Atelier Deligny (videostill), Simon Allemeersch

Leestijd 10 — 13 minuten

De hond van de leefgroep

Over theater maken op het kruispunt tussen jeugdzorg, sociale huisvesting en psychiatrie

Sommige kunstenaars werken graag met mensen in een kwetsbare positie: thuislozen, verslaafden, mensen met psychische problemen. Dat is op zich een goede zaak, want iedereen snakt naar zichtbaarheid, identiteit, erkenning. Maar er zijn ook vallen waarin sociaal bewogen kunstenaars kunnen trappen: dat ze te veel een afstandelijke toeschouwer blijven, bijvoorbeeld. Of dat ze met het applaus gaan lopen dat ook toekomt aan de mensen met wie ze werken. De kunst is om nederig te zijn en nieuwsgierig te blijven: dan pas stop je met entertainen en creëer je betekenis, aldus Simon Allemeersch.

De jongens

Als onderdeel van het Deligny-project, gewijd aan het gedachtegoed van de Franse pedagoog, filosoof en filmmaker Fernand Deligny, in het Museum Dr. Guislain, toonden we vorig najaar de documentaire Alicia van de Nederlandse filmmaakster Maasja Ooms. Als u die film niet zou kennen, kijk ernaar. De filmmaakster volgt Alicia, een meisje dat haar weg aflegt door verschillende jeugdinstellingen. Alicia gaat van plek naar plek, steeds dieper in de zorg, en, zo lijkt het ook: steeds dieper in de problemen.

Op een bepaald moment, in de zoveelste residentiële voorziening, wordt er van buitenaf op de ruiten geslagen. We krijgen ze niet te zien, maar het zijn jongens. Jongens die Alicia’s aandacht proberen te trekken. Iemand van de begeleiding trekt snel de gordijnen dicht. Even later is Alicia verdwenen. Ze is weggelopen met diezelfde jongens. Men maakt zich veel zorgen over Alicia, en het verdwijnen met de jongens zorgt voor nog meer paniek. Dit incident is de zoveelste crisis tussen Alicia, haar begeleiders en haar moeder, en opnieuw moet Alicia van voorziening veranderen.

Die jongens, die krijgen we in de film nooit te zien. Men had immers snel de gordijnen dichtgetrokken.

Het is slechts mijn eigen interpretatie, maar na het zien van de volledige film bedacht ik me dat die jongens de enige menselijke aanwezigheid zijn in het hele verhaal, die niet direct verbonden is met haar problematiek. Elk ander gezicht, elke andere stem is daar omdat er een probleem is met Alicia — hetzij als familie, hetzij professioneel. Als ik Alicia was, ik zou ook weglopen met die jongens.

Lucinda Ra

In 2014 organiseerden we met het collectief Lucinda Ra, met theatermakers, een beeldend kunstenaar en jazzmuzikanten, een jaar lang een atelier in de kinderpsychiatrie Fioretti, een afdeling van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain voor jongeren die een psychische problematiek combineren met een mentale achterstand. We maakten daarna een voorstelling over dat atelier. In de sociale woontorens van het Rabot, waar ik verschillende jaren onderzoek deed voor de voorstelling Rabot 4-358 (2014), was de psychische kwetsbaarheid van verschillende huurders een terugkerend thema, net zoals de dak- en thuisloosheid van een aantal informele bewoners. Vorige winter, in 2021, ging ik als onderzoeker voor de UGent vier verschillende jeugdvoorzieningen bezoeken. In één voorziening ging ik verschillende keren langs en verbleef ik een week. Ik filmde er samen met de jongeren. Voor het Deligny-project bouwde ik in het museum Dr. Guislain een werkruimte met mensen die in de volwassenenpsychiatrie verblijven, en keerde ik terug naar Fioretti om er met jongeren te filmen en hen in het museum uit te nodigen.

