Pauline Mol

Leestijd 22 — 25 minuten

DAG MONSTER

een theater sprookje voor kinderen en volwassenen – naar La Belle et la Bête – Pauline Mol – 1986

DAG MONSTER werd geschreven in samenwerking met regisseuse Liesbeth Coltof en mede geïnspireerd door het spel van de actrices Ryan van den Akker, Renske van Proosdij en Marian van Steen.

De voorstelling werd uitgebracht door de stichting Theater Eldorado te Naarden en ging in Amsterdam in première op 13 december 1986.

© Pauline Mol

PROLOOG
(Drie actrices lopen zoekend door het toneelbeeld, voor en achter de scène, tot ze elkaar gevonden hebben. Stilte.)

actrice 2 Er was eens een sprookje
actrice 1 en dat sprookje was al heel vaak verteld
actrice 3 maar nog nooit door ons
actrice 2 nog nooit door ons.
actrice 1 En in dat sprookje leefde een vader die drie dochters had, twee vieze en een mooie
actrice 3 en die mooie was zo mooi als de maan van veertien dagen
actrice 2 zo mooi dat zelfs de zon ervan schrok als hij haar zag
actrice 1 zo mooi.
En wat dat meisje wilde dat was gelukkig zijn
actrice 3 en dat was ze ook.
actrice 2 Maar op een dag werd het heel moeilijk, want ze moest weg bij haar vader en ze was juist heel gek op hem.
actrice 3 Toen werd ze doodsbang en dat was niet voor niets
actrice 1 want ze, ze kwam bij iets
actrice 2 zo afschuwelijk
actrice 3 zo afzichtelijk
actrice 1 zo afschrikwekkend
actrice 2 het was iemand die op niemand leek.
actrice 1 Een monster.
actrice 3 En dat monster wou wat van haar.
actrice 1 Dus het mooie meisje was helemaal niet gelukkig meer, want ze dacht: die eet mij op.
actrice 2 Maar het was geen gewoon monster. Het had een groot geheim en daar moest dat meisje nog achterkomen.
actrice 3 Het was een prins.
actrice 1 Ja, het was een betoverde prins. Zal ik het meisje zijn?

