© Saïdjah Vos

Leestijd 11 — 14 minuten

Beste Fictie,

Terwijl ik deze brief schrijf, lig jij op je favoriete kussentje aan het raam, in de zon, op de drempel tussen binnen- en buitenwereld. En ik hoor je, spinnend, denken: ‘Ik vind de wereld niet minder waar als je er door halfgesloten oogleden naar kijkt.’ Ik ben het telepathisch en volmondigmet je eens.

Beste Fictie, deze brief is niet alleen voor jou. Net zoals ik dat in mijn boek heb gedaan, gebruik ik jou om lezers aan te spreken, om gevoelens te kanaliseren. Ada, het hoofdpersonage in Zij., heeft een kat. En die kat heet Fictie, dat weet je. En in het begin van dit boek, dat een reflectie is over troebele grenzen en complexe verlangens bij grensoverschrijdend gedrag, gaat Fictie op de vuile was zitten. Ik, Maaike, schrijver van het boek en schrijver van deze brief, had jou nodig om mijn vuile was te beschermen. Ik heb jou nog steeds nodig. Jij toont mij wat vrijheid is, jij doet je eigen ding, jij komt intimiteit halen wanneer jij dat zelf nodig acht, jij beweegt je met de grootste gratie door de stilste gangen, jij bent niet geïnteresseerd in tranen of slachtofferschap. Jij geeft kopjes en doet dagelijks je ronde door alle ruimtes in dit huis, ongeacht hoe vuil de was. Jij kijkt in het donker. Jij komt uit kasten. Jij bent onvoorspelbaar, je hebt honger, je bent nieuwsgierig, je bent spannend.

Jij, Fictie, bent ook nu weer de aanhef, de ingang. Jij bent de kaderkat. Aan jou hang ik mijn diepste zielenroerselen op. Sterker nog, jouw bestaan heeft me al meer dan eens voor een inzinking behoed, aangezien mijn hart vaker dan bij anderen eerder op een grenzeloze open zenuw lijkt dan op een hart. Jouw aanwezigheid in mijn boek bewaarde de juiste afstand tot de ‘echte’ wereld, daar aan de andere kant van het raam, zodat de focus in het publieke debat kwam te liggen op de inhoud en niet op eventuele namen of sappige details.

Jij was de poortwachter van mijn persoonlijke ervaringen met grensoverschrijding. Hier waakt Fictie.

Maar, Fictie, maar. Geen brief zonder maar. Tenzij het een liefdesbrief betreft waar alleen de geadresseerde reliëf ontwaart in zoete woorden die nauwelijks moeite doen om de onderliggende smeekbede blijf voor altijd bij mij te verdoezelen.

Ik weet niet of ik je voor altijd bij mij wil. Of eerder, ik weet niet meer of mijn verlangen naar jou nog hetzelfde is als toen ik Zij. schreef. Mag ik deze brief gebruiken om daarachter te komen?

Ik hoor je ronken. Je bent je van geen gevaar bewust, nu ik mijn gedachten laat glijden over jouw functie in dit huis.

Heb ik, door mezelf met jou te beschermen, niet ook onbedoeld de mannen uit mijn verleden beschermd?

Zij. is geen rechtstreekse aanklacht en dat wil ze ook niet zijn. Daarvoor is ze te genuanceerd, te grijs, te bevragend, te eerlijk.

Zij. gaat over zelfreflectie en is een uitnodiging voor zowel vermeende daders als slachtoffers om op nietsontziende wijze naar zichzelf te kijken, en de mechanismen te onderzoeken die grensoverschrijdend gedrag mogelijk maken. In beide richtingen. Zij. is geen eenrichtingsverkeer.

Maar ik moet vaststellen, twee jaar na haar verschijnen, dat de lezers, althans degenen die me contacteerden, voornamelijk vrouwen zijn die zich in het relaas herkennen, en dat ik niet benaderd ben door iemand die zich kon vinden in de handelingen van de mannen in het boek. En uiteraard ben ik al helemaal niet aangesproken door de mannen uit mijn verleden.

