De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Sven Age Birkeland (vijfde van links) en het team van Bit Teatergarasjen © Elsebeth Rahlff
Deze zomer heb ik rondreizend doorgebracht. Het was spannend, zwaar, amusant, soms ook frustrerend en een tikkeltje vermoeiend. De komende vier jaar in Bit Teatergarasjen zullen gelijkaardig verlopen, geloof ik.
Begin juli vertrok ik in mijn oude Volvo uit Bergen. Ik reed een goede vierhonderd kilometer zuidwaarts naar Kristiansand, waar ik ben opgegroeid. Ik bezocht mijn oude school in het bos nabij Tronstad-vannet, en ook de familie, bij wie ik twaalf creatieve dagen doorbracht met het opknappen en schilderen van het huis, met zwemmen en genieten van het goede lokale bier. Van daaruit nam ik het vliegtuig naar Athene, nog meer naar het zuiden, waar ik met een van mijn oudste vrienden de eerste de beste ferry richting Egeïsche Zee op sprong. Toeristenvalstrikken en droomeilanden volgden elkaar in een hoog tempo op: Santorini, Anafi, Sikinos, Iraklia, Folegandros, Ios, Naxos, Paros, Syros, Schinoussa en nog enkele onbewoonde parels. Alle transport over water werd uitgetest en gebruikt met een groot gevoel voor proefondervindelijkheid, van mini- tot cruiseschip, een belevenis die ons een fantastische tijd op zee en een portie frustraties bezorgde. Samen met ongeveer honderdvijftig andere min of meer vertwijfelde passagiers werden we op een bepaald moment ontvoerd door een soort moderne Kapitein Haak op een oud wrak dat voor een ferry moest doorgaan. Ik zal niet uitweiden over de illegale praktijken van de bemanning aan boord van het schip. Na uren op zee en vergeefse pogingen om aan wal te geraken, werden we – om het diplomatisch uit te drukken – gedwongen aan te meren, waarop de kapitein en zijn crew onmiddellijk weren gearresteerd. We meerden aan op het eiland Syros, in de prachtigste stad die je je maar kan inbeelden. Deze stad, een soort geboende, Griekse versie van Palermo, was groot genoeg om de stroom toeristen op te vangen en tegelijk kalmte en rust te bieden. Voor ons, gekidnapten, was ze een soort veilige haven. Fantastische meerwaarde met andere woorden en bovendien helemaal onverwacht. Na mijn zuidelijk eilandavontuur en aan het einde van mijn reis, begon ik te werken in Salzburg, Oostenrijk. Enerzijds duizend zingende cicaden, mekkerende geiten, knapperige calamares en tijmaroma’s, anderzijds Mozartbonbons, een groter contrast is nauwelijks denkbaar. Salzburg is een hippe stad en wordt overspoeld met toeristen, maar als je zoekt, vind je er ook rustige oorden en inspirerende plekken. Ik vond er een paar. Wat al deze bestemmingen met elkaar gemeen hebben, is de kans om mensen te ontmoeten, fantastische mensen, en om situaties te beleven die ik voor de rest van mijn leven meedraag. Om te besluiten:
de zomer van 2008 was good, good, very good!
Stilaan kom ik bij de plot van mijn verhaal. Vóór ik aan deze culinaire en belevenisvolle reis begon, vierde ik in Bergen, samen met het team van Bit Teatergarasjen en zevenhonderd licht wanhopige maar feestgrage toeschouwers en vrienden, een gigantisch ‘afbraakfeest’. Van bij het begin, sinds het seizoen 1990-1991, is Bit Teatergarasjen niet zomaar een theater, maar een arena, en op vele manieren een huis voor ontzettend veel mensen. Op het moment dat ik dit schrijf, wordt het gebouw beetje bij beetje ontruimd en met de grond gelijkgemaakt. Op dezelfde plek wordt binnenkort een nieuw theater gebouwd: onze nieuwe basis, ons nieuwe Bit Teatergarasjen. Het nieuwe complex zal meer, mooiere en grotere faciliteiten bieden dan het oude Teatergarasjen en hopelijk in 2012 klaar zijn voor gebruik. Ik wil niet discriminerend overkomen wanneer ik zeg dat we met deze operatie zeer waarschijnlijk van mekkerende geiten en tijmaroma’s vliegensvlug naar een grote ronde Mozartbonbons zullen overgaan. Soms, of eerder vaak, wil ik zulke metaforen omdraaien… Ik zal niet ingaan op de vraag waarom dit alles gebeurt (stadsvernieuwing), welke middelen we aanwenden om het nieuwe theater te realiseren (privékapitaal) of hoe we alles aan het rollen krijgen voor onze medewerkers, voor een reeks geëngageerde kunstenaars uit binnen- en buitenland, en voor ons veelzijdige publiek. Ik wil liever een stap dichter komen bij de plot van dit verhaal, namelijk ons vier jaar lange bestaan als kunstnomaden. Dat kan een eindeloos interessante en uitdagende reis worden voor ons allen. In welk avontuur zullen wij ons – deels vrijwillig – storten? Wat wordt van ons verwacht, onderweg en nadat we in ons nieuwe huis zijn ingetrokken? Hoe gaan we de dingen aanpakken die nu voor ons triviale, alledaagse problemen lijken? En hoe zullen we de komende vier jaar omgaan met meer aanhoudende uitdagingen? We zijn lang niet de eersten die in een dergelijke situatie terechtkomen, dus wat kunnen we leren – als we als iets kunnen leren – van enerzijds onze voorgangers die de nomadische fase niet waardevol genoeg vonden, anderzijds van hen die langzaam beseften dat de nieuwe situatie niet helemaal rozengeur en maneschijn bleek te zijn, in tegenstelling tot wat ze oorspronkelijk gedacht hadden? Sommigen vonden de voortdurend veranderende reis interessanter dan het nieuwe theater.
