Leestijd 5 — 8 minuten

Benny Claessens – Learning how to walk

Een zeer langzame neerwaartse gang

Benny Claessens brengt voor zijn tweede creatie bij NTGent vijf essentiële levensfases op scène. Learning how to walk, learning how to talk, learning how to touch, learning how to be alone, learning how to die: allemaal existentiële kwesties. Goed voor theater. Maar met de laatste twee stappen van het groeiproces is de regisseur zelf nog niet klaar, lijkt het.

Vier uur is er uitgetrokken voor de voorstelling, en alle middelen van een groot productiehuis. Fabuleuze scènedoeken, papier-maché kopie van het aanpalende balkon, barokke toneelkostuums. Het publiek zakt weg in burgerlijke pluche, en voor de dorstige toeschouwer tijdens de lange zit wordt speciaal een waterkraantje geïnstalleerd. Daartegenover staat de soberheid van accessoires (takjes, keitjes, bouwstenen, stro) en de – helaas – mager uitvallende voorstelling.

Bij het binnenkomen tatert een actrice welkomstpraatjes in de micro, terwijl op een flat screen robots voetballen en dronken strompelen. Animatie. Dan verschijnen twee strandbaaien op reuzendoek. Vakantie. Op de planken zet Claessens een witte bouwsteen neer waar de vijf acteurs op en over beginnen springen. Mooie scène: samen spelen rond een dwaze steen, zoals alleen kinderen dat kunnen, met die uitzonderlijke gretigheid. Ze oefenen met tong uit de mond, lummelen, hangen rond, stapelen keien, ordenen takjes, verkleden zich met doeken en riemen – een enkele te laat, als de anderen al lang weer wat anders doen. Onhandigheid. Claessens loopt met zijn grote lijf argeloos rond. Het werkt bevrijdend. Knap idee om niet het leren lopen zélf te ensceneren, maar wat je daar dan mee leert doen. Learning HOW to walk: snel, traag, vrolijk, springend,… Ze nemen alle tijd. Af en toe gaan ze als vissen op het droge happen naar adem.

Bij de tweede fase gebeurt hetzelfde, nu met taal. Ook hier gaat het om de stap ná het leren: hoe ontdek je woorden, hoe gebruik je ze? Op zangerige toon en met veel opgewonden gelach worden  voorwerpen en feiten op en rond de scène benoemd en proeven ze elkaars taal. Simpel plezier is het als de Nederlandse actrice Vlaamse woorden naar haar mond zet (tak wordt stokje, pijn wordt pij-in). Zo leren mensenkinderen taal en anders-zijn van elkaar. Weer is het tafereel lang uitgesponnen. Ondertussen doen honderden poezen gekke dingen op het scherm. Eén actrice waagt zich aan poetry improvisation. ‘I want to take the time all the time… till I die’. Als een andere zwaar gaat stotteren voel je fysiek hoe pijnlijk fout spreken kan gaan (Elsie de Brauw speelt erg overtuigend).

Derde stap: Learning how to touch. Met hun handen als voelsprieten tasten de performers elkaar af. Kietelen, giechelen. Dan gooit Benny Claessens water op de grond, trekt zijn slip uit en wriemelt over de vloer. Stomach sex. Anderen volgen. Langzaam wordt het duwen vechten, en vechten neuken. Niet echt. Over de blote konten hangen lange rokken, die nat worden en waarmee ze elkaar kletsen. Tussenpauze: ruim tijd om zich af te drogen; we zien het nog steeds geduldig aan. Volgt hetzelfde spel opnieuw, nu met keurig in het zwart geklede lui: gelaarsde kat, nimf, edelman met bootpruik,… Ruiger wel, en met gore taal. Volwassen gerampetamp. Met de houten takjes wordt een porno-scène nagespeeld. Zilveren pulver vliegt in het rond als sperma. Erg grappig: het zal aan ze kleven tot het eind van de voorstelling.

Als de vijf acteurs samen de scène gaan beplassen, kantelt de voorstelling. Niks is zo onttoverend als transgressie die niet langer grensoverschrijdend is. Als ze de boel ook nog zelf opdweilen (Claessens haalt er een sopje bij), voelt de orgie helemaal als ingeblikte subversie. ‘Excuse me, is this the break now?’ vraagt iemand uit het publiek beleefd. ‘No, not yet’ geeft een acteur toe. Maar lol, noodzaak en aandacht zijn weg.

Na de pauze zet de neergang zich door. Niet alleen binnen het thema, ook in de voorstelling. Langzaam ontrafelt de scherpte van het begin in loos spektakel. Een subliem doek met Indonesische paalwoning: schoonheid in eenvoud. Maar wat stelt het hier voor, vraag je je steeds meer af. Een slap dansje op de voorscène en dan stilte. Licht schijnt de zaal in, rook trekt langzaam op. Weer wachten. Worden we nu, als toeschouwer alleen in onze stoel, zonder conversatie en in het donker, geacht alleen te leren zijn? Het gemoedelijke transformeert zich tot een steeds ongeduldiger tijd uitzitten. De regisseur zoekt hoever de grens van onbeholpenheid kan opgerekt worden, staat in de brochure. In de zaal wordt gefezeld en gegrapt.

Als elke acteur in een volgende sessie zijn doodservaring vertelt, veert de voorstelling even opnieuw recht. How did you die? Antwoordt van Claessens: ‘during an Abramovic re-enactment’. De zaal is terug mee. Verrassend hoe intieme verhalen altijd weten aan te grijpen. Helaas wordt de draad onmiddellijk weer doorgeknipt, en vanaf dan hangen de spelers alleen nog maar rond, een nog langere tijd lang. Ze voeren heidense rituelen uit, stappen letterlijk over a thin line (witte tape), waarna een rituele wassing, en dan nog een, en nog een, eten uit een bakje (een banaan gooien naar elkaars mond lukt niet, dat weten we toch al?), een soortement gevecht, een soortement troosten van elkaar, elkaar insmeren met een zalfje, vuurstokjes aansteken,… Wat moeten we ermee als publiek? Uiteindelijk lopen ze met z’n vijven naakt op scène rond, vier tengere lijfjes en het grote lijf vol blauwe plekken van Benny Claessens.  Om beurten met een grote tak en belletjes in evenwicht op hun hoofd. Moet we leren dat we naakt sterven? (is niet zo) Dat we met willekeurige overgangsrituelen houvast zoeken? De bühne is nu inmiddels één grote chaos waarmee het gevoel geschapen moet worden van een felle ervaring.

Vier uur later – na opeens snel snel een cynische epiloog bij een foto van een dam in Irak en een nep-loterij – volgt eindelijk slijmige filmmuziek ter afsluiting. Het napraatje met weer die micro in het publiek hou ik voor bekeken. Mijn tijd is op.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#144

15.03.2016

—

14.06.2016

Mia Vaerman

Mia Vaerman studeerde filosofie aan de KUleuven, Woord aan het Conservatorium van Brussel en een jaar journalisitiek in Parijs. Ze recenseert theater en dans, en schrijft tussendoor filosofische essays. En ze is gastdocente aan het RITCS.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!