Leestijd 4 — 7 minuten

Brialmont speelt Schrebers Moestuin

Op het toneel lopen van oudsher veel gekken rond. Dat is ook het geval in Schrebers Garten van Lucas B. Suter. En wel een heel beroemd specimen dat de aandacht trok van de hele psychiatrische wereld. Een korte inleiding bij de integrale tekst.

Over de waanzin zijn er al ontelbare stukken geschreven. Shakespeare b.v. was op zijn best als hij zijn superieure poëzie in de mond van zotten legde. Zijn spel met metaforen, verdraaiingen, ingewikkelde cirkelredeneringen, krijgt in die passages een onthullende betekenis: onder de brabbelende wartaal hoor je het piepen van de waarheid. Voor het theater biedt de gek een rijkdom aan mogelijkheden : hij kan ongegeneerd tegen zichzelf praten (men noemt dat monologen) of onverdacht tegen ‘s konings schenen trappen. Voor de acteur is het een geweldige eer een zot te mogen spelen: heel de dialectiek tussen normaliteit en abnormaliteit, het proces van afglijden in de waanzin, de ongegeneerde positie van buitenstaander, geven hem een unieke kans te laten zien wat hij in huis heeft. Van een klassiek acteur als Jef Demedts b.v. herinner ik me prachtige spelmomenten van opkomende gekte o.a. in Oom Wanja en De koning sterft.

In het recente verleden verschoof de belangstelling van de gek naar zijn psychiater. Het waren de hoogdagen van de antipsychiatrie, van Laing e.a., die de hele behandelingsmethode, de internering en medicalisering van de psychiatrische patiënt aanklaagden, vanuit het besef dat de muur die tussen normaliteit en pathologie werd opgetrokken op geen fundamenten steunt. In het theater — dat met zijn catharsistheorie de plaats bij uitstek is om grensgevoelens uit te luchten — vindt men die belangstellingsverschuiving o.a. terug in het successtuk One Flew over the Cuckoo’s Nest van Ken Kesey en in de case study van Peter Shaffer, Equus.

Schrebers Garten van de Zwitserse auteur Lukas B. Suter behandelt een authentiek en erg beroemd geworden psychiatrisch geval van rond de eeuwwisseling. Vader Schreber stamde uit een Pruisisch geslacht en hield er, wat betreft de opvoeding van zijn vijf kinderen, nogal particuliere opvattingen op na. Tegen het verval van de nieuwe tijden ontwierp hij een pedagogisch systeem dat berust op een absolute gehoorzaamheid aan de vader en de ontwikkeling van een gezond getraind lichaam. Dit laatste ging zo ver dat hij een aantal apparaten uitdokterde die de lichaamshouding moesten corrigeren: een ‘Kopfhalter’ voor het hoofd, toestellen voor de rug, enz. Hij liet ook niet na deze apparatuur op zijn kinderen toe te passen. De oudste zoon pleegde zelfmoord op 38-jarige leeftijd, één dochter werd hysterisch en een tweede zoon, Daniël Paul Schreber, werd krankzinnig: hij dacht dat hij, als vrouw, door God uitverkoren was de onbevlekte stichter te zijn van een zuiver Duits ras.

Schreber jr. heeft zijn bevindingen over zijn waanbeelden, zijn internering en behandeling met grote luciditeit beschreven in Denkwürdigkeiten eines Nervenkranken. Daarmee trok hij de aandacht van de hele psychiatrische wereld met Freud op kop die het vadercomplex, homoseksualiteit en de wens een vrouw te zijn verbond in een theorie over paranoia en verdrukte libido.

Dezelfde stof werd al gebruikt door Gerardjan Rijnders en Mia Meyer voor Schreber (1976). Fact gasteerde met deze produktie zo’n acht jaar geleden in de KNS, met Rijnders in de hoofdrol. Ik herinner me nog de orthopedische apparaten, de turnoefeningen, in koele analytische beelden die daardoor iets angstaanjagends hadden.

Het Brialmonttheater koos voor de versie van Suter omdat die zich minder concentreerde op de gevolgen van een opvoedkundig systeem, maar veeleer bijna universeel het conflict toont tussen een individu en een normerende samenleving. De verschillende stadia van het conflict spelen zich af in het sanatorium waar Schreber opgenomen is en in de ‘Schrebers Garten’ (volkstuintje), een andere uitvinding van vader Schreber. Vanuit deze gegevens heeft decorateur Niek Kortekaas een verbluffende theatrale ruimte gecreëerd, waarin de toeschouwer afwisselend fysiek wordt betrokken of tot voyeur wordt herleid. Architecturaal steekt dat knap in elkaar, en dramaturgisch klopt het bovendien (op de gratuite, d.i. ook kostenbesparende omtovering van het volkstuintje tot vijver na).

Ik heb de vertoning van Schrebers moestuin gezien in het gezelschap van de auteur. Hij vertelde dat hij dit stuk niet zozeer geschreven heeft omdat hij in het psychologisch geval Schreber geïnteresseerd was, maar omdat hij meende bij Schreber belangrijke Pruisische elementen te vinden die regelrecht naar het nazisme voeren. Hij ziet dan ook in een ideale opvoering veel agressie naar boven komen. Hij gaf grif toe dat de opvoering door het Brialmonttheater hem technisch erg geboeid had, maar hij vond dat de toonaard veel te zachtaardig, te meditatief was. De eerste scène, waar Schreber in het bad mishandeld wordt, zat volgens Suter goed, maar later bande de narcistische aanpak van Mark Steemans (als Schreber) alle conflictstof uit de vertoning. Vooral de laatste scène, waarin Suter wou aantonen dat achter die lijdende mens een kleine Hitler verscholen zit, vond hij te lieflijk.

Natuurlijk is het zo dat een auteur geen alleenheerschappij heeft over de betekenis van een tekst. Hoe emotioneel Suter zich achteraf ook uitdrukte, toch blijft het zo dat het sentimentele einde vanuit de gedrukte tekst volledig kan verdedigd worden. Ikzelf had wel graag een agressiever, geladener vertoning gezien, maar al bij al bewijst het verjongde Brialmonttheater met deze tweede produktie over een grote lef te beschikken wat betreft de programmatie, en mensen in huis te hebben met een visie op theater en een reservoir aan artisticiteit dat verder moet geëxploiteerd worden. Om in termen van het stuk te spreken, de Raad van Advies heeft zich in zijn diagnose van het theaterklimaat in Brussel serieus vergist. En de voorgeschreven medicatie is al niet veel beter: de levende cellen worden geëlimineerd, de totaal gescleroseerde delen mogen rustig verder sukkelen. In plaats van het oog te genezen, amputeert men een nier. ‘t Is triestig gesteld met de medische wetenschap.

Schrebers moestuin

auteur: Lukas B. Suter;

vertaling: Ludo Abicht;

regie: Marc Steemans en Karel Hermans;

decor: Niek Kortekaas;

acteurs: Marc Steemans, Peter Rouffaer, Dries Wieme, Marc Peeters, Ilse Uiterlinden, Bert Van Tichelen, Brit Alen en Magali Uytterhagen

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#10

19850415

19850714

Johan Thielemans, Luk Van den Dries

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!