© Fred Debrock

Leestijd 6 — 9 minuten

De jaren – Theater Malpertuis

Nood aan een gedeelde geschiedenis

Hoe vertaal je de stilistische genialiteit van Annie Ernaux’ autobiografische roman De Jaren naar de scène? Piet Arfeuille kiest voor een intergenerationele cast van vier actrices en een muzikant. Kunnen deze vijf stemmen en lichamen, in de woorden van Ernaux, ‘het verstrijken van de tijd in haar en buiten haar, in de Geschiedenis’ voelbaar maken?

Het is 2025 en je bent veertig jaar oud. Je zit in Corso, je kijkt naar De Jaren, en je beseft dat je deze voorstelling anders zou hebben ervaren als twintiger of dertiger. Je had toen een ander lichaam, een ander besef van sterfelijkheid. Ouder worden was iets dat anderen deden, jij nog niet. ‘En de dood… de dood… dat deed ons niets’, zingt muzikant Hendrik Lasure op het podium. Ondertussen heb je de leeftijd bereikt waarop je moeder een tienerdochter in huis had, de leeftijd waarop iemand opmerkt dat je jongste collega je zoon zou kunnen zijn, en je beseft dat je middenin het leven staat. Je weet niet hoever je nog kan vooruitblikken, maar er zijn veertig jaren om op terug te blikken.

Palimpsestgevoel

Je voelt jezelf uiteenvallen in de verschillende vrouwen die je bent geweest, en die je nog zal worden. Die sensatie noemt Ernaux haar ‘palimpsestgevoel’, waarbij ze de verschillende lagen van een manuscript vergelijkt met de verschillende gedaanten die je tijdens je leven aanneemt. ‘En soms lukt het haar om zich heel even weer in dat lichaam van toen te voelen’, zegt actrice Viviane De Muynck aan het begin van de voorstelling.

Net zoals in de bewerking door Eline Arbo (ITA) kiest Arfeuille ervoor om het palimpsestgevoel uit Ernaux’ roman te vertalen naar een intergenerationele cast van verschillende actrices: zeventiger De Muynck, zestiger Els Dottermans, dertiger Carine van Bruggen en twintiger Kiana Porte. Samen met muzikant Hendrik Lasure verbeelden en verklanken ze verschillende momenten en thema’s uit een vrouwenleven: de zevenjarige die aan tafel meeluistert naar de verhalen van familieleden over de recente Tweede Wereldoorlog, de achttienjarige die autonoom wil zijn en een traumatische abortus ondergaat, het gezinsleven van de twintiger voor wie de ruimte kleiner wordt en de tijd regelmaat krijgt, de ‘petite bourgeoise’ die kortstondig hoop put uit mei ’68,  de vijftiger die alleen woont en een jonge minnaar heeft, de zestiger die zich onbeweeglijk voelt ‘in een wereld die voortjakkert’.

“Wat de theaterbewerking moet inboeten qua rijkdom aan stilistische vondsten en gedetailleerde historische achtergrond, wint ze door de geschiedenis door deze vier vrouwenlichamen te laten stromen.”

Het is een slimme en passende keuze om de actrices niet te laten samenvallen met hun specifieke leeftijd: herinneringen en toekomstdromen behoren niet respectievelijk toe aan de oudere en aan de jongere garde. Net zoals in het geheugen van Ernaux ontmoeten ze elkaar. Het decor van metalen structuren en zitmeubels doet daarom vreemd vlak aan, omdat het eerder dan het vervloeien van tijd een steriele tijdloosheid evoceert.

Belichaamde perspectieven

Ernaux stelt zich in haar roman expliciet vragen over haar opzet: ‘hoe verbeeld je tegelijkertijd het verstrijken van de historische tijd, de veranderingen van dingen, ideeën, zeden, en het strikt persoonlijke van die vrouw?’ Stilistisch doet ze dat door aan een meeslepende vaart – je kan De Jaren haast in één ruk, ademloos uitlezen – een stroom citaten van familieleden, vrienden, nieuwsfeiten, reclameslogan en liedjesteksten af te wisselen met beschrijvingen van foto’s en video’s die momentopnames uit haar leven vormen, vignetten die een tranche de vie uit de tijd snijden. Ze beschrijft haar levensloop nooit vanuit de ik-persoon, maar laat een ‘je’, ‘zij’, ‘men’ of ‘wij’ aan het woord om het strikt persoonlijke te overstijgen.

Arfeuille roept het verstrijken van de historische tijd op door vier vrouwen van verschillende leeftijden te casten. Samen met Lasure maken zij het verhaal van een vrouwenleven meerstemmig en maken ze de geschiedenis tastbaar. Ze belichamen de persoonlijke, politieke, en maatschappelijke perspectieven die Ernaux als fragmentarische indrukken, anekdotes en citaten in haar roman opvoert. Op het podium spreken en zingen die perspectieven, ze hebben stemmen, lichamen die door hun levensjaren en -ervaringen gevormd en getekend zijn. Ze becommentariëren elkaars woorden, vormen (soms letterlijk) een koor, spreken elkaar tegen, vullen elkaar aan. Hun lichamen ondersteunen elkaar, vuren elkaars woorden aan, vormen een publiek.

