Hildegard De Vuyst

Leestijd 3 — 6 minuten

Dans la solitude des champs de coton – Théâtre des Amandiers

KRONIEK – MEER DAN GENOEG BETWETERIGE (JONGE EN OUDE) SCHOOLMEESTERS

Wie Dans la solitude des champs de coton, het jongste toneelstuk van Bernard-Marie Koltès, onder handen krijgt, zou zich kunnen afvragen of deze overigens schitterende tekst wel ensceneerbaar is.

Twee personages, een dealer die niet wil zeggen wat hij verkoopt en een klant die weigert te zeggen wat hij wil kopen, wisselen bladzijdenlange replieken uit. Van handeling of dramatische ontwikkeling is nauwelijks sprake. De enige actie die men uit de tekst kan distilleren, bestaat erin dat de klant, die de jas van de dealer geweigerd heeft, de zijne op de grond gooit, zodat ze quitte zijn. Voor het overige lijken deze personages in het (herhaaldelijk vermelde) halfduister onbeweeglijk tegenover elkaar te staan en tekst te spuwen in een niet gedefinieerde setting.

En toch is Dans la solitude des champs de coton een zuiver theatrale tekst. Alle handelen speelt zich weliswaar uitsluitend op het spreek-niveau af. De twee personages hanteren alle mogelijke tekstuele strategieën om elkaar te raken, te verleiden, te kwetsen. De een probeert de ander uit zijn initiële stellingen te lokken of hem te dwingen zijn verlangens onder woorden te brengen, zich over te leveren. “I will speak daggers tot her but use none”, zei Hamlet al. De tekst zou dan ook als gewet staal moeten klinken: doelgericht, trefzeker, of het nu om te zalven dan wel om te slaan is.

Daar slaagt het Théâtre des Amandiers, in een regie van Patrice Chéreau, maar gedeeltelijk in, met als gevolg dat hele stukken tekst als geluidsdecor over de toeschouwer heen trekken. Chéreau visualiseert de woordenoorlog door de acteurs tweemaal, met alle zaallichten aan, als twee boksers op adem te laten komen; een slok water, een paar trekken aan een sigaret. Na het denkbeeldige gongsignaal trekken ze weer tegen elkaar van leer.

Dat veel slagen hun doel missen, heeft ongetwijfeld te maken met de twee verschillende manieren van acteren, een in se niet oninteressante vertaling van de twee tegenovergestelde levensvisies, de totaal verschillende manieren om de wereld te bekijken die in de dealer en de klant gestalte krijgen. Terwijl de zwarte acteur Isaach de Bankole zich, als dealer, met zijn opgevulde buik zeer organisch beweegt en er met zijn onvervalste soulstem in slaagt zijn tekst te doen aankomen waar hij het wil, wordt dit voor Laurent Malet, de klant, bemoeilijkt door het doorzichtige “maaksel” van zijn personage; een houterige fysieke constructie met de vervormde stem van de grand acteur, voor wie alle tekst in de eerste plaats Literatuur is in plaats van concreet materiaal. In deze taalstrijd, die eigenlijk geen winnaar of verliezer kent, slaat de balans, door toedoen van het publiek, door in het voordeel van de dealer, want Isaach de Bankole krijgt langzaam maar zeker de lachers op zijn hand.

Bovendien wordt het gras onder de voeten van de klant al van bij het begin weggemaaid. Hij profileert zich tegenover de dealer die zegt: “Je suis à cette place depuis plus longtemps que vous et pour plus longtemps que vous”, met de repliek: “J’allais de cette fenêtre éclairée, là-bas devant moi, selon une ligne bien droite”. Deze duidelijke positiebepaling wordt onderuitgehaald doordat Chéreau de acteurs in zowat alle richtingen door elkaar laat lopen. De intentionaliteit van de verplaatsingen wordt opgeheven en de profilering van de klant wordt leugenachtig.

De personages worden gelijkgeschakeld in doel- en richtingloosheid. Daardoor doen ze denken aan de twee clochards van Beckett. Deze referentie wordt nog versterkt door hun sjofele plunjes en het beeld van de doodlopende straat, dat opgeroepen wordt door de twee tegenover elkaar geplaatste publiekstribunes, aan één kant afgesloten door containers.

De tekst van Koltès is echter te zeer verankerd in het (taal)filosofische klimaat van de jaren ’80 om een vergelijking met de absurde schriftuur te kunnen doorstaan. Toch zou het wel eens kunnen dat, net zoals Vladimir en Estragon op hun best zijn als clowns, ook deze tekst een soort primaire, kinderlijke kolder nodig heeft. Dat laat althans het einde van de voorstelling vermoeden, wanneer de acteurs de laatste replieken in eikaars oren schreeuwen. Eén van de meest genietbare momenten in deze sterk overroepen enscenering.

 

DANS LA SOLITUDE DES CHAMPS DE COTON
auteur: Bernard-Marie Koltès; regie: Patrice Chéreau; met Laurent Malet en Isaach de Bankole; decor: Richard Peduzzi; kostuums: Caroline de Vivaise; belichting: Daniel Delannoy; produktie: Théâtre des Amandiers (Nanterre), dat naar Brussel werd uitgenodigd door de Munt i.s.m. het Théâtre National en de Stichting Theater en Cultuur.

Gezien in de Hallen van Schaarbeek op 21 februari.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#17

15.03.1987

14.06.1987

Hildegard De Vuyst

Hildegard De Vuyst was tot 2016 dramaturg bij KVS, en werkt mee bij Les Ballets C de la B.

recensie