© Sigrid Spinnox

Leestijd 5 — 8 minuten

Bite me – herman

Vampirisme botvieren op het theater

Met de serie True Blood en de boeken en films van de Twilight Saga kende de figuur van de vampier in het afgelopen decennium een enorme populariteit bij het brede publiek. Is diezelfde populariteit ook voor hem weggelegd op het theater? Met Bite Me doet collectief herman een poging om de vampier in de theatrale schijnwerpers te zetten. Deze vampiers laten hun tanden zien aan diegenen die misbruik pleegden.

De populariteit van de vampier gaat al mee sinds de vampier voor het eerst verscheen in Slavische volksverhalen in de achttiende eeuw. Toen al was de vampier een herrezen dode die zich dorstig voedde met mensenbloed. Deze verschrikkelijke verschijning kon enkel geweerd worden met knoflook en zilver en definitief het graf in gedreven worden door met een houten staak het hart te doorboren. Doodskisten en kerkhoven in het diepst van de nacht: dat was waar een vampier het best gedijde. Maar wie waren dan die vampieren? Vaak mensen die tijdens hun leven al godslasterende daden hadden verricht – ketters dus voornamelijk – en die nog steeds, na hun dood, de nood voelden om hun walgelijke neigingen te botvieren. Deze volksverhalen waren vooral bedoeld om het volk angst in te boezemen opdat ze een rechtschapen leven zouden leiden; anders zouden ze zelf misschien een vampier worden of ten prooi vallen aan… In de Romantiek kreeg de vampier een heuse opwaardering, toen de schrijver Bram Stoker zijn Dracula publiceerde. De romanticus werd aangetrokken door het duistere en door hetgeen wat anders was, de verstoten dandy. De vampier was daarvan de ideale belichaming. Het werd een personage dat zowel angst als sympathie opwekt, maar toch vooral meer en meer sympathie. Tot hij zelfs transformeerde tot ‘sparkly’ en sexy en kon dienen als het projectiescherm van menigeens diepste fantasieën: de ideale, zwijgzame én onbereikbare man met een rauw en zacht kantje. De ruwe diamant.

“Al snel wordt duidelijk dat het deze vampiers vooral te doen is om het patriarchaat omver te blazen, om seksueel misbruik te vergelden, om mannen en hun machtsgeilheid te ontmaskeren.”

Op de theaterscène werd de vampier daarentegen nog niet vaak gesignaleerd. Niet sexy genoeg? Te weinig theatraal potentieel? Met Bite me brengt het collectief herman daar alleszins verandering in. Tijdens de Zomer van Antwerpen kunnen we deze voorstelling bijwonen in een voormalige doe-het-zelf zaak in Antwerpen-Noord. Aan het begin van de voorstelling leidt een voice-over het publiek binnen in de wereld van zes vampiers; de zes performers (Lois Lumonga Brochez, Kenneth Cardon, Alice De Waele, Daan Idelenburg, Sara Lâm en Milan Vandierendonck). Terwijl enkel hun silhouetten zichtbaar zijn op de plastieken achterwand die langs achter belicht wordt, vertelt de voice-over dat deze vampiers klaar zijn om echt in het licht te treden en de mensheid te laten zien waar hun wraakgevoelens zich precies op richten. Al snel wordt duidelijk dat het deze vampiers vooral te doen is om het patriarchaat omver te blazen, om seksueel misbruik te vergelden, om mannen en hun machtsgeilheid te ontmaskeren. De figuur van de vampier wordt ingezet als een soort feministische, queer verzetsheld die geweld met geweld komt wreken. Niet per se sexy, maar wel inspelend op de actualiteit en het maatschappelijke debat. Al is dat uiteraard geen garantie voor een sterk stuk…

