© Nurith Wagner-Strauss

Pieter T’Jonck

Leestijd 6 — 9 minuten

Checkhov Fast and furious – Superamas

Een ongelukkig zelfbewustzijn

Checkhov – Fast and furious is Superamas’ vrijpostige bewerking van Tsjechovs Oom Wanja. Een verhaal van gemiste kansen, gefrustreerde ambities, uitzichtloze liefde en gebrek aan geld. Superamas vertelt het verhaal twee keer: als een relaas van hun eigen ‘werdegang’ en als een portret van (nog) hoopvolle jongeren.

Voorstellingen van Superamas fileerden altijd al genadeloos ideologische constructies. In de Big-trilogie toonden ze hoe liefde en genot gecontamineerd zijn door denkbeelden over geld, macht en invloed en omgekeerd. Ze vertrokken daarbij doorgaans van hun eigen sociale realiteit als “blanke”, heteroseksuele mannen. Tot ergernis van velen.

Met Vive l’ armée uit 2016, een voorstelling rond WO I, verschoof het perspectief echter naar de kijk van jongeren in een Franse provinciestad als Amiens op het leven. Superamas voerde hen niet op als acteurs maar als ‘ervaringsdeskundigen’. Bleek dat zij haast niets wisten over de bloederige veldslag van Amiens in WO I. Hoe meer ze daarover aan te weten kwamen tijdens het repetitieproces, hoe meer ze die historische realiteit betrokken op hun eigen – niet zo comfortabele – werkelijkheid. Het verhaal van de soldaten die kanonnenvlees waren resoneerde met hun gevoel dat ze gevangen zaten in de tredmolen van de macht. De jongeren stelden verbijsterd vast hoe gemakkelijk ze in de pas liepen van ideologieën die overduidelijk tegen hun belang ingingen. Becketts Quad werd hier niet zomaar geciteerd. Teresa Acevedo zette die melancholische stemming schrijnend neer in haar slotzang. Vive l’ armée eindigde als lamentatio. Dat de première doorging aan de vooravond van de verkiezing van Trump als president van de Verenigde Staten van Amerika was bijna omineus.

Ook in Checkhov – Fast and furious betrekt Superamas terug jongeren in hun werk. Deze keer komen ze zelfs uit vier steden, het Franse Maubeuge en Amiens, Wenen en Reykjavik. De voorstelling slaat echter – aanvankelijk toch – een lichtere toon aan. Weten jongeren veel hoe zwaar het ouder worden kan wegen als dromen, zoals zo vaak bij Tsjechov, bedrog bleken. De voorstelling begint zelfs met een regelrechte grap. De eerste scène is een (gefingeerd) nagesprek met het publiek. Aan de tafel: de jonge Weense Maia Unger, en Roch, Philippe en Jérôme, drie leden van Superamas. Philippe bijt de spits af met de dooddoener dat Tsjechov nog steeds prangende vragen over de samenleving stelt. Roch relativeert: ze kozen voor die klassieker omdat die altijd publiek trekt.

Jérôme corrigeert die platte commerciële insteek meteen op een zwaarwichtige toon: als Tsjechov in zijn tijd een eerbiedwaardige professor als Serebryakow ontmaskerde als een nitwit was dat best wel ‘fast and furious’. Pertinenter is de opmerking van Roch: de samenwerking met jongeren keert het perspectief van het stuk om. Hier kijken niet alleen ouderen terug op hun leven, maar zien we tegelijk wat jongeren verhopen van de toekomst. Jérôme concludeert, alweer zwaarwichtig, dat omwille van de diversiteit van de groep jongeren niet langer de microkosmos van het gezin in beeld komt, zoals bij Tsjechov, maar de macrokosmos van de samenleving.

Maar uiteindelijk is de vraag, zo besluit Philippe, wat de kijker zal meenemen. Daarmee laat hij er niet langer twijfel over bestaan dat Superamas hier de draak steekt met het ritueel van het nagesprek. De ‘uitleg achteraf’ moet het publiek verlossen van de twijfel over wat het zag en wat het ervan moet denken, maar – zegt Philippe met zoveel woorden – de kwestie is uiteraard dat niemand het laatste woord heeft, en het publiek dus zelf moet uitmaken wat het doet met wat ziet. Weten we dan veel dat dat ook nagenoeg de laatste woorden van het stuk zullen zijn.

Toch weet je door dit nagesprek vooraf al zo min of meer wat je te zien zal krijgen: een versie van Oom Wanja waarbij jongeren ‘live’ commentaar geven in woord en vooral daad. Dat is al zo in de eerste scène, wanneer Wanja en dokter Astrov zich beklagen over hun mislukte leven. Die scène doen de acteurs van Superamas wel vijf keer over, in ‘overdub’, als een filmscène. Bij elke herneming drentelen meer jongeren het podium op om naar hun gezeur te luisteren. En ze doen liever hun eigen zegje dan naar dat gezeur te luisteren.

Alleen zijn ze geen haar beter dan Wanja, Astrov, Serebryakow en de anderen. Natuurlijk zijn ze meer uit op plezier. Op het eerste gezicht toch. Maar ze houden elkaar wel scherp in de gaten en katten elkaar genadeloos af. Met alle gevolgen van dien. Noemi klaagt over de pijnlijke discrepantie tussen dat waarover jongeren praten en wat werkelijk in hen omgaat. Anderen hebben het over het gevoel anders te zijn, er niet bij te horen. Een scène gaat over het verlangen om er een eind aan te maken. Een andere over de angst om je hart te luchten. Gevoelens van onzekerheid zijn schering en inslag. Dat leidt niet alleen tot somberheid. Er volgt ook een hilarische scène. Gudrun klaagt erover dat ze nooit wist wat ze met zichzelf aan moest tegenover jongens. Tot een onwaarschijnlijke bink haar op een dag zomaar opvrijde. Bleek dat hij zich van adres vergiste.

