Leestijd 4 — 7 minuten

de collectieven. een unieke theatergeschiedenis.

Een geschiedenis van politieke esthetiek en esthetische experimentatie

Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Jan Joris Lamers, vaak beschouwd als het icoon van de theatercollectieven in België en Nederland, werd op 1 september het boek de collectieven. een unieke theatergeschiedenis gepresenteerd tijdens het Nederlands Theater Festival. In 17 hoofdstukken kijken verschillende auteurs, acteurs, dramaturgen en vormgevers naar het collectief als werkvorm. Het resultaat is een veelzijdig boek dat verleden, heden en toekomstdromen kan combineren tot een collectief geheel.

de collectieven begint bij het begin. Voor zij die er in mei ’68 niet zelf bij waren, zorgt het eerste hoofdstuk van Kati Röttger, in samenwerking met Rob van der Zalm, voor een belangrijk overzicht van het concept “theatercollectief” in Nederland, met hier en daar een blik op het Vlaamse theaterveld. Röttger toont heel precies de socio-culturele en politieke situatie die voor het begin van het theatercollectief zorgde zoals we het nu in al zijn vormen kennen. Aangestoken door een revolutionair gedachtegoed in West-Europa en gemotiveerd door financiële ontwikkelingen, kwam de werkvorm van het collectief naar voor als een doeltreffend alternatief voor oude structuren. Als eerste deel van het boek geeft het de lezer een belangrijke basis waar de latere teksten in het boek op verderbouwen. 

Het tweede deel, dat ook meteen het grootste deel is, bespreekt onder de titel “de school van discordia” verschillende werkwijzes en invloeden op moderne theatercollectieven. Hier zijn telkens kunstenaars en schrijvers aan bod die zelf ervaring hebben en dus niet enkel van buitenaf kijken. Het resultaat is een kaleidoscoop aan perspectieven, waarvan sommige ook kritisch durven te zijn. Willem de Wolf merkt bijvoorbeeld op dat er nog steeds bepaalde namen prominenter blijven dan andere. Het boek is namelijk ter ere van één persoon. De spanning tussen “hen” (het collectief) en “hem” (bv. Jan Joris Lamers) wordt dus nooit echt opgelost. Het derde deel wordt nog iets kritischer en spreekt over de toekomst van de collectieven. Ondanks de bedenkingen en bemerkingen, komt er uit alle hoofdstukken een liefde voor het collectieve naar boven. Zelfs wanneer hiërarchie niet compleet te vermijden is, wordt collectief werken steeds als een belangrijke politieke daad gezien tegen hyperindividualisering en neoliberalisering.

De collectiviteit is ook aanwezig in de vorm van het boek. In plaats van individuele portretten, zijn er steeds groepsfoto’s van de verschillende collectieven. Deze foto’s van twee pagina’s breed worden tussen hoofdstukken door getoond, waardoor ze soms zelfs midden in een zin komen. In de inhoudstafel en bij de hoofdingen van de hoofdstukken, zijn de namen in kleine letters gedrukt. Verder valt de complete afwezigheid van een naam op de kaft van het boek op. Geen enkele auteur of eindredacteur staat aangegeven op de voorkant of achterkant. Wie het ISBN-nummer opzoekt, geraakt ook niet veel verder. Je hoort de toekomstige studenten die dit boek correct moeten citeren al klagen. Het past echter bijzonder goed bij de steeds terugkerende boodschap doorheen de hoofdstukken dat waardevolle collectiviteit boven individueel auteurschap staat, maar het individu inhoudelijk niet volledig laat verdwijnen.

In de tentoonstelling die van 1 tem 11 september plaatsvond in de Brakke Grond werd deze tendens doorgezet. Aan de muren hingen de groepsfoto’s uit het boek en posters van voorstellingen. In een kleinere afgesloten ruimte spelen verschillende filmfragmenten achter elkaar. Deze montage doet niet alle gezelschappen evenveel eer aan, aangezien je uit een willekeurig fragment ook maar zoveel kunt halen als toeschouwer. Het toont dan weer wel hoe de verschillende esthetieken raakvlakken hebben in hun experimentele dramaturgie. De muur met groepsfoto’s vormde in de tentoonstelling een heel lappendeken aan collectieven. Hiermee vermijdt de tentoonstelling veel meer individualiteit dan het boek, maar hoor je ook minder reflectie over de werkwijze zelf. Zonder het boek zou de tentoonstelling net iets te mager zijn om een complex beeld te geven over de geschiedenis van het theatercollectief.

