‘Casanova’ (De Tijd) Foto Guido Saeys

Sigrid Bousset

Leestijd 4 — 7 minuten

Casanova

De Tijd, Antwerpen

Ik schrijf niet graag over dingen die me absoluut niet raken. Een voorstelling bijvoorbeeld, waarbij ik me tijdens het kijken zit af te vragen waarom ze werd gemaakt, waarom ze nu werd gemaakt, waar het noodzakelijke pijnpunt zit waarrond de motieven cirkelen : die concentrische beweging die je als toeschouwer soms bereikt, verwart, ontroert, soms niet. In het geval van Casanova, de laatste produktie van het Antwerpse gezelschap De Tijd, vrees ik het ergste : het pijnpunt ontbreekt. Of, in elk geval, het stuk liet me koud.

Het uitgangspunt voor de tekst Casanova, geschreven door Filip Vanluchene en Eric De Volder, is nochtans mooi en potentieel zeer rijk. De auteurs hebben hun aandacht geconcentreerd op de ouder geworden Casanova, de 18de eeuwse Italiaanse vrouwenverleider die, mede door het vastleggen van zijn turbulente levensloop in mémoires, een begrip werd, en een vaak terugkerend personage in de literatuur sindsdien. De tekst van De Volder en Vanluchene wil de ‘Casanova’-mythe demonteren.

De oude Casanova komt ontgoocheld terug uit Praag, waar één van zijn opera’s zo werd opgevoerd dat er geen letter van werd bewaard. Bij zijn thuiskomst in het holst van de nacht is er alleen zijn knecht, Frantisek, om hem te verwelkomen in wat eens een “tempel vol waardigheid” was, maar verworden is tot een “ordinaire varkensstal”. Het onweert. Frantisek draagt een besmeurde, bewusteloze vrouw naar binnen : het meisje waar Casanova al lang op wacht en dat voor hem al bestond, geconstrueerd in cijfers, met wetenschap, boeken, berekeningen, tabellen. In zijn afwezigheid – hij is vertrokken naar de graaf die hem, zo blijkt achteraf, heeft genegeerd als was hij een waardeloze pachter -richt Frantisek zich waarschuwend en liefkozend tot het meisje dat zich plots – in zijn verbeelding? – opricht. Ze verdwijnen samen en wanneer Casanova even later ontdekt dat ze er niet meer is, schreeuwt hij letterlijk moord en brand, herhaalt jammerend zijn berekeningen, roept wanhopig dat zij de wissel was op zijn eeuwigheid. Waarop de trouwe Frantisek snel een huwelijk afsluit tussen beiden : “wat God heeft gescheiden zal geen mens ooit verenigen”. Er wordt azijn gedronken op de eeuwigheid. Casanova blijft alleen achter met een levenloze vrouw en een dode hond.

Mooi is het om te ontdekken hoe Casanova zich ophoudt in een verzonnen wereld die een mogelijk alternatief moet bieden voor zijn vergane glorie. Want daar gaat het stuk over : over de niet aflatende pogingen een heden leefbaar te houden door het te verzinnen, en door terug te grijpen naar brokjes succesvol verleden. Dat verleden komt echter niet werkelijk tot leven, aangezien het geen perspectieven opent voor de toekomst : Casanova is oud en ziek. Leven in herinneringen maakt paradoxaal genoeg het verleden vruchteloos en dus dood. Dat is het ontnuchterende besef waarmee de oude Casanova, in gezelschap van zijn levenloze bruid en hond, uiteindelijk wordt geconfronteerd. Casanova poogt krampachtig de realiteit te manipuleren om de wereld in het eigen hoofd in stand te houden. Zo heeft het meisje volgens hem geen navel : de cijfers opgetekend in zijn boek moeten immers kloppen met de realiteit, binnengebracht door de knecht. Volgens Casanova heeft iemand haar vleugeltjes afgerukt : hoe zou ze anders vanuit de hemel zijn afgedaald om hem te komen halen ? De trouwe knecht doet al het mogelijke om de finale ontnuchtering van zijn baas uit te stellen, zijn verbeeldingswereld in stand te houden. Blaffend en graaiend vervangt hij de pas gestorven hond, waaraan, zo lees ik tenminste in het programmaboekje, Casanova erg gehecht was. Wijselijk zwijgt hij wanneer zijn baas vertelt dat hij zonet met het meisje een menuet heeft gedanst, door niemand echter opgemerkt. Als een picaro beveelt hij zijn ‘ridder’ de mooiste gewaden aan. De werkelijkheid toont slechts enkele versleten stukken stof. Als een rechschapen priester verbindt hij zijn meester in het huwelijk met het meisje in het blanke gewaad. Maar zijn afwezigheid daarna brengt Casanova in confrontatie met zichzelf : zonder de ander houdt de fantasiewereld geen stand, wordt het isolement ondraaglijk. Casanova’s fantasie is niet verruimend of verrijkend, maar ziek als zijn lichaam.

