‘ça va’ (Needcompany)- Foto Carine Vasselin

Werner Strouven

Leestijd 4 — 7 minuten

ça va

Needcompany Brussel

Uitzuiveren lijkt het motto van de Needcompany. De anarchistische werkwijze van het Epigonentheater, zonder leiding van, leverde een dito theaterstijl op. Fragmentatie, a-lineariteit, repetitief, post-modern en grotesk waren de termen waarmee voorstellingen als De Struiskogel of De Demonstratie werden beschreven. Vanaf Need to Know, de eerste voorstelling van het tot Needcompany herdoopte gezelschap, wordt een tendens duidelijk die reeds was ingezet bij Incident : uitzuiveren en abstraheren. De focus op een centraal thema wordt verscherpt. Bij Needcompany, wordt het concept beter zichtbaar, zowel in de thematiek als in de vormgeving.

Het is steeds een verdienste geweest van het Epigonentheater, en ook van de Needcompany, niet te vertrekken vanuit duidelijk omlijnde verhaalstructuren. Hun werk is te interpreteren als een collectief zoekproces, met of zonder leiding van, rond een centraal thema. Zonder enige structurele band worden associaties rond dat thema gebundeld en verwerkt tot een voorstelling. Het resultaat is een archaïsch geheel dat vervreemding en fascinatie teweegbrengt. Het zoekproces is niet in de eerste plaats maatschappelijk relevant, wel als een individueel onderzoek dat steunt op ervaringen, ideeën en emoties van de acteurs/theatermakers. Die ervaringen, emoties en ideeën worden beïnvloed door de maatschappelijke structuren waarbinnen zij leven, van daaruit onvermijdelijk de maatschappelijke relevantie. Holle strijdleuzen en bovenwereldse pathetiek maken plaats voor persoonlijk herkenbare emotie, de Demonstratie en De Struiskogel, tweede en derde voorstelling van het Epigonentheater zlv, zijn hiervan de zuiverste voorbeelden. In een directe taal en vanuit herkenbare dagelijkse situaties wordt de toeschouwer geconfronteerd met de kleine menselijke onhebbelijkheden. De bewoners van een gebouw in De Demonstratie en de gasten aan het eetmaal van De Struiskogel zijn types die zo uit de trein Hasselt-Brussel komen gestapt. Ondanks groteske uitvergroting hebben zij niets literairs en zijn ze in hun ‘state of mind’ uiterst herkenbaar. Deze herkenbaarheid legt maatschappelijke structuren bloot en toont hoe mensen zich daarin gedragen én overleven.

Bij Incident, de derde voorstelling van het Epigonentheater, ligt een abstract thema aan de basis van het verhaal. Het thema wordt niet geëxpliciteerd, is minder herkenbaar. De voorstelling wordt daardoor abstracter, de verhaallijn strakker en vormelijkheid coherenter. Het feit dat reeds dan al Jan Lauwers een surperviserende rol speelde zal hieraan wel niet vreemd zijn. De aanzet tot uitzuiveren en abstraheren wordt in Need to Know, voor het eerst volledig in regie van Jan Lauwers, verder gezet en doorgedreven. Het thema macht krijgt vorm door associërend te werken, nu niet meer uitsluitend op het persoonlijke vlak, vanuit de perceptie en de ervaringen van de acteurs, maar vnl. door verwijzingen naar de literatuur en de theatergeschiedenis of -actualiteit.

ça va is de tweede voorstelling van de Needcompany. Het thema dood, met daaraan verbonden doodsbesef, het onvermogen over de dood te praten en de verbinding van de dood met de liefde en de vergankelijkheid, komt via verschillende associatieve beelden tot stand.

Praten over de dood is geen gemakkelijke opgave, er een theaterstuk over maken lijkt schier onmogelijk. In ça va wordt dat onvermogen door Jan Lauwers en zijn groep bewezen.

