© Julieta Cervantes

Kristof van Baarle

Leestijd 4 — 7 minuten

The great outdoors – Annie Dorsen

The great outdoors: het begrip doet de meesten onder ons waarschijnlijk denken aan kamperen, rondtrekken in de wildernis en misschien, als we geluk hebben, een ontdekking. In bepaalde filosofische kringen roept the great outdoors een wereld op voorbij de mens, een zone die zich opent wanneer we voorbij onze menselijke referentiekaders naar de dingen rondom ons kijken.

De Amerikaanse theatermaakster Annie Dorsen maakt dankbaar gebruik van de ambiguïteit van haar titel en neemt ons mee op een immersieve trip in outer space. Nadat je door een soort sas een zwarte opblaasiglo binnen bent getreden, nodigen kussens in twee concentrische cirkels uit om te gaan zitten en liggen. In het midden staat een projector, die op de bolle wand van dit reizend opblaasplanetarium een beeld van een alledaags landschap projecteert. Bomen, gras, bloemen, een paar gebouwen, en uiteraard, een blauwe hemel. Wanneer iedereen zijn plek gevonden heeft, begint het te schemeren, wordt het donker terwijl zich een sterrenhemel met vallende sterren, kometen en planeten vormt. Lift-off, weg van de Aarde, tot nader orde nog steeds de planeet die wij ‘thuis’ noemen.

‘The great outdoors’ voorbij de menselijke bewoonde wereld is voor ons een haast onmogelijk voor te stellen plek. Nochtans zijn ondertussen zelfs de geologische lagen van de Aarde en de ruimte gevuld met menselijke sporen: CO2 en andere deeltjes in de bodem, satellieten, ruimteafval én een Tesla in een baan rond de Aarde. In Dorsens geprojecteerde universum komen we die menselijke sporen niet meteen tegen. Hoewel, tonen de pixels waarmee de sterrenhemel gevormd wordt net niet aan dat het hier nog steeds gaat om een (menselijke) projectie? Ook taal blijft rondzweven in dit gepixelde planetarium/universum.  Zij het dan wel dat type taal zoals we ze enkel gebruiken in verschillende chat- en Messenger-applicaties, een algoritmische taal dus. Een taal ook, die in een richting beweegt die voorbij gaat aan haar klassieke betekenis en vorm en steeds meer beeld wordt 😉. Van LOL, what?, sorry en LMAO, over Trump, de Kardashians en Clinton, naar levensverhalen van willekeurige mensen, tot een programmeercode zoals (((X//))#. De referenties aan chattaal, algoritmes, politiek en popcultuur zijn grappig, ook al is het misschien allemaal nogal Amerikaans en worden ze (goed) voorgelezen door een performster die mee in het planetarium zit waardoor de machinale vervanging die we in de tekst al horen niet echt doorgezet wordt. Die aanwezigheid van taal in de ruimte is ook op een andere manier veelzeggend. We kunnen die ruimte voorbij de mens niet anders (be-)denken dan in een format dat o zo menselijk is: woorden.

Dorsen ziet deze beperking ook en tegelijk geeft ze er een speculatieve draai aan: ze geeft de selectie van het taalmateriaal over aan de machines waardoorheen het gecommuniceerd wordt. Een algoritme verzamelt, verwerkt en reproduceert de tekst en een metalige filter over de voorleesstem suggereert een geautomatiseerde spraaktechnologie. Je zou er een kritiek in kunnen zien op het feit dat we onze taal uit handen hebben gegeven aan machines en algoritmes, maar ik lees er vooral een zoektocht in om via de taal in technologische vorm voorbij het menselijke te geraken. De techniek inzetten om ons te herpositioneren in het universum, zonder onszelf als bron van die taal, van de techniek, en als toeschouwer uit het oog te verliezen. Het verloop in de taal gaat parallel aan wat er visueel gebeurt. De bloemen en huizen waartussen we bij aanvang liggen zakken onder ons weg, we stijgen op, diep in de ruimte. Bij momenten is de immersie zo effectief dat het lijkt alsof je zweeft in deze zwarte ruimte, hangend aan het firmament. Wanneer het beeld begint te kantelen en te buitelen, komt niet langer de taal, maar wel dat andere deel van onszelf op de voorgrond: het lichaam. De hartslag stijgt en de desoriëntatie neemt toe in deze immersieve iglo. Dat leidt tot een gevoel van vertigo, alles gaat tollen en draaien, alsof je in een VR-rollercoaster zit.

© Julieta Cervantes

Ondertussen blijft het praatgrage algoritme ‘tetteren’ over banale en minder banale zaken. Het lijkt wel alsof je in een satelliet zit die verschillende signalen van Whatsapp-gesprekken doorgeeft en ze dus allemaal tegelijk hoort – op zich ook al een redelijk desoriënterend gegeven. Hoofdzaak is niet van bijzaak te onderscheiden, stemmen lopen door elkaar en de overdaad aan info ‘jammt’ het brein. Wanneer de visuele desoriëntatie haar hoogtepunt bereikt, wordt luisteren naar de steeds sneller gezegde tekst moeilijker, tot de woorden op de achtergrond verdwijnen. Misschien vangen we op dat moment wel even een glimp op van ‘the great outdoors’. Het talige denken maakt plaats voor een fysieke beleving die je zelf niet meer onder controle hebt. Je weet dat je op een stabiele ondergrond ligt, en toch speelt het brein met je lichamelijke ervaring. Voorbij het menselijke weten, zo lijkt Dorsen te suggereren, is er verwarring en desoriëntatie, mentaal en fysiek. Gek genoeg is het net op dat moment dat je je bewust wordt van je menselijke medepassagiers in deze ‘weird trip’. In mijn geval zelfs letterlijk: een buur raakte me aan om even een stabiel referentiepunt te voelen.

The Great Outdoors is een performatieve installatie die vertrekt vanuit één idee en dat zo consequent mogelijk uitwerkt. Je zou je kunnen afvragen of beeld en taal wel naadloos samengaan – een vraag die ook zou kunnen rijzen wanneer je Dorsens vorige werk bekijkt. Eerder liet ze al een debat over de menselijke natuur tussen filosofen Naom Chomsky en Michel Foucault opvoeren door twee chatbots die de tekst ‘herwerkten’ en met een typische computerstem brachten. Iets gelijkaardigs deed ze ook met Hamlet. The Great Outdoors volgt dus een consequente lijn in Dorsens oeuvre, die je zou kunnen omschrijven als een zoektocht naar vervreemding door de meest menselijke (en daarmee ook meest theatrale) eigenschap, namelijk taal, uit te besteden aan een machine. Met deze performatieve installatie verlaat ze even de Aarde om die vervreemding met behulp van beeld letterlijk een stuk verder te brengen, om uiteindelijk opnieuw te landen waar we altijd al lagen: naast elkaar, open en toch geborgen, in een kleine én tegelijk eindeloze sfeer.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen, werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company) en deel van de kleine redactie van Etcetera. 

recensie