De tekst biedt een zij spoortje : het herhaaldelijk terugkerende Bijbelse verhaal van de bruiloft in Kanaan. De onhandige inlassing van dit motief bemoeilijkt de interpretatie; mogelijk is de gemeenschappelijke thematische noemer de beschreven spanning tussen schijn en zijn, fantasie en realiteit. In tijden van nood moet iedereen water in wijn veranderen, de verbeelding hanteren om de realiteit leefbaar te houden.

Waarom hou ik niet van deze voorstelling ? Mijn afkeer, zal ik maar zeggen, situeert zich niet zozeer op het tekstuele niveau, ondanks de onhandige symboliek en ondanks het feit dat een aantal potentieel betekenisvolle elementen leeg en zinloos blijven omdat het raster – Casanova’s leven en persoon -te vaag getekend is : het belang van de hond, het gedanste menuet, het verleden waarin zijn leven als oplichter en spion vrijwel onbesproken blijft. Het probleem situeert zich in dat grote gebied waarmee een publiek primair geconfronteerd wordt : dat gebied waarin van een tekst theater wordt gemaakt. Onecht is het woord dat het samenspel van acteurs, kostumes, decor en belichting, geluid karakteriseert. Hoe bedreven, handig en virtuoos de twee acteurs, Lucas Vandervost (Casanova) en Bob De Moor (Frantisek) zich ook schikken naar en in hun rol, het resultaat blijft glad, koud en oninteressant. Vandervost verbergt zich onder zijn witte make-up, zijn haar is gepoederd; hij beweegt verkrampt en onnatuurlijk, misbruikt zijn stem, dit alles wellicht om zogenaamd dichter te komen bij de rol die hij incarneert. Huilen, klagen en schreeuwen : die mogelijk schrijnende momenten in de voorstelling worden wansmakelijk onecht. De Ersatz-sfeer wordt verder in de hand gewerkt door het blauwige licht, de geluidsband met losbrekende donder, gierende wind, hondengeblaf uitdeinend in wegstervende echo. Wie weet was het de bedoeling deze onechtheid te laten gelden als metafoor voor de onechte wereld waarin Casanova zich ophoudt. Helaas valt hoe dan ook, in beide gevallen, de spannende uitdaging van het acteervak weg : die intelligente en kwetsbare positie waardoor de acteur zo intrigerend wordt en zichtbaar. Casanova : hondengeblaf, wegstervende echo…

Casanova.

Auteurs : Filip Vanluchene, Eric De Volder.

Decor, licht en regie : Eric De Volder. Met : Lucas Vandervost, Bob De Moor, Inge Boscher.

Produktie : De Tijd, De Singel.

Gezien in de Beursschouwburg te Brussel op 11 oktober en in de Stadsschouwburg te Leuven op 18 oktober

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#32

15.12.1990

14.03.1991

Sigrid Bousset

recensie