“De vier actrices doen de tekst fonkelen.”

Wat de theaterbewerking moet inboeten qua rijkdom aan stilistische vondsten en gedetailleerde historische achtergrond, wint ze door de geschiedenis door deze vier vrouwenlichamen te laten stromen. De vier actrices doen de tekst fonkelen. Dottermans brengt bepaalde scènes bijna te kolderiek tot leven, De Muynck is hilarisch wanneer ze – zoals 70-plussers wel vaker hun levenservaring ongefilterd en understated delen – commentaar geeft op de jongere generatie.

Op een anekdote over masturbatie laat ze op de dreigende toon van een paternalistische leraar de definitie van onanie volgen: ‘geheel van middelen om op kunstmatige wijze seksueel genot op te wekken. Leidt tot zeer ernstige ontsporingen.’ Wanneer Porte verbaasd uitroept dat ze sperma in haar mond kreeg tijdens haar eerste seksuele ervaring, roept De Muyncks droogjes: ‘Slik het maar door’. Het zouden de woorden kunnen zijn van eender welke man, maar ze weerspiegelen ook de ervaring van een oudere vrouw. Die leeft mee met haar eigen jongere zelf en suggereert tegelijkertijd cynisch dat sperma doorslikken er nu eenmaal bijhoort.

Samen meedeinen op het ritme van de tijd

De gejaagde drums, jazzy klanken en dromerige synths van Lasure vormen vaak een stuwende, ritmische motor of een rustpunt. Ze vatten de tijdsgeest van een bepaalde periode of steken er de draak mee, zoals wanneer Lasure pathetisch ‘people are dying’ kweelt uit het Band Aid-nummer ‘We Are The World’. Op zo’n moment lach je, tot je beseft dat we net als in de jaren tachtig goedbedoelend protesteren terwijl mensen blijven sterven, nog steeds gruwelijk afgeslacht worden.

Soms voelt de muziek echter als een opleukertje: te letterlijk illustreert een vrolijke riedel een anekdote over de jeugdbeweging, te vrijblijvend voelen sommige songteksten of intermezzo’s. Maar goed, je kan het niet laten om mee te bewegen wanneer de hele cast op de haast ongepast aanstekelijke beats van de crisisjaren tachtig danst. Heerlijk om vier generaties vrouwen samen te zien gaan! Het publiek baadt ondertussen in fel zaallicht: ook wij volgen het ritme van de tijd die op het podium wordt verbeeld. Het is een beproefde truc, zo’n zaallicht, maar hier werkt het wonderwel: zien en voelen dat je deel uitmaakt van een menigte.

Waarom ‘ik’?

Het is jammer dat Arfeuille ervoor kiest om de achttienjarige vrouw vanuit eerste persoon enkelvoud over haar abortus te laten getuigen. Daarvoor put hij trouwens niet uit enkel uit Ernaux’ De Jaren, maar ook uit de ‘abortusroman’ Het voorval. Vanaf dan zullen de actrices regelmatig in de ik-vorm spreken, waardoor Ernaux’ collectieve beeldenstroom iets al te anekdotisch krijgt. En dat in een tijd – onze tijd – waarin het particuliere heerst en onze media en nieuwsfeeds door persoonlijke getuigenissen en individuele trauma’s worden gedomineerd. Je wil deel uitmaken van iets groters dan jezelf, en net daardoor voel je jezelf zo gesterkt en opgetild door Ernaux’ roman: ze voert je mee met een collectieve geschiedenis. Door een ‘ik’ te ensceneren, maakt Arfeuille die geschiedenis kleinig, particulier.

De serene slotscène ontroert omdat ze de essentie van Ernaux’ roman vat. Lasure, Porte en van Bruggen luisteren samen, op de achtergrond, naar Dottermans: ‘Iedereen dacht alleen te zijn. Plots waren ze een menigte.’ De Muynck, centraal op het podium, sluit bespiegelend af: ‘Ze zal naar zichzelf kijken om er de wereld in terug te vinden. Iets redden van de tijd waar we nooit meer zullen zijn.’ In het donker van de theaterzaal knik je instemmend, en je hoopt dat er nog mensen in het publiek meeknikken, dat we elkaar vinden in alles wat verdwijnt.

Nog tot januari te zien.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur en outside eye in de kunsten. Ze is medeoprichter van Letterveld, een lossig-vast schrijverscollectief.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.

 

Ga mee in debat met Kunstenpunt en Etcetera op dinsdag 26 mei in de Beursschouwburg. Reserveer hier je gratis ticket.

Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist) en Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez). Volledige panel wordt snel bekendgemaakt.