Leestijd 7 — 10 minuten

Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen

Liesbeth Huybrechts (red.)

Centraal in het boek Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen staat de vraag naar de ontwikkeling van de mediakunst in Vlaanderen vanaf de jaren negentig tot heden. De term ‘cross-over’ uit de titel heeft betrekking op twee zaken. Ten eerste op het gegeven dat de term ‘mediakunsten’ in het boek wordt gebruikt als een parapluterm voor niet duidelijk afgebakende kunsten als dans, beeldende kunst, theater, games, literatuur, muziek, videokunst, etc. Ten tweede gaat het om de kruisbestuivingen die meer en meer tussen deze disciplines zijn ontstaan als gevolg van de opkomst van informatie- en communicatie- of netwerktechnologieën. De auteurs van deze bundel zijn werkzaam op tal van terreinen binnen de mediakunst en – hoewel niet altijd in Vlaanderen gesitueerd – in grote mate bekend met het Vlaamse veld.

De essays zijn gegroepeerd aan de hand van zogenaamde ‘tags’, titels en trefwoorden. Het gaat om termen die van belang zijn binnen het denken over nieuwe media, zoals samenwerking, identiteit, interactie, participatie, presentatie, databases en immersie (onderdompeling in virtuele omgevingen). Hoewel iedere auteur duidelijk een eigen thema uitwerkt, worden in de tekst ook ‘tags’ in het rood onderstreept die verwijzen naar thema’s die ook in andere essays voorkomen. Nieuwe media zijn immers geen strikt afgebakende domeinen. Het denken daarover kan dat evenmin zijn. De ‘tags’ hebben als doel de karakteristieken, mogelijkheden en problemen van artistiek gebruikte media te benoemen en open te breken. De onderstreepte thema’s verwijzen op die manier naar een hypertekststructuur, die natuurlijk op papier wat lastiger vorm te geven is. Na elk essay volgt bovendien een aantal kunstenaars(collectieven) die exemplarisch zijn voor het Vlaamse mediakunstenveld, zoals Maria Blondeel, Stichting Logos, Angelo Vermeulen, Tale of Tales, Jodi en KrisVerdonck. Deze van uitgebreide contactgegevens voorziene intermezzo’s kunnen door de lezer worden gehanteerd als een handzaam naslagwerkje.

Prettig aan het boek is dat de opzet zeer gestructureerd en bondig is. De essays zijn allemaal van eenzelfde redelijk korte omvang, wat in een tijdperk van information overload gunstig uitpakt voor lezers die in korte tijd snel een overzicht willen krijgen van de nieuwste ontwikkelingen in het Vlaamse medialandschap. Een nadeel is dat niet alle essays kwalitatief even sterk zijn. Er is bovendien voor gekozende literatuurverwijzingen aan het einde van elk stuk niet als referentie in de tekst zelf op te nemen. Dit kan voor de ‘snelle lezer’ een verademing zijn, terwijl het voor de academisch getrainde lezer minder handig is.

Een rode draad door het hele boek is de vaststelling dat de opkomst van de netwerksamenleving tot grote mogelijkheden maar ook tot nieuwe problemen heeft geleid voor kunstenaars – een thematiek die in feite de Vlaamse context overstijgt omdat dit gegeven exemplarisch is voor de gehele westerse cultuur. De uitdaging waar hedendaagse kunstenaars voor staan, is om het oude modernistische streven naar ‘autonomie’ los te laten ten voordele van gezamenlijke kunstwerken waarin de afzonderlijke handtekeningen van de makers niet langer alsdusdanig herkenbaar zijn. Dit punt komt duidelijk naar voren in een interview van Femke Snelting met Laurence Rassel, Maja Kuzmanovic, Guy van Belle, Thomas Laureyssens en Nik Gaffney. Hoewel deze mediakunstenaars het openbreken van oude werkwijzen als verfrissend ervaren (samen met anderen in een flow geraken, creëert boeiende kunst), is het juridische veld nog lang niet altijd ingespeeld op deze veranderende vormen van auteurschap. Maar kunst zou geen kunst zijn als hier niet op zelfreflectieve wijze mee wordt omgegaan: het gebruik van ‘copyleft’-licenties (waarbij men weigert om geheimhoudingsverklaringen te ondertekenen) wordt door kunstenaars performatief ingezet, wat wil zeggen dat zij de problematiek van intellectueel eigendom in het mediakunstwerk zelf aan de kaak stellen.