AKTE 1

meisje Ik was eens een meisje en mijn vader was een koopman en hij was rijk. Ik had ook twee zusjes en mijn vader hield van ons alledrie, maar één was hem toch het liefst van al en dat was ik: ik was de kleinste. En ik hield van hem als van geen ander op de aarde. Op een dag moest mijn vader op reis en hij vroeg ons wat hij mee zou brengen als hij terug kwam. Mijn zusjes hadden heel veel wensen en ze noemden alles op.
zus 1 lieve vader
doet u mij maar
een dressoir
een boudoir
een peignoir en een miroir
een renoir
een abattoir, ja
en een grand, grand soir
dat had ik graag, papa
dan is mijn uitzet klaar.
zus 2 lieve vader
ik wil… ik wil dus wel
een… een canapé
een… een canapé
een canapeau
een canapeaupeau
met linten en pluimen enzo
en… nog een canapé
met craquelé
ja, zo heel veel craquelé, papa
heel graag, ja.
(Stilte)
zus 1 en jij daar?
zus 2 en jij?
meisje ik hoef niets
zus 1 niets?!
zus 2 niets?!
zus 1 niets bestaat niet
krieltje
zus 2 niets is niets
zus 1 wichtje
dom gezichtje
zus 2 hol kopje
zus 1 papa’s popje
wil je wel eens zeggen wat je wenst?
meisje moet papa echt weer op reis?
blijft hij weer zo lang weg?
hoe lang laat hij ons dan alleen?
zus 1 zeg, jij stelt hier niet de vragen
zus 2 en de vraag is wat je wenst!
meisje maar dat is niets
ik heb toch alles wat ik hebben wil
ik heb aan niets gebrek
zus 1 mis jij dan niets, mijn lekker zusje?
zus 2 mis jij niet iets?
zus 1 mis jij geen mooie jurk
zo van wit en kant en zij?
zus 2 en mis je daar geen dikke wollen kousen bij?
zus 1 wat dacht je van een grote groene strik
daar boven op je hoofd?
zus 2 en om je nek een kralensnoer
van paarlemoer?
zus 1 of heb je liever een lieve lappenpop?
zus 2 zo een met krullen op zijn lieve
zus 1 ja, nu is het wel genoeg
je weet heel goed wat vader vroeg
vooruit!
zus 2 vooruit!
meisje maar ik kan toch niets vragen
als ik het niet weet?
hij mag het zelf kiezen
want papa kiest veel beter
het beste voor mij
met wat hij maar kiest ben ik blij
(Grimmig grommende zussen)
maar
mijn enige wens is:
ik wil met hem mee
ik hoef het niet echt
ik zeg gauw iets anders:
een roos
een kleintje maar
alsjeblief
zussen een roos…? een roos…? een roos…! een roos! één roos…! een roos…! één roos!…
meisje papa?
(Ze pakt de hand van zus 1. Deze transformeert langzaam in de vader. Hij begint te lopen) ik loop nog even met je mee ja?
(Ze wandelt aan de hand van vader [die hoog op de tafel staat])
alleen een kleine roos, papa
dat is toch niet te veel?
hij mag van roze of van rood
hij mag ook geel
o oei, het is winter
dan bloeien geen bloemen
geen levende bloemen in het wild
alleen dode rozen van ijs op de ruiten
als je wakker wordt
en het vriest
dan mag zij zo wit zijn als sneeuw, papalief
ja, zo wit als de bloemen van ijs
(Vader laat haar hand los)
niet doodgaan, he papa
niet dood
want ik ben nog te klein zonder jou
(De rijke succesvolle vader op weg)
vertelsters – kijk daar gaat hij
het is de vader
– de vader gaat op reis
– op handelsreis
– want in de haven aan de zee daar wacht een heel groot schip
– zijn schip!
het is het rijkste schip van het land
– de mast is niet van hout
– de mast is goud!
– kijk daar loopt hij
lopen lopen loopt hij naar de zee
– welnee welnee hij rijdt te paard een koopman is te voet niet waard hij heeft een glanzend paard
– nietwaar een paard is nog te min
hij zit daar in een koets
een koets van glas
vader Zo reisde de koopman naar de zee en de mensen die hem zagen namen een petje voor hem af .Hij reed over bergen en ook door de dalen, over wegen van zand en vol keien…
vert’s – hee voorzichtig
– rij voorzichtig
– over keien breekt het glas!
vader en toen hij eindelijk in de haven kwam…
vert’s – zijn schip
– het schip!
– wat een schitterend schip!
– zijn hele rijkdom
– een levensgroot bezit!
vader …was er geen schip.
vert’s – geen schip?!
– waar is het dan?
vader dat vroeg de koopman aan iedereen die zijn pad kruiste en dat waren er heel wat, want hij was zo geschrokken van het grote verlies, dat hij dagenlang door de haven tolde of hij dronken was.
Maar niemand kon het iets vertellen, niemand had het schip gezien.
vert’s – weg… weg… weg…
– ‘t is weg… ‘t is weg… overvallen door de pech
– alles weg
– wat is hij nu nog waard?
vader Toen was de koopman arm, dus was hij geen koopman meer
vert’s – geen geld of goed hij heeft alles verloren
– was hij maar nooit geboren al die honger al die zorgen
– en de schande die gaat branden in het hart
vader al gauw viel de schemer
en al gauw viel de avond
en zo viel ook de nacht
(De vertelsters maken een sneeuwlandschap)
vert’s – de maan
waar is de maan?
– de duisternis is dicht en zwart hoe moet hij gaan?
– waarheen? waarheen?
– het stille land was weids en winters koud
– alleen
vader ai de wind
ai de wind snijdt zo pijnlijk
in zijn wangen
door zijn jas
hij wil naar huis
waar is de weg naar huis?
vert – ruik!
ruik die geur
zo zuiver en zo wit van kleur
vader die geur
is het een struik?
ze ruikt al even zoet
alsof het zomer is
meisje (stem) …een roos papalief
…een roos alsjeblief
hij mag zo wit zijn als sneeuw
ja zo wit als de bloemen van ijs…
vert – de geur van troost
