politieke en filosofische dwalingen van de eeuw die na 1913 kwam. Een dubbele re-constructie dus: reconstructie van de feiten – hoe het zover is kunnen komen – en wederop­ bouw die de acteurs aanreiken vanuit hun ontnuchterende blik. Je kunt altijd opnieuw beginnen is de- jawel – opti­mistische boodschap.

Basisgedachte achter de triptiek is de idee dat de kleinmenselijke realiteit diep verweven is met het grote verhaal. Ons zelfbewustzijn weerspiegelt de beschaving waarin we zijn opgegroeid: individualistisch, rationalistisch, con­sumentgericht. Maar evengoed sociaal, kritisch, empathisch, kwetsbaar. Zoals Willem De Wolf het formuleert in Wit tijdens een langgerekt Frühstück (het ontbijt, het begin):

 Wat de mensheid in de loop van zijn
geschiedenis meemaakt
is ook ervaring
en in het licht van die ervaring
leert men dat
wat men ervaart
bij het eten van ontbijtzemelen nu
niet kan los staan
van wat men gegeten heeft gisteren
en zelfs de dag ervoor
heel uw eetpatroon
en dat van uw voorouders
heeft invloed
op hoe gij nu het eten van ontbijtzemelen
ervaart
en hoe uw lichaam daar op zal reageren
of het met andere woorden constipeert
of laxeert

De hele geschiedenis van de mensheid samengebald in een bord verrijkte corn­flakes: dat is Compagnie de Koe ten voe­ten uit. Meteen valt ook hun eigen taal op. Geen interpunctie maar korte zin­nen en herhalingen. Gedreven tekstthe­ater, ‘jij’ en ‘gij’ worden democratisch door elkaar gebruikt. Het scènebeeld is al even libertair: rondslingerende attributen, een tafel die wordt gecon­strueerd met wat voorhanden is, wat als stoel kan dienen erbij geschoven, klankmannen achteraan op scène en in het derde deel een enorme, met bouten aaneengevezen boomstronk die diago­naal op het speelvlak ligt. Allesbehalve een strak opgesteld toneel waarvan de betekenis eenduidig af te lezen is.

Drie is het sleutelgetal en structu­reert de productie op verschillende ni­veaus: drie voorstellingen, drie kleuren, drie fases in de evolutie (opgang, bloei, verval), drie soorten levensgevoel (hoop, grootsheid, pessimisme), drie acteurs (Willem de Wolf, Natali Broods, Peter Van den Eede), drie persoonlijkheden/ personages (de streber, de femme fatale, de scepticus), driehoeksverhouding. Die dialectiek houdt het stuk stevig op dreef.

De kleurmetaforen zijn duidelijk genoeg, moet De Koe gedacht hebben. Dus net zoals het pompeuze opzet van bij het begin overhelt naar zelfironie, zo focust het stuk al meteen op het nega­tief van elke tint. In Wit onthult Natali Broods hoe haar vader de smetteloos witte ingebouwde keuken in driftbuien aan diggelen slaat. Om die daarna telkens weer terug op te bouwen. Het neurotische van het dwangmatig zui­vere. Van den Eede zet er een aardige variant van neer: ‘Als ge eerst met rood schildert, en ge gaat er als het droog is met wit overheen, dan is het wit witter dan het wit dat er naast staat.’ Toch hangt er een herkenbare melancholie naar pril en onbezoedeld begin in deel I. Wanneer Willem de Wolf vertelt hoe hij voor het eerst het woord’ intellec­tueel’ hoort en binnensmonds oefent; of als hij een mooi maar duur wit jasje aanpast, en het dan cadeau krijgt van zijn vrouw. Puur geluk.

Liz Taylor staat in Rood model voor weelde die niet op kan. Toch wordt deel II ingezet met de filmactrice in  een ‘kort moment van bewust  geluk’:  op het moment dat de drugs – medicatie, alcohol, koffie, … – heel even perfect op elkaar zijn afgestemd. Opnieuw de keerzijde van volle glorie. Taylor zwelgt in zelfvoldaanheid, terwijl Richard Burton, de man waarmee ze twee keer hertrouwde, baadt in zelfdestructie. Een verzengende maar destructieve liefde. De Wolf en Van den Eede spelen samen de rol van de filmacteur, een clevere hint naar de vele mannen die de flamboyante actrice omringden.

Uitstijgen boven het alledaagse, daar ging het hen om. Leven, groots en mee­slepend. In hun hebzucht blijven ze ver­langen naar steeds meer, tot ze zichzelf kwijtspelen, niet meer weten wie ze zijn: Richard en Liz, of Anthony en Cleopatra? Leven ze in de film, in de magazines, of echt? Bloedmooi is Natali Broods in haar rol, compleet doorgeschoten – bij De Koe weten ze hoe ze zulke personages moeten neerzetten – al ging het er mis­schien wel echt zo exuberant aan toe in de wereld van de filmsterren.

Dan komt Zwart, as na vuur. De acteurs kondigen aan dat ze een over­zicht willen bieden van de geschiede­nis op het vlak van kunst, filosofie en politiek. In een hels tempo duwen ze de toeschouwer zoveel mogelijk feiten, filosofen en concepten door de strot. Ze roepen de hulp in van projectoren om hem nog meer stromingen en we­reldbeelden te voeren, tot ze er zelf van hyperventileren en onvermijdelijk vastlopen. Natali Broods verontschuldigt zich dat ze er niet zoveel vanaf weet – ze voelde zich meer thuis in het rode luik. Peter Van den Eede twijfelt constant aan het nut van de hele onderneming. Maar Willem de Wolf gaat door. Hij is de intellectuele veelvraat; deel III is van hem. Als veertienjarige begon hij de westerse kunstgeschiedenis uit de encyclopedie over te schrijven. Omdat hij koste wat het kost deel wilde uitma­ken van die westerse cultuur, erbij wou horen. Hij strandde bij de academisten.

Ieder ploetert wanhopig door. Maar Zwart zinkt steeds verder weg in oever­ loos gekissebis over vergeten thema’s en verdrongen gebeurtenissen. Geschiede­nis blijft alsmaar doorgaan, het is een zwart gat waarin alles wordt opgeslokt: ‘Kronos eet zijn kinderen op’. Meer nog dan het besef dat alles voorbijgaat, knaagt de vaststelling dat het onmoge­lijk allemaal te onthouden is, te volgen, te begrijpen. Waarop dof pessimisme volgt. Daar zit dus de bron van onze collectieve burn-out.

Toch blijft de sfeer in de theaterzaal opgewekt, ook na vier uur kijken. Dat is de fenomenale prestatie van De Koe: een existentieel somber theaterstuk opvoe­ren, doordesemd van zelfrelativerende humor. Kunnen vergeten is noodzake­lijk, begrijp je, om fris te kunnen herbeginnen. Halverwege Rood wist De Wolf al: ‘Acteurs moeten zich niet als analis­ten opstellen. Die moeten zich gewoon ergens instorten en zich misdragen.’ De neerslachtigheid vindt zo vanzelf een vitalistische uitweg.

Gezien in de Kaaistudio’s (Brussel) op zondag 23  maart 2014.

www.dekoe.be

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#137

15.06.2014

14.09.2014

Mia Vaerman

recensie