Andere mooie voorbeelden van het inzetten van het zelfreflectieve karakter van hedendaagse kunst hebben te maken met de actuele uitdagingen die nieuwe mediatechnologieën stellen aan ons collectieve culturele geheugen, een problematiek die door Stoffel Debuysere nader wordt uiteengezet. Terwijl conservatieve musea nog altijd zijn gericht op het beheren en archiveren van oude objecten, zijn mediakunstenaars zich al langer bewust van het feit dat de levensduur van mediatechnologieën met iedere generatie korter wordt. Hierdoor valt het culturele geheugen ten prooi aan een bepaalde ironie, want wat valt er (nu maar ook straks) nog te herinneren? Volgens Debuysere staat ‘opslaan’ steeds meer gelijk aan ‘wissen’ en wordt ‘herinneren’ steeds meer een vorm van ‘vergeten’. Nieuwe media vormen echter niet alleen een bedreiging voor ons collectieve geheugen, maar ook een kans om nieuwe vormen van geheugen te construeren – waarbij bovendien wederom de ideologie van het auteurschap zal worden uitgehold. Statische vormen van opslag zullen moeten transformeren in een dynamische, continue flow van data. Efemere media zoals performancekunst en orale media kunnen in dit proces een positieve kracht zijn. Deze bestaan alleen bij de gratie van het heropvoeren in het heden. Zodoende maken zij ons duidelijk dat er een balans nodig is tussen ‘vasthouden’ en ‘loslaten’. Een van de strategieën om een andere omgang met ons collectieve culturele geheugen te genereren, is om niet zozeer het eindproduct of de gebruikte instrumenten (de hardware) te bewaren, maar veeleer de oorspronkelijke intenties te eerbiedigen, die zowel uit menselijke als uit geautomatiseerde acties kunnen bestaan. Oudere videogames kunnen bijvoorbeeld geconserveerd worden door de oorspronkelijke hardware (denk aan arcade games) om te zetten in software. Het levend houden van het oorspronkelijke idee van een kunstenaar wordt bovendien, net zoals dat in het autonomieverhaal het geval is, steeds vaker een bezigheid van meerdere personen, die via peer-to-peer-netwerken en open source-projecten verder knutselen aan wat anderen eerder hebben bedacht. Belangrijk in dit kader is bovendien dat enkele grote Vlaamse musea in 2005 PACKED hebben opgericht, met als doel een volwaardig kenniscentrum voor de archivering van audiovisuele en multi-mediacreaties in het leven te roepen.

Hoe zit het verder met de Vlaamse context? Uit de bijdragen van Liesbeth Huybrechts, Karen Verschooren en Ive Stevenheydens blijkt dat het exemplarisch is voor Vlaanderen dat in de jaren negentig de georganiseerde stimulans van cross-overs nauwelijks een rol speelde. Wel doken de eerste kunstenaarslabs op, voornamelijk in Brussel. Deze richtten hun activiteiten in eerste instantie op het ter beschikking stellen van studio’s en productieadvies aan kunstenaars en later ook op het organiseren van lezingen, symposia en tentoonstellingen. Brusselse voorbeelden zijn Constant vzw (sinds 1997) en IMAL (sinds 1999). Pas rond 2002 ontwikkelde zich een meer zichtbaar en georganiseerd discours rond kunst, media, technologie en wetenschap. Centra voor nieuwemediakunsten, die kunstvormen van een context voorzien en waar onderzoek, educatie, productie en presentatie hand in hand gaan, zoals v2_ in Nederland, bestaan tot op heden niet in Vlaanderen. Ook ontbrekende aan de academische wereld verbonden medialabs. Zoals David Garcia in zijn essay laat zien, is het concept ‘medialab’ in 1985 ontstaan aan het MIT in Cambridge, Massachusetts. Medialabs ontstonden omdat het ‘kunstenaarsatelier’ ontoereikend bleek voor de creativiteit in een opkomende netwerksamenleving; het begrip ‘creativiteit’ vervangt namelijk langzaam het begrip ‘kennis’ als karakteristieke eigenschap van de expert in de moderne economie. Volgens Garcia zijn er zeven typen medialabs, waarvan hij er slechts drie beknopt bespreekt. Dit is jammer, want naast de arbitraire keuze voor deze drie labs, blijft de relatie met het Vlaamse veld onduidelijk. Garcia besluit: ‘Die bereidheid tot het verkennen van het onbekende vergt een bijzondere context en dus een andere “labcultuur”. Misschien bestaat deze omgeving al ergens of misschien moeten we dit lab nog uitvinden.’ Dit is een voorbeeld van een essay dat in essentie interessante stof herbergt, maar in zijn uitwerking enkele kansen laat liggen.

Terugkomend op het gebrek aan grote instituten in Vlaanderen: dit heeft volgens Huybrechts mogelijk toch een positief neveneffect gehad. Er is namelijk zowel nationaal als internationaal grotendeels op eigen houtje een indrukwekkend onderzoeks- en ontwikkelingsnetwerk ontstaan, waar beleid, wetenschap en industrie veel van kunnen leren. Buitenlandse curatoren prijzen de Vlaamse mediakunstenaars om hun procesmatige en onderzoeksgerichte aanpak. Het Vlaamse mediakunstenlandschap moet echter niet op zijn lauweren gaan rusten. Er zijn tal van punten die volgens de auteurs verbetering behoeven. Naast de zojuist genoemde wens voor meer onderzoeksgerichte centra en labs, moeten musea zich ook meer dan nu het geval is gaan buigen over nieuwe presentatiemodellen (tentoonstellingsmethodologieën) voor mediakunst. Hetzelfde geldt voor informatieverstrekking aan het publiek over hoe interfaces werken en het up-to-date houden van soft- en hardware. Hoewel het presentatielandschap voor de mediakunsten in Vlaanderen momenteel redelijk is geïntegreerd en verweven, zijn de musea voor hedendaagse kunst nog niet op de trein gesprongen. Kortom: de kunstenaars en het publiek zijn er klaar voor. Musea, beleidsmakers en bestaande (of nog nieuw op te richten) kunstencentra en medialabs hebben nog een inhaalslag te maken.

Elke Müller

Liesbeth Huybrechts (red.), Cross-over. Kunst, media en technologie in Vlaanderen, Lannoo Campus & bam, Leuven, 2008.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#115

01.02.2009

31.03.2009

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!