de witte geur van troost
het is de roos (Daar is de roos)
vader dus ik plukte een bloem
en ik was blij
ik dacht aan mijn kleinste
die liefste van mij
au!
domme – verdomme – een doorn – de donder – rommel en brommel – een doorn – de drommel – verdomme – verkommer – bedonder – een doorn! (Plotseling gerommel onder hem),
wat is dat?
wie is daar? wie is daar?
wie is daar? wie is daar?
hier!
daar!
waar?
een donder, een donker verborgen wonder
zit mijn dood dan in een roos?! een doodgewone roos!
(De grond beweegt en de sneeuw stulpt uit in een groot ondefinieerbaar bewegend wezen) o boze god
laat mij nog even leven tot
mijn kinderen groter zijn
ze zijn te klein om zonder mij
o onheil!
monster (stem) heil en onheil
waar is mijn bloem?
vader genade
genade onbekende stem
ik ben al arm en alles verloren
mijn rijkdom naar de maan
het is zo snel gegaan
ik had een schip, een schitterend schip
ik was op reis
voor mijn meisjes op reis
drie dochters heb ik
die wachten
smachten
monster (stem) zwijg! ik haat gepraat
gepraat is allemaal leugens en haat
je hebt gestolen als een dief in de nacht
vader het was uit liefde
monster (stem) liefde!
alsof die bestaat!
het is te laat
dit wordt je dood
vader nee!
monster (stem) of een van je dochters
moet zich geven
voor jouw leven
vader nooit!
nooit geef ik een van hen
monster (stem) kies!
kies als de straf je eigen dood
of een van je dochters
uit vrije wil voor mij
vader wat ik ook kies
het is altijd verlies
mijn noodlot is te groot
ik kies mijn dood
(Langzaam verdwijnt het monster, evenals de sneeuw en de vader aanschouwt dat)
vader de vader keerde terug naar huis
en huilde niet
hij had zijn handen in het haar
maar ook zijn tanden op elkaar
wat was hij taai!
zo’n man die noemen ze een held
(De vader thuis en vol wanhoop)
zus 1 kijk nou!
zus 2 kijk daar!
zus 1 wat is dat voor een bedelaar?
zus 2 een bedelaar!
zus 1 o nee!
zus 2 o jee, mijn canapé
zus 1 ik wil een dressoir!
zus 2 waar is mijn canapé?
een boudoir! –  een canapé!
een peignoir!  – een canapé!
een miroir! –  een canapé!
een renoir! – met…
een abattoir! – met…
een… een urinoir! – met craquelé
een… – craquelé!
grand grand grand – mijn canapé!!
grand grand soir! – ik wil – ik wil – ik wil –
bedelaar! –  bedelaar!
meisje wat is er, papa?
vader niets
meisje wat is er, papa?
vader niets
meisje wat is er, papa?
vader God maakte ooit de wereld
van wolken en van steen
maar aan alles komt een eind.
niets
meisje wat zeg je, papa?
vader dans
kom dans voor mij
ik ben terug
ben je niet blij?
vert wat is er met je vader?
hij is er wel en hij is er niet
is het verdriet?
meisje waar ben je, papa?
vader maar dans en dans en dans toch voor mij
ik kijk
ik ben er bij
vert wat gaat er schuil achter zijn handen?
‘t is of hij huilt
meisje papa, het lukt niet
als jij mij niet ziet
ik ben niet blij
mag ik je troosten?
mag ik op je schoot?
(Ze laat zich op zijn schoot glijden, hij neemt haar in de armen)
meisje (lachend) au au
je kietelt me je prikkelt me je prikt
(De vader opent zijn jas)
vert de bloem, de roos!
kijk eens hoe wit
hoe broos
meisje een roos, de roos!
deze is de mooiste van al je kadoos
(Ze danst met de roos, de roos danst met haar. De vader kijkt)
vader de vader slikte en hij slikte en slikte maar zijn keel zat zo dicht dat hij snikte toen vertelde hij alles aan zijn dochter want over drie dagen moest hij dood
meisje nee… nee… nee… nee… nee.. nee…
vader toch… toch wel
het is te laat
de fout is al begaan
begrijp je dat?
meisje nee… nee… nee… nee… nee., nee… nee…
vader maar toe mijn liefje
laat mij toch mijn laatste dag met jou
je vrolijkheid
meisje nee… nee… nee… nee… nee., nee… nee…
vader ja, zwijg nu
ik wil gehoorzaamheid
meisje nee… nee… nee… nee…
vader maar wat hij ook probeerde
met zijn mond en met zijn wil
het was geen gril
het was haar ziel die sprak
die hield niet stil
meisje nee
u hebt de roos voor mij geplukt
ik zal de dochter zijn die gaat
ik zal mij aan hem geven (Ze legt zich te slapen)
vader o nee
nee nee nee nee
geen denken aan
geen sprake van
het is zijn eer
zijn taak als man
waarom hij?
waarom zo ongelukkig hij
als zij het wil?
ze is zo goddelijk mooi
zo jong
mijn kleine koningin
wat kan hij doen?
moet hij dan zelf
of beter zij
waarom?
verrotte roos
verdoemde bloem
verrotte roos
verdoemde bloem
verrotte…
…roos…
(En hij valt in slaap
Zij opent de ogen en neemt afscheid)
meisje dag muur, dag muur
ik moet gaan
dag stoel, dag tafel, dag andere stoel
ik moet gaan
dag zusje dressoir
dag zusje canapé
dag… dag voeten, dag knieën, dag handen, dag hoofd
dag hoofd
dag hoofd
dag hoofd
(Ze zoent haar vaders hoofd)
dag papa mijn vader
vaarwel
(Het scènebeeld van het huis wordt veranderd in een weg, een muur intussen:)
meisje ik kijk niet om
kijk niet meer om
ons huis komt nooit meer terug
ik keer niet om
keer niet meer om
ik kom er nooit meer terug
de verte achter mij
de verte in mijn rug
wordt almaar groter, groter, groter
maar ik kijk niet meer om
en ik keer niet meer terug
er is nog maar heel weinig tijd
ik leef nog maar heel even
maar het geeft niet
dat ik sterven ga
ik zal er niets om geven

