© Sara Hamedi

Leestijd 11 — 14 minuten

Free54 – Are we lost in public space?

Stadspolitiek als theater

Op 8 september organiseerde Free54 in de AB een debat over de toekomst van de Brusselse publieke ruimte. Wat begon als een gebruikelijke discussie tussen politici, mondde uit in een performance waarin de politici steeds meer het podium uit handen moesten geven.

Op 8 september nodigde de activistische groep Free54 samen met vele partners1 Brusselse politici uit in de AB voor een programma over de toekomst van de publieke ruimte. Aanleiding is de inmiddels tien jaar durende strijd om het Sint-Katelijneplein: een symbool voor hoe de uitbreiding van terrassen het informele karakter van de openbare ruimte heeft veranderd en hoe het beleid ervoor heeft gezorgd dat velen zich niet meer welkom voelen. Het voorstel: een debat waarin de politici met hun kiezers in gesprek gaan. Het resultaat: een theaterstuk waarin onverwachte performatieve elementen de politici meer en meer een gevoel geven dat de jongeren van Free54 maar al te goed kennen, namelijk dat ze niet gehoord worden, steeds weer plaats moeten maken. Politiek is altijd een soort theater, maar in Are we lost in public space? worden theatrale elementen dit keer ingezet om de leegte van politieke performance zichtbaar te maken, en deze ruimte te vullen met waar het echt over zou moeten gaan.

Wie al eens bij een hoorzitting is geweest waarin plannen voor een wijk worden voorgesteld, weet hoe het gaat. Je moet je van tevoren aanmelden, je ID meenemen en vervolgens sta je samen met andere bezorgde buurtbewoners of actieve Brusselaars die elke keer weer komen opdraven, te wachten op de gang tot je via een speciale deur plaats mag nemen in speciale banken die bijna altijd lager geplaatst zijn dan de zetels van de redenaars. Een voor een nemen de burgemeester, architecten en vastgoedontwikkelaars het woord. In mooie presentaties wordt een toekomst geschetst waar de mensen in het vragenbankje hoogstwaarschijnlijk niet in te zien zijn. Op het einde is het tijd voor vragen uit het publiek waarbij al te heftige reacties in naam van de goede orde worden weggewuifd. Tot de tijd om is en ook dit ‘participatieve’ moetje van de gemeentelijke to-do lijst kan worden afgevinkt.

Hoe draai je dit om, of om met Rancière te spreken: hoe kan kunst uitdrukking geven aan de druk die de ordenende politiek van buitenaf uitoefent? Hoe onderhandelt kunst de bestaande machtsverhoudingen, of weet deze zelfs tegen zichzelf te keren? Theater is een plek waar mensen die niet gehoord worden hun stem kunnen laten klinken en de regie kunnen nemen, zoals bijvoorbeeld in Theatre of the Oppressed van Augusto Baol, maar het gebeurt zelden dat machthebbers zelf ook onderdeel van die omdraaiing worden, zich er bewust van zijn. En dat het publiek daar dan weer naar kan kijken.

“In het politieke debat van Are we lost in public space? worden theatrale elementen ingezet om de leegte van politieke performance zichtbaar te maken, en deze ruimte te vullen met waar het echt over zou moeten gaan.”

