‘Assassins’ © Jurgen Van Gemert

Leestijd 6 — 9 minuten

Assassins

Davis Freeman / Random Scream

U houdt van musicals? Schitterend. In Assassins, de nieuwste productie van Davis Freeman, is Broadway nooit veraf. Als musicals het slechtste in u naar boven halen: nóg beter, want Assassins toont de onderkant van het genre, en duwt de kijker onderwijl zoetgevooisd met zijn neus op de donkere kanten van de samenleving.

Confrontatie, daar is regisseur Davis Freeman goed in. Gewiekst gaat hij ver mee in een standpunt om even later des te meer slagruimte te hebben voor de weerbots. Zijn performance All you need to know about guns twee seizoenen geleden in Leuven was er een mooi staaltje van. Vooraan in een aula had Freeman een aantal vuurwapens uitgestald. Zijn stelling was: als je een wapen koopt om je te verdedigen in deze boze wereld, moet je er op zijn minst voor zorgen dat je het ding ook veilig kan gebruiken. We kregen een demonstratie – onderdelen werden gedemonteerd, de gebruiksaanwijzing werd helder. Toen mochten de toeschouwers laten zien wat ze van de les onthouden hadden. Het hoofd van een vrijwilliger in de wandelgangen van het gebouw, geprojecteerd op een beeldscherm, was het doelwit. Ik kan getuigen: het haalt instincten in je naar boven waarvan je niet wist dat je ze had.

Maar terug naar Assassins. In het jaar van de Amerikaanse presidentsverkiezingen kon Davis Freeman niet langer om een langgekoesterde droom heen: een musicalremake op het podium brengen ter illustratie van zijn eigen zwarte visie op de Amerikaanse droom, voor hem verpersoonlijkt door George Bush Jr., global warrior on terror. Een musical, want dat genre is voor Freeman onlosmakelijk verbonden met zijn Amerikaanse roots. Hij verliet tijdelijk zijn gewoonlijke habitat van performancetheater en -dans om aan de slag te gaan met de oorspronkelijke versie van Assassins, een musical van het duo Stephen Sondheim en John Weidman. (De eerste kent u wellicht als de schrijver van de lyrics van West Side Story.) Op zo’n anderhalve weggelaten scène na laat Freeman de oorspronkelijke tekst intact – een op historische feiten gebaseerde kroniek van alle aanslagen ooit gepleegd op Amerikaanse presidenten. Ze worden op een rijtje gezet bij monde van de negen daders, twee dames en zeven heren. Een pittig detail is dat het een gevierd acteur was die in een theaterzaal in 1865 het eerste slachtoffer maakte, Abraham Lincoln. Als geen ander is dit stuk een barometer voor politiek bewustzijn in de Verenigde Staten. In 1990 ging de musical in première, maar enkele weken voor de eerste Golfoorlog werd hij van het podium gehaald wegens zijn alte demoraliserende antipatriottisme. In tijden van crisis horen de gelederen zich te sluiten en kan van vuile was buitenhangen al helemaal geen sprake zijn, was de boodschap.

Tien jaar later werd de musical van onder het stof gehaald, en alsof het zo afgesproken was volgde toen 9/11, met opnieuw verbanning als resultaat. Uiteindelijk bracht George Bush Jr. meer geluk – de verontwaardiging over zijn beleid is zelfs in eigen land zo wijdverspreid dat Assassins in 2004 definitief uit de Broadwaygoelag mocht en een hit werd.

Op het podium staat een lange tafel waarachter twee vrouwen en zes mannen zitten, met in hun midden een kind, een meisje. Aan het ene uiteinde van de tafel zit achter een vleugelpiano de verteller, aan de andere kant bevindt zich een aantal attributen dat later zijn nut zal bewijzen. Boven de tafel bengelt een dik touw. De hele breedte van de achterwand dient als projectiescherm waarop gedurende de voorstelling een mix van historische archieffoto’s en recentere beelden de geschiedenis aanschouwelijk maakt. De uitdaging voor Freeman was vooreerst om het musicalgenre te verpakken in een voor een hedendaags dans- en theaterpubliek aanvaardbare vorm. Maar hij kent zijn pappenheimers: hij was oorspronkelijk acteur, leerde on the job ook dansen en werkte in de tien jaar dat hij in België verblijft onder andere bij Les Ballets C. de la B., Meg Stuart en Superamas. Freemans versie van Assassins is een naakt conferentieformat geworden zonder het minste zweempje van oppervlakkige commercie, valse emo of het afgelikte sprookjesgehalte waar het musicalgenre wel eens onder lijdt.

De acteurs lezen hun lijnen af van de A4’tjes voor hen op de tafel en de beeldman maakt, autistisch gekluisterd achter zijn Mac, deel uit van het panel. Jawel, er wordt gezongen– alle songs van Sondheim zitten ook in deze versie van Assassins –maar niet door musicalspecialisten: één iemand is professioneel operazanger, de andere vertolkers zijn acteurs die graag een poging wagen. In plaats van een orkest is er af en toe iemand die zijn hobbyinstrument boven haalt om de pianist even rust te gunnen. Als de acteurs zelf niet aan het woord zijn, schakelen ze moeiteloos over op een toeschouwersmodus. Die is zo geloofwaardig dat je je als publiek geobserveerd en geïmiteerd voelt, wat dan weer een mooi voorzetje is om je rol als toeschouwer even te overdenken.