De keuze voor de vampieren als personages stelt het collectief in de mogelijkheid om het geweld van misbruik, in de brede zin van het woord, inzichtelijk en invoelbaar te maken. De ene vampier is geboren uit een verkrachting en wil de ‘motherfucker’ op alle mogelijke manieren kapotmaken; verbranden, laten verhongeren, stenigen, kruisigen… We krijgen van performer Lois Lumonga Brochez een ontelbaar aantal manieren te horen waarop de wraak voltrokken kan worden, terwijl ze ons eerst laat invoelen hoe het zou zijn als een zwarte man onze eigen moeder zou verkrachten. Een andere vampier staat bekend om haar ‘vagina dentata’ waarmee ze de gezichten van perverse mannen openrij(d)t. Dan is er een vampier die telkens een pop gebruikt en die laat transformeren in een bekend figuur die werd aangeklaagd voor grensoverschrijdend gedrag. Die voodooachtige pop wordt dan door hem gesust en leeggezogen, waardoor de man in kwestie van zijn leven, maar vooral van zijn onderdrukte gevoelens van woede en angst wordt ‘bevrijd’. Ja, er zit zeker een wezenlijk, door diepe verontwaardiging gedreven engagement in al deze vampierenverhalen. Alleen is de vraag wat je eigenlijk aan het vertellen bent als je ervoor kiest om op scène geweld met geweld te vergelden? Dat is dan weer de keerzijde van de medaille. Je kan je afvragen of herman die vampieren echt nodig heeft om iets wezenlijks te vertellen over misbruik? Dat het vooral leuke en herkenbare populaire figuren zijn uit de jeugd van dit collectief volstaat niet om hun gewelddadigheid te verantwoorden.

“Wat ben je eigenlijk aan het vertellen als je ervoor kiest om op scène geweld met geweld te vergelden?”

De personages hebben aldus elk hun eigen verhaal en typische manier om zich te wreken op de mensheid. Kwalijk is dat die karakterisering al van in het begin wordt meegegeven door de voice-over. Wat daarop volgt is een vijftig minuten durend stuk waarin dat allemaal geïllustreerd wordt: elk personage bekleedt de hoofdrol in diens scène van de eigen typerende wraakfantasie, waar de andere spelers of vampieren in ondersteunen. Verhaaltechnisch is Bite me dus allesbehalve interessant opgebouwd. Eerst telling en dan showing (what is told), daarmee doe je je publiek geen recht aan. Waarom deze keuze? Is het omdat de uitgewerkte wraakfantasieën zelf niet genoeg tot de verbeelding spreken of te weinig handvaten geven? Dan zou je daar kunnen ingrijpen. De voice-over is in ieder geval geen slimme keuze omdat daarmee de hele voorstelling plat valt; er is geen (verhalende) boog meer om een publiek in mee te nemen, enkel een flat line. Zo zuigt het stuk zichzelf uit. Een dergelijke dramaturgie kan enkel werken als óf de scènes zo sterk gespeeld en gevisualiseerd worden dat ze de verbeelding van het publiek ruimschoots overtreffen, of als er op een bepaald moment toch op een gewiekste manier wordt afgeweken van deze structuur, waardoor het publiek even wakker geschud wordt. Jammer genoeg maakt herman dat op geen enkele manier waar.

De momenten waarop het publiek even bij de pinken moet blijven, zijn zogezegd die ogenblikken waarop één van de vampieren zijn bloeddorstigheid niet meer de baas kan en iemand uit het publiek wilt aanvallen. Dan schieten de andere vampieren te hulp om dit te voorkomen. Zo hadden ze het ingeoefend noch afgesproken! Naast een heikele kwestie te willen aankaarten, mikt herman dus ook op de lach. Deze interventies zijn echter tenenkrullend want té gespeeld, best voorspelbaar en flauw. Ook wordt op die lach gemikt door bijvoorbeeld Jezus Christus als zingende vampier op te voeren. Hij was altijd al zondig en deze queer luisterde niet naar zijn ‘Daddy’ die hem in het gareel wilde houden. Het lied, gezongen als een echte diva door Kenneth Cardon, is echt geestig. Toch is het vaker niet dan wel raak. Dat is vooral omdat het acteerwerk spijtig genoeg te wensen overlaat: enerzijds is niet altijd alles verstaanbaar, anderzijds wordt er te veel geroepen, getierd en hysterisch gedaan. De achtervolgingen tussen de rijen van het publiek, de dansjes tussendoor, de uitroepen “is iedereen nog oké?” en “waar is deze of gene prop? en het feit dat iedereen zijn ‘scènetje’ moet hebben, doen allemaal wat infantiel aan. Kijken we hier naar de ‘fang’ knaldrang van een groepje jongeren op een podium? Of is het een bonte avond? Door zich in de eigen fantasie vast te bijten, wordt de afstand met het publiek te groot. Het problematische antwoord van geweld op geweld, maakt die afstand ook inhoudelijk onoverbrugbaar. En eigenlijk was de connectie al doorgebeten na de introductie door de voice-over.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Elke Huybrechts

Elke Huybrechts is Master in de Nederlandse Taal- en Letterkunde en studeerde Theaterwetenschappen. Ze is redacteur bij Kluger Hans, dramaturge van Cie DeSnor en lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!