 Are we lost in public space? doet precies dat, en deze enscenering werkt omdat de omdraaiing langzaam plaatsvindt en het ongemak toeneemt – alles wordt aangekondigd en zorgvuldig geregisseerd. De scenografie deze 8 september is geen gemeentezaaltje, maar een vrolijk aangeklede zaal in de AB, met in de hoek een zelfgebouwd kapperszaakje en houten bomen met fluorescerende feestbegroeiing. Ongeveer 500 mensen hebben zich verspreid over de vloer en op houten bankjes die op dat moment nog niet verraden welke belangrijke rol ze zullen gaan spelen. Op het ‘podium’ (de verhoging is maar een paar centimeter dit keer) zitten de politici Mathias Vanden Borre (N-VA), Bruno Bauwens (PTB-PVDA), Frederik Ceulemans (MR-VLD), Fabian Maingain (Défi), Bart Dhondt (Ecolo-Groen), Mathilde Vermeire (cd&v-Les Engagés), M’hamed Kasmi (Team Fouad Ahidar), Anaïs Maes (PS-Vooruit), op dezelfde houten bankjes, voor een projectie van de Sint-Katelijnekerk. Ze hebben ieder een korte presentatie van twee minuten voorbereid en lijken er wel zin in te hebben. Martha en Moun presenteren de avond, die ze aankondigen als een moment om de politici in contact te brengen met iedereen die bezorgd is om de publieke ruimte van Brussel. ‘Vergeet niet je troep in de prullenbakken te gooien, samen zorgen we voor onze publieke ruimte,’ zegt Martha, officieel binnen en buiten met elkaar vermengend. Ze kondigt aan dat wanneer mensen over hun spreektijd heengaan, er een tram zal klinken, en dat wie zich niet respectvol gedraagt een hond (of hondengeluiden) op zich af krijgt gestuurd.

© Sara Hamedi

Het programma begint met Kenza en Engel van Free54, die in een openingsspeech een boekje opendoen over hun parcours van de afgelopen jaren: voor hun vriendengroep was Sint-Katelijnplein dé vaste ontmoettingsplek, totdat de cafés in 2015 toestemming kregen om terrassen te openen en vervolgens met tafeltjes en stoeltjes de publieke ruimte overnamen. Vanaf dat moment begon de politie steeds vaker langs te komen om de mensen die op het plein zaten te intimideren, verschenen er artikelen over ‘de overlast’ op Sint-Kat en kwam er in 2020 zelfs een alcoholverbod op straat, terwijl de cafés natuurlijk nog wel hun bier en wijn mochten blijven schenken — een besluit dat vooral ging over wie wel en wie niet in het publieke plaatje past. Free54 ging langs bij de gemeente waar ze ‘aangeboden’ kregen hun zorgen op papier te zetten: ‘maak een soort google docs ofzo, met uw bemerkingen’. Op het 50 pagina’s tellende verslag dat ze vervolgens indienden kwam nooit respons. Ze komen soms nog wel eens op Sint-Kat, maar veel minder dan ze zouden willen, sluiten Kenza en Engel hun verhaal af. Na tien jaar acties en interventies is het onderwerp nog steeds niet opgepikt door de politiek. Hun eerste vraag aan de politici is dus: ‘als jullie aan de macht zijn, gaan jullie dan de publieke ruimte op het St-Kat plein herstellen door alle terrassen weg te halen en de banken terug te plaatsen?’

“Het onverwacht verschuiven van aandacht is een belangrijke strategie van Are we lost in public space?: de politici moeten zich steeds opnieuw tot de veranderende en ongrijpbare situatie verhouden.”

M’hamed Kasmi (Team Fouad Ahidar) bijt maar al te graag het spits af. Zijn instemmende antwoord, uithaal naar de andere regerende partijen, en de zelfspottende grapjes over zijn lengte maken duidelijk dat hij als een ware politici in de smaak probeert te vallen bij het kritische publiek. Met die manier van spreken opent hij gepast de scène voor het theatrale spel dat politieke debatten zijn. Terwijl Matthias Vanden Borre van de N-VA waarschuwt voor overlast en drugs en zegt dat we toch niet zo kritisch naar toerisme moeten kijken, verschijnt er plotseling een ober van achter het podium die gebaart dat de sprekers plaats moeten maken voor zijn terras. Onder het luide gejoel van het publiek worden de politici gedwongen zich te reorganiseren terwijl de ober de hoge ronde terrastafels – een duidelijke verwijzing naar visbar De Noordzee op het Sint Katplein – neerzet en begint te poetsen. Als iedereen opnieuw plaats heeft genomen, meer op elkaar gedrukt en oncomfortabeler, gaat het debat verder. ‘Nee, dat is leuk, dat is interactief,’ zegt Vanden Borre in een poging zich staande te houden terwijl de dynamiek begint te kantelen. Anaïs Maes neemt het woord en benadrukt hoe belangrijk het voor de PS-Vooruit is dat gebruikers van de publieke ruimte worden gehoord. Op hetzelfde moment wandelen toeristen en yuppen (inclusief over de schouders geknoopte truien) – de ideale consumenten – het podium op en nemen ongedwongen plaats aan de aperitieftafeltjes. Terwijl Maes vertelt over de succesvolle participatietrajecten rondom het ontwerp van de Nieuwe Graanmarkt, raakt het publiek meer en meer afgeleid door het schouwspel dat zich naast haar in de scenografie van het terrasje afspeelt.

