© Fred Debrock

Leestijd 3 — 6 minuten

De Kleine Prins – Malpertuis

Etcetera @ TAZ #5: Tot tweemaal toe komt De Kleine Prins moeizaam van de grond

De Kleine Prins zou het misschien wat raar vinden: twee theatrale versies van zijn omzwervingen. Anderzijds, volwassenen zijn rare vogels en hebben steevast extra uitleg en houvast nodig, dus vanuit die optiek kan hij er vermoedelijk wel inkomen. Het is moeilijk te zeggen of de slechts minieme verschillen tussen beide voorstellingen van Malpertuis – één voor kinderen tussen tien en veertien jaar en één voor volwassenen – hem en zijn verhaal net meer of minder eer aandoen. Wie het boekje van Antoine De Saint-Exupéry goed kent, blijft alvast met een dubbel gevoel achter. 

De magische, feeërieke sfeer die het verhaal van de neergestorte piloot uitademt, wordt mooi verbeeld in een zich voor de ogen van het publiek ontluikend decor. We krijgen sterren, de drie vulkanen van asteroïde B612 en een scene badend in de typische warme Kleine Prins-kleuren te zien. Alle belangrijke stukjes dialoog en alle buitenissige personages uit het boek passeren de revue. Piloot (Thomas Janssens), Prins (Nikolas Lestaeghe) en bloem (Naomi van der Horst) dragen het eerste deel. Helaas blijft de vormgeving van de Prins achter bij het hem omringende geheel: een te hoog clowngehalte resulteert in een te weinig parmantig prinsje. 

Dat kan laatste kan over het geheel gezegd worden: het wonderlijke decor krijgt doorheen het stuk te weinig navolging in tekst en spel. De geheimzinnige en uiterst eigenzinnige kleine prins komt in de vertolking nauwelijks tot zijn recht: te aards en nuchter voelt hij als een wat onbestemd personage aan in dit sferische decor.  Malpertuis (met artistiek leider Piet Arfeuille als spelcoach) blijft dicht bij De Saint-Exupéry qua enscenering, maar inhoudelijk blijkt het verhaal al gauw vooral een aanleiding voor de drie acteurs om het over hun eigen levensvragen te hebben. Dat doen ze op een aanstekelijke, eerlijke en toegankelijke manier die tegelijkertijd licht en contemplatief is. Hierdoor geven de spelers het stuk een ongedwongen, filosofisch karakter, maar boeten ze een pak aan magie in. Een ode aan de verwondering is deze Kleine Prins uiteindelijk op geen enkel moment, in de jongeren- noch in de volwassenenversie.

Afwezigheid van kilo’s Disney-suiker

In het tweede deel breken de acteurs definitief uit hun personages, terwijl in een mooie vondst ook de scene zachtjesaan helemaal ontmanteld wordt. Eerdere flarden van persoonlijke anekdotes verhinderen evenwel dat wat zich beloftevol aankondigde, volledig tot wasdom komt. Daardoor lukt het met de beoogde deconstructie ook niet helemaal. De voorstelling bevat schitterende scherfjes, dromerige draadjes en peinzende puzzelstukjes, maar mist richting en aanzuigeffect. Vele grote en kleine thema’s die rechtstreeks of onrechtstreeks aanwezig zijn in De Kleine Prins, worden aangeraakt en gestreeld, maar nergens innig omhelsd.

Uiteindelijk cirkelen de anekdotes van de acteurs nog het meest rond wel of niet willen leven en hoe dat kan of moet, en rond de vraag naar al dan niet kinderen op de wereld zetten. Ook deze vragen worden eerder enkele keren opgeworpen dan uitgediept. De jongerenversie naast die voor volwassenen leggen voelt daarbij vooral als een spelletje ‘zoek de zeven verschillen’. In aanzienlijke mate komt dit doordat Malpertuis met open vizier en op ernstige wijze kinderen tegemoet durft treden. De afwezigheid van kilo’s Disney-suiker zijn een heuse verademing. Blijdschap, ontroering, vertwijfeling, pijn, lijden en de dood zijn niet minder vanzelfsprekend aanwezig op scene dan in het dagelijks leven.

Verrassende gelijkenissen tussen de twee versies

Waar dan uiteindelijk de verschillen zitten tussen spelen voor jongeren en spelen voor volwassenen? In kleine, hoewel soms cruciale details zo blijkt. Vooral de persoonlijke anekdotes die de acteurs brengen, krijgen we in de volwassenenversie vanuit een lichtjes gekanteld perspectief en vooral gedetailleerder verteld met preciezer taalgebruik – woorden als ‘behapbaar’ en ‘morsdood’ zijn enkel voor volwassen oren. Hierdoor voelen de persoonlijke verhalen zowel naakter als voller aan. De aan- of afwezigheid van een ogenschijnlijk detail geeft een vertelling plots een fundamenteel andere lading mee.

Initieel voelen de grote gelijkenissen tussen beide voorstellingen als een verrassing. Gaandeweg ebt de verrassing weg en maakt deze plaats voor evidentie: kinderen hoeven geen betutteling en volwassenen hebben geen boodschap aan nodeloze complexiteit. Inhoudelijk blijven we in beide voorstellingen een beetje op onze honger. Enkele mogelijke valkuilen bij het op scene brengen van een overbekend sprookjesachtig verhaal als De Kleine Prins worden vakkundig vermeden, maar het stuk in zijn geheel komt moeilijk tot heldere keuzes. Het evenwicht tussen het vertellen van eigen verhalen en het vertolken van de sfeer en inhoud van het boek voelt nooit helemaal natuurlijk.

De Kleine Prins van Malpertuis is persoonlijk en contemplatief, maar ook iets te braaf en vlak. Beide voorstellingen zijn lichtvoetige uitnodigingen om je eigen levensvragen te zoeken en te formuleren, maar je wordt als toeschouwer nooit meegezogen of gedwongen iets te voelen of te overdenken. Een zekere mate van vrijblijvendheid geraakt, mede door de niet altijd organisch aanvoelende structuur, zelden overbrugd. Het plaatje oogt mooi, maar het volledige beeld is nog onscherp. Met wat extra zon, water en tijd komen er ongetwijfeld nog mooie blaadjes aan de bloem, extra diepte in de kleuren, en enkele noodzakelijke doornen tevoorschijn.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!