© Koen Broos

Leestijd 6 — 9 minuten

Claire Croizé & Aisha Orazbayeva / ECCE – Our solo

Naïeve maar toegewijde hoop

Soms zet een titel je opvallend onopvallend op het verkeerde spoor. In Our Solo treffen niet één maar verschillende protagonisten elkaar in een collectief alleenspel. Met Der Abschied van Gustav Mahler als rode draad gaan Claire Croizé, violiste Aisha Orazbayeva en lichtontwerper Hans Meijer op zoek naar verbinding met elkaar en met de natuur. In een constant veranderend lichtlandschap vinden dans en muziek elkaar in een romantische en hoopvolle samenzang. De boodschap voelt dan wel een tikkeltje naïef, dat vergeef je ze door hun toewijding.

Het is een torenhoog cliché, maar toch liet ik me er deze keer weer aan vangen. Een solo is zelden of nooit het werk van één persoon. Dat had ik meteen kunnen afleiden uit de titel en credits van de nieuwste voorstelling van Claire Croizé en Etienne Guilloteau in samenwerking met violiste Aisha Orazbayeva. Gelukkig drukken de makers me meteen met de neus op de feiten want het is lichtontwerper Hans Meijer die deze solo in gang zet. Serieus, haast emotieloos loopt hij het podium op en verplaatst hij één van de twee breedstralers op beweegbare statieven die tot voorheen ons dieptezicht in de STUK studio beperkten. 

Tezelfdertijd volgen choreografe en danseres Claire Croizé & violiste Aisha Orazbayeva. Met een aanzienlijke afstand tussen elkaar nemen ze plaats in het midden van de ruimte. Ze staan zo net wel en net niet in de het lichtveld van de twee straallampen. Croizé kijkt ons aan. Orazbayeva, met viool in de aanslag, staat met haar rug naar ons toe. Wanneer Orazbayeva Circular Bowing Studies van Angharad Davies aanzet, voert Croizé een aantal duidelijk van elkaar gescheiden, eerder hoekige bewegingen uit met haar armen. Die staan in contrast met de manier waarop Orazbayeva haar viool bespeelt. Eerder dan te strijken over de snaren, maakt ze cirkelvormige bewegingen, wat zorgt voor een krassende klank. Een onheilspellend gevoel vult de ruimte.

“In tijden van klimaatangst biedt (hernieuwde) verbinding met de natuur en onze medemens soelaas.”

De bewegingen van Croizé voelen erg precies en bedachtzaam. In de begeleidende tekst lees ik achteraf dat ze geïnspireerd zijn op de woorden en concepten uit de tekst van ‘Der Abschied’, het zesde en laatste deel van Gustav Mahler’s symfonie Das Lied der Erde. Geleidelijk werkt ze die bewegingen verder uit. Met eerder gepresenteerde woorden vormt ze zinnen. Zo ontstaat vermoedelijk een verhaal, al ben ik op dit moment nog niet in staat het te lezen. Daarvoor zijn deze woorden nog te abstract.

Ondertussen veranderen licht en muziek van aard. Het felwitte licht van voorheen warmt op tot een rozige schijn. Ook verplaatst Meijer verschillende fluorescerende lichtbuizen in de ruimte. De scherpe, krassende tonen van de viool vervormen tot ronde, warme klanken. Muziek en licht doen zo een nieuw andersoortig landschap ontstaan. Hier hangt hoop in lucht. Een digitale piano, die Orazbayeva tegelijk kan bespelen door haar viool tussen nek en kaak te klemmen, versterkt dat gevoel. Dat heeft dan weer meteen een impact op de bewegingen van Croizé. Die worden eenvoudiger, ongedwongener. De doelmatigheid en precisie van voorheen nemen af. Beheerste bewegingen maken plaats voor simpele, lichthartige pasjes. Zo beweegt Croizé op het tempo van de muziek ongedwongen de éne voet voor de andere, terwijl ze de armen boven het hoofd op en neer buigt. Of ze brengt de ene voet van links naar rechts bij de andere.