au au
ik
krijg zo’n pijn het
huilt hier binnen
heel diep weg
papa?
vert’s (stemmen) – je vader slaapt
hij weet niet dat je gaat
je bent alleen
– waar ga je heen?
waar moet je nu zo nodig heen?
wat is die pijn?
meisje het is net
ik ken het niet
ik denk maar steeds aan zijn verdriet papa?
vert’s – hé, komt het als de zee die slaat
– die slaat
– die slaat tegen het zand
– jij bent het strand meisje au!
vert – is het de zee?
meisje ja
het lijkt een beetje
op de golven van de zee
vert’s – pas op
– pas dan goed op
in zee kan je gaan zinken
– en verdrinken
meisje verdrinken?
au!
nee, het is geen zee
het is een storm
vert’s – een storm?
is het een storm van beton?
– of meer een zware storm van lood?
– kijk uit, die drukt je dood
meisje houd op
houd stil
het gaat wel over
als ik wil
want ik moet lopen
ik moet lopen
voor papa’s leven loop ik
tot de horizon
vert’s – de horizon
– aan de horizon
daar brandt een heel groot vuur
– een hels en hemels vuur is dat
– die horizon is in je buik
voel je de brand daarbinnen?
meisje houd op! houd stil!
vert’s – straks ben je niet meer wie je was
– het brandt je weg tot as
meisje een vuur!
ik ben alleen nog maar een vuur
mijn buik een gele bal
met rode, blauwe tongen overal
help, zie je dat
ik ben alleen nog maar
een heel groot gat
vert’s – welnee
– welnee, je bent er nog
– je bent nog heel
meisje papa
laat ze ophouden
ze maken me zo bang
…de weg was lang
ik liep en ik liep
de sneeuw was hoog
het bos heel diep…
vert’s – au au!
– het houdt niet op daar binnenin
– de buikpijn kruipt al in je benen
– in je hoofd
meisje ik heb buikpijn in mijn hoofd
en buikpijn in mijn rug
en rugpijn in mijn keel
en
vert’s – en voel je ook dat kruipen en dat krabben aan je bloed?
– is het een beest?
meisje ga weg
vert’s – dat hijgen en dat steunen
meisje ga weg
vert’s – o kijk, wat ziet ze bleek gaat het nog goed?
– houd moed, houd moed
meisje …ik moest nog heel ver gaan
er werd op mij gewacht
aan het einde van de weg
en van de nacht…
vert’s – houd moed!
– het is alleen een beest
dat daar van binnen wroet
meisje nee!
vert’s – het is goed
het eet je niet
– het eet je echt niet op
het is goed
meisje ga weg
weg!
weg!
(De vertelsters af)
papa!
ik wil terug
ik wil naar jou
kom vlug
(Stilte)
waar is de weg?
de weg is weg!
(Stilte)
waar zijn jullie?
is daar iemand?
is daar iemand?
niemand?
is daar iemand?
is daar iemand?
niemand?
(Ze wordt aangevallen, vanuit de muur, door zwarte handen… links… rechts…
ze valt neer en beweegt niet meer
we horen gegiechel
actrices 2 en 3 komen op door de muur
als er geen reaktie van actrice 1 komt, houden ze op met giechelen…)
actrice 3
actrice 2 Hé!
actrice 3 Héé!
actrice 2 Héé!
(Actrice 1 blijft bewegingsloos liggen)
actrice 3 Was het te eng?
actrice 2 Was het te veel?
Ze lijkt een beetje op een lijk.
actrice 3 Maar dat hoort toch niet in het verhaal?
actrice 2 (Tot actr. 1)
Stil maar, nu komt het goed.
actrice 3Want nu komt je redding.
actrice 2 Het paleis!
(Ze veranderen de scène opgewonden in het paleis van het monster
dan pakken ze actrice 1 op en leggen haar in het hemelbed
ze kruipen zelf onder het bed
het meisje wordt wakker)
meisje een bed
goh
wat een prachtig wolkenbed is dit
dan was het maar een droom daarnet
o ja, het was gewoon een nare droom
en nu ben ik gered
ja, iemand heeft mij hier zo neergezet
maar wie was dat?
en wie ben ik?
vert’s – wat wil je?
– wat wil je?
meisje ik?
vert’s – wat wil je
– wat wil je?
meisje goh ik
ik wil
groot zijn wil ik
veel groter dan ik ben
groot
als een vrouw
van boven tot onder blauw
met haren tot mijn voeten
en ogen van satijn
en vleugels
ik wil de wind zijn
ik waai omhoog
ik zucht zo door de lucht
tot aan de zon
ik ben dan zo’n beetje de hemel, weet je
ik zou graag een stukje van de zon
vert’s – wat wil ze nou?
– wat wil ze nou?
meisje ach, ik kan het niet zeggen
wat ik bedoel
het is een ongeveer-gevoel
het is iets dat ik niet ken
dat ik niet ben
monster (stem) (Terwijl door het bed heen twee monsterlijke handen haar proberen te grijpen)
dag meisje
raak mij aan en trouw met mij
(Het meisje schrikt verschrikkelijk
de actrice stapt verontwaardigd uit het spel
en begint “de hemel” van het bed af te rukken)
actrice 1 Wat gemeen! Dat is gemeen!
Dit klopt niet meer met het verhaal!
Waar is de prins?
Ik ben toch gekomen. Ik heb alles gedaan. Ik stierf van de pijn
en het kon me zelfs niet schelen dat ik dood zou gaan.
Nou krijg ik nog dat monster!
Dat is niet eerlijk, dat is niet eerlijk.
actrice 2 Zo is het verhaal.
actrice 3 Eerst kwam het monster nog.
actrice 2 En als het monster vraagt om te trouwen, dan moet het meisje ja zeggen.
actrice 3 Je hoeft alleen maar ja te zeggen.
Dat is alles.
actrice 2 Jij bent het monster.
(Ze gaat op het bed zitten)
actrice 1 Ik?
actrice 2 Ja, jij.