Wat we in de voorstelling te zien en te horen krijgen is complex en verwarrend. Een meisje wil een engel zijn, een oude man wordt belaagd, een vrouw wordt neergeslagen door een reusachtige vleugel, een discussie over een knoop in een zakdoek, een appel wordt opgegeten, er wordt geschoten, doden vallen en staan weer op, het slotduet uit de Aïda van Verdi, een man cirkelt rond een meisje en leest voor uit Canetti, D.H. Lawrence, een graftombe, een huiskamer, een opgezette bulldog en dito vogelvleugels, een hotelbel,…en af en toe een danspas. De verbeelding van Lauwers en zijn troep is niet te stuiten. Dat alles zou over de dood moeten gaan, de onmogelijkheid van liefde zonder de dood, het onvermogen erover te praten. Een taboe kan je op twee manieren aanpakken: onderuithalen of er rekening mee houden en er omzichtig heen praten. Het laatste lijkt hier van toepassing te zijn. De hele voorstelling lang wordt er niets fundamenteel over de dood gezegd. Wat er zich op de scène afspeelt beperkt zich tot louter illustreren van het thema. Als kunstwerk op zich kan dat best aanvaardbaar zijn, maar toch kan men zich moeilijk van het gevoel ontdoen dat de vlag de lading niet dekt. Het belangrijkste euvel zit hem in het meisje. De vroegere rauwheid en directheid heeft door het toevoegen van het meisje plaats gemaakt voor een sprookjesachtige sfeer, waar niets staat voor wat het is en geen enkele uitspraak hard kan gemaakt worden. In elke scène waar het kind centraal staat lijkt men op eieren te lopen, omzichtig wordt er om de zaken heen gepraat. In plaats van iets te bewerkstelligen rond het thema dood en het daarrond bestaande taboe, wordt het taboe en het onvermogen er over te praten bevestigd. Het theatraliseren ervan kan hieraan niets verhelpen, integendeel.

Er bestaat niet zo iets als een één-éénduidige betekenis voor een symbool. Het overmatige gebruiken van symbolen of symbolistisch lijkende objekten in ça va zet de toeschouwer voortdurend op het verkeerde been. De hele voorstelling tracht ik, als kijker, de symbolen te identificeren, te duiden en te interpreteren. Op die manier wordt je zorgvuldig rond het behandelde thema geleid. Kortom, in ça va worden meer vragen gesteld dan er mogelijk te beantwoorden zijn, worden er teveel ontsnappingsroutes uitgestippeld. Taboes overmeester je niet met theaterstukken, zoals vroeger wel eens gedacht werd.

Anderzijds zou het best de kracht van deze voorstelling kunnen zijn, dat men zorgvuldig en met zoveel vaardigheid rond de pot draait. Wat overblijft is het gevoel van complexiteit, van een onoverkoombare berg van ideeën, meningen en interpretaties. Het gekke is dat dat niet bedreigend overkomt, wel als een onuitputtelijke bron voor intellectueel gemijmer en artistieke creatie.

Het bekijken van ça va is pijnlijk. Pijnlijk vanwege het groeiende besef dat ook het theater het onzegbare niet kan verwoorden. Wie gedacht had een antwoord te vinden op niet te beantwoorden vragen wordt teleurgesteld. Voor wie zonder vooroordelen met Jan Lauwers en zijn groep mee zoekt, en ook in de grootste verwarring raakt, was dit theater als geen ander.

ça va, als je in Brussel woont hoor je het ontelbare keren. Het is een zinloze vraag, een antwoord komt er meestal niet. Dat wordt trouwens door niemand verwacht.

ça va

produktie: Mickery Workshop/ Kaaitheater;

regie: Jan Lauwers;

dramaturgie: Marianne Van Kerkhoven;

muziek; Verdi, Bach;

teksten; Canetti, Tsjechow, Pinter, D.H. Lawrence, Needcompany;

techniek: Mark Bisaerts;

spelers: Amber Seghers/Kobie Fossey, Mil Segers, Erick Clauwens, Grace Ellen Barkey, Claude Godin, Megan Murphy.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Werner Strouven

recensie