Costa Kritiek
Aflevering 2: Margot De Grave Loyson
Margot De Grave Loyson
© Femke Appeltans
Met De Kortvoorstelling-tentoonstelling brengen Joeri Happel en Lucas van der Vegt een grillige aaneenschakeling van performances, eenakters en parodieën. Wat op het eerste gezicht één ellenlange, alles kapotrelativerende grap van de twee theatermakers lijkt, ontvouwt zich gaandeweg als een verrassende zoektocht naar hoe ze in hun kolderieke stijl toch iets oprechts kunnen vertellen.
Bij binnenkomst begroeten Joeri Happel en Lucas van der Vegt, gekleed in kanariegele morphsuits, hun publiek als bestond het uitsluitend uit hun dichtste vriendenkring. Achter hen staat een soort uitvergrote poppenkast, gemaakt van felgekleurde (bloemetjes)gordijnen. In hun welkomstwoordje geven ze ons alvast twee verwittigingen voor de avond mee: ‘er komt van alles aan bod’ en ‘het gaat lang duren’. Die reputatie gaat De Kortvoorstelling-tentoonstelling inmiddels vooraf: op bepaalde avonden werd volgens de overlevering de kaap van vier uur vlotjes gehaald.
De Kortvoorstelling-tentoonstelling is een project van boezemvrienden Happel en Van der Vegt, twee KASK-alumni en collega’s bij Werktoneel, die voor de gelegenheid versterking krijgen van spelstagiair Miro Lievens, productiestagiair Martje Jaques (die écht een productiestage volgt, maar eigenlijk ook gewoon meespeelt) en een aantal toeschouwers-die-erbij-blijken-te-horen (en nadien ook nog toeschouwers die er duidelijk niet bij horen). Samen voeren ze een bonte revue op van ‘kortvoorstellingen’. Volgens een verklarende tekst die ze projecteren doen ze dat in navolging van ene Frits Lamberigts. Daar moeten we volgens het duo echter niet te veel belang aan hechten, zoals een eerdere recensent blijkbaar wél had gedaan. Waarvan akte: de beste man bestaat niet.
De avond begint nota bene niet met de eerste kortvoorstelling – de nummering houdt sowieso geen steek –, maar wel met enkele honorable mentions van kortvoorstellingen die de tentoonstelling niet haalden, en dat dus tegelijk wel doen. Het is de eerste dikke middelvinger naar de klassieke dramaturgie van het well made play, en zo komen er nog talloze: dialogen liggen duidelijk niet vast maar worden deels geïmproviseerd, scènes modderen eindeloos aan, de logica is nooit dwingend maar altijd instinctief en de volgorde van de kortvoorstellingen hangt af van waar de spelers die avond zin in hebben. Alles is onderhandelbaar en dus relatief.

© Femke Appeltans
Er spreekt een duidelijk wereldbeeld uit: de snelheid en veelvormigheid van ons alledaagse bestaan is overrompelend. In een dergelijke chaos bestaan geen absolute zekerheden meer, en juist dat maakt een nieuwe speelsheid mogelijk. Anything goes, het hoeft zelfs niet leuk te zijn. Happel en Van der Vegt zoeken daarbij nadrukkelijk naar wat schuurt met de status quo van de kunst en de wereld: ze genieten zichtbaar van kitsch, ‘slechte’ smaak, ironie, sarcasme, onafheid, paradoxen… Niets is veilig, niets is heilig. Hun attitude heeft iets weg van de punk: De Kortvoorstelling-tentoonstelling is ruig, anti-establishment en DIY. Wat stelt ze inhoudelijk voor?
Een van de interessantste kortvoorstellingen is ‘From One Second to the Next’, een pseudo-documentaire sequentie bestaande uit drie verhalen over de daders en slachtoffers van telefoongebruik achter het stuur, ‘in de hoop toekomstige tragedies te voorkomen’. In een eerste hoofdstuk speelt Happel Chandler Gerber, die tijdens het autorijden een romantisch appje naar zijn vrouw stuurde en zo een koets met daarin een Amish familie aanreed. Drie doden en een onoverkomelijk schuldbesef zijn daarvan het gevolg. Nadien komt Van der Vegt op als brandweerman om wat meer context bij de gebeurtenissen te geven door ons de plaats delict op Google Maps aan te wijzen. Tot slot speelt stagiair Miro Lievens zijn imitatie van Joeri Happel als Chandler Gerber, om een finaal pleidooi te houden tegen smartphones in de wagen.
Wanneer hij de bühne weer verlaat, zakt zijn broek af. De zaal lacht. Dan lezen we in een projectie dat er jaarlijks 600 slachtoffers vallen door telefoongebruik achter het stuur. En de zaal lacht harder, al is het nu een lach in verwarring. Menen ze dit? Zo volgen er nog twee vergelijkbare verhalen die met eenzelfde spot worden gespeeld. In de slotdiscussie wordt het helemaal potsierlijk: de spelers naderen de tribune om ons nogmaals, minutenlang, op het hart te druk onze telefoon zeker niet in de wagen te gebruiken. ‘Kunnen we iets afspreken? Dat we niet op onze telefoon kijken terwijl we rijden? Het zou fijn zijn als je dat meeneemt naar huis. Niet meer doen, hé!’
“Deze kortvoorstelling laat zich makkelijk lezen als een parodie van boodschapperig geëngageerd toneel. En toch. Alle ironie ten spijt kan je je niet van de indruk ontdoen dat het hen menens is.”
