Cloaca WILLEM VAN DE SANDE BAKHUYZEN/ HET TONEEL SPEELT FOTO DEEN VAN MEER

Loek Zonneveld

Leestijd 6 — 9 minuten

Anatomie van een toneelhit: Cloaca (het toneel speelt)

Cloaca in het Nederlands theater anno 2002/2003: een ongekende toneelhit van de formatie Het Toneel Speelt, maanden achtereen uitverkochte zalen, drie nominaties voor prominente toneelspelersonderscheidingen. Het moet raar lopen wil deze voorstelling niét worden geselecteerd voor Het Theaterfestival 2003.

‘Cloaca’: 1. riool; 2. (dierk.) bij vogels etc.: verwijding aan het uiteinde van het darmkanaal waarin de endeldarm, de urineleiders en de eierleider uitkomen (Van Dale, Handwoordenboek der Nederlandse taal).

Het Toneel Speelt wordt artistiek geleid door Hans Croiset en Ronald Klamer. Veel mensen schijnen te denken dat Het Toneel Speelt een soort vrije toneelproducent is, vergelijkbaar met de impressariaten en de Joop van den Endes. Om met die laatste te beginnen, de Joop van den Ende Foundation (een soort mecenasstichting, die ook investeert in exposities als Tracy Emin en Marc Chagall) heeft het tot stand komen van Het Toneel Speelt inderdaad financieel ondersteund. Maar op dit moment wordt dit toneelinitiatief in feite door overheden gesubsidieerd, zij het niet meerjarig. Achter in de programma- en tekstboekjes staat: ‘Het Toneel Speelt wordt gesteund door Ministerie van OC en W, Fonds voor de Podiumkunsten, Bondgenoten van Het Toneel Speelt’ (bondgenoten zijn individuen en kleine instellingen die een eenmalige bijdrage van 230 euro doneren). Het is tevens bekend dat directie en bestuur van Het Toneel Speelt vanaf het nieuwe kunstenplan 2004-2007 meerjarige subsidie gaan aanvragen.

Oorspronkelijk klassiek en eigentijds Nederlands repertoire is vanaf de oprichting van Het Toneel Speelt in 1995 het uitgangspunt, met gaandeweg steeds meer accent op gloednieuwe stukken. ‘Een samenleving die stuurloos is, heeft toneel nodig dat tot de verbeelding spreekt.’ (tekst uit het artistiek credo van Het Toneel Speelt) Vanaf 1995 werd driemaal Joost van den Vondel gespeeld, eenmaal Constantijn Huygens, tweemaal Hugo Claus, tweemaal Karst Woudstra, tweemaal Benno Barnard, eenmaal Ger Thijs. Het toneeldebuut van Bas Heijne (Van Gogh) is in aantocht. Cloaca is het tweede stuk dat Maria Goos speciaal voor Het Toneel Speelt schreef (eerder was dat Familie, ook al een hit, ondertussen verfilmd, iets wat met Cloaca trouwens ook gaat gebeuren).

Cloaca is geschreven op de toneelspelershuid van een vriendentrio dat elkaar al kent van de toneelschool: Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok. Acteur-kanonnen die over het algemeen geassocieerd worden met het meerjarig, structureel gesubsidieerde toneelcircuit, maar ook dat is een (gedeeltelijk) misverstand. Bokma bijvoorbeeld staat sinds het eind van de jaren tachtig onder contract bij Toneelgroep Amsterdam. Sinds daar een nieuwe artistiek leider is aangetreden (Ivo van Hove), is hij bij TGA echter steeds minder te zien, wijkt hij uit naar film en televisie, en maakt hij uitstapjes, zoals Cloaca of onlangs bij Orkater. Daar zijn Gijs Scholten van Aschat en Peter Blok ook regelmatig te zien (zoals recentelijk bij de Prefab Four). Tussen de drie ‘speelbeesten’ Bokma, Scholten van Aschat en Blok bestaat een bijzondere chemie.

Voor Cloaca is er een vierde acteur bijgehaald: Jaap Spijkers, oorspronkelijk afkomstig uit De Trust (nu De Theatercompagnie) van Theu Boermans. Voor een vrouwelijke bijrol werd Marleen Stoltz aangezocht. Maria Goos, de schrijfster, is vooral bekend geworden door haar scenario’s voor de kwalitatief hoogwaardige en door het publiek zeer gewaardeerde televisiedramaseries Pleidooi en Oud Geld. Willem van de Sande Bakhuyzen heeft in die series als regisseur een belangrijk aandeel gehad. Hij regisseerde eerder Familie en nu ook Cloaca. Thema’s in dit laatste stuk: verraad, het verval van vriendschap, opportunisme, uiteenvallende mannenbondgenootschappen. Tot zover de feiten.