Het onverwacht verschuiven van aandacht is een belangrijke strategie in de theatrale benadering van Are we lost in public space? – de politici moeten zich steeds opnieuw tot de veranderende en ongrijpbare situatie verhouden. Die wiebeligheid creëert een ruimte waar ze geen verdediging voor hebben ingestudeerd. ‘De voorstelling’ van Free54 valt misschien wel te plaatsen in een bredere tendens van stedelijke politiek in theatrale context, of: de toe-eigening van de performativiteit van stedelijke politiek. Zo maakten Wouter De Raeve en ikzelf de film WTC A Love Story, waarbij we architecten, een vastgoedontwikkelaar en politici die zich inzetten voor de herontwikkeling van de Noordwijk in Brussel acteurs lieten briefen om hen te spelen in een fictieverhaal. Voor de opnames van dit project kwamen ze naar onze studio en plaatsten zichzelf in een kunstcontext die buiten hun comfortzone lag, en tijdens de première van de film in Kaaitheater werden ze niet alleen gedwongen zichzelf in een kritische spiegel te bekijken maar ook de andere kant van het door hen vertelde verhaal onder ogen te komen – omringd door de rest van het cinemapubliek. Een ander voorbeeld van stedelijk politiek-theater is een ‘worsteldebat’ dat Gemaal op Zuid in Rotterdam recent organiseerde. Acteurs in de rollen van ‘huidige bewoner met een flexcontract’, ‘de gentrifier’, ‘de ontwikkelaar’ en ‘de politicus’ gingen elkaar hier letterlijk te lijf in een boksring. In de pauze tussen twee worstelrondes vond een debat plaats tussen echte ontwikkelaars, politici en activisten, waarbij de clichés, maar ook de woede van het worstelgevecht, doorleefden in het gesprek.

“Plotseling wordt er gesproken in een taal die daadwerkelijk autoriteit heeft, omdat ze vanuit de geleefde ervaring komt. De verhoudingen zijn 180 graden gedraaid.”

De avond in Rotterdam was aan de panelleden aangekondigd als wat het was: een theatraal worsteldebat, en ze hadden zich er dus, voor zover dat mogelijk is, op kunnen voorbereiden. In de AB kwamen de performatieve ingrepen echter als verrassingen en neemt het publiek de avond op deze manier langzaam maar zeker over. Er wordt aandachtig geluisterd naar Bruno Bauwens van de PTB die met een aangename kalmte uitlegt dat de keuzes voor de inrichting van de publieke ruimte natuurlijk inherent verbonden zijn met een bredere, verzwegen citymarketing, maar verder krijgen de politici steeds meer weestand vanuit de zaal. Er komt boegeroep, en vooral de verveling door het aanhoudende politieke jargon is voelbaar. Als het panel ten slotte de kans krijgt om vragen aan het publiek te stellen, komen ze niet verder dan: ‘Hoe zou de publieke ruimte er dan uit moeten zien?’. ‘Plekken moeten soms ongedefinieerd blijven zodat mensen deze zelf kunnen inrichten’, klinkt het als sterke suggestie. Er wordt ook ingebracht dat ‘de jeugd pleinen nodig heeft omdat ze thuis geen plek hebben’, en dat de discussie over publieke ruimte dus niet los kan worden gezien van algemene sociaaleconomische ongelijkheid. Iemand uit het publiek gebaart de microfoon te willen, en begint verontwaardigd te roepen: ‘Ik ben hier al een kwartier helemaal zot aan het worden. Krijg je als politici de kans om een vraag te stellen, komen jullie met alleen maar zielloos fucking gezever. Er is geen enkel charisma, er zit iets op de bank maar er is geen charisma!’ Honden en trams klinken door elkaar maar de zaal viert feest.