Niet enkel de Weense jongeren (de auteur zag de voorstelling eerder dit jaar tijdens de Wiener Festwochen, red.) doen hier hun zegje: ook die uit de andere steden zijn aanwezig, op het witte doek althans. In een indrukwekkende clip hebben rappers uit Maubeuge met Noord-Afrikaanse ‘roots’ het als eersten over hun zoektocht naar een eigen identiteit. Op het podium vertelt Maia Unger daarna dat ze haar ouderlijke huis ontvluchtte omdat er teveel haat heerste. Maar ook haar ‘vrienden’ boden haar geen ‘thuis’. Hier zie je hoe vernuftig Superamas omgaat met het materiaal dat de jongeren hen boden: Ungers woorden verklaren in zekere zin waarom ook de jongeren in Maubeuge zo begaan zijn met hun identiteit. Dat wordt nochtans niet in zoveel woorden gezegd. Die conclusie kan je zelf trekken.

Daarna keert de voorstelling terug naar het oorspronkelijke verhaal van Tsjechov, en wel naar de pijnlijke scène waarin Professor Serebryakow aankondigt dat hij het landgoed waar Wanja heel zijn leven zorg voor droeg wil verkopen om zelf van de renten te gaan leven. Superamas verzon een variant op het thema. Jérôme, in de rol van de professor, constateert dat er geen kat meer naar het theater komt en het dus voordeliger zou zijn om het gebouw te verbouwen tot een parkeergarage. Inkomsten verzekerd. Waarop een wanhopige Philippe/Wanja in woede uitbarst.

Maar ook de jongeren, Maria voorop, ergeren zich blauw aan die oude zak die de wet denkt te kunnen spellen. Ze krijgen via het witte doek bijval van hun collega’s uit Amiens. Die zetten het thema ‘liefde’ op de agenda. Op het podium maken de jongeren er een live ‘Tinder’-sessie van. Ze stellen zichzelf om ter geilst of aantrekkelijkst voor. Maar op de achtergrond blijft het besef knagen dat de dingen toch niet zo simpel zijn als het op Tinder kan lijken. Dat verbeelden ze onder meer in een stuntelige pantomime van twee mensen die elkaar zoeken maar niet vinden. De scène is zo beschamend sentimenteel dat Naemi ze bruusk afbreekt.

Een ding lijkt zeker: wat rest van de liefde is vooral droefheid. De ene na de andere vertelt een intriest verhaal van ontgoocheling. Klap op de vuurpijl is een film van de jongeren uit Reykjavik. Geen stoere rappers als die uit Maubeuge, noch een uitgelaten bende als die van Amiens. Dit groepje zit gezellig samen in een knusse kamer, gitaar binnen handbereik. Zij stellen de vraag wat we uiteindelijk gaan meenemen van dit verhaal. Hun besluit is een lied. De tekst is de slotmonoloog van Sonya uit Wanja. Miskend als dochter en als minnares, zegt ze toch: ‘We shall hear the angels, we shall see the whole sky all diamonds, we shall see how all earthly evil, all our sufferings, are drowned in the mercy that will fill the whole world. And our life will grow peaceful, tender, sweet as a caress….’. Het klinkt hoopvol, maar dan toch vooral tegen beter weten in?

Checkhov – Fast and furious duurt een goed uur, meer niet. Die tijd vliegt voorbij, zo snel dat je haast meteen weer vergeet wat hier allemaal gezegd en getoond wordt. Het opmerkelijkste van de voorstelling is wel dat Superamas laat aanvoelen hoe sterk onze tijden verschillen van die van Tsjechov. Natuurlijk gaat het nog altijd over de grote thema’s als liefde en erkenning. Natuurlijk gaat het over hoe wreed het leven kan zijn. Ook de jongeren die hier de show stelen ondergaan de gebeurtenissen vaker dan dat ze er vorm aan kunnen geven. Daarin verschillen ze inderdaad geen haar van de onfortuinlijke helden van Tsjechov.

Maar fundamenteel anders is hun reflexieve houding: hoe jong ze ook zijn, zo ongeveer 20, ze weten veel en hebben veel gezien – deel onrechtstreeks – en dat maakt ze argwanend en vooral hyper-zelfbewust. Wanja stelde rond zijn veertigste vast dat de zaken een verkeerde wending namen, zonder te beseffen dat die een effect zijn van breuken in de structuur van de samenleving. Deze jongeren daarentegen beseffen maar al te goed dat ze af te rekenen hebben met een permanente ‘creative destruction’. Dan laat je je maar beter niet van je zwakste kant zien. Je zorgt er maar beter voor dat je voor jezelf een plek definieert. En ja, misschien is er dan ook liefde. Maar onvermijdelijk ook veel onzekerheid. En dus verdriet.

Dat nam ik dan toch mee.

 

29 november, Le manège, Maubeuge (FR), in het kader van het NEXT Festival

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

Pieter T’Jonck

Pieter T’Jonck is architect en kunstcriticus. Hij schrijft over podiumkunsten, architectuur en beeldende kunst. In 2012 cureerde hij de tentoonstelling Superbodies in Hasselt. Daarnaast leidt hij zijn eigen architectenbureau T’Jonck-Nilis.

recensie