Dieu est un DJ © Luciana Poletto

Leestijd 8 — 11 minuten

De illusie van sociale contacten

het theater van Fabrice Murgia

Hij is artiste associé bij het Théâtre National en met zijn jongste productie LIFE : RESET was hij in mei ook op het Kunstenfestivaldesarts te zien. De jonge Franstalige regisseur Fabrice Murgia maakt sinds enkele jaren het mooie weer bezuiden de taalgrens. Johan Thielemans volgt zijn werk. ‘Als je Murgia esthetisch ergens moet plaatsen, dan is het tussen Guy Cassiers en Ivo Van Hove.’

Wat er aan de andere kant van de taalgrens op het gebied van theater gebeurt, krijgt in Vlaanderen nauwelijks aandacht. Het ‘Nieuwe Toneel’ waarvoor Vlaanderen staat, heeft de Franstalige vrienden weinig beïnvloed. Ze bewonderen dat toneel wel maar de maatstaf ligt in het algemeen in Frankrijk, waar een retorische aanpak van de tekst de natuurlijkheid fel in de weg staat. Het is een manier van spreken die in Vlaanderen al lang is afgewezen, en die er schuld aan heeft dat een Vlaamse theaterliefhebber in de regel na een Franstalige productie ontgoocheld de zaal verlaat. Frans toneel: te gekunsteld.

Maar kijk, nu gebeurt er iets uitzonderlijks: vanuit Luik komt er nieuw talent aangestormd. Dat nieuwe talent heet Fabrice Murgia. In de Franstalige wereld zijn alle blikken op hem gericht, zowel in België als daarbuiten, en in Vlaanderen worden zijn kwaliteiten geprezen door een leraar van hem, niemand minder dan Jos Verbist die als pedagoog de weg naar het conservatorium van Luik gevonden heeft. Murgia’s belangrijkste leraar daar was Jacques Delcuvellerie. In een workshop ontmoette hij ook Thomas Ostermeier van de Berlijnse Schaubühne, een ontmoeting die hem verdere contacten met Duitsland opleverde.

Hij studeerde af in 2006, speelde in een film en vertolkte enkele seizoenen lang de hoofdrol in de RTBF-serie Melting Pot Café. Daarnaast heeft hij zich sterk op toneel toegelegd. Met Jeanne Dandoy en Vincent Hennebicq richtte hij Cie Artara op. Het is een straf trio, want Jeanne Dandoy schitterde al in Rundskop en Hennebicq was bij Theater Antigone de Baal van Jos Verbist.

Chantal Akerman

Vanaf zijn eerste productie is het voor Murgia erg snel gegaan. Zijn Le Chagrin des ogres viel onmiddellijk in de prijzen en werd 150 keer gespeeld, in België en in Frankrijk. Jean-Louis Colinet, de directeur van het Théâtre National, bracht hem in contact met een Duitse vriend: Falle Richter. Colinet zorgde ook voor een sterke band met het Brusselse theaterhuis en maakte Murgia bij het Théâtre National tot artiste associé. Murgia werd eveneens uitgenodigd door het Kunstenfestivaldesarts.

Wat maakt Murgia zo bijzonder? Hij heeft vanaf zijn eerste productie een grote belangstelling getoond voor sterk visueel toneel. Hij benadert de theatrale ruimte als een gegeven dat doorkruist wordt door de nieuwe media. Zowel in Le Chagrin des ogres als in Dieu est un DJ of in LIFE : RESET/Chronique d’une ville épuisée zijn zowel de microfoon als het videoscherm sterk aanwezig. In LIFE : RESET bijvoorbeeld is de hele toneelopening afgesloten door een wit doek. Daarop wordt een straat uit een Amerikaanse grootstad geprojecteerd, het geluid van het verkeer is oorverdovend. Vervolgens gaan er lichten aan op het toneel en ontdekken we een keuken, later een badkamer en tenslotte een bed en een bad. Al deze elementen zijn fragmenten in de grote ruimte. Elk van de fragmenten is volledig realistisch. In de loop van de voorstelling wordt met de grammatica van de ruimte een intrigerend spel gespeeld.

