Centroamérica – Lagartijas Tiradas al Sol
Iedereen liegt
Floris Baeke
© De Hoop
Wat als de natuur je atelier is? Drie kunstenaars die van planten en oogsten hun praktijk hebben gemaakt, delen inzichten en bedenkingen over lokaliteit, landschapszorg en permacultuur. Of: hoe het kweken van wilde citroenen, in een ecodorp wonen of zelf aardappelen kweken om er frieten van te maken je op een andere manier naar voedsel en consumptie laten kijken.
‘Without our relationships to our food and friends, air and water, land and lovers, we are not free to flourish at all.’ – Isabelle Fremeaux en Jay Jordan in We Are “Nature” Defending Itself (2021)
De Hoop, een nomadische tuin ontstond, groeide en bloeide in Leuven, en heeft haar wortels in de Leuvense wijk Sint-Maartensdal. Het is een buurtproject dat vertrok vanuit de vraag om zelf frieten met mayonaise te maken, en alle nodige ingrediënten zelf te kweken. Zo ontrafelen we de productieketen van dit alomtegenwoordige fastfoodgerecht. Is het mogelijk om zelf zout te ontginnen uit zeewater, azijn te maken van gevonden ingrediënten, aardappelen te poten, en zonnebloemen te kweken om olie van te persen? Wat gebeurt er als we de productieketen van een massaproduct, dat voor 3 euro wordt verkocht in het frietkot, zelf in handen nemen? Kan dat überhaupt wel? Wat zijn de uitwisselingen en de ecologie van relaties die ontstaan rond dit project? Hoe afhankelijk is het van niet-organische elementen zoals vervuiling, droogte en hitte?
We stelden de vraag hoe we twee narratieven in elkaar konden laten grijpen. Enerzijds wilden we reflecteren over ecologie, door het productieproces van een massaproduct uit te kleden en terug te voeren naar zijn wortels. Anderzijds wilden we het project an sich ook binnen een kringloop beschouwen, en van elk aspect bepalen waar het vandaan komt en waar het vervolgens naartoe gaat. Wat we hier vooral voor nodig hadden, was een sterk verhaal.
Wij zijn vier kunstenaars met achtergronden in beeldende kunst, architectuur, grafisch ontwerp en muziek, en wisten niets af van planten of tuinieren. Behalve wat kamerplantervaring had niemand van ons ooit een moestuin gehad of bomen verzorgd, laat staan een boerenbedrijf van dichtbij meegemaakt. Het leek ons gewoon een heel mooi idee, een tuin beginnen. Een tuin inzetten als manier om mensen te verbinden, samen ergens zorg voor dragen, iets wat tot bloei kan komen.
Maar het moest meer worden dan een ongelukkige metafoor, we wilden de metafoor de realiteit in duwen. En doordat we het verhaal zo hoopvol fabuleerden, verkocht het idee zichzelf. Niet per se op papier, wel door middel van gesprek. Via Donna Haraways idee van speculative fabulation bedachten we de fabel van De Hoop en begonnen we ons verhaal te vertellen. Het leek zich moeiteloos te verspreiden door verschillende segmenten van de Leuvense buurt. We hadden een idee ingezaaid, een belofte gemaakt, en het verhaal had de realiteit ingehaald. Daar ontstond De Hoop.