Je kijkt naar me, lieve Fictie. Je bent een schrijver, zeg je me met één enkele blik van je groene doordringende ogen. Schrijvers willen mensen niet veranderen, maar licht laten schijnen op dingen die wringen. Een schrijver wil de te nauwe schoenen van haar personage niet vervangen, maar wil in de diepte rapporteren over de blaren, het eelt, de knobbels en de wrijving.

Ik weet dat je gelijk hebt. Het spijt me. Deze brief voelt als verraad aan het harde, onverbiddelijk genuanceerde werk dat jij hebt geleverd.

Maar er valt iets te zeggen over de relatie tussen jou en tijd. Jij hebt de ruimte geschapen voor verhalen die gehoord wilden worden. Die ruimte is door de jaren heen groter geworden, sterker ook, want andere verhalen van lezers, van vreemden, van kennissen, jonge mensen, oude mensen, van verwarde studenten, bezorgde vaders, van aangerande dierbare vrienden kwamen erbij. Tijdens een van de lezingen die ik gaf stond een oude vrouw met witte haren op, richtte zich tot de andere toehoorders en zei: ‘Ik was twaalf jaar.’ De blik in de ogen van haar man, het begrip, het weten, de steun. Daar zou ik een nieuw boek over kunnen schrijven. Ik leerde dat ik niet alleen was in deze ruimte. Integendeel. Jij hebt ervoor gezorgd dat de tijd zijn werk kon doen, en dat de kamer niet werd overrompeld door instantkrantenkoppen over weer een nieuw geval van grensoverschrijdend gedrag, maar gevuld werd door kleurrijke, krachtige, moedige sprekers. En daar ben ik jou eindeloos dankbaar voor.

Grappig. Je geeuwt.

Maar als Zij. niet bedoeld is als eenrichtingsverkeer, Fictie, hoe komt het dan dat er geen bericht kwam van de theatermaker uit mijn verleden? Hoe komt het dat ik niet gecontacteerd ben door die familievriend wiens oudste dochter drie jaar jonger was dan ik? Niet door de dokter die me vroeg om al mijn kleren uit te doen? Niet door de therapeut die met zekerheid stelde dat mijn relatie niet zou standhouden? Niet door de fotograaf, de ski-instructeur, de televisiepersoonlijkheid?

Kun je ook te goed slagen in pogingen om onaanraakbaar te zijn?

Niet bang zijn, Fictie, ik zie je zo kijken naar mij met een blik in de ogen van: ga je mij verdrinken?

Ik ga je niet verdrinken, maar je mag even van de vuile was. Jij hebt samen met de tijd met verve je werk gedaan. En nu de ruimte er is, de ruimte voor het vertellen van de verhalen die gehoord moeten worden, nu is het tijd voor een nieuw hoofdstuk.

Ik denk dat ik een puppy ga nemen. En ik denk dat ik ’m Ongemak ga noemen.

En het is niet onbelangrijk om met Ongemak te gaan wandelen of hij kakt het hele huis onder.

In haar boek Sexuality Beyond Consent, dat mijn hersenpan en mijn ideeën over intermenselijke grenzen deed ontploffen, schrijft Avgi Saketopoulou over traumatofilie. Die term omvat de uitnodiging om na te denken over wat men met trauma kan doen, eerder dan pogingen te ondernemen om trauma te helen of te bestrijden. In een duizelingwekkende combinatie van queer-of-colour-kritiek, performance studies, kink studies en filosofie richt zij de blik op de transformatieve kwaliteiten van traumatische ervaringen. In sommige gevallen, argumenteert ze, kan het daarom belangrijk zijn om de belager in een grensoverschrijdende situatie niet te laten vallen. Om de dialoog aan te gaan. Om, vanuit traumatofiele nieuwsgierigheid, de mogelijkheden te onderzoeken van transformatie als je naar het ongemak toe beweegt en er niet van wegvlucht.

Het spijt me, Fictie, ik moet een nieuwe brief beginnen, ik moet een andere dialoog aangaan.

© Saïdjah Vos

© Saïdjah Vos

Beste leraar, therapeut, dokter, vader,

Wat moet ik uit jullie stilte leren?
Dat een genuanceerd relaas geen potten breekt?

