© Wannes Cré

Leestijd 7 — 10 minuten

Damesclub – Maja Westerveld / Abattoir Fermé

Een overkokend oersoepje

Met Damesclub presenteren Maja Westerveld en Abattoir Fermé een metafysische achtbaan die onbeteugeld de rommelige hoeken van de wetenschap zoals we die kennen ondersteboven keert. Op scène trachten drie dames (Kirsten Pieters, Tine Van den Wyngaert en Westerveld zelf, die de eerste voorstellingen inspringt voor Hanne Timmermans) de grenzen van het weten te ontrafelen. Uiteindelijk verdwaalt Damesclub echter zelf in haar onbegrensde veelheid en laat het ons achter met niets dan nieuwe vraagtekens, zonder formule om deze te ontcijferen. 

Het is een boeltje op scène. In gedimd licht buigen drie figuren zich bedrijvig over boeken, aantekeningen en het koffiezetapparaat. Slurpend aan papieren bekertjes, die na lediging in snel tempo tussen de rommel belanden, lijken ze naar iets op zoek. Waar we ons bevinden is niet meteen duidelijk. Wat wordt onderzocht, evenmin. Maar dat het is begonnen bij het verjaardagsfeestje van de vreselijke Ingrid, staat buiten kijf. 

In de tussentijd, bemerkt een van de dames, maakt een aaneenschakeling van kleine revoltes het dagdagelijkse draaglijk: meer tijd nemen voor het toiletbezoek en de schoenen uit onder het bureau. In het natuurhistorisch museum waar de dames werkzaam zijn runt zij de nachtkantine. Niets begint zonder de fusie van twee elementen, verklaart een andere dame zuinigjes: ze heeft twee vriendinnen gemaakt om de nachten mee door te komen. Terwijl zij samen tussen de rommel en stoffige boeken speuren, komen ze tot de conclusie dat er vooral veel is dat ze niet weten: ‘Wanneer je alle sterren verbindt vormt zich een gigantisch vraagteken.’ Ondertussen dromen ze luidop van een exodus naar Mars.

De nacht vult zich met een wervelwind aan speculatieve verhalen rond dubieuze experimenten waarin mensen in apenpakken met mensenmaskers tegenover apen in mensenpakken met apenmaskers worden geplaatst – ‘en niemand weet nog wie aap of mens is’. ‘Eens te ver in de vooruitgang, kan het enkel nog achteruit’, luidt het vertwijfeld. Een van de dames vertelt hoe haar zuurverdiende vakantie eindigde in familiemoord. ‘Ik heb het niet expres gedaan’, klinkt het, ‘ben ik dan onmenselijk?’ Ze zal het nooit achterhalen, besluit ze: het experiment gebeurde niet in een gesloten systeem. 

Damesclub lijkt te knipogen naar een jongensachtig stereotiep van wetenschap als grenzeloze ontdekking; de wereld als kleurrijke experimenteerdoos.”

Sleutelen aan de schepping

De verknipte vertelling wordt abrupt onderbroken: de dames schuiven ijverig enkele onbepaalde objecten op scène, die opeengestapeld de vorm aannemen van een statige dinosaurus. De bühne verdwijnt in een dicht rookgordijn en wanneer de mist opklaart wandelen de personages terug het speelvlak op alsof er niets is gebeurd. Terug in het museum laten ze zich verleiden door de ‘verboden knop’: bij elke druk op de knop ontstaat een nieuwe werkelijkheid waarin zij zich, vallend door tijd en ruimte, verschillende persona’s aanmeten. Wat reëel is of niet doet er al lang niet meer toe, want ‘twee staten van zijn kunnen tegelijk bestaan.’ Wat overblijft is een web van werkelijkheden dat de vraag opwerpt hoeveel alternatieve realiteiten denkbaar zijn.

De programmatekst legt de link naar Aristophanes’ Vrouwenparlement (391 v. Chr.), dat de vraag stelt of de wereld niet beter af is in vrouwenhanden – de vrouwen brengen het er in het stuk echter niet beter vanaf dan de mannen. Ook Damesclub pretendeert niet dat het er gunstiger aan toe gaat wanneer deze dames ‘dé wetenschap’ onder de loep nemen. In plaats van in de val te trappen een ‘vrouwelijke’ wetenschap(per) te definiëren, lijkt Damesclub veeleer (de scheuren in) de conventies rond wetenschap uit te vergroten tot een parodie die de absurditeit van diezelfde aannames onthult: dat meten altijd weten zou zijn. Waarbij objectiviteit en afstand de premisse vormen. Waar Aristophanes’ vrouwen zich een baard aanmeten om het parlement binnen te dringen, lijken de dames de witte jas aan te trekken om zich de mythe van een wetenschappelijke ‘neutraliteit’ eigen te maken. Wanneer zij keer op keer het speelvlak verlaten via een druk op de knop van een ingebeelde luchtsluisdeur, om van ‘buitenaf’ te duiden wat er op scène gebeurt, legt die komische knulligheid al snel de absurditeit bloot van hun kunstmatige afstand, hun ‘neutrale’ positie.

