Johan Thielemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Casimir et Caroline

Théâtre de la Salamandre, Tourcoing

In een treurige straat van een arbeiderswijk te Tourcoing bevindt zich de zaal Idéal. Zo heette er een paar jaren geleden de wijkbioscoop. Dan werd de zaal ingenomen door het Théâtre de la Salamandre, een gezelschap dat onder de leiding van Gildas Bourdet en André Guittier uitgegroeid is tot één van de belangrijkste van Frankrijk.

Voor hun laatste produktie hebben ze een beroep gedaan op de Oostduitse regisseur Hans Peter Cloos, die eerder in Frankrijk in de kijker is gelopen met een enscenering van Die Dreigroschenoper. Voor de mensen uit Tourcoing viel de keuze op Casimir et Caroline van de Oostenrijker Odön von Horvath. Het gaat om een volksstuk dat een heel eenvoudig verhaal vertelt : tijdens de carnavalfeesten te München verliest de werkloze arbeider Casimir zijn liefje Caroline aan burgers die meer toekomstperspectief te bieden hebben. De liefde gaat bij haar gepaard met sociale status. Het loopt tenslotte slecht voor haar af. Casimir zelf komt vanuit zijn uitzichtloze situatie vanzelf in de criminaliteit terecht. Maar von Horvath voelde sympathie voor Casimirs eerlijkheid, en liet hem tenslotte een zekere vorm van geluk vinden. Het stuk is dus geen tragedie, maar een wrange parabel over het sociaal en economisch bepaald gedrag van mensen. Deze inzichten had von Horvath gewonnen in de crisis van de jaren dertig, en in de huidige economische toestand wordt deze tekst weer bijzonder pertinent.

In wezen gaat het om een klein, realistisch stuk. De aanwezigheid van de feestvreugde in München maakt het zelfs mogelijk om hier een soort bitter-ironisch volksstuk vol couleur locale van te maken. Hans Peter Cloos heeft voor een totaal andere oplossing gekozen. Hij heeft het stuk losgemaakt van zijn historische en geografische context. Hij heeft de tekst in een indrukwekkende ruimte geplaatst: we bevinden ons in een betonnen ruimte, met reminiscenties aan moderne parkeergarages. In deze ruimte evolueren acteurs die gekleed zijn in kostuums die een vage toekomst suggereren: de stoffen zijn synthetisch, de haardracht is vaak excentriek. Maar deze toekomst sluit nauw bij ons heden aan, want wat in deze opvoering als gangbare klederdracht wordt voorgesteld, behoort nu tot de extravaganties van de mode. De breuk met het folkloristische Duitsland is dus totaal. Het verschuiven van de intrige in de tijd is mogelijk, zegt Cloos, omdat het probleem inherent is aan het economisch systeem waarin we leven. De problemen van Caroline en Casimir komen cyclisch terug.

De keuze van de overgrote ruimte heeft interessante technische gevolgen: wanneer de toeschouwer de toneelzaal binnenstapt, vreest hij dat hij de acteurs niet al te best zal kunnen verstaan. Maar Cloos heeft van deze handicap een sterk punt gemaakt, door de inschakeling van contactmicrofoons. Alle gesproken teksten worden langs luidsprekers versterkt. Dit stukje technische virtuositeit bouwt meteen een futuristisch laagje in, dat daarbij nog de vervreemding onderstreept. Het geheel heeft Cloos in een muzikaal decor geplaatst, waarbij de ganse vertoning begeleid wordt zoals bij een film. Alleen gebeurt de menging woord/muziek live. Men zou graag de technici achter hun mengtafel aan het werk zien. Om de controle over de theatrale middelen verder te onderstrepen, heeft Cloos gezorgd voor een rijke, gevarieerde belichting van een ruimte die bij een eerste aanblik een weinig belovende vierkante, grijze kubus is.

Dit alles is hoogstaand werk van iemand die van theatertechniek bezeten is. Maar gelukkig weet Cloos dit alles dienstbaar te maken aan een sluitende interpretatie van de tekst. Daartoe heeft, hij zeer hard met zijn acteurs gewerkt. Hij heeft hun een brutale speelstijl opgelegd. De replieken worden alle uiterst gespannen gesproken, alsof men voortdurend zijn woede moet onderdrukken. Voor elke repliek is het ritme bepaald, de pauze tussen de zinnen en de woorden afgemeten. Alles is berekend op zijn maximale effect. Cloos kon hiervoor een beroep doen op de uitstekende acteurs, die de leden van het Théâtre de la Salamandre zijn. Vooral Jean-Yves Bertheloot, in de rol van Casimir, heeft een grote animale aanwezigheid. Hij staat tegenover een even sterke, even subtiele Marief Guittier als Caroline. Dit is een moderne manier van spelen, die men in Frankrijk nauwelijks voor mogelijk acht.

Zoveel intelligentie, zoveel kunde, en zoveel speelvreugde ziet men zelden in één produktie samen. De tekst van von Horvath krijgt er grootse dimensies bij. Hij krijgt een brede adem door de omgeving waarin hij geplaatst wordt. Deze opvoering kan men dan ook rustig een evenement noemen. Het succes was tijdens het vorige seizoen zo groot dat het stuk in september hernomen wordt. Tourcoing bevindt zich net over de grens: voor geen Vlaamse theaterliefhebber mag dit te ver zijn.

Casimir et Caroline

auteur: Odön von Horvath ;

groep: Théâtre de la Salamandre ;

regie : Hans Peter Cloos;

decor: Jean Haas ;

kostuums : Agostino Cavalca ;

muziek: H.P. Cloos, Ph. Dubois, P. Ludwig ;

vertolking : Jean-Yves Bertheloot, Marief Guittier, Jacques Bonaffe, Marc Chikly, Gil Lagay, e.a.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#4

15.09.1983

14.12.1983

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

recensie