Leestijd 4 — 7 minuten

Dans op het Kaaitheater

Over lief en leed

Het is zo goed als onmogelijk op één festival een ruime staalkaart aan te bieden van al wat er tegenwoordig leeft in de danswereld. Het Kaaitheater ’85 bracht o.a. drie fenomenen voor het voetlicht: Gallotta, de nieuwe goeroe van de Franse dans; Vanrunxt, geen sant in eigen land; Clark, het festivalbeest bij uitstek. Veel lief en leed.

Gallotta : Mammame

De Groupe Emile Dubois was dus voor het eerst in België te zien en wel met zijn nieuwste produktie Mammame, pas voordien gecreëerd in Grenoble. Ik vraag me af wat de reacties nu zijn, want ik kan me voorstellen dat het niet volledig aan de verwachtingen heeft voldaan. Niet dat het een zwakke voorstelling zou zijn, maar wel omdat ze – naar mijn gevoel althans – een minder bruisend en eerder intiem ballet is dan Les aventures d’Ivan Vaffan b.v. Misschien hangt het er gewoon van af of dit de eerste produktie is die je van dit gezelschap te zien krijgt. De scènische omstandigheden in het Koninklijk Circus waren lang niet optimaal: het decor was helemaal aangepast moeten worden en men moest er grotendeels werken met de belichting van Béjart’s Le concours. Bovendien vond ik het Koninklijk Circus sowieso ongeschikt, tenzij je misschien helemaal onderaan de arena een plaats had bemachtigd.

Mammame is het zoveelste luik van het per definitie eindeloze epos van Jean-Claude Gallotta over de “universele mens” en laat zich – eveneens per definitie – niet of moeilijk beschrijven. Waar men bij de doorsnee choreograaf vooral tracht zijn techniek, stijl of vormgeving te analyseren, moet men bij Gallotta eerder op zoek naar zijn universum. We doen dus toch een poging, waarbij we hopen niet in herhaling te vallen.

De Mammame-volksstam is de imaginaire vijand uit Ivan Vaffan, waarvan hier nu het wel en wee “verhaald wordt. Dat verhaal is weinig verhelderend, maar de ondertoon is wel duidelijk. “Mammame” is de samentrekking van “maman” en “hammam” (Turks bad), wat warmte en geborgenheid suggereert, maar is tegelijk ook een geheime code om de muur te openen. Die muur omsluit “un univers clos mais aussi fragile, comme une tente de camping” (dixit Léo Standard, kostuum- en decorontwerper) en illustreert de afhankelijkheid van de mens ten opzichte van zijn milieu.

Wanneer de Mammames als uniform geklede legionairs of kinderen kruipend of rollend door een gat in de muur geraakt zijn, stellen ze zich op in slagorde, soms onder commando van Gallotta, om een ingebeelde vijand (Ivan Vaffan?) te lijf te gaan. Bij herhaling verwatert dit schaduwgevecht tot speelplaatstoestanden. Naast die vlagen van absurd militarisme zijn er uitbarstingen van kinderlijke gevoeligheid. En eigenlijk wordt dat het hoofdthema. De ontstuimigheid van Ivan Vaffan ruimt hier de plaats voor de onuitsprekelijke en onbeheerste emotionaliteit van het kind. Die gevoeligheid herkent iedereen, die leeft bij iedereen onderhuids door en op die wonde legt Gallotta de vinger. De dansers – en meteen ook de toeschouwers – herontdekken a.h.w. het lange leerproces met vallen en opstaan, het onbegrepene, het onbegrip, de gevaren en de affecties van de wereld buiten, het onbeschermd zijn, het ontdekken, het aangetrokken en afgestoten worden. Niettegenstaande enkele ‘agressievere’ momenten, houdt het tedere gevoelen de bovenhand en sterft Mammame ten slotte ook zachtjes weg in stilte, in geborgenheid.

Bij de wording van Mammame stond Jean-Claude Gallotta volledig buiten het stuk en pas naar het einde van de repetities toe ging hij er aan deelnemen. Elke voorstelling opnieuw improviseert hij grotendeels zijn rol om zo telkens weer het evenwicht te verbreken, om telkens weer het stuk een beetje te herscheppen. In dezelfde zin wordt ook de muziek telkens ter plaatse gemengd (à la John Cage bij Cunningham) en wordt zij gedeeltelijk live uitgevoerd. Het hoeft geen betoog dat het juist de losse structuur en de redelijk vrije bewegingen zijn (helemaal het tegenovergestelde dus van Cunningham) die dit toelaten.

Voor de ‘kenners’ ten slotte wil ik er nog bij vermelden dat een verwijzing naar De groene tafel van Kurt Jooss helemaal uit de lucht gegrepen is, gezien noch Jean-Claude Gallotta noch Léo Standard dat ballet ooit zagen. Integendeel was de idee hier ontleend aan Pasolini’s Mamma Roma, waar varkens mee aanzitten aan de huwelijksdis van een hoer, maar dat had ik er niet in herkend.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#11

15.06.1985

—

14.09.1985

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!