AKTE 2

meisje ik wil groot zijn
veel groter dan ik ben
ik wil de wind zijn
ik zou zo graag een stukje van de zon
zo’n beetje heel de hemel, weet je
ach, ik kan het niet zeggen
wat ik bedoel
het is zo’n ongeveer-gevoel
het is iets dat ik niet ken
dat ik niet ben
vert hij zal je verdrinken
hij zal je verdrinken
meisje wie is die stem?
vert hij zal je verbranden
hij zal je verbranden
meisje wie is die stem?
vert hij zal je verslinden
hij zal je verslinden
meisje wie?
waar?
die stem
is dat de stem
van hem?
actrice 1 dag meisje
zei hij
meisje raak me niet aan
alsjeblief
raak mij niet aan!
actrice 1 raak mij aan
zei hij
meisje nee!
hij valt me aan
zo dadelijk valt hij me aan
vert valt hij je aan?
actrice 1 trouw met mij
zei hij
meisje zie je wel
hij pakt me met zijn klauwen
bij mijn kleren, in mijn huid
hij scheurt mijn jurk
scheurt mijn huid eraf
vert scheurt hij je jurk en je huid eraf
meisje ja
ja hij
hij grijpt me in mijn nek
hier bij mijn keel
hij knijpt en knijpt
(Intussen transformeert actrice 1 langzaam in een monster)
vert grijpt hij je echt en knijpt hij?
meisje hij brult en sist en scheldt me uit
en kwijlt, kwijlt
hij slaat me bont en blauw tot in mijn botten
hij giet vergif naar binnen
of hij
sluit me op
hij
hij heeft een mes.
vert waar is dat mes?
(Actrice 1 is nu het monster geworden, maar nog zonder verandering van kostuum en niet in contact met het meisje)
meisje jij hebt een mes
daar achter je handen verborgen
een blinkend mes
jij snijdt mij
ja, ze snijden je in stukken
ze klemmen zich helemaal om je heen
ze drukken je in elkaar
totdat je stikt
ik stik
ik stik
ik kan niet eens meer schreeuwen!
(Pas dan zet het monster zich in beweging en kleedt zich aan met de handen, een masker en een mantel waardoorheen de actrice/het meisje zichtbaar blijft het monster gaat af)
vert kijk om je heen
meisje kijk om je heen
vert hij is verdwenen
meisje hij is verdwenen
vert hij heeft je niets gedaan
meisje hij heeft me niets gedaan
vert hij is gegaan
meisje hij is gegaan
vert kijk dan
meisje kijk dan
vert je bent alleen!
meisje ik ben alleen!
(De vreugde slaat in een seconde om in angst, eenzaamheid)
meisje er was eens een meisje
en dat meisje had wel een vader
maar die vader wist niet
dat zij nog leefde
toen was dat meisje zo droevig en alleen
dat haar ziel op zoek ging
en verdwaalde
wat zag ze bleek, haar ziel
doorzichtig als ze was
net pasgewassen glas
de ramen dicht
de deur op slot
zo vloog haar ziel omhoog
en weer omlaag
en weer omhoog
en weer
zo op en neer
als een blad dat van de bomen valt
en door de wind
de grond niet vindt
vert hou vast
hou vast
hou alles vast
pak met je handen dan de tafel vast
of zet je voeten op een stoel
voel aan de muren dat je nog bestaat
hou vast
je lijkt misschien een lege droom van lucht
maar je hebt een hoofd
en huid en haren
en een hart
je hebt een hart dat klopt
het klopt en ruist en suist en klopt
hou vast
hou alles vast
(Het monster komt op)
monster dag meisje
ik weet dat ik een monster ben
maar vrees mij niet
vert een beest?
is het een beest?
monster alles wat je ziet
al wat hier is
dat is van jou
vert hij heeft een stem die leeft
hij geeft je alles wat hij heeft
is het een mens?
monster zeg mij
kwam jij uit vrije wil naar mij?
meisje o nee
vert en ja
meisje en nee
vert en ja en nee en ja
meisje en nee en ja
ik wou een roos
ik wou dat papa leven zou
vert maar was het dan een monster dat je koos?
monster je angst is overbodig
‘t is maar een kleine vraag
ik heb een antwoord nodig
