“Tchao Pantin” (Coluche) – Foto DOCIP

Marianne Van Kerkhoven

Leestijd 5 — 8 minuten

Coluche 1944-1986

De hofnar van de republiek

Op 19 juni 1986 overleed Coluche ten gevolge van een motorongeval. Coluche: nietsnut en presidentskandidaat, hofnar en razend populair. Een requiem door Marianne Van Kerkhoven.

Op 19 juni 1986 reed Michel Colucci, beter bekend als Coluche, nabij Grasse (Frankrijk) in volle vaart met zijn Honda 1100 te pletter. Met Coluche verdwijnt de man die aan het oeroude beroep van hofnar zijn meest authentieke actualisering wist te geven. “Il n’y a plus un seul chef d’état qui serait assez costaud pour avoir un bouffon”, verklaarde Coluche ooit in een interview en zijn intelligentie en doorzicht in het politieke spel bleken inderdaad vaak sterker dan die van menig politicus die hij bekritiseerde.

Michel Colucci (1944-1986): acteur, music-hallartiest, auteur van sketches en scenario’s, groot komisch talent met een waanzinnige energie, anarchist van het zuiverste gehalte, nietsontziend ontmaskeraar van hypocrisie en leugen, dé publieke flap-uit van Frankrijk die zijn verbaal geweld, in het leven en via de media, botvierde in een meer-dan-schunnige, in een obsceen-sensuele woordenschat.

Hoewel exponent van de 68-generatie, bracht Coluche de woelige meidagen, paradoxaal genoeg, niet in de Parijse straten door, maar in het mee door hem opgerichte cafétheater Café de la Gare, waar ook acteurs als Patrick Dewaere, Miou-Miou en Gérard Depardieu op de planken stonden. De scène bleek op dat moment belangrijker dan de straat. Coluche mikte eerst op een music-hallcarrière en stapte daarna over naar de film: zijn grootste succes behaalde hij hier met – nog een paradox – een meer dramatische rol, nl. in Tchao Pantin van Claude Berri; hij draaide met De Funès (L’aile ou la cuisse) en Depardieu (Inspecteur la Bavure); acteerde bij Bernard Blier (La femme de mon pote) en had zelfs filmplannen met Godard. Dit project werd spijtig genoeg nooit gerealiseerd; het scenario was nochtans veelbelovend: ” In het jaar ’80 komen in Frankrijk de socialisten aan de macht; ze worden aan de dijk gezet door de vrouwen die het bewind overnemen; dit bewind van de vrouwen wordt op zijn beurt omvergeworpen door de kinderen die daarna weer door de dieren de laan worden uitgestuurd; doorheen dit vreemde politieke landschap loopt een journalistreporter, Coluche, die de revolutionaire periode bekommentarieert.” Geen filmrol zou Coluche beter gepast hebben dan deze.

Maar met nog veel meer overtuigingskracht wellicht, heeft Coluche diezelfde rol in de dagelijkse werkelijkheid gespeeld: zijn medium was het directe van de politiek, het publieke van de actualiteit; zijn tempo was dat van de nieuwsberichten; zijn werkinstrument geen blocnotes-met-pen maar een kleine bandopnemer waarop hij alle invallen, moppen, improvisaties van het moment opving. Het is dan ook niet te verwonderen dat hij de radio het medium noemde waar hij zich het best in thuisvoelde. Het programma dat hij begin 1980 voor Radio Monte Carlo presenteerde werd wegens Coluches ‘ongehoorde uitlatingen’ na veertien dagen stopgezet; daarna poseerde Coluche in allerlei gedaantes voor de fotoromans van Hara Kiri, die ‘schandalige’ voorloper van Charlie-Hebdo; uit deze twee ervaringen sproot eind 1980 de idee voor Coluches meest fascinerende optreden als hofnar, nl. zijn deelname aan de Franse presidentsverkiezingen: Coluche zou publiekelijk de rol van presidentskandidaat spelen in een campagne die hem eindelijk zou toelaten ongecensureerd zijn mening te zeggen. Naarmate de campagne voor deze “érections pestilentiennes” vorderde, ging Coluche meer en meer op in zijn fascinering voor de politieke wereld en ook zijn tegenstanders werden verplicht hem au sérieux te nemen toen uit de opiniepeilingen in december 1980 bleek dat Coluche op 16%! van de stemmen kon rekenen. “Je suis le représentant des emmerdeurs.” Vanuit diverse hoeken werd er van dan af tégen hem geageerd. Coluche gaf zijn strijd ten slotte teleurgesteld op nog voor hij de nodige handtekeningen – die hij verzamelde onder de slogan “Signez ou je pète” – bij elkaar had: “J’ai voulu remuer la merde politique dans laquelle on est; je n’en supporte plus l’odeur.”

