‘Il Combattimento’ – Societas Raffaello Sanzio en Ensemble Concerto / Reinhilde Terryn

Bernard Van Eeghem

Leestijd 3 — 6 minuten

bloemen vertrappelen of il combattimento

Bernard Van Eeghem zag op het KunstenFESTIVALdesArts drie keer Il Combattimento van de Societas Raffaello Sanzio, regie Romeo Castellucci, één keer vanuit de zaal, twee keer vanuit de coulissen: zijn tienjarige zoon Arthur speelde mee.

vanuit plat op de grond een stompe hoek maken met romp en benen en dat zo lang mogelijk en de lotuszit en dan handenstand en iedereen bereidt zich voor en iedereen spreekt italiaans, ‘dieci minuti’ bijvoorbeeld en het is donker in de coulissen en de voorstelling staat in de stijgbeugel, letterlijk, en de vierde wand is doorschijnend, een lichtjes doorzichtig vlies met ervoor en hangend een valse opening, de suggestie van een deur in zwart gaas met het afgeronde design zoals in stoomboten, duikboten en ruimteschepen en er is een kleine machine die quasi een hartklep vervangt en er zijn zangers en geschilderde cypressen en iemand slaat met palmtakken op de grond, het orkest speelt een madrigaal van Monteverdi en er komt een paard en een zwaard en een harnas met een schild en uit dat harnas, o erotiek, komt een meisje gekleed in slechts een beha met bijpassende slip en uit dat broekje haalt zij een gebruikt inlegkruis en we zien het rood donker bloed van vrouwen en er zit een man op een andere man die het tekstblad voorhoudt, en de met oogkleppen bijna geblinddoekte dekhengst komt op in levende lijve om zaad te leveren voor de kunstmatige inseminatie of de verbeelding daarvan via een video met bewegende spermatozoa vlakbij het meisje dat stil op een mobiele onderzoektafel ligt en de op een rond stuk hout geschilderde Christus begint snel rond zijn as te draaien, het portret van Christus wordt een vrouwenborst, er zijn veel kabeltjes, touwtjes, katrolletjes, magneetjes, batterijtjes en machinistjes, en mijn zoontje, met wie ik een uur in de coulissen samen ben geweest moet nu op, het hoofd naar beneden, de handen ootmoedig langs het lichaam, en piano, piano, processiegewijs, en dan op de halter gaan zitten, met de rug naar het publiek naar de dikkopjes kijken, de romp ovaalvormig bewegen, ondertussen tot vijftig tellen, opstaan, naar het zweefrek gaan, er een kort snokje aan geven zodat de technieker in de coulissen zekerheid heeft over het goede houvast, de tienjarige jongen wordt omhoog gehesen, niet te hoog en met het hoofd achterover zo lang mogelijk blijven hangen, bij het neerkomen het hoofd neerwaarts, tot veertig tellen en dan opnieuw omhoog, en vallen, tot tien tellen, en opnieuw, en vallen en tot tien tellen en dan terug naar de halter, er tegenaan liggen als een foetus met het gezicht naar het publiek en bij de gezongen woorden ‘nostra ventura’ rechtstaan en de sleep van de latexjurk van de sopraan onder het gewicht vastleggen en terug weggaan, piano piano, langzaam, processiegewijs en later, nadat er drie poppen die op de sopraan lijken, achtereenvolgens vóór de sopraan zijn geplaatst en nadat de kleinste pop het ‘Corpus Christi’ heeft genuttigd de twee grootste poppen aan de sopraan geven en samen achterwaarts afgaan en alléén terugkomen en de ‘bambolina’ niet zonder moeite uit de armen van de zanger trekken en de woorden ‘Questa è mia’ forte uitspreken, più forte en afgaan piano, più piano, en langzaam en traag en roze doeken vallen als schellen af en de scène is een rood solarium en het schaars geklede meisje op de onderzoekstafel, de koekoek roept haar op, komt recht in een trage beweging en zij doet gebaren met het valse zwaard en de zwaardslikker ‘anch’iò’ en het echte zwaard zakt in de slokdarm als een zon in de zee en de zanger met de baxter is luidkeels afgegaan en de holte van de mond van het schaars geklede meisje wordt afgedrukt en plonst in de open mond van een versteende kikker en plots staan de mannelijke zangers al bij het orkest en een zelfgemaakt autootje racet aan hoge snelheid op een cirkelspoor en belicht met een op dat autootje vastgemaakte halogeenlamp zowel het witte decor als het meisje dat afgaat en dan wordt het naakte decor door een met de computer gestuurde en hydraulisch aangedreven pantograaf met zwarte drippings besmeurd en ik zie Jackson Pollock in de kapel van het hospitaal, ik zie mijn gegeven paard, ik zie een geverfde ruiter, ik zie de menner en ik zie Yannis Kounellis en Joseph Beuys een kruistocht van liefde oprichten in de kliniek die Space Odyssee heet, de ogen wijd open als de vierde wand dicht gaat en weerom de symbolische deuropening verschijnt waarachter de sopraan met de mooie ogen en met de brede heupen gevangen staat terwijl zij vragen reciteert: ‘sono io, posso entrare?’ en geen commentaar en vogels die mooi zingen en alom klinken en zij houden aan en dan is ‘t gedaan en vanuit plat op de grond een stompe hoek maken en rechtkomen en het woord dat West-Vlaanderen heet alleen denken, enkele reis, en dan slechts Oostende, en het zand en dan de zee, de zee, de zee, dan de zee, de zee vlak vóór de zon.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

Bernard Van Eeghem

artikel