© Boy Kortekaas

Jan De Smet

Leestijd 3 — 6 minuten

De moeder en de drie soldaten – HETGEVOLG

Altijd iemands kind

Samen met een groep vluchtelingen vormt regisseur Stefan Perceval een tekst die dateert van tussen de twee Wereldoorlogen om tot een hedendaagse spiegel van menselijke ellende en treurnis. De moeder en de drie soldaten, naar Ernest Claes, is een eeuwige ballade van dingen die niet overgaan. En sourdine klinkt nog steeds het refrein: ‘ ‘t En is niet rechtveerdig.’

De moeder en de drie soldaten (1939) is een tekst van Ernest Claes, de Vader der Dietsche Vertellers. Al was hij een meester-verteller, Claes blijft door de huidige generaties zo goed als ongelezen. Nochtans creëerde hij onvergetelijke personages als de tragikomische Witte van Sichem, stroper Wannes Raps, oorlogswoekeraar Charelke Dop, pastoor Munte en de rivaliserende beenhouwers Jeroom en Benzamien. Hoe vaak Claes ook werd gelauwerd om zijn vertelkunst, voor niet een van zijn werken was een plaats in de canon van de Nederlandstalige literatuur weggelegd.

Als literator is Claes niet van het kaliber van een Streuvels, Walschap of Teirlinck, maar zijn werk a priori als museaal en dus als passé bestempelen, is het oneer aandoen. Maar is zijn oeuvre dan geen heimatliteratuur met folkloristische streekverhalen gesitueerd tussen de Kempen en het Hageland, bevolkt door kleurrijke dorpsfiguren tegen een achtergrond van een sinds lang verdwenen agrarisch en diepgelovig Vlaanderen? Claes mag dan een Heimatkünstler van het zuiverste soort zijn, de manier waarop HETGEVOLG De moeder aanpakt, behoedt de tekst om als belegen weggezet te worden. In de bewerking en regie van Stefan Perceval worden de raaklijnen van het verhaal met het heden voortdurend pijnlijk duidelijk.

Eerst het verhaal. Een moeder blijft als weduwe met dochter Mone achter op een Kempense keuterboerderij. De meesten van haar negen kinderen zijn al de deur uit en bij het uitbreken van de oorlog worden ook Bastiaan en Helm, het Jungske, onder de wapens geroepen, zodat het harde labeur op de schouders van de vrouwen valt. Drie zieke Duitse soldaten worden bij hen ingekwartierd. Dat is niet naar de zin van de moeder, maar het duurt niet lang of ze voelt mee met de dompelaars. Ze ziet in hen de gezichten van haar eigen zonen, want ‘of ze niet min of meer eender waren, al die arme soldaten?’ Ze ontfermt zich over hen, de drie verhuizen van de schuur naar het woonhuis en van lieverlee voelt het aan alsof ze één familie zijn.

De brief van de legerleiding met de dood van het Jungske houden de soldaten achter uit medelijden. Een van hen blijft voor hun ongeletterde ersatzmoeder brieven schrijven naar de zonen aan het front. Maar de realiteit haalt hen in. Ontreddering troef bij moeder wanneer het nieuws komt dat haar oogappel gesneuveld is. Maar het leven gaat verder en de koeien moeten gemolken worden.

Ernest Claes is geen groot stylist, evenmin een verfijnd psycholoog of karaktertekenaar. Hij zet de moeder neer als een stereotype: volks, godvruchtig, zachtaardig, grootmoedig. De sobere vertolking van Mieke De Groote volgt die lijn. Ze acteert ingetogen en portretteert gelaten een verstilde Vlaamse Moeder Courage die overdonderd is door de schoonheid van de woorden van de pastoor: ‘De sterren zijn de woorden van God die geschreven staan tegen de gewelven van de eeuwigheid.’
De interpretatie van De Groote en Perceval weerspiegelt hoe Claes het zelf zag. De psychologie van zijn personages blijkt uit hun minimalistische handelingen, niet door psychologische ontleding: ‘Ik schrijf zoals de personen waarover ik schrijf het zelf zouden verteld hebben. Anders wordt het literatuur.’

Mieke De Groote deelt de scène met vijf jongens in legerjas die de soldaten voorstellen. In zijn inleiding maakt Perceval duidelijk dat HETGEVOLG bij zijn werking kwetsbare mensen betrekt, in dit geval vluchtelingen. Af en toe breken ze in moeizaam gearticuleerd Nederlands in De Grootes tekst in. Hun persoonlijke verhalen geven aan het verweerde origineel een hedendaagse relevantie. Het eeuwige wachten op regularisatie waartoe ze als vluchteling veroordeeld zijn, het hartverscheurende gemis van hun geliefden en de doorstane doodsangsten maken hen over de tijd heen tot lotgenoten van de moeder.

Op de keper beschouwd kleeft er een zeker sociaalartistiek gehalte aan deze voorstelling. Anderzijds wordt het nooit melig of klef, wel ontroerend, pakkend en vertederend. Als we het stuk afrekenen op het adagium van zijn auteur, namelijk dat de hoofdzaak van een novelle is dat ze boeit, en anders mislukt is, dan blijft deze theaterbewerking overeind. Vernieuwend, het toverwoord dat doorgaans als synoniem wordt gezien voor kwalitatief hoogstaand, is deze vorm van theater niet, anachronistisch evenmin. Ze getuigt vooral van old skool degelijkheid en geeft zin om het oeuvre van Claes te herontdekken.

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Jan De Smet

Jan De Smet werkte als freelance medewerker voor de cultuurredactie van De Morgen en Knack en vertaalde toneelstukken.