We willen onderweg goede ervaringen opdoen en hopen op een mooi leven in het nieuwe theatergebouw (uiteraard). De vraag is hoe kunnen we beide doelen bereiken? We wensen dat het team zich door het hele proces goed heen zal kunnen slaan en we hopen op hetzelfde grote, jonge, talentvolle en nieuwsgierige publiek als vroeger. We begroeten elke dag als een nieuwe dag en niet als een vervelende heruitzending van de dag ervoor. Het zou een understatement zijn te zeggen dat we grote verwachtingen koesteren voor de toekomst. Hoe kunnen we gebruik maken van de kwaliteiten van het veranderlijke, vluchtige, ontembare en vaak onzichtbare proces? Is datgene waarover wij zelden of nooit reflecteren iets wat ons publiek uitgerekend wel wil? Wat in hemelsnaam moeten we dan doen om in dit veranderingsproces niet gewoon te overleven, maar er groter en sterker uit te komen?
Nog niet zo lang geleden was het de gewoonte in Noorwegen om te zeggen: ‘Neem je mijn job af, dan neem je mijn leven.’ Dat is nu veranderd… of toch niet helemaal? Ik ben zeer tevreden met mijn job, die een belangrijk deel van mijn leven is geworden. Het aantal uren dat ik aan het werk ben, stapelt zich met de dag op, zodat dat ik veel meer werk dan strikt noodzakelijk is, zo durven sommigen beweren. Enkele jaren geleden heb ik ingezien dat mijn kantoor mijn toevluchtsoord is geworden, weg van de beschaafde buitenwereld. Ik heb geprobeerd te achterhalen waarom ik het als zodanig beschouw en vind geen andere reden dan mijn zogenaamde kantooraccessoires, die zich nog steeds in aantal vermenigvuldigen. Een overzicht: de voetbal van de Football Match Between Ibsen’s Women And Strindberg’s Men (Baktruppen, Berlijn 1990), een ‘genuine canned Florida Sunshine’, een halfvolle fles Unicum, tennisballen, halfdode kamerplanten, bokshandschoenen en een boksbal, een Lambadapop op batterijen, de elpee Freedom’s Finest Hour (hoogtepunten uit de speeches van Ronald Reagan), vier flesjes gevuld met urine van de Pre Essens-actrices (Bergen, 2001), twee flessen rode wijn (Umbrië 2001), een Swatch-horlogearmbandje, een Adidasklok, plastic bloemen, een trainingspak, twee Alarm Awards, twee oude gsm’s, een wereldvlag (Georgië), een poster van Jeanette Christensen (1984), een melkkop, een Casio fx-180Pv rekenmachine, twee kostuums, drie paar schoenen, een Samsonite laptoptas, Radionette Studio 3D (een grote radio uit de jaren zestig met fantastisch geluid, gevonden op straat, op een kilometer van mijn kantoor), een dinosaurusdimlicht en nog ontelbare andere kleine en grote dingen van verschillende kwaliteit… Jeetje!
Als je nu denkt dat ik een klassiek Doctor Jekyll and Mister Hyde-type ben, dan kan ik dat onmiddellijk bevestigen. Mijn kantoor vol bureauaccessoires is mijn labo, waar ik me volledig kan ontplooien. Ik ben in ieder geval, net als de anderen van het Bit Teatergarasjenteam, en om even terug te komen op mijn Grieks uitgangspunt, zowel iponomi (geduldig) als epimoni (eigenwijs); de komende vier jaar zullen we rocken, en met deze ingesteldheid beginnen we in 2012 aan een nieuw leven in Bit Teatergarasjen. En daarna… blijven we gewoon doorrocken.
vertaald uit het Noors door Birte Staelens
Sven Åge Birkeland is artistiek leider van Bit Teatergarasjen in Bergen (Noorwegen).
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.