© Casper Koster

Leestijd 9 — 12 minuten

Artiesteningang – Jef Van gestel

In Artiesteningang stellen we (internationale) podiumkunstenaars vragen over hun leven en werk. Elk van deze interviews is een uniek portret dat inzicht geeft in de artistieke praktijk en het leven van makers en performers. Vandaag: performer, regisseur, beeldend kunstenaar en dragqueer Jef Van gestel.

Wat was je vroegste aanraking met de podiumkunsten? 

Ik herinner mij dat ik als kind De Nieuwe Kleren van de Keizer in hetpaleis zag. De keizer was naakt. Een object, een meubelstuk of een medespeler dekte telkens het middelste deel van zijn lichaam af. De momenten wanneer er van afschermend onderdeel werd gewisseld gaf telkens een golf van plezante spanning door de zaal. Een soort van rollercoaster gevoel. Dat heeft blijkbaar indruk op mij gemaakt als kind. Als kind zag ik daar niets seksueel in, ik vond het vooral hilarisch dat die keizer zich zo liet beetnemen. Nu zou zo’n voorstelling in het jeugdtheater op veel weerstand botsen denk ik. Maar ik heb daar blijkbaar toch een heel leuke herinnering aan.

Wat wou je als kind worden? 

Acteur. Je had toen nog niet de termen performer of theatermaker.

In mijn pubertijd verschoof dat naar danser maar ik was toen ook beginnen roken en dacht dat dansers niet rookten om hun lichaam gezond te houden. Ik heb die droom dan maar van me afgegooid. Dat stoppen met roken een optie was kwam blijkbaar niet in mij op. Blijkt nu dat heel veel dansers de verstoktste rokers zijn.

Wanneer wist je dat je in de podiumkunsten wilde werken?

Toen ik als 10 jarig kind in Het Offer van Lucas Vandervost speelde. Ik ontdekte dat je een grote zwarte doos kon omtoveren tot een heel andere omgeving. Het decor was een binnenplein met (echte) stoeptegels en een (echte) berg ijs. Dat was magisch. Ik mocht vooraan in een surrealistische stoet lopen, stiekem een sigaar onder een trapje roken én vliegen. Sorry, als je dan niet verkocht bent om het theater in te gaan, weet ik het ook niet meer.

Welke voorstelling is onvergetelijk? 

Global Anatomy van Benjamin Verdonck en Willy Thomas. Dank u Willy om met uw gat in de boter te gaan zitten. Dat is één van de meest hilarische, bevrijdende, ontroerende scènes die ik heb gezien. In deze voorstelling herontdekken de performers objecten, als een soort oermensen, terwijl hun relatie en de machtsverhouding tussen hen een steeds uitgesprokener onderdeel worden van de voorstelling. Bernadetje van Arne Sierens en Alain Platel is voor mij ook iconisch. En dan in het bijzonder de scène waar de botsauto’s een choreografie doen op klassieke muziek. Achter ’t eten van Eric De Volder & Dick Van der Harst met Inneke Nijsen en Marijke Pinoy staat ook in mijn geheugen gegrift door zich te onderscheiden van alles wat ik daarvoor had gezien.

Wat is jouw favoriete plek? 

Het bos. Ik hou van de rust, de poëzie van de natuur, de geuren. Een veranderende lichtinval kan de omgeving plots totaal veranderen. Het is ook een plek die spannend kan zijn, die unheimisch kan aanvoelen, vredig of erotisch. Ik hou van die ‘meerlagigheid’ en van het zintuiglijke.

Waar zou je heel graag eens je werk tonen?

In een museum. Beeldende kunst is een grote inspiratiebron voor mij en ik heb het gevoel dat mijn werk op één of andere manier goed zou staan in een museum. Ook hoe de scène er uit ziet na de voorstelling beschouw ik als een beeldend werk, een eindpunt, een plek waar iets heeft plaatsgevonden en ergens nog voelbaar is.

Hoe ziet jouw werkplek eruit?