Zo zien we een vrouw die in een badkamer haar lippen stift. Ze staat enorm uitvergroot op het witte doek, de zaal fungeert als spiegel. Maar even later ontdekken we het fragment van de badkamer, en zien we de actrice live hetzelfde doen. Nu echter kijkt ze niet in de zaal, maar naar het zijtoneel – ze is zich niet van onze aanwezigheid bewust. Er is ook een dimensie buiten de zorgvuldig gecomponeerde realistische beelden. De vrouw vindt een uitweg uit haar eenzaamheid dankzij Second Life. Op het scherm zien we de dialoog die ze al chattend voert met een personage dat we nooit te zien krijgen – het is een intense maar lege communicatie. In die virtuele wereld heeft ze een verhouding met een konijn. Op die manier heeft ze een schijnbaar boeiend leven, maar het maakt de dagelijkse sleur alleen maar onverdraaglijker. De vrouw leeft in een illusie van sociale contacten. Tenslotte pleegt ze zelfmoord, en komen we tot de vaststelling dat we de laatste dag van haar treurige leven hebben gadegeslagen. De valse wereld van het internet kan haar niet tot het leven bekeren.

Het thema echoot bij de filmliefhebber natuurlijk de film Saute ma ville (1968) van de jonge regisseur Chantal Akerman. Het gegeven is hetzelfde: de toeschouwer ziet een aantal acties zonder grote spanning. Hij wordt geacht te kijken, zelfs wanneer de tijdsbeleving buiten de dramatische tijd valt. Beide realisaties geven gestalte aan een onderhuidse wanhoop – en beide zijn door jonge mensen gemaakt. Maar dat Murgia helemaal van deze tijd is, bewijzen de middelen die hij inzet. Akerman zette in op de tijd en op het niets. De toeschouwer moet veel geduld opbrengen. Murgia is minder drastisch. Er komt bij hem veel meer verbeelding aan te pas. Hij gebruikt graag pakkende beelden. Zo laat hij ons binnenkijken in de gevoelswereld van een vrouw. Op zeker ogenblik ontdekken we dat ze droomt van een zangcarrière, en laat hij de vrouw een lied van ABBA zingen, niet toevallig ‘The Winner Takes It All’. Hij verlaat het koel observeren van de wereld en voegt er een surrealistische dimensie aan toe: het intrigerende konijn als minnaar. Hij overweldigt de toeschouwer met de soundscape van Yannick Franks, hij speelt met verschillende disciplines zoals live acteren, video en scenografie. Het levert geen overdaad op, noch zijn die toevoegingen nutteloos. In sterk contrast met Akerman is Murgia een gulle regisseur.

Hollywoodfilm

Even meeslepend is de voorstelling Dieu est un DJ. Hier gaat Murgia uit van een tekst van Falk Richter. De Duitse tekst heeft het over een koppel, verloren in onze multimediale wereld. Wanhoop en ironie regeren de huiskamer. Deze situatie heeft Murgia volledig overboord gegooid. Bij hem blijft er een man over die alleen kan overleven als hij verhalen vertelt. Hij is een kunstenaar die misschien gek is. In zijn bedenksels speelt een vrouw een belangrijke rol, want al zijn fantasmen projecteert hij op zijn verpleegster. Zijn verbeelding cirkelt rond een universum van boeken, media en film. Falk Richter heeft de tekst geschreven na een bezoek aan Death Valley in Nevada. Fabrice Murgia vond dat hij zich ook moest onderdompelen in de Amerikaanse sfeer die spreekt uit de eindeloze asfaltstreep van de mythische Route 66. Hij heeft zijn tocht door dat eentonige Amerika op video opgenomen. Op twee reuzegrote schermen zien we het voorbijglijdende landschap als een visueel refrein. De man, die eenzaam is, bemeubelt zijn psychologische leegte met conflicten, wanhoop en enige tederheid. Op het toneel staat een auto, Amerikaans model. Daarop ligt een vrouw – wellicht vermoord. Later spelen er zich heftige scènes af in de wagen. Het zijn momenten waarop de twee acteurs (Vincent Hinnebicq en Laura Sépul, beiden prachtig) een stukje Amerikaanse cinema ten beste geven: wanhoop aan het stuur. Hoe langer de voorstelling duurt (een uur), hoe minder greep de toeschouwer op het gebeuren krijgt. Je ziet iets vol dramatische momenten rond diep ongelukkige mensen. De sfeer is vaak die van een Hollywoodfilm, een indruk die versterkt wordt door de muziek: aanzwellende violen vol emotie. Maar achteraf kan je niet meer zeggen of alles al dan niet echt gebeurd is. Die ervaring geeft een intrigerende diepte aan het gebeuren. Maar dat radicale eenzaamheid, te midden van overdadige communicatie, het stuwende thema is, is overduidelijk.