zeg mij: kwam jij uit vrije wil naar mij?
meisje ja
monster mijn dank, mooi meisje, dank
ik kan niet zeggen hoe belangrijk
hoe gelukkig
meisje laat mij alleen
monster mag ik je vragen
ik zou zo graag
meisje laat mij alleen
monster ik dwing je niet
ik kan het niet verbergen
de grootste wens die een mens
meisje laat mij alleen
monster wil jij mij trouwen?
meisje nee
(Stilte)
vert toch doet hij niets
hij vraagt alleen
en vraagt
meisje ik wil het niet
vert toch raakt hij je niet aan
hij praat alleen
en praat
meisje ik kan het niet
vert toch doet hij jou geen kwaad
is hij niet aardig
en aardig?
meisje ik doe het niet
monster wil jij mijn vrouw niet zijn?
meisje nee
(Stilte)
monster word alsjeblieft mijn vrouw
meisje nee
(Stilte)
monster je bent zo mooi
jij hebt een macht
die ik moet missen
(Monster af, bedroefd)
meisje ik was niet mooi nee
nee ik was lelijk
ik was zo lelijk
als een onweer in de nacht
ik was niet wat hij dacht
ik was niet goed
ik was er beter nooit geweest
ik had alles fout gedaan
altijd
altijd
hou op
ik hou het niet
ik hou het hier niet uit
ik hou
hou op
ik haal het niet
haal mij eruit
haal mij uit dit verhaal
ik hou het niet
haal mij hier uit
hij – hij – hij – hij
haal – haal – haal mij
hel- hel – hel – hel
hij – hij
help
help mij
(Terwijl zij langs de muren naar een uitweg zoekt, rent de vertelster en rent, maar komt niet vooruit)
meisje (Ineengekrompen op de tafel)
mijn vader
het is allemaal mijn vader
vaders schuld
hij heeft het gedaan
hij heeft mij laten gaan
ik hield van hem
met alles wat ik had
ik hield van hem het meest
maar hij was een lafaard en een beest
hij leek wel oud en wijs
voor mij het paradijs
maar hij was laf
hij liet mij lopen naar mijn eigen graf
(Intussen is het monster opgekomen, hij bedwingt zich haar niet aan te raken)
monster mijn vraag kan niet vergaan
hij blijft bestaan
altijd
meisje nooit!
nooit en nooit en nooit
nog in geen honderdduizend jaar
word ik een monsters bruid
heb je mijn woord gehoord?
nee!
okee
eet me maar op
kom nu maar dichterbij
en eet mij
eet mij op
je bent toch een monster
waar blijf je dan?
ik kan geen kant meer op
ik heb lang genoeg gewacht
mijn hele leven lang
en altijd bang
ik was toch niet voor niets zo bang
ik ben toch niet voor niets zo bang geweest!
eet mij nou op!
(Het monster biedt geen enkele weerstand. Het meisje rukt hem het monsterkleed af en slaat en slaat ermee tegen de grond)
verdomme – verdomme – kapot in mijn botten – goddomme -verkommer – mijn woord – vermoord – verdomme – bedonder -een moord – mijn woord – een moord!
(Dan is het stil actrice 2 stapt met grote triomf uit haar rol) 
actrice 2 ik heb gewonnen!
(Stilte
actrice 1 en 3 bekijken haar lachend)
actrice 2 Waar is de prins?
Hé, ik heb het monster overmeesterd!
Waar is de prins?
(Stilte)
actrice 1 Dood.
actrice 2 Dood?
actrice 1 Ja.
Als je het monster doodslaat, is de prins ook dood.
(Stilte dan begint ook actrice 2 voorzichtig en gegeneerd te lachen)
actrice 3 Je zei nog: als het monster vraagt om te trouwen, dan moet je ja zeggen.
actrice 2 Als het monster vraagt om te trouwen, dan moet je ja zeggen… En ik sla hem in elkaar…!
(Gelach actrice 3 geeft actrice 2 het kostuum van het monster in handen. Actrice 2 begrijpt haar, geeft toe en gaat ermee af.)
actrice 3 Ik ben het meisje.
actrice 1 Langzaam begreep het meisje dat ze haar lot niet kon ontlopen. Dagen en dagen gingen voorbij en de dagen werden weken en weken. Iedere avond kwam het monster bij haar en zo leerde zij hem kennen en begon aan hem te wennen.