Ik heb sinds kort een piep klein ateliertje op de zolder van ons appartementsgebouw in Amsterdam ingericht. Het is 11 vierkante meter. Extreem rommelig. Planken op schragen met daarop planken op schragen die als bergruimte dienen, een plank op schragen als werkbureau met een naaimachine bedolven onder allemaal stukken stof, kettinkjes, spelden en lijm.

Ik heb twee kanten. Op sommige vlakken heb ik veel nood aan structuur en duidelijkheid en kan soms heel slecht tegen verandering. Als ik kook, ruim ik tussendoor op, maar in dat ateliertje werk dan als een bezetene aan drie projectjes tegelijk en laat alles slingeren. Ik ga dan ook vaak óp een werk staan dat ligt te drogen of vind dingen niet terug. Pure chaos, maar dat vind ik dus ook ergens lekker. Ik heb dan het gevoel dat ik in een explosie van creativiteit zit en dat maakt mijn hoofd vol en licht tegelijkertijd. Ik ervaar dan een soort milde extase.

Ik gebruik dat ateliertje de laatste tijd vooral om accessoires te maken voor mijn Dragqueer persona Nat Tasje die nog niet zo lang geleden in mijn leven is gekomen. Ik maak dan een driehoekje van haar aan gouden kettingen of borsten uit piepschuim met ogen als tepels.

Wat doe je om te ontspannen?

Onvoorwaardelijk lui zijn. Maar vaak geraak ik dan in een limbo van verlamdheid, schuldgevoel, verveling en weer onrust. Wat beter werkt is een lange massage, een wandeling door het bos, een tijd in mijn atelier aan de slag zijn, de hele dag uittrekken om voor vrienden te koken. Maar gekg enoeg zie ik dan al op tegen het maken van de afspraak bij de masseuse, het naar het bos te rijden, het ergens aan beginnen in mijn atelier, het etentje te organiseren, dat ik dan maar weer voor die limbo kies.

Welke muziek luister je momenteel op repeat?

De nummers die ik binnenkort ga of zou willen lipsyncen als Nat Tasje.

Dat zijn op het ogenblik ‘Jerkin’’ van Amyl and the Sniffers, ‘Pass This On’ van The Knife en ‘Watch Me’ en ‘4 Degrees’ van Anohni.

Heb je een ritueel voor je het podium opgaat? 

Ik moet vaak heel veel spullen klaarleggen en met het klaarleggen van die spullen raak ik aan wat ik straks ga doen. Dat geeft een bepaalde rust. Maar ik zou graag eens van de trein of de auto meteen op het podium stappen en beginnen. Dat lijkt mij echt spannend en ongemakkelijk op een goede manier.

Het liefst ben ik al op het podium wanneer het publiek binnenkomt. Ik hou er niet van als ik achter de scène sta, dan voel ik mij ongemakkelijk, als een dier in een kooi dat straks een kunstje moet doen.

Zijn je ouders fan? 

Ontzettende fan! Mijn ouders zijn waanzinnig trots. Ze komen meerdere keren naar het zelfde stuk kijken, komen met een recensie aanzetten die ik natuurlijk al lang heb gelezen, reageren op al mijn Instagram posts met een hartjes-ogen-emoji of een applaus-emoji. Het ontroert mij hoe betrokken ze zijn. Ik voel me ontzettend door ze gezien en gesteund.

Met welke kunstenaar(s) voel je je verwant? Met wie zou je graag eens samenwerken?

Ik voel me verwant met beeldend kunstenaars. Maar ik weet niet direct of ik met ze wil samen werken omdat ik diens werk boeiend vind. Voor mij is een grotere voorwaarde om met iemand samen te werken dat ik de persoon aangenaam vind.

Kunnen recensies je iets schelen? 