Het moet niet makkelijk voor de politici zijn om het publiek steeds bozer, en door de onderlinge eensgezindheid ook steeds machtiger, te zien worden. Maar het wordt nog erger: niet alleen worden de rollen van wie spreekt en wie luistert deze avond omgedraaid, ook verschuift de hele ordening van wat überhaupt als een politieke uiting wordt erkend.  De programmatie beweegt steeds verder weg van de rigide debatstructuur en opent zich, gaat langzaam over in het tonen van de schoonheid die ontstaat — of altijd al aanwezig is — wanneer publieke ruimte echt van iedereen is. Hierin wordt een andere taal gebezigd. Een streetdance optreden van DAkH, een groep die is ontstaan op de plekken waar het de hele avond al over gaat, legt de fysieke nood aan publieke ruimte bloot. Dan neemt een hele diverse groep rappers de vloer over, elkaar afwisselend in teksten die over hun Sint Kat of Brussel gaan: ‘Sint-Katelijne, een plein voor iedereen, zeg me hoe kan dat verdwijnen. Elke bank die is deel van de cultuur, en zoiets is niet te koop en zoiets is niet te huur’ en ‘Er is genoeg plaats, maar net geen plaats genoeg voor mij’.

“De politici zijn toeschouwers geworden van een cast performers die het levende bewijs is van de noodzaak van ruimte die voor iedereen toegankelijk is, met het publiek als hun achtergrondkoor.”

Plotseling wordt er gesproken in een taal die daadwerkelijk autoriteit heeft, omdat ze vanuit de geleefde ervaring komt. De verhoudingen zijn 180 graden gedraaid. De politici zijn toeschouwers geworden van een cast performers die het levende bewijs is van de noodzaak van ruimte die voor iedereen toegankelijk is, met het publiek als hun achtergrondkoor. Mensen die elkaar niet zouden kennen als pleinen niet voor hen bestonden, kunst en vormen van samenleven die niet zouden bestaan als er geen mogelijkheid was om deze samen te ontwikkelen. Deze dramaturgie van kritiek naar prefiguratie is ontroerend en schetst een waaier aan verschillende vormen van verzet: in gesprek gaan met de politiek, toch steevast naar het plein blijven komen, de schoonheid in publieke ruimte vieren, en ten slotte directe actie.

© Sara Hamedi

Op de laatste tonen van de rap staan de bezoekers, aangezet door een paar ‘informanten in de zaal’ en een groep zogenaamde gemeentewerkers, op van hun houten banken en nemen deze in de hand. ‘Wat doen jullie hier in deze concertzaal? Dit hoort hier helemaal niet, ga eens naar buiten waar dit de bedoeling is!’ roepen de mannen in reflecterende veiligheidsjassen. ‘Free Sint-Kat!’ zingt de zaal terwijl ze naar buiten loopt. 54 houten bankjes, gedragen door honderden boze Brusselaars. Ze worden op Sint-Katelijne vastgeketend aan bomen en palen, er wordt friet en bier gehaald en in het midden spelen de jongens van Gaza Stars voetbal op een plein dat in elk geval voor die avond weer van hen is. Tijdens Are we lost in public space? werden vormen van publiek samenleven gevierd die ordening en uitwissing weerstaan, en door de theatrale strategie kon niemand hiervan wegkijken.

1Toestand vzw, BRAL, Zinneke, Frontal Soundsystem, Dakh, Stadskanker, Entree, Cassonade & Octopusssy.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 11 — 14 minuten

#177

05.09.2024

14.12.2024

Lietje Bauwens

Lietje Bauwens woont in Brussel en doet onderzoek naar esthetische en artistieke keuzes bij het in beeld brengen van ruimtelijk verzet. Ze maakte de films WTC A Love Story (2020) en WTC A never-ending Love Story (2023). Ze was in 2018-19 resident aan de Jan van Eyck academie en is sinds 2018 redacteur en secretaris van het literaire tijdschrift nY.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!