Dat je moet roepen en namen noemen vooraleer je wordt gehoord?

Dat een mens een schokbehandeling of een publieke aanval nodig heeft voor-

aleer hij aanstalten maakt om te veranderen?

Wat is de les hier?

Ik weiger te roepen.

Ik weiger niet naar mezelf te kijken.

Ik weet wie ik ben.

Ik weet welke verlangens mij naar jullie hebben geleid.

En jullie?

Dit werk, dit zelfonderzoek, dit eenrichtingsverkeer, deze stilte. Om eerlijk te zijn, ik ben het kotsbeu. Sorry, Fictie, mooie woorden vinden als je boos bent is moeilijk en onnodig.

© Saïdjah Vos

Beste leraar, therapeut, dokter, vader,

Ik ben hier, ik heb een puppy, hij heet Ongemak. En ik ben bereid om samen te

gaan wandelen.

Ik nodig jullie uit om dwars door jullie angsten en weerstanden heen te gaan. Ik heb dat ook gedaan. Het is de kortste route naar een opgelucht hart.

Wees moedig, wentel je niet in slachtofferschap, zet je gevoelens van machteloosheid aan de kant, en luister, luister, luister.

En zeg: ik luister.

En zeg: ik heb je gehoord.

Ga bij jezelf te rade, laat het vingerwijzen voor wat het is en overloop voor jezelf: als al deze vrouwen, wezens, mensen, kennissen, vreemden de moeite doen om van hun trauma’s hun kracht te maken, wat is dan mijn rol hierin? Ga je eigen trauma’s na, ga je eigen angsten na, ga je eigen verantwoordelijkheid na.

En die laatste begint niet bij het afwegen van je schuld of onschuld, bij het zoeken naar eerherstel, of bij het nu eens een beetje winnen en dan een beetje verliezen in rechtszaken.

Die verantwoordelijkheid begint bij de zin: ik kan gevaarlijk zijn voor anderen en ik ben me daar bewust van.

Die verantwoordelijkheid begint bij het zien van een patroon in jezelf. Wees eerlijk. Want ik was niet de enige wier grenzen jullie overschreden hebben.

Die verantwoordelijkheid begint bij te weten dat jij het vanzelfsprekende product bent van een groter systeem, dat door zichzelf en door anderen in stand wordt gehouden. En niet bij je hulpeloze vuist te heffen naar die vastgeroeste machtsstructuren, maar je eigen blindheid te erkennen voor jouw rol hierin.

Die verantwoordelijkheid begint bij de bereidheid om te verliezen. Je privileges. Je trots. Je eigenwaarde. Die laatste twee kregen ook bij mij een behoorlijke deuk toen ik jullie ontmoette.

Die verantwoordelijkheid begint bij het raken van de bodem, daar waar de potentie ligt om schuld, schaamte en angst te transformeren.

Die verantwoordelijkheid kan je helaas niet alleen nemen, niet alléén nemen en niet alleen némen, hoe graag het slachtoffer in jou dat ook zou willen. Je moet ze delen. Het is in de dialoog dat de ware alchemie plaatsvindt.

Ik nodig jullie uit om, met je eigen verantwoordelijkheid in de hand, met mij en Ongemak te gaan wandelen.

En wees gerust, ik ga er niet van uit dat jullie nu allemaal staan te trappelen om dat meteen te doen. Ik weet welke moed het vraagt om bij Ongemak te blijven. Het kan er wild aan toegaan. De open zenuw die het hart soms is, rijt de borstkas weleens werkelijk aan stukken, zoals bijvoorbeeld bij het schrijven van deze brief.

Maar misschien, wie weet, denk ik nederig: een van jullie? Eén iemand die in het licht wil komen om samen met mij en mijn nieuwe puppy door de straten van het nieuwe hoofdstuk te wandelen?

Eén iemand die vanuit een waarachtige, weldoordachte plek zegt: ik heb je gehoord? Die woorden richten zich veel verder dan alleen naar mij, die woorden worden door velen opgepikt wier grenzen overschreden zijn. Die woorden wijzen naar een ongemakkelijke mogelijkheid, ze overbruggen de tegenstelling tussen dader en slachtoffer. Die woorden zijn het begin. Ik ben hier. Dat is de voorwaarde. We doen het hier. In de ruimte die Fictie, tijd en ik gecreëerd hebben. En waar de jonge hond nu alle orde aan flarden bijt.

