Sien Eggers, Warre Borgmans in ‘Armandus de Zoveelste’ © Kurt van der Elst

Leestijd 6 — 9 minuten

Armandus de Zoveelste

Dimitri Leue / HETPALEIS

HETPALEIS bestaat tien jaar, en dat zullen de zesplussers uit Antwerpen en omstreken geweten hebben. Tenminste, als het van Dimitri Leue afhangt. Naar aanleiding van deze feestelijke gelegenheid pende en regisseerde de man met Armandus de Zoveelste een ruim twee uur durend sprookjesspektakel bij elkaar, met alles erop en eraan. En als ik zeg alles, dan bedoel ik ook álles. Zoals het in de hal van HETPALEIS op een muur geschilderd staat: ‘Er was eens… en het bleef komen.’

Een mensenverschrikker, de wimper van een eenhoorn en het speeksel van een feniks, een kabouterfeest ter ere van de kleine dingen des levens, een driftig feetje dat bang is van vieze woorden, een heks die lijkt op een haarbal en een goede fee genaamd Puur Toeval. Het lijkt wel of Dimitri Leue een sprookjesbom op het toneel tot ontploffing heeft gebracht. Van heks tot heremiet en van prins tot pad, zowat alle denkbare en ondenkbare sprookjesfiguren duiken op in Armandus de Zoveelste. Soms zijn ze heerlijk herkenbaar, zoals de eeuwige slechterik die zich lachend als een hyena verkneukelt over de ondergang van al wat goed en mooi is. Soms zit er door de explosie een stukje op een vreemde plaats, en prijkt de vlecht van Raponsje plots op het hoofd van de poetsvrouw.

Dankbaar gebruik makend van een batterij aan vertrouwde verhalen en archetypische figuren, walst Dimitri Leue door ons collectieve onderbewuste, zonder bang te zijn daarbij hier en daar een stapje extra links of rechts te zetten. Hij verweeft, recycleert, spiegelt en past aan dat het een lieve lust is. De list waarmee Odysseus ooit nog een cycloop om de tuin leidde, komt goed van pas wanneer een paar domme paleiswachten misleid moeten worden. En, nadat ze op z’n candid camera’s een prins lokte door haar bezem aan een fijn draadje steeds dichter naar zich toe te trekken, krast de heks ‘knibbel knabbel knezem, wie loopt daar achter mijn bezem?’ Bovendien wordt deze bonte sprookjesmozaïek nog eens verrijkt door een knipoog links en rechts naar de actualiteit. ‘Grotemensengedachten’ over de functie van het koningshuis zijn op een heel natuurlijke manier vergroeid met de ietwat naïeve en ongeschonden sprookjeswereld.

Een oersprookje moest Armandus de Zoveelste worden. Niet alleen door de talrijke verwijzingen naar verschillende sprookjes, maar ook, en misschien vooral, omdat de voorstelling doelbewust vertrekt vanuit de basisstructuur die in nagenoeg alle sprookjes en mythen, evenals in veel hedendaagse films en verhalen, terugkomt. Voor deze basisstructuur liet Leue zich inspireren door het boek De held met de duizend gezichten, een standaardwerk uit de comparatieve mythologie van de Amerikaanse schrijver Joseph Campbell. In essentie valt Campbells schema als volgt samen te vatten: een held wordt weggerukt uit zijn dagdagelijkse omgeving en komt terecht in een droomwereld, waarin hij strijd moet leveren met allerlei magische wezens en bovennatuurlijke krachten. Wanneer de held na een beslissende overwinning gelouterd naar de gewone wereld terugkeert, is hij meestal in het bezit van iets waardevols voor zijn medemensen. Klinkt bekend, nietwaar?

Toch heb je tijdens de voorstelling niet het gevoel naar een herkauwd format te zitten kijken. Met zijn bruisende fantasie slaagt Leue erin zijn publiek op het puntje van hun stoelen en in de startblokken van de schaterlach te houden. Hij presenteert hen niet één, maar drie helden, die elk een heel persoonlijke queeste te vervullen hebben. Koning Armandus de Zoveelste moet in het zwarte woud op zoek naar de bloem die zijn geliefde echtgenote Mariola uit een bodemloze slaap kan wekken. Zijn zoon, prins Eduardus, is in het dagelijks leven passioneel verliefd op poetsvrouw Selalie, maar status en protocol houden hem tegen om deze liefde in de openbaarheid te brengen. Zijn reis door het zwarte land is, alle prinsessen die gered en ridders die verslagen moeten worden ten spijt, eigenlijk een overtocht over de klassenkloof. De ijdele en zelfingenomen prinses Bellatrix ten slotte moet de confrontatie aangaan met haar Zwarte Kant en deze in het zwarte land achterlaten. De drie verhaallijnen voelen vaag vertrouwd, maar zijn tegelijk dikwijls verrassend en nooit vervelend. De hand die verder borduurt op het vooropgestelde patroon is die van een inventieve en vlijtig verstellende kleermaker.