AKTE 3

(Monster op)
monster dag meisje
meisje dag
monster
(Ze dansen een wals, maar ze raken elkaar niet aan en het meisje houdt haar blik onophoudelijk van hem afgewend)
monster ik heb je al zo vaak gevraagd
maar ik kan niet anders
ik wil zo graag
meisje alsjeblief
vraag het mij toch niet weer
ik doe je iedere keer verdriet
dat wil ik niet
monster ik ben te lelijk
meisje ik vind je vriendelijk
en net zo aardig als een vader
nee, beter nog een vriend
ik zal je vriend zijn
is dat niet genoeg?
monster vergeef me
dat ik het weer vroeg
maar vriendschap is me niet genoeg
(Monster af stilte het meisje windt een bol met wol en draait en draait de draad)
meisje ik weet het niet
ik ben nog bang te bang
dan weet je niet
je kunt de wind niet zien
je kunt de zon niet pakken
en je voelt niet dat de aarde draait
waar is hij nu?
vert (Die de wol ophoudt)
je wist niet meer wat je moest doen
dus deed je niets
en helemaal niets
je wachtte
en je wachtte tot de lente kwam
meisje ik weet het niet
ik ben te bang
vert en ook de hele zomer lang
meisje ik weet het niet ik ben nog bang
vert en met de herfst had je zo zo lang gewacht
dat er niets meer in je hoofd was
dat je niets meer dacht
(Monster op)
monster laat mij jou niets meer vragen
maar neem dit van mij aan
voor het plezier dat je me geeft
dat je hier bent
meisje een spiegel
weet die spiegel wel
wat ik niet weet?
kom spiegel
zeg mij wie ik ben
zie ik zo wit?
zie ik zo ziek en zwak
zo zorgelijk?
dat ben ik niet
ik ben niet ziek en zorgelijk
wie is dat dan?
ik lijk daar op een man
en toch lijkt hij op mij
mijn vader!
het is mijn vader
papa, jij bent mij!
waar ben jij?
en wat ben je stil?
je ziet zo wit en ziek
is het om mij?
arme mijn vader
arme vaders ziel
ik wil voor je zorgen
(Ze huilt tot het monster:)
ik dank je voor de spiegel
maar in de vreemde spiegel is mijn vader ziek
hij zal nog sterven
als ik hier blijf
ben ik alleen nog meelij om mijn vader
ik wil met alles wat ik ben
mag ik naar hem?
voor even
eenmaal voor even
hem nog zien?
monster ik kan niet weigeren wat jij wil
je bent me veel te veel
ik heb ik hou
je moet het weten
het is geen leugen en het is geen haat
ik zal gaan sterven als je mij verlaat
zo is mijn lot
meisje maar ik weet het en jij weet het ook:
ik wil mijn vader zien
maar ik wil jou ook niet dood
monster wat je ook doet
het is goed
(Hij doet haar het koninklijk kleed van de tafel om, dat een mantel wordt)
meisje ik kom terug geloof me
ik beloof je
na acht dagen ben ik terug
(Stil gaan ze uit elkaar)
acht dagen is al vlug
dag monster
(Beiden af)
vader intussen leefde de vader in het oude witte huis en sinds zijn dochter was vertrokken, was het hem slecht vergaan. Van diep verdriet was hij verzwakt en hoe de zusjes ook voor hem zorgden, hij werd alleen maar zwakker en genezen deed hij niet.
Maar op een dag stond plots een vrouw naast hem. Hij wist niet waarvandaan en hij begreep niet hoe het kon, maar het moest zijn dochter zijn en zij was het.
meisje mijn papa, mijn vader
vader mijn meisje, mijn kind
meisje mijn papa, mijn vader
ik ben terug
(Ze streelt hem)
vader ieder uur maakte mij oud
alles was koud zonder jou
meisje je ziel werd almaar zwaarder
je kon haar niet meer dragen
ze trok je naar de grond
naar onder
naar de aarde
(De vader geneest)
vader maar jij bent terug
en je bent niet dood
je bent warm en rijk
en je ziet zo mooi
en groot
zus 1 terug?!
dat kind is terug!
dat rozenkind, dat zusjelief
jij was toch dood?
wat doe jij hier?
waarom ben jij niet dood?
nou?!
vertel eens op
(Met haar opkomst laat actrice 1 de vader los en transformeert in zus 2)
zus 1 zo
zozozozo
zeg domme gans
jij klein secreet
hoe kom jij aan dat kleed?
geef dat eens hier!
zus 2 geef dat eens gauw aan ons!
(Meisje doet haar mantel af en reikt hem de begerige zussen aan)
zus 1 au!
dat brandt!
zus 2 au!
dat steekt!
zus 1 dat prikt!
zus 2 dat plakt!
zus 1 hoezo dat plakt!
het prikt!
zus 2 het steekt!
zus 1 het brandt!
meisje het is een mantel van het monster
(Ze neemt het kleed op en gaat af)
zus 1 dat beest van dat verwende kind
zus 2 dat stinkt
zus 1 dat stikt van rijkdom
zus 2 ze is nog mooier dan ze al was
ze moet hier weg
zus 1 welnee!
jij bent niet wijs
ze moet nog even blijven
want is ze niet op tijd in dat paleis
dan wordt dat monster groen en grijs van nijd
zus 2 en dan?
zus 1 kan jij dat niet bedenken? dan is het met haar gedaan
naar de maan
hij vreet haar op