Ik ben daar wel gevoelig voor ja. Het gaat mij niet zo zeer over of ze de voorstelling goed of slecht vonden maar hoe een recensent heeft zitten kijken. Het is zo een ontzettend fijn gevoel wanneer iemand diens reflectie op je werk in een A4tje giet en je helemaal voelt dat deze persoon alle lagen heeft gezien (en misschien nog meer dan ik er zelf in had gezien en ik dus zelf opnieuw naar het werk kan kijken). Ik vind het ook boeiend wanneer een recensent zo slim is dat die aan het resultaat aanvoelt wat de strugles waren tijdens een repetitieproces. Daar heb ik groot respect voor. Maar niets is meer frustrerend dan wanneer je het gevoel hebt dat een recensent gewoon niet naar je werk kán kijken, alle referenties over het hoofd ziet, de beeldspraak niet snapt, de nuances en complexiteit van de inhoud in de beelden heeft gemist. En daardoor jouw werk als als oppervlakkig neerpent terwijl het eigenlijk de interpretatie van de recensent is die te kort schiet. Recensies hebben ook een ontzettende invloed op de ticketverkoop. Na één of meerdere mooie recensies voel je dat aan de opkomst in de zaal. Dat is gewoon een feit.

Wat is de laatste notitie die je gemaakt hebt? 

Ik maak bijna geen notities. Vroeger had ik opschrijf boekjes maar ik ben overgeschakeld naar vertrouwen op mijn geheugen. Want ik lees die noties toch amper terug. Als iets echt belangrijk is of indruk op me heeft gemaakt dat onthou ik dat. Een soort natuurlijke selectie. Soms kan ik niet meer op een naam komen van iemand die indruk op me heeft gemaakt maar dan ga ik even op het internet zoeken en vind ik haar terug:

“In the moment, while making those images, I have no sense of what I’m doing. But I’m enjoying grasping the concept. Abstraction gives me that openness and freedom; from there I can go further, be riskier in how I work. I’m forcing my brain to push ideas for so long that I don’t need to see what I’m doing. I just have to feel it first.” — Awilda Stirling-Duprey.

Welke vraag die je heel graag zou beantwoorden is je nog nooit gesteld in een interview?

De vraag die ik zou willen beantwoorden is er eentje waarin ik wat kan vertellen over hoe ik te werk ga: Vorm of inhoud?

En dan zeg ik: vorm. Want voor mij is vorm inhoud. Het is niet dat wanneer theater ontstaat vanuit vorm of communiceert met vormtaal dat het oppervlakkiger is. In die vorm zit inhoud die niet in woorden gevat kan worden, die je soms enkel kan ontcijferen als je je hoofd durft uit te zetten, als je niet kijkt vanuit het willen begrijpen, loslaat. En achteraf tijd neemt om uit te laten kristalliseren wat je eigenlijk hebt gezien.

De tendens binnen theater is dat inhoud voor vorm komt maar ik vind dat een beklemmende gedachte als (beeldend) theatermaker. Veel schilders beginnen vanuit een gevoel wat op een doek te gooien. Zelfs geblinddoekt, zoals Stirling-Duprey. En dan vertrouwen we wel vorm als gids die ons naar het onderbewuste en misschien uiteindelijk naar het concrete zal leiden. Plots zien we in abstractie pijn, vreugde, onderdrukking, een machtsverhouding, een ongemakkelijk verlangen. En ik denk dat beeldend theater dus ook die kracht heeft.

Als je een tweede carrière zou beginnen, in welke sector zou dat dan zijn? 

De zorg. Ik denk dat ik een heel leuke en goede verpleger zou zijn. Ik kan erg zorgzaam zijn. Ik ben super slecht in smalltalk maar in sommige gevallen ben ik er plots heel goed in. Ik moet dat kunnen performen. En als verpleger zie ik mij dat helemaal doen. ‘Hey Janinneke, hoe ist me u vandaag? Het verpleegstertje is er weer zenne’. Ik zie mij met van die witte blokhakken door die lange hospitaal gangen lopen als een model en grappen maken om die ellende te verlichten.

Oh nee! Ik zie ineens Martino uit Rita voor mij. Een voorstelling die ik met Randi Devlieghe bij BRONKS maakte. Daar speelde ik ook een verpleger en die sprak zo. Hoewel vanuit een goed hart maar super betuttelend. Nee misschien toch niet de zorg, dan verander ik in een personage voor de rest van mijn leven.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 9 — 12 minuten

#179

01.03.2025

14.09.2025

Dit artikel maakt deel uit van: Artiesteningang

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!