Mijn werk als theatermaker, en het werk van Lucinda Ra, is sterk beïnvloed geweest door mensen die geen vanzelfsprekende relatie hebben met huisvesting en met zorg, en die meer tijd doorgebracht hebben op straat of in de psychiatrie dan hen lief is. Zij zijn bijzondere experten. Deze tekst zal naar die ontmoetingen verwijzen. Het kan wat roekeloos lijken om de ervaringen van jongeren in jeugdzorg, psychiatrische patiënten, bewoners van sociale hoogbouw of mensen uit dak- en thuisloosheid bij elkaar te gooien. En toch zijn er goede redenen om dit samen te bekijken. Vanuit het woonpar- cours en de geleefde ervaringen van de mensen die de hulp het meest nodig hebben, blijken deze instituten vaak communicerende vaten.

Toen we de ouders van de kinderen uit de kinderpsychiatrie gingen bezoeken, merkten we dat er veel meer aan de hand is dan alleen maar dat ene dossier van dat ene kind. Toen ik de leefgroep van een psychiatrie binnenging, ontmoette ik meteen een vrouw uit de derde woontoren van het Rabot, en het gesprek ging vooral over sociale huisvesting. Een bewoner van een sociale blok beschreef haar gang als een ‘open psychiatrie’. J., die meewerkte aan een voorstelling, leefde op straat; de mentale beperking, zijn psychische verwarring en verslaving werden er één kluwen. De wereld kunnen beschouwen als aparte sectoren en afgescheiden problematieken is een voorrecht van buitenstaanders.

“De wereld kunnen beschouwen als aparte sectoren en afgescheiden problematieken is een voorrecht van buitenstaanders.”

Toeschouwers

Het toneel, en misschien bij uitbreiding de kunsten, koesteren vaak een fascinatie voor de waanzin, voor het grensoverschrijdende, voor die gekke andere, en (psychologisch) geweld. King Lear mag eenzaam over de heide dwalen, voor ons als toeschouwer is zijn figuur een bron van fascinatie, opwinding en catharsis. Zijn eenzaamheid is de bijzondere en spannende eenzaamheid van de acteur die voor een volle zaal staat.

Na een gewelddadig incident op mijn werk ging ik ter ontspanning naar het theater. Ik zag een zogenaamd rauwe en donkere voorstelling. Het personage zwaaide met een bijl en beweerde een lijk in de kelder te hebben liggen. Het vertelde me eigenlijk weinig. Ik voelde me een verpleegster die na een lange shift verplicht werd te kijken naar een aflevering van ER: George Clooney draagt een witte jas met badge en een losse das, er loopt heel veel personeel door de gang.

Er ontstaat een vreemde ommekeer wanneer je, waarschijnlijk ook vanuit een romantische fascinatie (elk begin is romantisch), effectief gaat samenwerken met die andere. Als je effectief gaat werken in die pockets of otherness die iedereen wel kan aanwijzen — de psychiatrie, die buurt, die mensen—maar waar we uiteindelijk toch weinig over weten, dan blijken de waanzin en de eenzaamheid vervelend en afstotend, het geweld is smerig en banaal. In het effectief samenwerken met ‘die mensen’, verliezen we de makkelijke positie van de ‘normale’ toeschouwer. Het is dan dat we iets leren.

Atelier Deligny (videostill), Simon Allemeersch

Lieven Deflandre

Ik heb veel geleerd van de dichter en schrijver Lieven Deflandre, met wie ik verschillende keren heb mogen samenwerken. Lieven was iemand die een bijzonder intellect had, een anarchisme gecombineerd met helder inzicht en maatschappelijke analyse — alsook de ervaringen van psychose, depressie en het verlies van alle hoop. Ik heb weinig mensen gekend die zo’n scherp inzicht hadden en tegelijkertijd zo gekwetst konden raken door die scherpe rand.