zus 2 wat een plan
wat een knap en prachtig heel vies plan
maar hoe?
zus 1 hou jij je hand er maar vanaf
ik zal je laten zien hoe ik dat doe
(Ze stuurt zus 2 weg)
zus 1 dat listig plan van mij
was niet kapot te krijgen
de week was in een mum voorbij
en toen nam ik een ui
zodat ik wat kon huilen
ik snoof daar zo een beetje aan
links een traan, rechts een traan
(Meisje op)
meisje dag zusje
ik moet weer gaan
het monster wacht op mij
zus 1 o nee
o nee, dat meen je niet
dit is niet te verdragen
zonder jou wordt vader ziek
als jij hem nu verlaat
dan weet ik zeker dat hij sterven gaat
wat ben ik bang!
o lieve god
en dan die schuld
jouw schuld aan vaders dood
die schuld is onherstelbaar, onherstelbaar groot
heb alsjeblieft nog wat geduld
ik smeek je
nog een weekje
meisje misschien is het waar
misschien heb je gelijk
ik zal nog blijven
zus 1 o dankjewel
mijn heerlijk zusje
kusje – kusje – kusje – kusje
(Zus 1 af
nu is het meisje op dezelfde wijze vertwijfeld als we ooit de vader hebben gezien
vader op)
vader wat is het, kind?
meisje niets
vader wat is het, kind?
meisje niets
vader wat is er toch?
waarom wil je niet zien?
meisje de tijd verstrijkt
de tijd verstrijkt
‘t is al de tiende dag
ik heb zo’n spijt
vader wat is daar achter
in het donker van je ogen?
zeg het mij
meisje (Kijkt op)
ik zag hem
hij lag heel stil
en onbeweeglijk alleen
ik ga, papa
ik moet erheen
ik moet het echt
ik wist het niet maar
ik ben verschrikkelijk aan hem gehecht
ik ga
vader en de vader zag haar gaan
en hij zag het goed
zijn dierbaar kind
een warme gloed
ze bloosde
(Alledrie de actrices veranderen nu het scènebeeld in de tuin van het monsters paleis. Onderwijl vormen zij een koor van fluisterende stemmen:)
vert’s te laat – te laat – je bent te laat – te laat – laat – het is te laat – je hebt altijd nee gezegd – te laat – en nee gezegd – en nee gezegd – te laat – leeft hij nog, het monster – leeft hij nog – je hebt nee gezegd – en nee – te laat – leeft hij nog, het monster, leeft hij nog – nu is het te laat – laat – leeft hij nog
(In de tuin ligt het monster, onbeweeglijk het meisje zoekt hem tot ze hem vindt)
vert hoor
hoor haar stem
terwijl ze zwijgt
hoor haar trillen
van het willen
toe
niet aarzelen
voel aan zijn huid
zijn hart of het nog klopt
en zeg hem nou
zeg hem nu gauw
het woord
dat hij wil horen
open gauw zijn ogen
kom
hoe kom je anders ooit te weten
wat voor wezen dat hij is
doe gauw zijn ogen open
of hij blijft voor eeuwig een geheim
dan is hij dood
meisje nee monster nee
dat wil ik niet
(Ze raakt hem aan, helpt hem op te staan)
ik wil wel wat je vroeg
ik wil je vrouw zijn
ja.
(Het monster verandert in een prins)
vert en toen begon het leukste van haar leven
en het heette liefde
(Stilte)
het monster was geen monster meer
het was een prins
(Stilte)
eindelijk had het meisje hem verlost uit de boze betovering van een heks, want het was een heks geweest die hem in een monster had veranderd.
(Stilte)
maar door haar liefde was hij nu weer prins
meisje het was een prins
die alles had
wat prinsen zoal hebben
prins die alles was
wat prinsen zoal zijn
dus was hij mooi
meisje lief
jong
bijna een koning
prins mond van honing
meisje haren vol parels
handen van goud
prins en zijn tanden gingen zingen bij het zoenen
meisje zo begon het leukste van haar leven
prins en het heette liefde
(Beiden af)
zus 2 liefde!
ons kleine vieze zusje praat van liefde!
die is op hol geslagen
het is in haar bol geslagen
helemaal dol op een monster
dat doet of hij een prins is!
het domme kind treedt in het huwelijk
afschuwelijk
ze heeft niet eens
ze heeft niet eens
ze heeft niet eens
ze heeft niet eens een canapé
wat gruwelijk!
zus 1 het kale kipje heeft helemaal niets
laat staan een beetje redelijk dressoir
een beetje redelijk boudoir
een peignoir
een miroir
een renoir
of abattoir!
alleen zo’n klein pietluttig prinsje!
nog voor geen grand, grand, grand, grand soir
zou ik die willen trouwen!
meisje al gauw hoorde de vader
van zijn dochter en de prins
en hij was gelukkig als een kind
maar de zusjes
zij konden het niet verkroppen
hun hartjes liepen zo vol wraak
dat ze veranderden in steen
(De zussen verstenen)
meisje dag!
ik ga trouwen.
(Af
de zussen blijven versteend staan, actrice drie mist hen en komt terug op. Met enige plezierige moeite laat zij hen ontwaken.
buiging

zwart)

theatertekst
Leestijd 22 — 25 minuten

#18

15.06.1987

14.09.1987

Pauline Mol

theatertekst