Freeman weet zo met een amalgaam aan techniekjes afstandelijkheid te creëren terwijl intussen het stuk aan entertainmentgehalte geen jota inboet. De spanning van negen geweerlopen die door het panel, onder het aanheffen van een gunsong, bij wijlen op het publiek worden gericht – ‘all you have to do is move your little finger’ – staat garant voor onvoorwaardelijke aandacht. Slapstick heeft hetzelfde effect: twee dames kandidaat-killers worden zozeer afgeleid door hun vrouwelijke attributen – kinderen, handtassen, huisdieren en hun reflexmatige charmes – dat ze vergeten hun pistool te laden en de geschiedenis in moeten als symbool van vrouwelijke warhoofdigheid. De vrouwelijke toeschouwer die ik ben is voor één keer gesterkt door dit zwaktebod en wil graag voorwerp zijn van zoveel vrolijkheid.

Bij middel van deze verzamelde vormelijke ingrepen is Davis Freeman met glans en wimpel in zijn eerste opzet geslaagd, namelijk het musicalgenre van onder zijn gladde melo-imago te halen en een nieuw publiek aan te spreken. De voorstelling paktje bij je nekvel en laat je gedurende anderhalf uur geen seconde los. Voor Freeman zelf zit de centrale confrontatie in zijn Assassins in de donkere consequentie van de Amerikaanse droom, die een slap in the face krijgt als de onvervreemdbare rechten van weleer ongefundeerde eisen worden. Je zou kunnen stellen dat Freeman, vijftig jaar na Death of a Salesman (1949) van theaterauteur Arthur Miller, een nieuwe fase in die droom illustreert. Millers handelsreiziger gaat ten onder omdat hij krampachtig wil vasthouden aan de illusie. In Assassins volgt het genadeloos omzetten van de droom in realiteit. ‘Move your little finger and / You can change the world / Why should you be blue / When you’ve your little finger?/ Prove how just a little finger can / Change the world’, aldus de tekst van Sondheim. Die boodschap is voor Freeman de kern van de musical. Je wil en kan een held zijn, en een president vermoorden is één van de opties.

Iedereen kan zijn wie hij wil zijn, en dat geldt ook voor ons, is de boodschap van deze personages. Bovendien vinden ze dat ze er recht op hebben, tout court. Toen ik onlangs voorbij een commerciële zender zapte werd Freemans bekommernis om die ingeburgerde realiteit van het nieuwe ‘recht tot eisen’ me duidelijker. Twee modeconsulenten in een Amerikaans restylingprogramma gaven hun kandidaten een mantra mee die ze voor elke stap in hun transformatie vrolijk dienden te reciteren: ‘I need / Bring me / And make it quick.’ Een ketting van opdrachten, niet voor zichzelf maar voor anderen: meer hoeft het niet te zijn als je een droom wil waarmaken.

Freeman noemt in interviews de daders uit Assassins ‘madmen’, met een ontspoord eisenpakket. In die thematiek is hij misschien republikeinser dan hij zelf zou willen, want de tekst van Weidman is ook een catalogus van individuele treurnis. In de tekst krijgt elke dader alle ruimte om zijn motieven te belichten. Liefdeloze gezinnen met gewelddadige vaders, kansloze immigratie, extreem sociaal isolement – Assassins somt ze allemaal op, de wortels van ontsporing. De personages zijn op die manier evengoed symbolen van gedeukte mensen die geen andere wegen vinden om uitte breken. Verlossing zoeken middels agressie is ook op het podium een universeel thema, van Euripides tot hedendaagse makers, en recent nog schitterend neergezet door Vincent Dupontin Hauts Cris. Die laatste haalt een consequent opgebouwde, niet-aflatende oerkreet boven om zich te bevrijden uit de beklemming van zijn (theatrale) omgeving en uiteindelijk ook een loeiende kettingzaag waarmee hij manu militari de scenografie te lijf gaat.

Er is ook Kaya Freeman, het negenjarige dochtertje van de regisseur, die me bijblijft. In deze Assassins is ze zichzelf. Omgeven door vier moordenaars aan elke zijde zit ze in het midden achter de tafel en leest ons in het hart van het stuk een naakte opsomming van de feiten voor. Ze lijst de moordenaars op in chronologische orde, met hun naam en die van ‘hun’ president. Soms voegt ze met kinderlijke eenvoud nog iets toe over hun motief of over hoe de zaak zich afwikkelde:
‘This is Sarah Jane Moore.
She tried to also kill president Gerald Ford but couldn’t make her gun work.
She just got released from jail last year. She said she was sorry.’

Het is meteen het stukje tekst dat haar vader toevoegde aan de versie van Sondheim en Weidman. Haar kinderlijke openheid, ongerijmd aanwezig tussen acht daders, gekken, slachtoffers – noem ze hoe je wil – is wat mij betreft de scherpste confrontatie met de donkerte van het van het geweld in Freemans Assassins.

Lieve Dierckx

Assassins speelt op 13 maart in Vooruit (Gent) in het kader van The Game Is Up. De cast wordt versterkt met Dirk Roofthooft. www.randomscream.be

Deze tekst werd geschreven voor Corpus Kunstkritiek (VTi).

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#115

01.02.2009

31.03.2009

Lieve Dierckx

Lieve Dierckx (1955) deed onderzoek naar duurzame danscarrières en schreef over dans voor Urbanmag en rekto:verso. Ze werkt mee aan een anthologie rond danskritiek in het Expojaar voor de K.U.Leuven en Sarma, en neemt dit seizoen deel aan het Corpus Kunstkritiek van het VTi.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!