Lieven was een bijzonder goede schrijver. Hij beschreef nauwgezet zijn verblijf in verschillende psychiatrische ziekenhuizen, zijn woonparcours langs verschillende krotten. Hij ontving ooit Marino Keulen als minister van Wonen in de keuken van zijn beluikhuisje, maar over dat gesprek is niets geweten. In een volgend krot werkte de elektriciteit niet en gebruikte Lieven kaarsen. Na een brand in zijn slaapkamer werd hij vanwege zijn psychische verwarring door de politie beschuldigd van brandstichting. Hij moest voor de zoveelste keer naar de psychiatrie.

De langzame verwijdering van het sociale leven is heel reëel. Woonplaats na woonplaats, buurt na buurt raakte Lieven verder weg van het sociale leven in de stad en zijn geliefde buurt, het Rabot. In de omgeving van zijn woning was er steeds minder kans op aangenaam informeel contact. Maar er restte hem geen andere oplossing — steeds verder weg van alle ontmoeting en sociaal leven.

Van Lieven leerde ik dat wie psychische zorg nodig heeft, vaak maar moeizaam een thuis kan vinden —zowel in de kunstmatige omgeving van de residentiële voorziening (die vaak geen thuis wil en kan zijn) als in kwetsbare thuissituaties, of bij het zoeken naar een eigen plek op de woonmarkt. Van Lieven leerde ik het belang van fantasie, en de troost van het schrijven.

Façadegebied

De socioloog Erving Goffman beschreef de sociale rollen die mensen voor zichzelf construeren ten opzichte van de andere — en hoe we daar een ruimtelijke en symbolische omgeving voor nodig hebben. Die omgeving noemde hij het ‘façadegebied’. Het is de scène waarop we onze sociale rol kunnen vertolken. Het schermt af van de blik en toont alleen dat wat bijdraagt aan die rol.

Een façadegebied is meer dan privacy. Het gaat immers zowel over de bescherming en de beslotenheid die ons privacy verlenen als over de ruimte om in alle openheid iemand te kunnen zijn. Het is de plek waar ik tegelijkertijd iemand ben in uw blik, en toch voor die blik afgeschermd ben van een oppervlakkig oordeel. De rijkdom van het leven bestaat er net uit dat ik die verschillende rollen kan opnemen, en iemand kan zijn in een rijk geheel van sociale relaties.

“Er is nog nooit een sociale huurder die lof kreeg omwille van zijn of haar sociaal engagement.”

Voor een jongere in een residentiële voorziening is er misschien geen belangrijkere plek dan de bushalte. Daar kan je je eerste sigaret opsteken en een lief zijn voor je lief, een vriend voor je vrienden. Iemand in dak- en thuisloosheid verliest dan weer elke vorm van intieme privacy: men staat te kijk, en tegelijkertijd wordt hij of zij ook niet gezien op straat. Ze kunnen niet ‘iemand zijn’ in het openbaar. In extreem sociaal isolement van gevangenissen of sociale flats verliezen mensen het contact met de buitenwereld, en tegelijkertijd hebben ze geen privacy ten opzichte van hun onmiddellijke omgeving. De muren zijn zo dun: iedereen weet dat men te veel van elkaar weet. En de huisvestingsmaatschappij is de huisbaas die te veel weet.

Façadegebied gaat om de betekenisvolle ruimte, waar mensen zowel bescherming als openheid kunnen vinden.

Atelier Deligny (videostill), Simon Allemeersch

Het gevecht om het gewone

In de hele tekst van hierboven kunt u de psychiatrisch patiënt, de jongere, de hulpvrager telkens vervangen door de hulpverlener, de buurvrouw of de kunstenaar. Ook zij zijn op zoek naar een betekenisvolle omgang met elkaar. Zonder afbreuk te doen aan de specifieke problematiek van de mensen met wie we werken, zijn de rol van de normale en de gestigmatiseerde inwisselbaar. Een overgespecialiseerde hulpverlening, die nauw geformuleerde doelgroepen afzondert — maakt het herstel enkel moeilijker, en het samenleven in die kunstmatige omgevingen ondraaglijk.