Het is een mop – natuurlijk –, het is schmieren met pathos – zeker – en het is schaamteloos ironisch – absoluut. Deze kortvoorstelling laat zich makkelijk lezen als een parodie van boodschapperig geëngageerd toneel. En toch. Alle ironie ten spijt kan je je niet van de indruk ontdoen dat het hen menens is. In haar basisdefinitie is ironie ‘spottend iets zeggen om eigenlijk zijn tegendeel te beweren’. Maar ondanks het dik aangezette spel, de slapstick en de pathetiek, de scheve pruiken en de lachwekkende kostuums, is het overduidelijk niet de intentie van Happel en Van der Vegt om ons wel aan te moedigen om onze schermtijd te meten in aantal kilometers en benzineverbruik. Ze gebruiken de vormelijke procedés van de ironie tegen de ironie, omdat dat voor hen blijkbaar de enige manier is om deze boodschap te kunnen brengen: door die in het belachelijke te trekken. Hun onvermogen om oprecht te spelen wat ze bedoelen is misschien wel het meest tragische moment van de avond, maar tegelijk is het ook hyperefficiënt. Ze hebben toch maar gezegd wat ze wilden zeggen.
De goede balans vinden blijkt echter niet evident. Na een pauze, met daarin gratis punch en een hilarisch nietszeggende backstagerondleiding, speelt de groep de kortvoorstelling ‘Bij de bakker’. Daarin raakt het evenwicht tussen de grap en oprechtheid weer zoek. Het scenario: een vrolijk zingende bieleballebakker (Lievens) opent zijn winkel, maar wanneer de eerste klant (Happel) zijn bestelling doorgeeft, steekt een ‘lul’ met ‘veel aan zijn hoofd’ (Van der Vegt) voor om toch als eerste drie krentenbollen te kunnen bemachtigen. Hoe dienen we om te gaan met zo’n situatie?
Het trio pauzeert de scène (waar intussen ook al vier toeschouwers in figureren) om met het publiek te overleggen hoe we dit specifieke conflict kunnen de-escaleren. Nog vier keer wordt de situatie gespeeld, er wordt van rol geruild en oeverloos gedebatteerd, er worden theorieën bijgehaald en bekentenissen gedaan (Van der Vegt had in de pauze enkele toeschouwers ‘voorrangspunch’ gegeven, ten koste van wie netjes in de rij aan het aanschuiven was). Tot een echte oplossing komen we echter niet. De toon wordt alsmaar spottender, cynisch zelfs. ‘Totale apathie!’ schreeuwt Happel. ‘Wijzer worden we er niet van’, stamelt Van der Vegt. En hup, op naar de volgende kortvoorstelling. De scène slaagt er maar niet in de kolder te overstijgen. Die ene avond tenminste: ik kan me voorstellen dat ze het evenwicht op een ander moment, in een andere constellatie, wél vinden.
Dan zijn er ook de schamele, maar zeer dankbare momenten waarop De Kortvoorstelling-tentoonstelling de kaart van de poëzie trekt. Bijvoorbeeld wanneer toeschouwer Ielde (die er toch bij blijkt te horen) op een ladder boven het decor een empowerend gedicht voordraagt, wanneer productiestagiaire Martje indrukwekkend mooi blijkt te kunnen zingen, of wanneer Miro Lievens het publiek begeleidt in een meditatieoefening. Zelfs in die gevallen zijn er aanzetjes tot (zelf)ridiculisering, maar daar wordt het pleit beslecht in het voordeel van de ontroering, of op zijn minst de verstilling. Voor échte ontroering is de algehele toon van de avond toch te spottend.
‘Zijn er mensen die met de trein weg moeten?’ klinkt het in de pauze. Voor wie van het openbaar vervoer afhankelijk is, is dit inderdaad geen zorgeloze avond. Aan alles is echter gedacht: als toeschouwer kan je de vertrektijd van je laatste trein doorgeven, en dan zet technicus Lennert Boots een wekkertje om tijdig vertrek uit de zaal te garanderen. Het is een mooie, verrassend zorgzame geste in een avond die nochtans niemand spaart, ook de toeschouwer niet.
“Achter alle dommigheid gaan twee bijzonder intelligente theatermakers schuil, die in hun zandbak vrij kunnen spelen, wars van alle verwachtingen.”
Eerlijk is eerlijk: de steeds uitdijende groep weet de boog niet altijd strak te houden. Zeker naar het einde van de avond toe – middernacht komt in zicht, meer en meer wekkers gaan af om toeschouwers naar het station te sturen – begint De Kortvoorstelling-tentoonstelling nogal te kwakkelen. Het helpt niet dat het publiek steeds meer de mogelijkheid én de noodzaak voelt om luidop terug te praten. Toch voel ik me tot mijn eigen verbazing – ik ben doorgaans makkelijk overprikkeld – enigszins beteuterd wanneer de avond erop zit. Normaal gezien volgde er nog een interactief balspel (‘rolbal’), maar er blijken twee problemen: (1) de bal is twee voorstellingen geleden ontploft en (2) van Kunstencentrum nona moesten ze om middernacht opkramen. Niet heel punkerig: als brave Assepoesters keert het publiek die avond om kwart voor twaalf huiswaarts.
Het is geen evidentie om over De Kortvoorstelling-tentoonstelling te schrijven, omdat alles eraan paradoxaal is. Het is een grap en tegelijk oprecht. Het is smakeloos en toch kunstzinnig. De individuele scènes zijn zo oppervlakkig als maar kan, maar als representatie van de Gen Z-tijdsgeest is het geheel verrassend doordacht. Achter alle dommigheid gaan twee bijzonder intelligente theatermakers schuil, die in hun zandbak vrij kunnen spelen, wars van alle verwachtingen. Voor het publiek is deze bonte avond niet altijd even aangenaam of bevredigend, maar wie het einde van De Kortvoorstelling-tentoonstelling haalt, heeft sowieso iets memorabels meegemaakt.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.