© Brik Tu-Tok

Evelyne Coussens

Leestijd 5 — 8 minuten

Brik Tu-Tok (Maxim Storms & Linde Carrijn)

De performance is spannender dan de band

Onder de meest opmerkelijke alumni van KASK Drama bevindt zich Maxim Storms, die in 2017 samen met Linde Carrijn de performanceband Brik Tu-Tok startte. Brik Tu-Tok maakt en speelt muziek op basis van een theatraal concept, met Storms en Carrijn als dramatis personae.

De idee van een generatie is natuurlijk altijd arbitrair, maar wie naar de kunstenaars kijkt die de drama-opleiding van het Gentse KASK de laatste jaren afleverde, kan toch een aantal ‘golven’ onderscheiden. De huidige lichting (met onder meer Mitch Van Landegem, Flor Van Severen, Naomi van der Horst, Timo Sterckx, Carine van Bruggen, …) lijkt zich in de eerste plaats als toneelspeler te profileren – denk aan recente voorstellingen als Who’s Afraid of Virginia Woolf of het project Camping Sunset rond Maxim Gorki’s Zomergasten. Een paar jaar eerder studeerde dan weer een lading studenten af die minder tekst- en repertoiregericht was, met onder meer Bosse Provoost, Lisaboa Houbrechts en Lobke Leirens in de rangen. Deze makers (eerder dan spelers) kozen en kiezen nog steeds voor een mengvorm van theater, beeldende kunst, dans, performance en muziek.

Onder de meest opmerkelijke alumni van KASK Drama bevindt zich Maxim Storms, die in 2017 samen met Linde Carrijn de performanceband Brik Tu-Tok startte. Brik Tu-Tok maakt en speelt muziek op basis van een theatraal concept, met Storms en Carrijn als dramatis personae. Dat muzikale spoor is een logisch verlengstuk van hun ‘puur’ theatrale werk. Carrijn, naast acteur ook violist en componist, studeerde in 2014 af met De Loopgravenoperette; een onderzoek naar de vertelkracht van muziek en theater. Storms (afgestudeerd in 2012) maakte met klasgenoot Katrien Valckenaers Klutserkrakkekilililokatastrof (2017) en recent nog Tribunal (2020) – twee jeugdvoorstellingen waarin taal wordt behandeld als muziek en ontmanteld tot abstracte klankkleuren. Maar de rechtstreekse ‘voorloper’ van Brik Tu-Tok is wellicht Brother Blue (2017), waarin Storms en Carrijn met een bruitage van taal, geluid, dans, licht, ruimte het mentale landschap opbouwen van een labiel personage op de rand van zelfverlies.

Ritme vormde het sturende element in Brother Blue en dat is in Brik Tu-Tok niet anders: basis van de set is een ritme- en samplebox die de structuur van de songs levert. Daarboven leggen Storms en Carrijn een tapijtje van geluiden die live worden gearrangeerd met een weelde aan huis,- tuin-, en keukenspullen, van een citruspers tot een nietjesapparaat. De sérieux waarmee een klepperend toiletvuilbakje dienstdoet als instrument knipoogt naar de avantgardistische sound harvesting uit experimentele muziekkringen. De teksten van het duo zijn fragmentarisch, repetitief en klankgericht, zoals bijvoorbeeld in Ribble:

crack crack

who cracked the crush

who cracked it first?

i picked up the cup

but the deal got worse and worse

should deal with the break

but the break’s got a getaway

so i shook up the cake

with marmalade

Storms en Carrijn verschijnen op het podium in excentrieke outfits: zij als een poolreiziger ingeduffeld in een winterjas, hij op Teva’s, met het heuptasje van een overjaarse scoutsboy en met de spastische lichaamstaal van een puber. Het zijn grotesken, zo beklemtonen hun witte gezichten en zwarte halzen, met een echo naar de Japanse dansstijl butoh. Wellicht geven ze hun personages elk concert een andere attitude, maar in de Gentse set in de Kazematten, waar ook hun debuutplaat Greatest Hits wordt voorgesteld, komt Carrijn aangetjaffeld als een verveelde diva met een zwarte weggeteerde tand vooraan in haar mond. (Laconieke tussentekst: “I’m not Madonna”.) Storms is haar springerige nar, cynisch op zijn eigen tragikomische manier:

well, yes my friend

i let all my great expectations in the pub last night

i went back

but all my great expectations were stolen.