Al die schakelingen leiden toe naar het moment dat de titel van de voorstelling verklaart. Orazbayeva verlaat de piano, die eigenhandig verder speelt. Ze zet zich tegenover Croizé. Unisono begint het tweetal eenvoudige danspasjes uit te voeren. De armen bewegen zijwaarts naar links en rechts, de voeten volgen. Af en toe draaien ze om hun as en wiebelen ze met de heupen. Ze vormen elkaars spiegelbeeld. Onverwachts heffen Croizé en Orazbayeva rustig, haast ingetogen zang aan. De tekst die ze brengen is een Engelse vertaling van het eerdergenoemde Der Abschied van Mahler en gaat over een avondwandeling in de natuur van twee vrienden die elkaar een laatste keer vaarwel zeggen. De warme klanken van de piano, alsook de ongedwongen, luchthartige bewegingen staan in schril contrast met de zwaarmoedigheid van Mahler’s origineel. Dat verschil wordt nog versterkt wanneer Meijer de roze straallamp boven het tweetal plaatst en hen nadien met de lamp volgt.

Het is een bijzonder moment. In de zang komen de drie protagonisten – dans, muziek en licht –  wonderbaarlijk samen. Dans en muziek ontmoeten elkaar in een schemerzone, virtuoos belicht door Meijer. Croizé en Orazbayeva pretenderen daarbij allerminst zangeressen te zijn, maar hun inzet is wel zicht- en hoorbaar. Het is dan ook in dit tegelijk ontroerende en intrigerende samenkomen dat de ‘our in de titel wordt uitgelicht. Dat het regelmatig, net als in de rest van de voorstelling overigens, niet duidelijk is wie wie volgt en wie wie leidt, benadrukt die ‘onze’ eens te meer. 

Het collectieve alleenspel ontwikkelt zich daarna verder in vijf andere scènes of nummers. Steeds komen daarbij dezelfde ingrediënten terug. Zo doet Meijer met zijn twee breedstralers en twaalf lichtbuizen steeds nieuwe lichtlandschappen ontstaan waarin Croizé soms alleen, soms met Orazbayeva danst. Dat laatste gebeurt altijd unisono. Nadat het tweetal een andere tekst uit ‘Der Abschied’ zingt, breekt er plots een feest uit. Een elektronische housebeat en pastel blauw, paars en roze licht vult de ruimte. Eenstemmig deint het tweetal langzaam van links naar rechts, terwijl het een vinger uitgestrekt boven hun hoofd heen en weer beweegt. Maar het feest blijft niet duren. Noise neemt de ruimte over. Het voelt alsof je je in een drukke stad bevindt. Tot geluiden van kabbelend water en later ook vogels de rust doen terugkeren. 

Naarmate Our solo zich verder ontwikkelt, valt wel op dat de bewegingen van Croizé, en ook Orazbayeva, steeds explicieter worden. Ze worden dan wel nergens illustratief, Croizé en co-choreograaf Guilloteau schuwen de theatrale en soms zelfs sprookjesachtige motieven niet. Het maakt vooral abstracte woorden van voorheen meer en meer leesbaar. Vooral in het slot vallen sfeer, muziek, beweging en tekst duidelijk samen. ‘Everywhere the dear earth blossems in spring and grows green again!… Forever, and forever,…’, zingen Croizé en Orzabayeva op warme pianoklanken in een licht dat groener en roziger wordt, terwijl ze met hun vingers naar het hart wijzen en zachtjes op de borstkas tikken.

Our solo eindigt zo met een hoopvolle noot. In tijden van klimaatangst biedt (hernieuwde) verbinding met de natuur en onze medemens soelaas. De voorstelling vertaalt zo de (uiterst) romantische boodschap van Mahler naar onze tijd. Samen kan er veel, samen komen we er wel. Die boodschap mag in tijden van de ene na de andere klimaatcatastrofe dan wel een tikkeltje naïef klinken, het is de uitgepuurde en toegewijde wijze waarop Croizé, Orazbayeva, Meijer en uiteraard ook co-choreograaf Etienne Guilloteau hun hoopvolle boodschap in dit collectieve alleenspel tot ons brengen, die maakt dat ik hen die naïviteit vergeef.

Ontdek hier waar Our Solo de komende maanden nog speelt.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#173

15.09.2023

14.12.2023

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!