Alexander Baervoets

Leestijd 4 — 7 minuten

Dance / I think the body likes to move.

Vlaams Theater Instituut, Video

Wat gebeurt er eigenlijk wanneer iemand op de scène danst ? Waar is het om te doen ? Is dans een vorm van communiceren die (be-) grijpbaar en ontleedbaar is ? Hoe moet ik naar een dansvoorstelling kijken ? Dit zijn vragen waarop zelfs theoretici vaak geen pasklare antwoorden hebben en waarnaar eerlijk gezegd nog niet veel gezocht is. Dans is een medium dat meestal louter intuïtief getoetst wordt, dat gesmaakt wordt zoals ieder niet culinair geschoold eter een schotel proeft. Hoe kijkt iemand bewust naar dans en op welke manier ?

Choreografen zijn mensen die het horen te weten. Dat was het uitgangspunt van de samenstellers van het educatieve videoprogramma Dance/I think the body likes to move, het tweede deel in een serie van vier programma’s die geproduceerd worden door het Ministerie van Onderwijs en het Vlaams Theater Instituut. Aan de hand van gesprekken met choreografen, verlucht met – hoe kan het anders ? – opnamen van hoofdzakelijk werksessies, poogt men een doelgroep van jongeren tussen 16 en 18 jaar kennis te laten maken met het fenomeen scène-dans.

Daar de samenstelling van deze doelgroep uitermate heterogeen is, heeft men gezocht naar een quasi-neutraal uitgangspunt – het menselijk lichaam en de lust tot bewegen -en niet naar bijvoorbeeld een eclectisch samengestelde reeks van afgewerkte produkten (balletten) om te vermijden de jongeren te belasten of zelfs af te schrikken met een onoverzichtelijke hoeveelheid codes en gemeenplaatsen die de appreciatie van een dansvoorstelling doorgaans bemoeilijken. Zo komt ook de danstechniek – in zijn vele vormen – niet als doel, maar als middel naar voor, wat meteen ook de discussie over de waardeverhoudingen tussen de verschillende dansstijlen naar de achtergrond verwijst. Verder wordt nagegaan waar de choreograaf zijn inspiratie vandaan haalt, wat de bouwstenen zijn voor een choreografie, hoe de bewegingszinnen tot stand kunnen komen en of die initiële inspiratie uiteindelijk van belang is voor het begrijpen van het eindresultaat.

Nergens pretenderen de samenstellers eenduidige antwoorden te kunnen geven, enkel pogen ze zo relevant mogelijke vragen te stellen, vragen die het onderscheidingsvermogen van de leerlingen zouden moeten scherper stellen. Dit geeft het gevoel dat eenieder inderdaad de mogelijkheid heeft een dansvoorstelling te leren zien, begrijpen en, wat uiteindelijk geviseerd wordt, te leren appreciëren.

Nu is het opzet van een dergelijk lespakket op zich al bijzonder boeiend, maar het welslagen ervan blijft afhankelijk van de kwaliteit van het beschikbare materiaal. Wat dat betreft kan deze video zonder meer geslaagd genoemd worden. De exclusieve bijdragen van William Forsythe (Frankfurter Ballett), Steve Paxton en Michèle Anne De Mey (Compagnie Michèle Anne De Mey) tillen het programma op een buitengewoon hoog niveau. William Forsythe is ongetwijfeld een van de belangrijkste choreografen van onze tijd en is mede door zijn grote openheid en zijn groot kritisch vermogen het gedroomde voorbeeld van een bewust zoekend choreograaf. Van Steve Paxton zijn al lang de pedagogische kwaliteiten en de artistieke bezorgdheid bekend. Michèle Anne De Mey tenslotte heeft door eenvoudige en heldere aanduidingen deze video een grote tastbaarheid meegegeven. Elk geven ze een persoonlijke uitleg bij de drie grote blokken van het programma -lichaam en training; exploratie van de bewegingen; de choreografie als eindresultaat – en werden ze bereid gevonden hun opvattingen met dansfragmenten te verduidelijke. Tekst én beelden zijn daarbij ongemeen verhelderend.

Gezien het om een educatief les-pakket gaat, is er in een inleidende brochure voorzien, die de lesgever in staat moet stellen de videovoorstelling van een voor- of nabespreking te voorzien. De brochure opent met een beknopt overzicht van de westerse dansgeschiedenis, geschreven door Katie Verstockt. Op enkele details na (het Ballet Russe i.p.v. de Ballets Russes; Cunningham wordt gerangschikt bij het klassieke ballet (p.10); de afhankelijkheid van de dans ten aanzien van de muziek (p.11) biedt dit een correct en zeer degelijk overzicht. In een tweede deel volgt een korte verwerking van de aandachtspunten uit het videoprogramma en een herhaling van de belangrijkste tekstfragmenten. Tenslotte worden er enkele werk-suggesties gedaan en is er een lijstje opgenomen met nuttige adressen voor wie verder wil gaan in de kennismaking met dans.

Ook de brochure laat veel ruimte voor de creativiteit van de lesgever. De stellige vragen blijven ook hier belangrijker dan de eventuele antwoorden. Zonder dat het lespakket staat of valt met de mogelijkheden of de kwaliteiten van de lesgever, is het duidelijk dat zijn opdracht niet eenvoudig is en waarschijnlijk mee het succes bepaalt.

Video-technisch staan de opnamen en de montage op een meer dan j behoorlijk niveau, al zijn de verschillen in lichtintensiteit tussen de opnamen van vooral Forsythe en Paxton op het randje. Alleen de opnamen in het Stedelijk Instituut voor Ballet te Antwerpen laten zowel vormelijk als inhoudelijk te wensen over. Eerst toont men daar de lesgever die – wat normaal is – de bewegingen slechts ‘mimeert’; dan gaan de meisjes die een variante uitvoeren bijna onmiddellijk uit beeld.

Algemeen gesproken is gepoogd een video te maken die niet als educatief overkomt en waarbij de informatie op een hedendaagse en speelse wijze wordt aangereikt. Of daarom ook alle titels en tussentitels in het Engels verschijnen, is niet duidelijk. Tenzij men met deze video ook over de grenzen gaat, zie ik daar geenszins de noodzaak van in.

Dance/I think the body likes to move.

Research : An-Marie Lambrechts;

scenario : Anne Quirynen, An-Marie Lambrechts;

realisatie : Anne Quirynen;

Uitvoerend producent : Argos;

Produktie : Vlaams Theater Instituut en het Ministerie van Onderwijs, Dienst Media en Informatietechnologie.

Deze video en het bijhorend werkboekje zijn te verkrijgen bij het Ministerie van Onderwijs, Dienst Media en Informatietechnologie Handelskaai 7, 1000 Brussel, tel : 02/217.41.90.

artikel
Leestijd 4 — 7 minuten

#32

15.12.1990

14.03.1991

Alexander Baervoets

artikel