(Uit Pub)

Hun verhouding twijfelt tussen vertedering en ergernis – maar dat het lot hen aan elkaar heeft vastgeklonken staat vast.

Twee luide drumslagen luiden de eerste song in (Nobody) en Storms en Carrijn steken van wal met hun vertelsongs die een wat morsige en marginale sfeer schetsen, maar waar evengoed wat lynchiaans gevaar doorheen sluipt. De dreiging doet denken aan die van de meest macabere verhalen van Nick Cave of de mystieke doompop van CocoRosie, maar er is bij Brik Tu-Tok toch nog een grotere hoek af. Hun vertellingen roepen niet de romantisch-realistische horror op van Edgar Allen Poe, maar de vervreemdende wereld van Tim Burton – een unheimliche plek met volstrekt eigen regels en logica. Neem nu de creepiness in Strangers:

something sneaky is between the lines

it appeared in the morning light

get together –

hold on tight

save your belongings

say goodbye.

Het gegriezel is evenwel niet vrijblijvend, want tussen de lijnen klinkt een sociaal-kritische ondertoon. Waar Brother Blue het mentale landschap van een losgeslagen individu schetste, lijkt hier song na song het mentale portret te worden samengesteld van de samenleving waarin dat individu – de has-been, de loser – aan zijn lot wordt overgelaten. In die zin doet Brik Tu-Tok vaagweg denken aan het werk van Abattoir Fermé, waarin het falen van de Amerikaanse droom vorm krijgt in een context van verlaten roadcafés en trieste motels, niet zelden met dezelfde groteske insteek. In dat universum vol geweld en gekte komen vreemde creaturen aan de oppervlakte, zoals in het catchy hitje Worse:

where do all the demons go

when they squeeze their darkness in your shoes

where do all the demons go

they tried to swallow your sins

i’m afraid to say

things will get worse

Vanuit die optiek is de verbrokkeling van taal tot ritme en klank een symptoom van iets groters. Enerzijds van een afbrokkeling van het rationele en heldere denken, het wegzinken van twee verlopen individuen in een staat van angst, verwarring en onzekerheid. Anderzijds ook van de tristesse van een hele samenleving die enkel de winnaars ziet, en de verliezers aan hun lot overlaat. ‘I’m so tired’, verzucht Carrijn als Nancy/Shirly/Cindy bij het begin van de set, en haar verbleekte glamour roept het duo op uit Klutserkrakkekilililokatastrof, nog twee personages aan de zelfkant van de maatschappij, doorduwend op de herinnering van wat ze ooit waren. Brik Tu-Toks cover van The Pointer Sisters wordt zo uitgeblust gereciteerd dat de tekst (I’m so excited/and I just can’t hide it) een wrange grap wordt.

Ik weet niet of ik direct de Greatest Hits van Brik Tu-Tok zou aanschaffen, want muzikaal gezien bogen de songs toch wel vaak op dezelfde ‘truc’ en zonder het visueel spektakel van Carrijn en Storms dreigen de ritmes zich wat eentonig aan elkaar te rijgen. De tweestemmige zanglijnen worden af en toe onderbroken voor een meer parlando aanpak (zoals in Wrong Side) en die variatie is hoogstnodig. Het is het lot van een performance band, lijkt me, die evenveel energie investeert in uitstraling en visuele aankleding als in het uitpuren van een muzikale lijn die blijft verrassen. Maar het blijft wonderlijk om te zien hoe Brik Tu-Tok speelt met genres en disciplines, hoe de band ons in verwarring brengt bij onze poging om hun eigenheid te definiëren. Muzikaal theater, beeldend concert, filmische performance? Carrijn en Storms scheppen vreemde, hybride kunstvormen, en dat is best spannend.

 

Komende speeldata:

21 maart – Antwerpen – De Studio (Overlast-festival)

02 april – Antwerpen – De Roma (voorprogramma Dijf Sanders)

06 mei – Gent – Afsnis Cafe

08 mei – Brussel – Atelier 210 (voorprogramma Dijf Sanders)

09 mei – Kortrijk – Pand.A (i.s.m. Schouwburg Kortrijk en Wilde Westen)

KRIJG JE GRAAG ALTIJD ONS MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#159

15.12.2019

14.03.2020

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.