Aan de hand van deze twee voorstellingen herkent men de hand van een bijzonder begaafd regisseur. Hij laat zich omringen door een talentvolle ploeg. Componist Yannick Franks en videast Arié van Egmond vormen met Murgia een uitstekend team. Als je Murgia esthetisch ergens moet plaatsen, dan is het tussen Guy Cassiers en Ivo Van Hove. Het gebruik van camera en microfoon en het spelen met de standpunten bij het tonen doen sterk aan Cassiers denken. Murgia gebruikt dezelfde theatrale grammatica. Maar ondanks de aanwezigheid van de microfoon laat Murgia de tekst niet wegdobberen op terughoudende stemmen. Bij hem wordt er met hartstocht geacteerd, zodat de acteurs een veel breder emotioneel register bespelen. Daarbij is hun toon verrassend modern en hedendaags, en hebben ze elke zweem van Franse retorica afgelegd. Dat brengt Murgia dan weer dichter bij Ivo Van Hove.

Afrika

Murgia werkt momenteel aan twee projecten. Hij wil dolgraag een film maken (ik hoop dat het theater hem niet aan de cinema kwijtraakt) en hij zet een nieuwe productie op bij het Théâtre National. Die productie heet Exils en Murgia is er opnieuw voor op reis geweest, deze keer naar Afrika. De reis levert verhalen op uit een tragisch continent. Hiermee raken we een andere dimensie van Murgia’s persoonlijkheid aan. Al hecht hij nog zo veel belang aan de vorm, toch is hij vooral begaan met de toestand van de wereld zoals die ervaren wordt door jonge mensen van nu. Het uitgangspunt van de theaterarbeid van zijn gezelschap Artara is een filosofische vraag: ‘Wat gebeurt er als we merken dat de wereld die door verhalen wordt opgeroepen, sterker en verleidelijker is dan de realiteit waarin we leven? Na de crisis, eens de schok heeft plaatsgevonden, wat gebeurt er dan met onze dromen?’ De vraag bepaalt de inhoudelijke dimensie van zijn werk, een dimensie die hij samen met zijn compagnie verder wil uitwerken. Zo getuigen zijn eerste voorstellingen van de angsten van een jonge man en de ontreddering die hij in de maatschappij ervaart. Deze kritische houding is niet radicaal of afwijzend: terwijl Murgia wijst op de leugen van de nieuwe media, maakt hij maar al te graag gebruik van alle elementen ervan. Het is een boeiende dubbelheid, maar ze duidt ook op de ongemakkelijke situatie van de hedendaagse jonge kunstenaar. En, o ja, Fabrice Murgia is ook aanwezig op Facebook. Je kan zelfs een ‘vriend’ worden. Misschien moeten we dat maar niet doen, als we de strekking van zijn voorstellingen au sérieux nemen. Je kan niet anders dan met grote nieuwsgierigheid uitkijken naar de verdere ontwikkeling van deze regisseur en zijn medestanders. Ja, er beweegt iets beneden de taalgrens. ©

www.theatrenational.be, www.kfda.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#126

01.09.2011

—

30.11.2011

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!