Ik ben hier. Ik was en ben boos, ja, maar ik laat jullie niet vallen. Wij hebben misschien meer gemeen dan jullie denken.

Jullie zijn niet alleen in mijn leven verschenen, ik ook in dat van jullie.

Respecteer die wederzijdsheid.

Kijk naar wat ik en Ongemak bij jullie teweegbrengen.

Ik ben hier. Er is koffie in een meeneembeker. Er is een thermos met thee. Fictie bewaakt het huis.

Ben je bang?

Vind je het intimiderend dat ik mijn positie, mijn stem, mijn platform gebruik om jullie aan te spreken?

Draai de klok eens terug. En stel mij exact dezelfde vraag.

Vind je de wandeling overbodig omdat je jezelf nooit als machthebber hebt gezien?

Wel, think differently.

Je leeftijd, je status, je ervaring, ze verleenden je als vanzelf die autoriteit.

Of ben je gewoon bang dat je niet weet wat te zeggen?

Wat denk je van stilte om mee te beginnen?

Wat denk je van wandelen, bewegen, hem vasthouden, de leiband van

Ongemak?

Hem dichtbij houden?
Het eindelijk eens niet weten?

© Saïdjah Vos

Lieve Fictie,

Ik ben je niet vergeten, hier ben ik weer. Of beter gezegd, hier ben jij. Op mijn schoot.

Jij hebt me geleerd om door halfgesloten oogleden naar de wereld te kijken. Jij hebt me geleerd dat die wereld niet minder waar is, integendeel.

Jij hebt me leren kijken in het donker.

De tijd is rijp nu om het licht aan te steken.

Ik aai je zachte vacht. Jij toont me je buik.

De tijd is rijp voor dialoog.

De tijd is rijp voor een nieuwe vriend.

Hier is Ongemak. Ik zie dat je hem te veel vindt, te direct, te sociaal.

Ik zie dat je niet geïnteresseerd bent.

Het is waar, hij is nog jong, hij heeft nog veel te leren, ik ken ’m nog maar net. Het is mogelijk dat je jaloers zult zijn op de aandacht die hij van mij vraagt.

Maar ik weet zeker dat hij op termijn jouw onverwachte vriend wordt.

Ik weet zeker dat het niet lang zal duren voor jullie lepeltje-lepeltje, ergens op de drempel tussen binnen- en buitenwereld, tussen spel en gevecht, samen zullen rusten in de zon.

Of nog heel veel stof zullen doen opwaaien.

Of allebei.

Met licht bezorgde maar nieuwsgierige blik kijk ik toe hoe jullie je vereende aandacht richten op mijn vuile ondergoed. Benieuwd waar dat toe zal leiden.

Veel liefde en dankbaarheid van je vriend,

Maaike

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

kunstenaarsbijdrage
Leestijd 11 — 14 minuten

#180

15.09.2025

14.12.2025

Maaike Neuville

Maaike Neuville is auteur, speler, regisseur, moeder, queer. Ze speelde bij onder meer Comp. Marius en in tal van films en televisieseries. Bij KVS maakte ze samen met Roy Aernouts Op een bankje, op een dag en Ifigenia met Tessa Hall. In 2023 verscheen haar debuutroman Zij. bij De Bezige Bij.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Wat is de toekomst van cultuurspreiding in Vlaanderen? De nieuwe Strategische Visienota Kunsten van minister Caroline Gennez wil expliciet meer inzetten op spreiding in landelijke gebieden en een breed bereik.

 

Ga mee in debat met Kunstenpunt en Etcetera op dinsdag 26 mei in de Beursschouwburg. Reserveer hier je gratis ticket.

Moderator: Ciska Hoet. Panel: onder andere Wouter Hillaert (cultuurjournalist) en Rolf Quaghebeur (kabinetsadviseur bij Minister van Cultuur Gennez). Volledige panel wordt snel bekendgemaakt.