© Sofie Jaspers

Leestijd 5 — 8 minuten

Byzantium – Abattoir Fermé & Het Zuidelijk Toneel

Vorm boven vlees

Abattoir Fermé en Het Zuidelijk Toneel brengen met Byzantium een beproeving voor speler en publiek: een tweeluik dat zich gelijktijdig ontvouwt, in twee ruimtes, in een volgorde die je zelf niet kiest. In de ene zaal brokkelt het levendige restaurant Byzantium af terwijl het in de andere al herleid is tot een dystopisch crematorium-slash-eetgelegenheid. Het geheel is indrukwekkend, maar na afloop blijft de vraag spoken of het gekende universum van grotesk absurdisme en angstwekkende fantasieën na twintig jaar inmiddels niet te vertrouwd geworden is.

Bij aankomst in Kunstencentrum Nona wordt het publiek opgesplitst. De ene groep zal starten bij akte één. Zij schuiven de benen onder tafel in restaurant Byzantium, waar je deel uitmaakt van de laatste service van het etablissement en getuige bent van de teloorgang van het weelderige verleden. De andere groep start in de toekomst, akte twee, waar de zaak is verworden tot crematorium slash restaurant slash vagevuur en de vleesresten van het verleden tot een pervers, angstwekkend beest geboetseerd worden.

Met de twee ruimtes creëert Byzantium nieuwe uitdagingen, inhoudelijk is ze een voortzetting van Abattoir Fermé’s bekende métier: chaos, zinledigheid en absurditeit staan elkaar bij om de desintegratie van de werkelijkheid af te dwingen. Het lugubere wereldje opent zich ingenieus voor wie zijn geduld en ontvankelijkheid genoeg weet te rekken.

Mijn avond begon in de chaos van de tweede akte. Restaurant Byzantium is niet meer; het verleden waart nog rond, maar is herleid tot een verwerkingsmachine van lichamen. De dood is het nieuwe businessmodel, een logistiek proces, want de dood blijkt lucratiever dan het leven. Nancy (Kirsten Pieters), de eigenaar van het etablissement met aftandse, vergeelde muren, en de chef (Keja Klaasje Kwestro) runnen het nieuwe take-away-concept: lichamen ophalen, verbranden, verpakken en door de schrale ruit gooien.

“De immersie werkt paradoxaal: ik zat ergens middenin en voelde me toch volledig buiten gehouden.”

We belanden in een horrorstorm waar menselijke resten nonchalant door de lucht vliegen, waar engelen met een verdelger gevloerd worden en waar wansmakelijke bruine prut achteloos opgediend wordt. Personages stromen op en af, starten halve conversaties en verdwijnen snel weer. Verwarrende verhaallijnen beginnen in medias res en lossen even snel weer op. Waar komen die engelen plots vandaan? Is hun verdelging een metafoor voor moreel verval? Ik knipper en plots kijk ik naar een blind date. In een crematurium slash take-away-restaurant? Hoe? Wat? Waarom? Ik blijf het antwoord schuldig. Anderhalf uur lang zocht ik naar houvast en vond geen enkele emotionele logica die standhield. Ik rekte mijn geduld tot het flinterdun werd. De vervreemding, het gekende effect van Abattoir Fermé’s absurdisme, bereikte hier nieuwe hoogten. De immersie werkt paradoxaal: ik zat ergens middenin en voelde me toch volledig buiten gehouden.

Totaal versuft begon ik aan het tweede deel van de avond: akte één. Aan tafel in restaurant Byzantium wordt het hoofdgerecht opgediend: de ‘congee’, een troostende Aziatische rijstpap met shiitake en zeewier. Terwijl we eten, voltrekt het verval van het ooit glorieuze restaurant zich. De afwasser (Steve Geerts) beklaagt zijn uitzichtloze positie, de maître (Louis van der Waal) probeert de zaak en het personeel bijeen te houden, de chef (aangrijpend gespeeld door Tine Van den Wyngaert) oefent haar macht voor de laatste keer uit en beledigt wie ze beledigen kan. Voor ons, rond ons, tussen ons kraakt het personeel onder de druk, onder tegengestelde verwachtingen en onmogelijke ambities.

De serveerders maken een pact tegen hun ontslag aan de tafel naast me, de chef en de souschef vechten hun geschillen uit tussen de couverts. De personages die in het eerste deel nog ongrijpbaar waren, leer je hier kennen – een verademing. Ze krijgen achtergrond, en de dialogen krijgen inzet. De blind date die daar zinledig leek –  een man die wezenloos bruine pap naar binnen werkt –  krijgt hier een gênante, al te menselijke voorgeschiedenis. Het is de egocentrische, boertige vent (Chiel Van Berkel) die een voorname, truttige vrouw (opnieuw Kirsten Pieters) probeert te imponeren. In akte één heerst een gelijkaardige zwartgalligheid als in akte twee, maar door de minder ongrijpbare context komt de spitsvondigheid van tekst, spel en dramaturgie hier scherper tot haar recht.

“Terwijl we eten, voltrekt het verval van het ooit glorieuze restaurant zich. De afwasser beklaagt zijn uitzichtloze positie, de maître probeert de zaak en het personeel bijeen te houden, de chef oefent haar macht voor de laatste keer uit en beledigt wie ze beledigen kan.”

Vormelijk is Byzantium indrukwekkend: twee voorstellingen tegelijk spelen met verschillende ritmes en speelstijlen, vraagt een bijna neurotische precisie. Spelers lopen van ruimte naar ruimte, schakelen feilloos tussen personages en registers en houden het geheel strak bijeen. Het mechanisme is bewonderenswaardig. Abattoir Fermé serveert met Byzantium zo opnieuw heel vakkundig haar vertrouwde universum van existentiële angst en groteske lichamen, ook al is de postmoderne brij die al twintig jaar op het vuur staat nog niet van recept veranderd. Inhoudelijk bleef ik dus soms op mijn honger zitten. De verontrustende personages en motieven in de tweede akte (mijn eerste deel) verschijnen en verdwijnen voor ze zich kunnen ‘vastzetten’; het wanhopige absurdisme bleef daar louter esthetisch.

“Abattoir Fermé serveert met Byzantium zo opnieuw heel vakkundig haar vertrouwde universum van existentiële angst en groteske lichamen, ook al is de postmoderne brij die al twintig jaar op het vuur staat nog niet van recept veranderd.”

En toch. Na bijna vier uur verliet ik de zaal met een voldaan gevoel. Misschien had ik gewoon honger. Misschien omdat frustratie ook een vorm van betrokkenheid kan zijn. Misschien omdat de tweede helft van mijn avond alsnog bedding gaf aan de eerste. Of misschien louter omdat het mechanisme van de voorstelling indrukwekkend blijft draaien, ook als ik me ertegen verzet.

Byzantium is geen licht verteerbare maaltijd, ze test het uithoudingsvermogen van iedereen aanwezig. De complexiteit en nonsensicale hardnekkigheid van de voorstelling voelen soms te hermetisch, maar het geheel is desondanks meeslepend.


De speellijst van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Jonas Istace

Jonas Istace is historicus en theaterwetenschapper, opgeleid aan de Universiteit Gent. In hun praktijk legt die zich toe op onderzoek naar theaterrepertoire en haar maatschappelijke positie, specifiek binnen de Vlaamse culturele context. Canonisering, cultureel geheugen en identitair discours liggen veelal aan de basis van hun culturele bevraging.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!