‘It matters what matters we use to think other matters with; it matters what stories we tell to tell other stories with; (…) It matters what stories make worlds, what worlds make stories.’ – Donna J. Haraway, Staying with the Trouble: Making Kin in the Chthulucene
Het verhaal transformeerde tijdens het traject en er ontstond een wisselwerking: De Hoop sprak terug en veranderde zo het narratief. Bepaalde dingen draaiden namelijk compleet anders uit dan wat we van tevoren bedacht hadden. Er was bijvoorbeeld een probleem: de wijk Sint-Maartensdal is gebouwd op puinhoudende grond. Geen schep die daar tegenop kan, laat staan dat er in de grond gezaaid kon worden. Ophogen werd het alternatief, maar de hoeveelheid grond die daarvoor nodig was, bleek zo aanzienlijk dat we dat idee al snel begroeven. Een uitweg werd gevonden door de tuin nomadisch te maken. Door alles in zakken in te zaaien in plaats van de volle grond, ontstonden tientallen modules met zonnebloemen en aardappelen, die we ter adoptie aanboden aan de buurt. Maar door dit nomadische gegeven kon de tuin ineens ook breder worden verdeeld. Via verschillende organisaties maakten we meer dan honderd Leuvenaars warm om mee te stappen in De Hoop, en de tuin verspreidde zich een zomer lang in vele huiskamers, op balkons, tot in de schouwburg en het museum.
De titel werd ons houvast. Zolang iedereen hoopte op – en geloofde in – een goede afloop, zouden zij hun stukje tuin niet laten verpieteren. Aan het einde van de zomer verzamelden we alle zakken en brachten we de tuin bij elkaar tussen de hoogbouw van Renaat Braem in Sint-Maartensdal. Hier werd de zorg voor de planten overgenomen door bewoners, we kochten een tuinslang en een paar weken lang werd de tuin elke dag besproeid.
We organiseerden een evenement en een tentoonstelling over het project, getiteld Misoogst, waarbij de oogst werd getoond in interactieve installaties. Het publiek werd uitgenodigd om mee te helpen de oogst te verwerken en wederom deel te worden van het verhaal:bijvoorbeeld door het schillen van aardappelen, het pellen en persen van zonnebloempitten en het slaan tegen een mosterdzak om het zaad eruit te krijgen. Zo transformeerden de ruwe ingrediënten langzaam in mosterd, azijn, zout, frietaardappelen en frituurvet.
Omdat we geen sporen wilden achterlaten, streefden we ernaar alles uiteindelijk op een nieuwe bestemming terecht te laten komen. De frieten en de mayonaise werden uiteraard verorberd tijdens het Oogstfeest in Sint-Maartensdal. Voorts doneerden we al het geproduceerde materiaal van de tentoonstelling, zoals opgekleefde foto’s en bedrukte servetten, aan de deelnemers van De Hoop. De grond en compost van de planten gaven we aan de groendienst: ze keerden uiteindelijk ook terug naar Sint-Maartensdal, en worden nu gebruikt om bomen op te laten groeien. Zo poogden we een cirkel te maken en De Hoop te laten oplossen in de omgeving.
De vraag wat er uiteindelijk wél is overgebleven van het project houdt mij de laatste tijd bezig. De Hoop was vooral een poging tót: een poging om een ecologisch systeem te hanteren bij de uitvoering van een project over ecologie, maar ook een poging om een verbinding te maken met een buurt, en mensen van buiten de buurt erbij te betrekken. De waarde zit niet in het gekweekte product – er waren maar genoeg frieten voor een handvol mensen, de mayonaise mislukte – maar wél in het gezamenlijke proces en de zoektocht.
Al tijdens het traject voelden wij dat het verhaal van De Hoop een centrale rol speelde in de motivatie van en verbinding tussen de deelnemers. Het klonk ook als een sprookje: heel Leuven zorgt samen voor een nomadische tuin en kweekt zo de ingrediënten voor frieten met mayonaise, overal in de stad staan zakken met aardappelen en zonnebloemen, en nadien is er een groot feest waar de oogst wordt gedeeld met alle lagen van de bevolking. Mensen vertelden het verhaal door aan elkaar, en door de speculatie raakten vele mensen betrokken, zoveel dat het uiteindelijk ook werkelijk gebeurde.
Misschien is dat de essentie van hoop als zodanig: als medicijn tegen cynisme, als bron van kracht om je te blijven inzetten en verzetten, om andere toekomsten te verbeelden en het onmogelijke toch mogelijk te maken – of in ieder geval telkens een nieuwe poging te doen. Het verhaal reikt verder dan het resultaat.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.