© Anna Van Waeg

Leestijd 5 — 8 minuten

BUSTER – Romeo Castellucci

De agent als personage

Romeo Castellucci in de publieke ruimte. Het doet even de wenkbrauwen fronsen voor wie deze regisseur kent als meester van de theaterzaal. BUSTER toont dan ook een enigszins andere Castellucci, één die vrijer omgaat met de situatie van de voorstelling en zelfs actief met komische elementen aan de slag gaat.

Dat kan tegenstrijdig lijken in een voorstelling over politie en de figuur van de politieagent. Die agent is per definitie in groep. Hij is deel van een korps, een lichaam dat bestaat bij gratie van een gelijkmakend uniform en, zoals BUSTER mooi laat zien, het blind opvolgen van bevelen.

Slapstick

Op de Esplanade van het Rijksadministratief centrum in Brussel, waar nu een groot politiekantoor gevestigd is, en met een indrukwekkend zicht op de stad Brussel, doemen één voor één een veertigtal agenten op om een strakke lijn te vormen. Wanneer deze lijn op het publiek af loopt, vertoont ze reeds haar eerste onregelmatigheden – zo goed zijn deze agenten ook niet gedrild. Dat elke agent het stereotiepe snorretje heeft laten staan of opgekleefd, suggereert verder dat we deze ‘flikken’ niet al te ernstig moeten nemen. Een aantal formaties volgt elkaar op terwijl er in de achtergrond iemand gearresteerd, uitgekleed en wit geverfd wordt. In het midden van het plein plaatsen de agenten twee machines die de perimeter scannen, klaar om te schieten. De hele voorstelling lang gaat het zo heen en weer tussen scènes die de agenten als chaotische slapstick personages tonen – sommigen doen dat met verve, zoals de acteur die er niet in slaagt een statief op te stellen en zelf verwikkeld raakt in de kabels – en scènes die de agenten als gewelddadige en in het gelid lopende handhavers neerzetten, zoals een waterboardingsessie van een medeagent, die vervolgens in een lijkzak geplaatst wordt waar nog met matrakken op nageslagen wordt. De Duitse schepers die de scène omcirkelen en geregeld langs het publiek geleid worden, zijn telkens een herinnering dat er hier continue een uitbarsting van agressie mogelijk is.

Veel van die beelden zijn clichés, stereotypen, en eigenlijk klopt dat, want de agent is misschien ook wel een clichématig personage. Hoe dat komt, legt Castellucci haast demonstratief bloot door naar het einde van de voorstelling toe een pop op een piëdestal te plaatsen (sommigen zien er de Empire State Building in) en het korps agenten in strakke lijnen ervoor, de gezichten naar de pop. Eerst is er een choreografie van ‘acht geven’ en zwaaien met matrakken als eerbetoon aan die pop, maar dan gaat de pop zelf bewegen en ‘bevelen geven’ door haar armen omhoog en omlaag te doen, prompt gevolgd door het politiekorps. Het is een even letterlijk als hilarisch en pijnlijk beeld dat de agent als figuur neerzet die zonder nadenken de instructies van een pop of andere mechanische entiteit volgt. Blind bevelen volgen: dat kan alleen maar leiden tot geweld … of hilariteit. Het gebruik van slapstick elementen  – BUSTER is een verwijzing naar slapstick icoon Buster Keaton – brengt beide zaken handig samen. Het genre heeft iets ‘licht’ gewelddadigs. Personages bezeren zich vaak maar mogen daar niet zichtbaar onder lijden. Ze halen hachelijke stunts uit, hun lichamen als ‘dingen’ die zich aan risico’s moeten blootstellen om de grap te kunnen maken.

Politiegeweld

De politieagent is in slapstick en in de filmgeschiedenis of in strips vaak een komisch personage, de figuur die eigenlijk de orde moet bewaren maar die door de chaos die hem omringt te willen bestrijden met regeltjes alleen maar meer verwarring veroorzaakt. Als meest directe symbool van de macht van de overheid in de stedelijke straten, is hij dan ook regelmatig ‘kop van jut’. De hernieuwde aandacht voor politiegeweld, zowel in de VS als in Nigeria of Brussel, benadrukt evenwel dat het monopolie van de staat op geweld misbruikt wordt en onevenredig ingezet naar bepaalde bevolkingsgroepen toe.

