Bo Alfaro Decreton

Leestijd 3 — 6 minuten

De heerschappij van het Afropeanisme – Roland Gunst

Het witte privilege is al middels verschillende metaforen grondig aangeklaagd, die telkens op vernuftige manieren worden heruitgevonden, maar dat het blanke gezicht wel eens een kroon zou kunnen zijn… Dergelijke beklijvende ideeën cirkelen als gieren in ons hoofd na het bijwonen van De heerschappij van het Afropeanisme, al weet men, ondanks dat Gunsts aanpak van de geschiedschrijving indruk nalaat, niet al te goed welke prooi men precies gevangen heeft

De voorstelling vindt plaats in een salon dat door zijn aristocratische sfeer (denk: houten vloer, fluwelen fauteuils, drie stenen pilaartjes) als een soort van gentlemen’s club aandoet. Dat is ook niet helemaal onterecht want in het begin van zijn voorstelling laat maker Roland Gunst een reeks mannelijke historische personages de revue passeren. Hij presenteert ze telkens volgens eenzelfde formule: naam, nationaliteit, beroep en… Zwart. Hiermee is Gunsts focus van meet af aan duidelijk en geldt het als veelzeggend statement over het verdere verloop van zijn voorstelling. De pen behoort even niet meer tot de mainstream witte kroniekershand maar kronkelt sierlijk mee met Gunsts gedachtegangen geënt op het verleden en het heden. Op die manier zorgt hij voor een terechte twist in de spanning tussen de ruimte en de inhoudelijke richting van zijn betoog.

“Het witte ras is de kanker van de geschiedenis,” schreef Susan Sontag. Gunst beroept zich niet op een dergelijk radicaal discours (dat zou, ironisch genoeg, misschien enkel van een witte denker aangenomen worden) maar vertrekt vanuit het Afropeanisme: het koesteren van een attitude van openheid tegenover hybriditeit, transnationaliteit etc. Hij voedt dit wereldbeeld met knappe associaties en autobiografische elementen wat ervoor zorgt dat de toeschouwer de geschiedenisles bijwoont die hij of zij nooit kreeg. Dit in de vorm van een lecture-performance en geen klassieke voorstelling want “realiteit is onwaarschijnlijker dan de beste fictie”.

De maker vat het Afropeanisme in beelden door te vertrekken vanuit Henri Consciences De leeuw van Vlaanderen en het te updaten naar hedendaagse vraagstukken. In Gunsts variant gaat het dus niet om een enigmatische Vlaamse ridder die het Franse leger finaal verslaat. Zijn nieuwe profetie wordt aangevoerd door een Congolese ridder (een alter ego van Gunst zelf) met een wit rubberen latexmasker dat zijn gezichtskenmerken weg filtert, die het integratiemonster, “een gemeenschappelijke vijand voor allo- en autochtonen”, wil bekampen. Dat monster is een conflict dat oprijst uit de uiteenlopende verwachtingen die de groepen koesteren over hun samenleving, respectievelijk: tweerichtingsverkeer versus assimilatie.

De wil om de geschiedenis op een alternatieve, meer inclusieve manier te verrijken aan de hand van nieuwe mythes, haalt Gunst uit zijn overtuiging dat “het verleden een monument in perpetuele constructie” is. (De)constructie is dan ook een sleutelwoord in zijn betoog. Dat mag niet verwonderen in tijden waar groeperingen à la Schild & Vrienden zich de vrijheid toekennen om à volonté de blauwdruk van dé Vlaming (wie die ook moge zijn) te definiëren. Ook al wijdt de voorstelling zich in grote mate aan constructie (van een nieuwe, gedeelde en inclusieve identiteit), doet het dat niet op een naïeve en historisch blinde manier: deconstructie is een conditio sine qua non. Dat is namelijk een meer fragiele fase omdat men er de realiteit onder ogen moet zien, willen of niet. Wie is/was de Vlaming? En, belangrijker nog, wie zou de Vlaming kunnen zijn? Elke reminder is in dat opzicht opportuun: “Vlaming zijn” is voor de één een evidentie, voor de ander een strijd.

Gunst is als performer zeer aanwezig in het verhaal maar verdwijnt in de vertelling: de “performance” in deze lecture-performance zit algeheel in de tekst. De keuze voor het genre vanuit de combinatie bestaande uit het uiten van kritiek op de geïnstitutionaliseerde geschiedschrijving, het aanreiken van andere kennisvormen en geloven dat de maatschappij via pedagogische wegen op het rechte pad te krijgen is, is hoe dan ook nobel. De maker vertrekt vanuit een gedurfde hoek – met zichzelf als koning en boodschapper van gefundeerde kritiek etc. – maar toch kan de voorstelling die durf niet helemaal uitdragen. Micro- en macrogeschiedenis vermengen zich naar eigen goeddunken, wat leidt tot een zeer interessant maar ietwat warrig tot zelfs wankel resultaat door gebrek aan daadkracht in Gunsts optreden.

Het hart dat in Gunsts relaas klopt, wou wellicht toegankelijk zijn, maar werd door de hermetische trekken van het genre jammerlijk beklemd. Dat Gunst veel te vertellen heeft, is duidelijk. Toch doet de niet altijd even soepel lopende mechaniek van zijn lezing vermoeden dat ze baat zou gehad hebben bij een meer doortastende aanpak van de grenzen die zijn voorstelling opwerpt. De lecture-performance is een vorm die erom schreeuwt om gecorrumpeerd te worden. Dit door, bijvoorbeeld, een meta-laag in te brengen en op een meer expliciete manier zelf een stelling in te nemen ten opzichte van het gebrachte verhaal. Ontwrichten kan soms, al gaat dat nu over vorm of inhoud, tegen alle verwachtingen en vooroordelen in, verlossend werken

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Bo Alfaro Decreton

recensie