#183
08.09.2026
—
14.01.2027
Tunde Adefioye is stadsdramaturg van de KVS.
Podiumkunst en kunstkritiek brengen elkaar voort: welke artistieke vormen steun en zichtbaarheid krijgen, hangt sterk samen met hoe er waarde aan wordt toegekend (of niet), en door wie dat gebeurt. Sinds ik in België woon, heb ik gemerkt hoezeer critici worstelen met het werk van theatermakers met een migratieachtergrond, specifieker artiesten van kleur.
De Nigeriaans-Amerikaanse performancekunstenaar, dichter en curator Jaamil Olawale Kosoko opende dit seizoen van de Beursschouwburg met #Negrophobia, een performance rond zwarte identiteit en de historische en actuele verhalen van slavernij, racisme en onderdrukking die daaraan verbonden zijn. Naar aanleiding van deze voorstelling ging Kosoko tijdens het Lesfestival (georganiseerd door het Koninklijk Conservatorium – AP Hogeschool Antwerpen) in gesprek met Tunde Adefioye, stadsdramaturg bij de KVS, over het zwarte lichaam en de witte blik. Hier leest u een verkorte versie. *Erratum: De redactie van Etcetera wil aan bewuste woordpolitiek doen, dus gebruikt vanaf nu het adjectief ‘wit’ in plaats van ‘blank’. Daarom is de titel en de vertaalde inhoud van dit artikel licht aangepast.
Hoe kun je je als jonge kunstenaar verhouden tot de erfenis van het Europese kolonialisme? Theatermaker Ogutu Muraya, die onlangs zijn masteropleiding aan het Amsterdamse DAS Theatre afsloot, verbindt in zijn lecture-performance Fractured Memory persoonlijke herinneringen aan de recente geschiedenis van zijn thuisland Kenia met het eerste Congres van zwarte schrijvers en kunstenaars van 1956 in de Sorbonne in Parijs.