Je verwacht dat Castellucci ook daarop reageert, maar een rechtstreekse verwijzing blijft uit. Hoewel, er zijn hier en daar toch een aantal hints. Op een gegeven moment vormen de agenten tableaux die verwijzen naar iconische schilderijen: Davids De Eed van Horatiërs (het inzweren van de agent), maar ook Goya’s El 3 De Mayo ook wel De fusillade genaamd. Goya toont hier hoe soldaten burgers executeren die in 1808 in opstand kwamen tegen het bewind van Napoleon. Het is een subtiele, maar niet mis te verstane referentie. Ook wanneer een contratenor een aria zingt die na wat opzoekingswerk, blijkt te gaan over hoe Petrus zelf gekruisigd wil worden in zijn strijd voor Jezus, wordt de agent een fanatiekeling, een mogelijke martelaar voor bepaalde groeperingen. Die aria gaat in de voorstelling gepaard met de transformatie van de eerder gearresteerde en witgeverfde persoon in een politieagent. Een arrestatie wordt zo een inwijding, de wit geverfde arrestant gaat van lijk naar clowneske agent (The Joker is hier ook niet ver weg).

“Misschien is het ‘wrede’ optimisme dat zoveel comedy en bij uitbreiding de VS kenmerken wel gelinkt aan geweld als twee zijden van eenzelfde munt.”

De VS zijn ook visueel aanwezig, in de vorm van het typische New Yorkse politie-uniform uit de vroege 20ste eeuw, en de typische politiebalie die we kennen uit zo veel films en latere series. Na La Democrazia in America, verhoudt Castellucci zich zo opnieuw tot de Verenigde Staten, niet onlogisch gezien de doorgedreven Amerikanisering van grote delen van de wereld. Die ‘Amerikaanse’ stukken brengen Castellucci bij een ander register. Waar hij zich eerder meer verhield tot het tragische, misschien wel een typisch Europees sentiment, laat hij zich de jongste jaren meer in met het komische, zeker in zijn stand-up variant een typisch Amerikaans fenomeen. Comedy is een kunst van timing en vraagt enigszins meer vrijheid. Die ontstaat in BUSTER doordat er gewerkt wordt met figuranten die slechts erg kort gerepeteerd hebben. Als een verdubbeling van de agenten die bevelen opvolgen van ‘hoger hand’, zien we hier figuranten die een regisseur volgen, en ook daar onvermijdelijk falen en grappig worden. Dat Castellucci zich subtiel als aanvoerder tussen de figuranten plaatst en zijn snor zelf heeft laten staan, pleit enkel voor hem en zijn vermogen tot zelfrelativering. Die functioneel lossere regie is deel van het commentaar op de absurde rigiditeit van het politiekorps. Komedie is anderzijds ook iets wrang, zeker wanneer ze een gedwongen ingesteldheid is. Van de vrolijke folkdansen in La Democrazia in America tot taarten gooien en een enorme rondlopende broek (die je ook letterlijk kan lezen als iemand zonder ruggengraat) en andere slapstick elementen in BUSTER: het is nooit zonder meer ‘leuk’. Misschien is het ‘wrede’ optimisme dat zoveel comedy en bij uitbreiding de VS kenmerken wel gelinkt aan geweld als twee zijden van eenzelfde munt. De voorstelling kent alvast ook een ambigue ‘happy end’: de agenten werpen hun wapens op een hoop om de scène vervolgens te verlaten. Wapenstilstand of een berg wapens?

Publieke ruimte

De theaterscène wordt in BUSTER een crime scene, maar wel één zonder duidelijke misdaad. Door het ‘doel’ van de agenten weg te nemen, komt een mix van absurditeiten, geweld, bevelen en fanatisme naar boven. We zien de ‘naakte’ agent, onder de theatrale loep genomen. Dat is een intelligente keuze, maar er schuilt ook een risico in. De esthetisering van geweld en politie roept natuurlijk ook vragen op: voor Walter Benjamin was dat de kunst van het fascisme. En ook al ontkracht Castellucci de pure esthetiek door de comedy, toch verwacht je ergens dat hij een nog kritischer standpunt inneemt. Misschien ligt het probleem hier wel: Castellucci is een echte theatermaker, als geen ander kan hij van de theaterruimte een geconcentreerde, rituele plek vol beelden en verbeelding maken. Hier in de publieke ruimte is het binnenbrengen van een theatrale werkelijkheid, namelijk een verdubbeling van het politiekorps in het kantoor op het plein ervoor, een boeiende geste, maar de agent als theatraal bevelen-opvolgend en belachelijk personage behandelen, gaat niet ver genoeg of blijft net te ver van de realiteit waarin we ons tijdens het moment van de voorstelling bevinden. En toch, een politiekorps dat een pop volgt, blijft een sterk beeld, en de vrijheid en speelsheid die Castellucci neemt in BUSTER lijken nieuwe elementen in  zijn vocabulaire die nieuwsgierig maken naar meer.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!