Frank Hellemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Appendix: het harmonicaprincipe

Is een versmelting van held en harlekijn niet veel meer belangwekkend ?” Paul Van Ostaijen.

De naturalistische theatertraditie met haar one-to-one correspondence van script en scenische realisatie leeft vooral voort in de film. Het verhaal moet écht zijn, de uitbeelding moet kloppen ! Alsof er een (goddelijk) criterium zou bestaan dat eenduidigheid garandeert tussen de tekst en zijn realisering, de opvoering. Sommige regisseurs geven zichzelf inderdaad een air van goddelijkheid. Maar daarbij blijft het dan ook… Andere theatermakers willen niet langer concurreren met een filmvormgeving die gemeten aan de maatstaf van het naturalistisch toneel zoveel ‘levensechter’ de tekst kan brengen. Hoeveel draaiende plateau’s en ander regie-geweld sommige schouwburgen ook mobiliseren, in het nabouwen van de (veronderstelde) werkelijkheid kunnen zij tegen het filmmedium niet optornen. Er wordt dan ook – vooral bij een jongere generatie van regievoerders -teruggegrepen naar elementaire theatrale Formen der Anschauung : tekst en beweging. I.p.v. beide als complementair te verstaan zoals in de naturalistische school trekken tekst en beweging onafhankelijk van elkaar hun eigen sporen. Een recitatief teksttheater met beweging die direct niets met de woordsalvo’s te maken heeft en een kabinet van expressieve gestes die – wanneer er al het ruisen van woorden te vernemen valt – zeker geen uitbeelding van wat dan ook willen zijn maar alleen zichzelf, beweging. Resultaat: purisme langs beide kanten dat met groot sérieux fanatiek-dogmatisch het eigen gelijk in elke nieuwe voorstelling belijdt. En wie niet voor mij is, is tegen mij!

Er zijn dus de oude zakken die maar blijven verhaaltjes vertellen zoals vroeger. Jaloers en knarsetandend weliswaar want de film doet het zoveel overtuigender. Beide media gijzelen op dit (naturalistisch) niveau elkaar. De film pretendeert beter te vertellen dan een literatuur die op de film schimpt toch niet haar ‘psychologische diepgang te kunnen bereiken’, enz. Voor de rest zijn er de jeugdige kozakken die van de nood een deugd maken. Liever dan te wedijveren met grote broer, trekken ze zich terug in hun eigen bastion. Last but not least is er ook nog de vlucht vooruit van een ‘totaaltheater’ dat – wanneer al niet op een zelfde niveau met de film gconcurreerd kan worden – zijn kontrahent dan maar als één van de vele ingrediënten in een media-allegaartje laat kapotkoken. Zo is er geen discussie meer mogelijk. Deze zogenaamde integratie van alle kunstvormen is immers een nieuwe synthese. Alleen het synthetisch moment ontbreekt. Dit pro domo sluit aan bij de kozakken zonder hun aanhanger te willen zijn. Comment: een tweezak ? Excuseer : een trekzak ! Je m’explique.

Ook wanneer de band tussen tekst en uitbeelding verbroken is, toch zijn er momenten waarop er nog een eenduidigheid bestaat. Zoals men in extreme situaties nog reageert als het subject dat men ooit is geweest – elk gevoelen met zijn corresponderende uitdrukking, gebaar – zo dikwijls is op het toneel een zinnig samengaan van tekst en uitbeelding mogelijk. Meestal dus niet. Vaker schieten de gebaren aan de woorden voorbij of omgekeerd. Met een ridikuul of zeer ernstig effect. Opulente overacting of onderkoelde underacting. Schrijnend alleszins. Eventueel verlossend. Maar soms lijkt het naturalistisch toneel inderdaad gelijk te krijgen. Lijkt. Want op die ogenblikken dat ‘held en harlekijn versmelten’, is de theatrale harmonie suggestieve prefiguratie of reddende reminiscentie. Zeker geen restauratief terug-opvissen van een heile Welt. Daarvoor is het puin in de overige scènes te onoverzienbaar. Of zijn de bouwstenen van iets nieuws te talrijk…

Daarom moet telkens opnieuw de trekzak gehanteerd worden. De terug opgenomen tekst-uitbeeldingsdraad zal nu eens te strak worden aangespannen en overschieten en dan weer te zwak en geen geluid voortbrengen. Een enkele keer stijgt er een vertrouwde klank op: das Ganse stimmt. Maar slechts voor enkele seconden. De tijd van een volzin misschien.

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

Frank Hellemans

artikel