Een van de beste momenten in de jeugdvoorziening beleefde ik toen de batterijen van de geluidsrecorder leeg waren. Een van de jongeren legde me de weg uit naar de Hubo. Ik wandelde er met hem naartoe. Hij vertelde over zijn huisdieren, waaronder een papegaai. Ik kocht batterijen en we wandelden terug.

Ik neem me altijd voor om geen uitleg te vragen aan begeleiders, alleen aan jongeren: waar is het toilet? Wat is het wachtwoord van de wifi? Waar verzamelen jullie de lege batterijen? Dan gaat het samenwerken goed. Iets gelijkaardigs zie je bij de kinderen in de psychiatrie die goed overeenkomen met de kuisploeg en de klusjesman. Het zijn volwassenen die uit de buitenwereld komen, die niet verplicht zijn te preken, en niet op de hoogte zijn van de problematiek en het dossier van jongeren.

Ik ben in de leefgroep de onwetende buitenstaander. De cameraman, zoals men in een voorziening altijd zegt. Het is de eenvoudigste introductie. In een voorziening vergelijkt de directeur me met de hond die vaak in een leefgroep is. Het beest heeft geen flauw benul, is altijd enthousiast en blij iemand te zien. Je kunt er eens mee naar buiten gaan. Samen dingen doen en rondhangen — en ik heb geen weet van dossiers, context of problematiek. En daarmee ben ik ook vrij van die last. De sociale relatie is daarom niet minder waardevol. Integendeel, wat misschien onnuttig is voor de formele situatie, is essentieel voor het herstel van een gewone sociale relatie.

Wie zich op gespecialiseerde hulp moet verlaten, verliest vaak de mogelijkheid tot het gewone. Men is dan alleen nog de verontrustende opvoedingssituatie, de lastige huurder of die ene diagnose in het dossier. Dan val je samen met problematiek en hulpvraag binnen een kunstmatige woonomgeving, en is er weinig herstel mogelijk. En de ruimtes die gericht zijn op herstel en therapie, kunnen niet functioneren als er alleen gefocust wordt op een functioneel herstellen binnen een kunstmatige omgeving. Zonder verscheiden sociale rollen daaromheen, zonder kwalitatieve façadegebieden, wordt de bestaande problematiek alleen maar moeilijker.

Atelier Deligny (videostill), Simon Allemeersch

Nederig blijven

Nu komt het moment in deze tekst dat u misschien zal verwachten dat het theater, en de kunsten bij uitbreiding, gepresenteerd zullen worden als het ideale façadegebied. Dat is maar ten dele mijn boodschap. Want wij moeten ook leren, en buiten ons specialisme durven te stappen.

Ik kon goed een dronken man spelen toen ik op de toneelschool zat. Echt waar: gegarandeerd succes tijdens improvisaties en toonmomenten. Maar toen ik later samenspeelde en -werkte met mensen die verslaafd zijn aan alcohol, was de lol er wel af. Als kunstenaar tegenover realiteiten gaan staan, is echter geen pleidooi tegen fantasie. Integendeel, in die ‘andere’ omgevingen wordt de fantasie pas echt uitgedaagd. De wereld daarbuiten is stranger than fiction. Fantasie die zich daar niet aan durft te toetsen, wordt gemakzuchtig en is vooral bezig met zichzelf.

“Ik kon goed een dronken man spelen aan de toneelschool. Maar toen ik later samenwerkte met mensen die verslaafd zijn aan alcohol, was de lol er snel af.”

De kunsten kunnen wel degelijk opnieuw een façadegebied bieden — een plek om in goede omstandigheden opnieuw een sociale rol te vinden — als we onthouden dat de kunsten daar niet uniek in zijn. Met alleen de kunsten redden we het ook niet. Het komt erop aan opnieuw maatschappij te maken, met een rijke veelheid aan sociale rollen. Het aura van de autonome kunsten gaat snel muf ruiken. We delen met de makers van Lucinda Ra de woorden van Robert Filliou: ‘Art is what makes life more interesting than art.

