Liv Laveyne

Leestijd 3 — 6 minuten

De badjas van Poseidon

Dat de goden onrechtvaardig zijn. Ik kon het niet helpen te denken: een bevende Noordzee en het wereldleed was wat meer in evenwicht geweest. Dan zouden we nu wel de hele tijd noedels moeten eten. Wat zouden ze ons anders moeten toesturen, die arme Aziatische sloebers? Niet dat ik niet van noedels hou, er is een hippe noedelbar die ik regelmatig frequenteer, maar af en toe goeie wortelstoemp dat moet ook kunnen, vind ik. Stel dat ik geen wortelstamppot meer kan eten. Mijn vrees is gegrond. Ik woon in Gent. Gent drijft op het water, boor drie meter diep en je stuit op de Leie of de Schelde. Volgens Britse wetenschappers smelten de ijskappen sneller dan tot nog toe werd aangenomen. Indien West-Antarctica volledig wegsmelt, stijgt het niveau van de zeeën wereldwijd met vijf meter. De immobiliën in Gent zullen gouden zaken doen: allemaal huizen met zicht op het water. Met een beetje geluk dobberen de plezierbootjes binnenkort vrolijk langs mijn deur. ‘Tijden veranderen: vroeger gingen de mensen naar de zee, nu komt de zee al naar de mensen’, zei een komiek. Da’s des mensen: proberen er het beste van te maken. Zo kon ik dankzij die tsunami eindelijk een paar muziekgroepen samen aan het werk zien in de Vooruit (twintig euro dat is geen geld, voor dEUS alleen telt ge gemakkelijk meer neer!) en wat parafernalia kopen in HetPaleis in Antwerpen. Daar organiseerden ze een veiling van de kostuums en rekwisieten die ze in hun theaterproducties hadden gebruikt. Stonden ook op de inventaris: een regenjas uit de voorstelling Nat, de boot uit Zee-majeur/Zee-mineur en de badjas van Poseidon uit Frustration Island/De ingebeelde Grieken. Een beetje humor mag wel in barre tijden. Voor wat hoort wat. Dat vinden ze hierboven ook. Volgens het animistische geloof zijn de goden vertoornd omdat de Aziaten niet genoeg gebeden en geofferd hebben. Dus heeft Neptunus hen opgeslobberd. Dat het theaterminnende publiek de badjas van Poseidon heeft kunnen afhandig maken voor slechts 16 euro, dat heet dan zoete weerwraak.

Ik herinner me nog mijn eerste keer. Ik was zes en moet bekennen dat er van oprechte vrijgevigheid geen sprake was. Van mijn ouderpaar kreeg ik een babypop voor Sinterklaas. Groot was mijn verwondering toen het speelgoed niet blank en blauwogig doch donkerbruin bleek. Ik heb het ding op een vliegtuig gezet richting Haïti samen met een nonkel missionaris die voor de feestdagen overgekomen was. Sindsdien weet ik dat weggeven het geweten sussen kan. (Het zal ze daar in Azië worst wezen waarom Oxfam geen geld wil van het Vlaams Belang.) Maar het intellect tot onvoorwaardelijke solidariteit motiveren: daar moet je meer dan hemel en aarde voor bewegen alvorens het 12-12 wil zeggen. ‘Ik weet het niet. Iedereen doet het’, weifelde het intellect. ‘Wat?’ vroeg ik. ‘Nou, je weet wel. Storten.’ Uniek zijn blijft te allen tijde heel belangrijk. Hip zijn ook, ‘Want’, voegde het eraan toe: ‘ik geloof niet in al die megamanifestaties, geef mij liever iets kleinschaligs dan weet je tenminste waar je geld naartoe gaat.’ Het intellect wou graag storten en dacht: als kunst de wereld niet kan redden, kunnen we als de wereld vergaat misschien de kunst redden? Dat leek het intellect wel wat, ten hoofde bijvoorbeeld van de Braziliaans-Amerikaanse kunstenaar wannabe astronaut Ricky Seabra. Die stelde enkele maanden geleden ‘Isadora.orb’ voor in Mechelen. Hij wil een artiestenresidentie in de ruimte installeren. Nu zijn jongensgeesten opgesloten in mannenlichamen doorgaans te wantrouwen, maar Seabra is bloedserieus. Naar het schijnt hebben de Italianen nog een reservemodule in hun loods liggen en kan je die zo vastklikken aan het International Space Station. Toch een beetje Lego, dus. Of een artist-residence-in-space onze creatieve blik op de wereld zou veranderen, wist Seabra niet met zekerheid te zeggen. Misschien zou de ervaring wel zo overweldigend zijn dat we vooral down-to-earth kunst zouden maken? Dat leek me geen slecht idee. Maar daar begon al de miserie: liever dan zich te bekommeren om de edele kunst wilden de geselecteerde artiesten kokkerellen of wat kletsen met de astronauten. Daar had Seabra niet aan gedacht. Hij had een dimensieloze artstudio voorzien, een compartiment zonder subjectieve vertikaal, dus zonder referenties aan boven of onder, om zo de ruimte perfect te kunnen gevoelen. Inmiddels heeft hij op algemeen verzoek -voor het thuisgevoel- ook een zithoek met cosy pluchen zetels ontworpen: is de kunst niet salonfähig, dan zijn de kunstenaars het geworden. Zoals de acteur die zei: ‘Ik ben vegetariër, maar als de regisseur me opdraagt in een hamburger te bijten, dan zal ik dat zonder morren doen.’ U begrijpt vast wel mijn terughoudendheid. Het was overigens diezelfde acteur die zich in een Vlaams weekblad laatdunkend uitliet over het gemiddeld intellectueel niveau van BV’s. Op de bus die geld voor Tsunamië 12-12 moest inzamelen, klaagde een van de BV’s erover dat ze moesten uitstappen want ‘het was zo koud’. ‘Doe het voor de Tsunamiërs,’ zei een blonde Bekende Vlaamse. Verkneukelde de acteur in kwestie zich over die laatste opmerking? Ik werd stil van de eerste.

column
Leestijd 3 — 6 minuten

#96

15.04.2005

14.07.2005

Liv Laveyne

column