Leestijd 4 — 7 minuten

Danton

Theater La Luna, Rotterdam

In de krant lees ik dat Cançi Geraedts en Theater La Luna Danton spelen in een zwembad. Dantons Dood is het stuk van Georg Büchner dat met zijn massascènes iedere regisseur de handen in het haar doet zetten. Ik ben benieuwd hoe dat er in een zwembad aan toe gaat. Snel even naar Rotterdam.

Georg Büchner is voor mij een mysterie: op 21-jarige leeftijd gedoctoreerd, schreef hij een jaar later Dantons Dood, daarna op enkele weken Leonce en Lena, en ten slotte Woyzeck. Hij stierf aan tyfus, 23 jaar oud. Niet alleen die gebalde climax is ongelooflijk, ook de kwaliteit van deze stukken getuigt van een geniale gedrevenheid. Büchner koppelde het politieke inzicht van een Brecht aan het cynisme en de driftige taal van een Muller.

Dantons dood, een stuk over de Franse revolutie, is voor mij nog altijd de NTG-versie ervan in een regie van Ulrich Greiff (1984). Flarden tekst, lichamen, beelden vooral spoken in het geheugen rond. De aanpak van Theater La Luna is gelukkig grondig anders, ondanks de nog veel rigoureuzer beeldende kwaliteit, zodat ze kans maakt zich autonoom tussen de NTG-restanten te wringen. De toekomst zal uitmaken wie zich daar het langst vestigt.

Hoe zit dat nu met het zwembad, zal u zich afvragen. Het was, spijtig genoeg, leeg. Maar daardoor bood het dan weer onvermoede mogelijkheden. Zo’n leeg zwembad ziet er met zijn hoge muren meer uit als een gevangenis, of met zijn betegelde wanden als een abattoir. De gladde vloer nodigt uit tot kruipen of tot schuiven, of kan als dansvloer gebruikt worden. Het hoge plafond laat toe ook vertikaal te werken. Geen mogelijkheid of ze werd in deze produktie ten volle benut. Acteurs rollen, duikelen, vallen, dansen over de vloer; startblokken worden gebruikt als spreekgestoelten. In de lucht hangen honderden poppen, kooien, een bed, een tafel die via katrollen kunnen neergelaten en gewenteld worden. Langs steile trappen en ladders haalt men halsbrekende toeren uit (wat een Nederlandse recensent ertoe aanzette de veiligheidsinspectie uit te nodigen). En natuurlijk is er water: de tribune waar het publiek op zit staat met zijn poten in een plas rood water, het water kan ook dienen om zich van alle smet te reinigen, of wanneer het met alle kracht roodgekleurd uit de spuigaten stroomt, zich in het bloed te wentelen. Dat levert een puur spectaculaire enscenering op, waarin alle ruimtelijke mogelijkheden prachtig zijn geïntegreerd. Een lugubere nachtmerrie waarin hectoliters bloed stromen, lijken zich opstapelen, verkrampte lichamen de dodendans van de revolutie ten beste geven.

Maar er is meer. Niet alleen levert het zwembad schitterend trek- en stuntwerk, er speelt zich ook een revolutionair conflict af. Dat spitst zich in tegenstelling tot de versie van Ulrich Greiff minder toe op de verhouding Danton-Robespierre. Cançi Geraedts en de haren zijn van een generatie voor wie de revolutie niet zoveel betekent. Revolutie is een tijd van heftige passies, scherpe tegenstellingen, grote frasen en veel bloed. Ontdaan van zijn sociologische en politieke inhoud wordt revolutie zo een makaber spel om de macht waarin naar believen van rol en kostuum gewisseld wordt, maar waar fundamenteel niets verandert. Deze cynische, theatrale visie op de geschiedenis bepaalt in grote mate deze zwembadenscenering. Wat er gezegd wordt speelt totaal geen rol: de woorden van de grote volksmenners Danton, Robespierre, en co, zijn futiel in het voorbijgaan van de tijd: louter klanken die even de lucht doen trillen. Vandaar dat de nadruk minder op de tekst dan op de picturale kracht is komen te liggen. Van Büchners Dantons Dood blijft nauwelijks iets over: enkele aforismen, wat monologen, de sterkst fysieke passages. Door deze daarenboven in het Frans te zeggen, blokkeert men elke ideologische betekenisvorming, en houdt men enkel klanken over. Het revolutionair jargon wordt zo herleid tot een operalibretto waarin zangers in prachtige aria’s en pathetische gebaren hun eigen ondergang tegemoet gaan: een typisch eigentijdse, wat perverse en wrange visie op de politiek.

Cançi Geraedts, vroeger actrice bij Franz Marijnen in het Ro-theater, erft diens barokke spectaculaire fantasie. Dat uit zich zowel in soms gratuite effecten (b.v. Danton die ondersteboven zijn slotmonoloog brengt) als in prachtige spel-composities en ontroerende momenten. In tegenstelling tot Marijnen werkt zij met amateurs. Dat heeft het voordeel dat deze mensen met een gedrevenheid en een overgave acteren die je nog zelden ziet. Theater is voor Cançi Geraedts een lichamelijk gebeuren en de fysieke inzet van alle acteurs en actrices is inderdaad verbluffend. Het nadeel is dat ze vooral op vocaal gebied te kort schieten, zeker wanneer de stem zoals hier als een instrument wordt gebruikt. Enkel Danton slaagt er in met zijn diepe, wat hese bas de ruimte te laten donderen. Hij laat zijn tekst klinken als een partituur met prachtige volle, ronde klanken. Slechts weinigen kunnen hem daarin volgen. De overige spelers vervullen dan ook meer de functie van een koor dat de tragische held Danton van repliek dient bij zijn weg onder het mes. Vooral met de vrouwen wist men zich geen raad: bij Büchner spelen ze een essentieel ondergeschikte rol als prostituees of echtgenotes. In Geraedts versie worden ze gereduceerd tot louter lichamelijk object: meestal naakt houden ze de welgeklede heren gezelschap. Schoon, maar op de duur wel gênant. Nog één figuur valt in die bacchantische menigte op: een gedrongen wat verdwaasd uitziend mannetje dat vanop een startblok heel het gebeuren stilletjes dirigeert om ten slotte alle lijken in een plastic zeil op te ruimen. In deze zwakzinnige figuur die niets begrijpt van heel dat politiek gedoe en louter op zich bestaat, vat de enscenering zichzelf samen.

Er werd niet gezwommen die avond in het Oostelijk Zwembad Rotterdam. Gezweet, gepletst, geploeterd, dat wel, in een bij uitstek zinnelijk schouwspel. Na Macbeth op de strand van Almere, Hamlet in een schouwburg en deze Danton in een zwembad, ben ik benieuwd wat Cançi Geraedts de volgende keer gaat uithalen.

Danton

naar Georg Büchner;

groep: Theater La Luna;

regie: Cançi Geraedts;

muziek: Rokus v.d. Heuvel; Femke Bergsma;

decor: Arnold Hoevers, Wilfred Kelting, Mark Verlaat;

spelers: Fibesh Ziegler, Frédérick Saugey, Yogo Toorop, Bernard Matte, Justin du Pantalon, Liesbeth Huis in ‘t Veld, Milaen Vandervelden, Kiek Krank, Guillaume Etoiemont, Henk Lymbach en Pim Söder;

gezien op 24 juli, Oostelijk Zwembad Rotterdam.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#12

19851015

19860114

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!