Want bieden onze theaters echt zulke verscheiden façadegebieden? Met een rijk geheel van verschillende sociale rollen? Of zijn het plekken met allemaal min of meer hetzelfde publiek, die louter toeschouwers zijn? Net zoals in gespecialiseerde hulpverlening ben ik bang voor een ongeïnspireerd specialisme in de kunsten. Ik ben daar bang voor omdat het werk zo verdomd saai wordt, en de kunst vanzelfsprekend. En dan werkt die kunst ook niet meer.

En de aandacht en verdienste stralen vaak eenzijdig af. Des te meer succes en bevestiging voor de maker die effectief gaat samenwerken met die andere. Des te meer relevantie, des te meer lof omwille van sociaal engagement, en des te makkelijker een beurs en een onderzoek. Dat is nu eenmaal het eeuwige privilege van ‘de normale’. Er is nog nooit een sociale huurder die lof kreeg omwille van zijn of haar sociaal engagement. Veel te weinig mensen realiseren zich hoe hard die mensen zich al ingezet hebben om het samenleven überhaupt leefbaar te maken. Weinig applaus op die scène.

Enige nederigheid als kunstenaar is dus wel op zijn plaats: wij hebben immers hun hulp nodig, wij leren van hen. En als ik niet blijf nadenken over een breed structureel verhaal, met een echte kennisambitie van de kunsten in de buitenwereld over de buitenwereld — ben ik louter een slimme entertainer met andermans ellende.

Atelier Deligny (videostill), Simon Allemeersch

Idioten

Het is net onze grote kracht om als kunstenaars geen toeschouwers te blijven, om dwars door afgescheiden problematieken, sectoren en specialismen te kunnen handelen en te verbinden — om opnieuw een verhaal te maken. Liever een onduidelijke positie te midden van verschillende werelden, dan een propere kunstenaar. Het mooiste theater ontstaat op de grens van het theater, en durft daarbij het aura van de kunsten te riskeren. Laten we werken als idioten: een grondig, weloverwogen gebrek aan specialisme — en bewust onwetend.

We hebben betekenismakers nodig die steeds opnieuw vanaf nul willen starten. In het werk in het atelier, in het onderzoek en in het theater kunnen we soms die betekenismakers zijn. Zowel de kunstenaar als de mensen die meewerken. Te vaak ontnemen we mensen die psychisch lijden, of gewoon anders zijn, de mogelijkheid om zo een betekenismaker te zijn. We ontnemen ze zo ook de ruimte om iemand te zijn. Maar mensen zullen altijd proberen die façadegebieden te verwerven. Want het alternatief is gezichtsverlies in de meest letterlijke zin van het woord: verstenen, verdwijnen en niemand die je nog herkent als iemand. In een interview zegt iemand over de lange periode in dak- en thuisloosheid: ik voelde niet meer als ik.

En om dat verdwijnen tegen te gaan zijn alle middelen goed. Meewerken aan een toneelvoorstelling, een veel te dure gsm, extreme aanhankelijkheid of verzet. Als er geen andere betekenis overblijft, probeert men opnieuw een rol bemachtigen, en dan doet het er niet meer toe welke rol. Als het maar een andere is dan alleen die problematiek. Iemand schreeuwt en haar man zegt me: haar stem is haar wapen, niemand roept zo luid als zij. Alicia loopt weg met de jongens. Lieven schrijft. J. leeft op straat maar komt me duidelijk maken dat hij wil meewerken aan de voorstelling. Ik denk dat het in ons wezen ligt om te proberen iemand te zijn. Als we de mogelijkheid daartoe verliezen is onze situatie per definitie onmenselijk, en ontmenselijkend.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 10 — 13 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Simon Allemeersch

Simon Allemeersch (1980) is theatermaker binnen het collectief Lucinda Ra en onderzoeker aan de UGent, vakgroep sociaal werk en sociale pedagogiek. Binnen de expo Circonstances in het Museum Dr. Guislain, rond de figuur van Fernand Deligny, bouwde hij een werkruimte in samenwerking met ervaringsdeskundigen en experten allerhande.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!