de collectieven toont niet enkel een geschiedenis van artistieke experimenten en ontwikkelende esthetieken, maar ook van precariteit.

de collectieven toont niet enkel een geschiedenis van artistieke experimenten en ontwikkelende esthetieken, maar ook van precariteit. Dit gebeurt zowel expliciet in verschillende teksten, zoals het overzichtshoofdstuk van Röttger of de tekst van Florian Diepenbrock over financiën en spelersemancipatie,  als op subtielere manieren. De groepsfoto’s zijn altijd voorzien van een paragraafje uitleg. Een groot aantal van die paragrafen sluit af met hetzelfde einde: doordat er geen subsidies meer werden toegekend, werd het collectief opgedoekt. Het toont de afhankelijkheid van zo’n collectief aan de beslissingen van de overheid, maar ook een inherente tijdelijkheid. De expliciete filosofie van een aantal vroegere collectieven en theaters was ook juist om een tijdelijk onderdak te bieden, zoals bij de werking van het Shaffy Theater, waarover Nan van Houte schrijft. In haar tekst over het BOG.-collectief zegt dramaturge Roos Euwe dat het fijn is om steeds te kunnen samenwerken, maar dat het solo-werk en de vrijheid daarvan ook essentieel is voor veel makers. Het gaat hier dus niet om een absolute vorm, maar een waardevolle werkvorm die meermaals kan worden ingezet.

In zijn veelzijdigheid mist de collectieven echter hier en daar nog alternatievere blikken. Collectieven zoals Club Lam en La Isla Bonita worden vermeld, maar een doorgedreven queer of dekoloniserende blik is te weinig aanwezig. Doorheen de chronologische groepsfoto’s komt er meer kleur, zowel qua fotos als bij de leden van de collectieven, en zijn er ook steeds vaker vrouwen en queer personen aanwezig, maar het merendeel van de namen die steeds terugkeren zijn witte mannen (Jan Joris Lamers, Damiaan De Schrijver, Matthias de Koning) of witte vrouwen (Annette Kouwenhoven, Miranda Prein). Er kan niet ontkend worden dat deze mensen bijzonder belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse en Vlaamse theatercollectieven. In een meerstemmig boek is er echter veel potentieel om de namen te versterken die in het collectieve geheugen minder gekend zijn, maar wel impact hebben gehad of impact kunnen hebben.

Er kan de collectieven echter geen apolitieke houding verweten worden. Als politiek statement over collectiviteit in neoliberale tijden mag het boek er zeker zijn. De vrijheid en vrijgevigheid staan haaks op ideeën van absoluut auteurschap en bezit. In diens hoofdstuk vertelt Erasmus Mackenna over de subtiele doch krachtige betekenis van een sleutel te krijgen van het atelier van een collectief. De vanzelfsprekendheid van het delen van materiaal, kennis en werk is een verfrissend gevoel met (quasi-)revolutionair potentieel. Elk hoofdstuk in de collectieven bruist uiteindelijk van dit gevoel, zonder te idealistisch te zijn. Frictie, hiërarchie en financiële problemen loeren altijd om de hoek. de collectieven doet je begrijpen waarom veel makers toch naar dit model blijven terugkeren, zelfs wanneer het moeilijk gaat.

Zoals Kati Röttger in haar hoofdstuk zegt, is er nog maar bitter weinig onderzoek gedaan naar theatercollectieven. Er had nog veel meer kunnen besproken worden, maar qua formaat mag de collectieven er al zijn. Het brengt een relatief genuanceerde blik, waardoor het een basisboek kan zijn voor wie dieper in het concept van het theatercollectief wil duiken. Verschillende auteurs in het boek, zoals de afsluitende tekst van Gable Roelofsen, tonen al een kritische blik. Er is nog plaats voor alternatieve geschiedenissen, maar de collectieven is er over het algemeen in geslaagd om net iets meer te zijn dan een simpel naslagwerk.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Lena Vercauteren

Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en studeert op dit moment theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!