Hoe verschillend is dat van die andere bron van groots opgevatte en spectaculaire kindervoorstellingen, het commerciële theater. Zonder alle commerciële producties over dezelfde kam te willen scheren – want ongetwijfeld zijn er ook voorbeelden van het tegendeel te vinden – durf ik te stellen dat deze voorstellingen regelmatig geplaagd worden door een groot gebrek aan creativiteit. Ook in het commerciële circuit worden gestandaardiseerde formats gebruikt, maar anders dan in Armandus de Zoveelste komen deze formats eerder over als een keurslijf dan als een paspop waarover het eigenlijke, rijkere verhaal gedrapeerd kan worden. De personages zijn vaak bekend van op tv, met hun duidelijk afgelijnde karaktertjes en hun kleine hebbelijkheden. Kinderen vullen enthousiast brullend hun geijkte uitdrukkingen aan: ‘Aan allen die gekomen zijn… proficiat. Aan allen die niet gekomen zijn… OOK PROFICIAT!’ Maar dit alles maakt ook dat er nog maar weinig ruimte is voor een creatieve en vrije invulling door de makers. Stel je de ontreddering onder het jonge volkje voor wanneer bij Samson thuis opeens de bel zou werken, en Gertje verliefd zou zijn op de Burgemeester. De commerciële held heeft doorgaans maar één gezicht.

Niet alleen de fantasie van de makers wordt bij commerciële voorstellingen tekortgedaan. Vaak wordt ook de verbeelding van het publiek luisterrijk platgewalst door de omvangrijke spektakelmachinerie. Gigantische, tot in het kleinste detail uitgewerkte decors en wel erg letterlijk opgevatte kostuums laten werkelijk niets aan de verbeelding over. Met dit in het achterhoofd kan ik alleen maar een nóg grotere appreciatie opbrengen voor het werk van de decor- en kostuumontwerpers die hun schouders onder Armandus de Zoveelste zetten. Vooral het decor, ontworpen door architectenbureau bulk, maakt indruk. Het bestaat uit een serie ingenieus aan elkaar bevestigde deuren die om hun eigen as kunnen draaien. Spiegelwand aan de ene, blikken ruitenpatroon aan de andere kant, geven deze deuren uit op telkens nieuwe werelden. Geen complexe decorwissels hier, want de deurenconstructie kan open- en toegeplooid worden, en op die manier zowel een burcht als een gevangenis en zelfs een betoverd sprookjesbos oproepen. En daar gaat het allemaal om: het verschil tussen oproepen en tonen. Het verschil tussen beeldrijke beleving en voorgekauwde vlakte.

Jammer genoeg is het precies daar waar Armandus de Zoveelste helemaal op het einde strandt: in voorgekauwde vlakte. Wanneer de drie plotlijnen zich ontsponnen hebben, buitelt de voorstelling, in plaats van nog hoger, op een overtreffende trap van zichzelf te eindigen, de diepte in. De waterval aan creativiteit die gedurende de hele voorstelling bruisend over het publiek heen donderde, lijkt plots opgedroogd wanneer het langverwachte happy end uiteindelijk gerealiseerd moet worden. Gedaan met de vindingrijke collage, gedaan met de virtuoze woordenstroom. Meer dan wat dommig heen en weer gespring, halfslachtig gejuich en de bedroevend stompzinnige dood van de bad guy heeft de voorstelling hier niet meer te bieden. Zonde. Een vals slotakkoord aan een voor het overige erg mooie symfonie.

Armandus de Zoveelste is in elk opzicht een pleidooi voor fantasie. Door het einde, waaruit blijkt hoe onontbeerlijk de daar zoekgeraakte verbeelding is. Door de tekst, waarin het thema af en toe expliciet aan bod komt, zoals in de woorden van de goede fee Puur Toeval: ‘Dat kan niet, betekent eigenlijk daar is geen plaats voor in mijne kop.’ Maar bovenal door de rijkdom aan beelden, de waaier aan inventieve  wendingen en de frisse variaties op bekende sprookjeselementen. Jammer dat daarvoor niet op elk podium plaats is. Om met het vervolg van de woorden van Puur Toeval te eindigen: ‘Maak plaats!’

Lieselot Mariën

Armandus de Zoveelste is op reis van 31 januari tot 22 februari en speelt opnieuw in HETPALEIS van 25 tot 28 februari. www.hetpaleis.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!