Luk Van den Dries

Leestijd 3 — 6 minuten

Binocchio…V

Andante Théâtre, Brussel

Het aandeel van de toneelopleiding bij de irrigatie van het theaterlandschap is vrij aanzienlijk. Opleidingsinstituten fungeren als broeikas voor nieuwe opvattingen, als motor van vernieuwing, als wrijfplaats voor zich ladende dynamiek. Scholen, zolang ze tenminste zelf niet verkorst zijn, halen de vellen vernis van de planken, zoeken naar het groene hout, waarmee als op broos perkament, steeds opnieuw het alfabet wordt herschreven : de mens als speler in de tijdruimte van vandaag.

Dat was destijds zo met de oprichting van de Studio van het Nationaal Toneel in 1945 : nogal wat afgestudeerden wilden of konden niet in de bestaande structuren terecht en ontwierpen een eigen theatraal bestaan; of bleven samen en stichtten een eigen groep, zoals Toneelstudio ’50 (Arca) rond leerlingen van de Koninklijke Toneelschool van Gent. Dat is nu net zo : de passage van Jan Decorte aan het BrusselseConservatorium laat nog zijn sporen na, het elan van het Antwerps Conservatorium zet zich af op het theaterleven.

De Kleine Academie in Brussel is ook zo’n broedplek. Het theater herbront er zich aan lichamelijke authenticiteit. Ook hier mensen die hun eigen alfabet willen uitschrijven, vanuit de verwondering om een ontdekte expressiekracht en een ongeduld die met anderen te delen. Zo onstaan her en der groepjes die laboreren aan een eigen taal en het oude theatermedium (al te vaak tot gladde conversatietoon verplicht) een nieuwe klankleur afdwingen.

Het jongste gezelschap is Martico met de produktie A la limite die gepatroneerd wordt door de Werf te Brugge. Iets ouder is het Andante Théâtre uit Brussel dat in deSingel de Vlaamse première bracht van de kinderproduktie Binocchio…V, een verre variant op Collodi’s Gepetto en zijn neüzige marionet. Meteen is één van de plezierige eigenschappen van de opleiding aangegeven : de uitdrukking is internationaal wat het voordeel biedt de Belgische binnengrenzen op te heffen. De Franse tongval geeft deze Binocchio charmante couleur locale. Voor iedereen verstaanbaar blijft de eigentijdse theatralisering van het bekende verhaal. Daarbij wordt vooral op de verbeelding beroep gedaan : met enkel wat ledematen, kostuums en minieme attributen wordt een wondere wereld opgeroepen, simpel en strak van vorm, maar verrassend gevuld. Een constante is het plezier van het spel. Een gebaar wordt een lijn. Een lijn wordt vorm. De vorm wordt verhaal. Het verhaal krijgt wendingen. Het kantelt in fantasie. Het lichaam als spelmaker met de verbeelding van de toeschouwer als medeplichtige. Op die manier ontstaan loopse taferelen, geminiaturiseerde spelmomenten, uitgesneden figuren : bemoeizieke buurvrouwen die Gepetto aanraden de pop aan touwtjes te binden, een slak die twijfelt tussen dier en groente, zes zwarte personages, een blauwe fee. Ze blazen Binocchio in alle richtingen. Zo rijgt zich dan toch nog een moraal door dit soms wat te losbandige verhaal : iedereen wil Binocchio binden aan eigen koordjes, principes en normen. Binocchio als een soort Kaspar die moet worden zoals ooit iemand geweest is. Het bewegen gaat daardoor steeds moeilijker, de eigen plek wordt steeds kleiner. Maar over de schaar beslissen we zelf.

Naast de rijkdom van het spelplezier toch de beperkingen : de improvisatie en collectieve creatie als methode heeft de neiging zich in vondsten en spelmomenten te ontbinden. In combinatie met de verhaalstructuur (het Pinokkio-gegeven) resulteert dit in soms wijdlopige omwegen of stokkend oponthoud : Pinokkio verdwijnt uit zicht. Het moraal-rood is mij dan iets te gewichtig als houvast. Een kritische blik van de regisseur die vanuit een globaal overzicht monteert en selecteert zou deze Binocchio… V nog gaver maken. Andante con brio.

Binocchio… V

Gezelschap Andante Théâtre;

regie D. Donles; kostuums en scenografie C. Flasschoen;

spelers G. Mammone, S. Mertens, V. Van Dooren, N. Van ‘t Hek, C. Ferrante, M. Fernandez Vazquez

Gezien in deSingel op 28 januari 1990.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#29

15.03.1990

14.06.1990

Luk Van den Dries

Luk Van den Dries is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en redacteur van Etcetera. Hij wijdde zijn doctoraat aan de opvoeringsgeschiedenis van Heiner Müller in Vlaanderen en is gespecialiseerd in het naoorlogse Vlaamse theater.  

recensie