Meer succes zou Coluche kennen met twee recentere campagnes. Velen van de duizenden anti-racisten die het handje met de slogan Touche pas à mon pote op de borst gespeld dragen, zullen niet weten dat de hele actie door Coluche werd opgezet; en met zijn inzet bij het tot stand komen van les restos du coeur stal Coluche definitief het hart van vele Fransen. In de harde winter die achter ons ligt, slaagde hij erin om zowat 250 restaurants uit de grond te stampen waar de meest behoeftigen uit de maatschappij maaltijden konden krijgen. In het kader van deze actie reisde hij het land af om geschikte ruimten te vinden, overlegde met gemeentebesturen en ging zelfs met de minister van Landbouw onderhandelen over de recuperatie van voedseloverschotten. Tijdens dit onderhoud, rustig babbelend met de minister, rolde Coluche zich in alle kalmte een hasj-sigaret…

Tot in maart 1986 presenteerde Coluche dagelijks een razend populair radioprogramma op Europe 1; hij onderbrak de reeks om zijn nieuwe show voor te bereiden waarin hij zou optreden als Zorro; de première was voorzien voor 28 september.

Naast Coluches uitgesproken verbale snelheid en zijn ongecomplexeerde vulgariteit, sprongen in zijn praktijk twee andere talenten in het oog: enerzijds zijn absolute en destructieve vrijheidszin (er was niks dat hem respect kon inboezemen) en anderzijds zijn enorme kracht – ook in fysieke zin – om bijna permanent de druk van het “publieke” te weerstaan (zelfs zijn huiskamer leek meer op een café; hij had de entourage van een bende, van een hele maatschappij nodig om te functioneren). Coluches grootste verdienste ligt echter in de wijze waarop hij gedurende al die jaren die noodzakelijke en bevruchtende tegenstem is geweest in de Franse politiek, iets wat wij in de Belgische politiek totaal missen. De redelijkheid heeft immers de dialectische tegenkracht van de waanzin nodig om zich te ontwikkelen; de sérieux die van de subversieve lach; de verdoezeling die van de naakte waarheid. De koningen van weleer zaten op de troon met de zotskap aan hun zij. Zelfs Koning Lear had nog een nar, die pas uit het verhaal verdwijnt als Lear zelf waanzinnig wordt; Hamlet had géén nar, omdat hij de taak van ontmaskeraar zelf op zich nam en precies vanwege deze ‘onaanvaardbare dubbelrol’ van het hof verwijderd werd. Coluche bezat een scherp bewustzijn van de hofnarfunctie die hij vervulde; i.v.m. zijn deelname aan de presidentsverkiezingen zei hij: “Ik, die niet gestudeerd heb, ben in staat serieuze kandidaten bang te maken: hierdoor alleen al is mijn kandidatuur belangrijk.” Dat hij Mitterand, voor wiens politieke capaciteiten hij een grote bewondering had, bekeek als iemand die hetzelfde beroep uitoefende als hijzelf, bewijst hoe in zijn theatralisering en relativering van de dagelijkse werkelijkheid spel en ernst, acteur en personage op den duur samenvielen. Bovenop dit alles vertegenwoordigde Coluche ook nog het gezond verstand van de man in de straat (“Je suis con et vous aussi”) maar met een grote gevoeligheid voor elke vorm van onrecht.

Bij zijn dood heeft Frankrijk écht gerouwd; de politieke wereld – van Mitterand tot Chirac, van Jack Lang tot zijn opvolger Léotard – reageerde met verslagenheid. Alleen de uiterst rechtse politicus Jean-Marie Le Pen verklaarde: “Je n’ai pas ressenti d’émotion particulière. Je n’appréciais pas son recours systématique à la grossièreté.” Geen uitspraak kan beter de nood aan een zotskap, aan een dwaze tegen-wijsheid in deze maatschappij aantonen: het verdwijnen van Coluche slaat een gat…

Op 19 juni is Coluche over kop gegaan: een dood die volledig aan zijn leven beantwoordde. Wie leeft aan 200 per uur, moet wel sterven door zijn passie voor de snelheid.

Gérard Depardieu (in Cahiers du Cinéma, 386): “Je n’ai jamais vu un mec si drôle, si dangereux. Au point qu’on avait peur pour lui. Quand on est dans une forme pareille, incroyable, là on est médium.” Frankrijk is een medium armer.

 

Technocrates: “Donnez leur le Sahara, dans cinq ans il faudra acheter du sable ailleurs.”
Travail et Politique: “Le travail n’est pas un but dans la vie. Le but c’est d’arriver à rien foutre. Et à part gangster et homme politique, y a pas beaucoup de boulots où on peut gagner de l’argent sans se fatiguer. J’ai pas le courage d’être gangster. Alors je fais de la politique.”
Présidentielles: “La veuve de Mao: ancienne comédienne. Le Pape: ancien comédien. Reagan: ancien comédien… J’ai toutes mes chances.”
Ethiopie: “Vous savez ce que fait un Ethiopien quand il trouve un petit pois? Il ouvre un supermarché.”
Le drame du Heysel: “ça fait 38 cons de moins.”
Gros mots: “Oreille, c’est pas un gros mot, mais pourtant c’est un trou.”

in memoriam
Leestijd 5 — 8 minuten

Marianne Van Kerkhoven

Marianne Van Kerkhoven (1946-2013) was een Vlaamse dramaturge en theatercriticus. Ze was ondermeer actief als huisdramaturg bij het Kaaitheater en publiceerde tal van artikelen over podiumkunsten. Een aantal van haar teksten werd verzameld in Van het kijken en van het schrijven (2001).

in memoriam