Diezelfde absurditeit schuilt in het cliché van de rode knop die op de schrijftafel staat te blinken. ‘Ik heb er gisteren gewoon eens op gedrukt om te zien of er iets gebeurde’, verkondigt een van de dames. De achteloosheid die gepaard gaat met die artificiële afstand – voor de Elons van deze wereld is elke gok slechts een experiment waarvan ze zelf niet de gevolgen dragen – wordt hier een komisch effect. Het ogenschijnlijk eindeloze speelveld dat daaruit voortvloeit, nodigt uit tot waanzinnige en toenemend absurde ideeën. Zo deelt een van de dames de fantasie om het ‘subject’ – of dus ‘de Man’ – te verbeteren door, met behulp van een reis door de tijd, haar DNA toe te voegen aan de oermaterie, zodat alles wat bestaat haar genetische stempel draagt. De wetenschap als poging tot het scheppen van een evenbeeld.

Implosiegevaar 

Damesclub lijkt zo te knipogen naar een jongensachtig stereotiep van wetenschap als grenzeloze ontdekking; de wereld als kleurrijke experimenteerdoos. Ook de muziekkeuzes, die niet zelden doen denken aan de soundtrack van een knullig heroïsche space travel movie, putten uit eenzelfde universum. In deze context lijkt zowel de grote dino als het vraagteken in de sterren – extremen qua afstand in tijd of ruimte – de fantasie te belichamen die die afstand overbrugt. En de waan dat te kunnen. De samengepuzzelde dino wordt een symbool voor het gissend groeperen van fragmenten, het bouwen van een zo imposant mogelijke waarheid. Tussen de dinosauriërs en de exodus naar Mars ontstaat een complex kluwen van aaneenschakelingen, een tevergeefse poging om alles gerijmd te krijgen binnen een teleologische opeenvolging van ‘kenbare’ zaken. Elke poging tot interpretatie van de veelheid op scène voelt even speculatief. 

“Eerder dan te functioneren als komisch effect of dramaturgische lijn, gaan de eindeloosheid en de aanhoudende desoriëntatie uiteindelijk behoorlijk vervelen.”

Ergens te midden van het stuk refereert een van de dames zijdelings aan de ‘paradox van Russell’. De Russellparadox, zo vertelt Wikipedia, is een paradox in de naïeve verzamelingenleer waarbij de elementen van een verzameling zelf opnieuw verzamelingen zijn: ‘Een onbegrensd gebruik van verzamelingen kan leiden tot tegenspraak’, aldus het internet. Hoewel deze kleine knipoog de keuzes kadert en me toestaat Damesclub te lezen als een vormelijke vertaling van diezelfde paradox, lijkt het stuk vooral zelf te verdwalen in haar veelheid. Eerder dan te functioneren als komisch effect of dramaturgische lijn, gaan de eindeloosheid en de aanhoudende desoriëntatie uiteindelijk behoorlijk vervelen.

Ook de aanvullende informatie door de verschillende ‘vertellers’ biedt geen houvast in de overdaad aan tekst – die in z’n gesproken vorm de kijker niet toelaat om mee te puzzelen. Dat de dames zich in hun spel echter steeds opnieuw tot de kijker richten, zorgt enkel voor meer verwarring: worden we dan toch uitgenodigd om mee te zoeken? De vormelijke elementen van het werk slagen er niet in om de veelheid aan informatie te verankeren, verdiepen of verhelderen, waardoor het een gesloten universum blijft dat in haar wijdlopigheid en voortdurende herhaling van eenzelfde register aan de oppervlakte blijft.

“Is de vorm zodanig zelfreflexief dat deze een parodie van zichzelf is geworden?”

Wanneer de personages uiteindelijk een doorbraak bereiken in hun fabulaties, blijft eenzelfde omwenteling in mijn ervaring uit: ik ben onderweg afgehaakt en kan niet delen in de eureka. De absurditeit van de linken die de dames leggen tussen de verschillende narratieve elementen doet vermoeden dat dat misschien ook nooit de bedoeling was. Is de vorm zodanig zelfreflexief dat deze een parodie van zichzelf is geworden? Ik blijf achter met een even groot vraagteken en het aanhoudende gevoel in het duister te tasten. Er zit dus niets anders op dan mijn eigen verzamelingen aan te boren en zelf lijnen te trekken tussen de stelsels. En waar het net afstand en ongrijpbaarheid zijn die een sterrenhemel wonderlijk maken, verveelt het me dat ik in een artistiek afgebakend universum dat zich wél zelfbewust tegenover de kijker verhoudt, mijn eigen DNA in een weinig uitnodigende oersoep dien te implementeren om er enigszins vat op te krijgen.

Op tournee tot mei 2026.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Margot De Grave Loyson

Margot De Grave Loyson heeft een achtergrond in de beeldende kunsten (KASK, Gent), culturele studies (KU Leuven) en gender studies (Universiteit Utrecht). Via taal en beeld onderzoekt ze het potentieel van (feministische) artistieke praktijken en alternatieve vormen van kennisproductie in het verbeelden van verdrukte verhalen en het uitdagen van een dominant cultureel geheugen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!