De intrige die Maria Goos voor Cloaca heeft bedacht is een vertelling over mannen. Hun partners, voor zover daarvan sprake is, worden wel vermeld, maar zijn op de scène afwezig. De vier mannen hebben zo’n twintig jaar geleden een hechte band gehad, waar in hun huidige midlife crisis weinig meer van over is. Hun bevlogenheid van weleer is gesublimeerd in tastbare kwesties van alledaagse waanzin. Pieter, de politicus, wacht op een ministerspost tijdens de laatste fase van een kabinetsformatie. Zijn huwelijk lijkt op de klippen te lopen. Hij logeert tijdelijk bij Joep (in diens luxueuze huis speelt alles zich af), een alleenwonende homoseksuele ambtenaar op een gemeentelijk bureau Kunstzaken, waar hij jarenlang kunstwerken van één en dezelfde beeldend kunstenaar uit het depot van gemeentelijke aankopen achterover heeft gedrukt. Daar zou geen haan naar kraaien, ware het niet dat de (inmiddels overleden) kunstenaar ondertussen méér dan bankable is geworden. Voor die netelige kwestie wordt Tom ingeschakeld, een advocaat die van een langdurige coke-verslaving probeert af te komen door als bezigheidstherapie een soort platgetrapte reclametekstjes te verzinnen. En dan valt Maarten binnen, regisseur in het ‘kunsttoneel’ van vier uur durende voorstellingen met veel metaforen en ‘inhoudelijk bloot’, behept met een obsessie voor zijn impotentie. En voor jonge meiden. De enige vrouw in deze intrige is een geïmporteerde escortdame, in feite een verjaardagscadeautje van de vrienden voor politicus Pieter, die er overigens ook een vriendin op na houdt.

De dialogen en monologen van Cloaca hebben een hoog tempo en zijn van niveau, in de zin dat ze spits zijn, geestig, witty in de oneliners en grappen, cynisch in het schetsen van de treurige situatie van deze vier veertigers. Het is everyday life, maar dan in een snelkookpan – de personages staan onder hoge druk en auteur Goos draait in haar dialogen en situaties de gasvlam steeds hoger. De teksten lijken op het lijf van de acteurs geschreven en de regie had de beschikking over een aantal top-spelers, die de kunst van het samen bouwen aan een toneelvoorstelling als geen ander beheersen.

Thematisch sluit Cloaca wonderwel aan bij de chaotische toestand waarin de Noordelijke Nederlanden zich in 2002 bevonden: een wankelende democratie, die leek te worden geregeerd door rancune en teleurstelling, verpersoonlijkt door vrijwel uitsluitend mannen, die in de voorkamers luidkeels van alles riepen, teneinde hun kuiperijen en ladenlichters-praktijken in de achterkamers te maskeren, terwijl ze nu juist hadden beloofd dat daaraan een eind zou komen. Cloaca lijkt in dat opzicht ook een typisch stuk van deze tijd geworden.

Herkenbaarheid en de hartenklop van een panische en chaotische tijd arm-in-arm. Zoals het artistiek credo van Het Toneel Speelt belooft: ‘Een samenleving die stuurloos is, heeft toneel nodig dat tot de verbeelding spreekt.’

En precies daarin gaat een en ander mis. De intrige van Cloaca is namelijk allerminst intrigerend en spreekt zeker niet tot de verbeelding van schrijver dezes. Ik vind haar (kijk aan, ‘intrige’ is volgens Van Dale’s Handwoordenboek zowaar vrouwelijk) nogal platge-trappeld, in een mengeling van pikkebroekjes-geworstel met over-potentie en impotentie, voorspelbare conflicten tussen ambitie en loyaliteit, en afrekeningen in het artistieke milieu. Drie van de vier mannenkarakters verzuipen in dat soort oppervlakkigheden. Joep, de beroepspoliticus en dus de beroepsverrader van het kwartet binnen Goos’ intrige (Gijs Scholten van Aschat), krijgt van de auteur mooi materiaal aangereikt als het gaat om de verhalen over zijn gezin. Die verhalen lijken te beginnen bij de klassieke oiie-liner over het kleinburgerlijke huwelijk, ooit opgeschreven door Simon Carmiggelt: ‘Mijn vrouw, het is een goed boek, maar ik heb het al uit.’ Ze eindigen kort daarop, met de mededeling van de vrouw dat zij het goede boek van haar man al enige tijd terzijde heeft gelegd. Daarna mag Joep zijn vrienden op klassiek machiavellistische manier besodemieteren, en daarmee is zijn personage wel zo ongeveer geknipt en geschoren. De gesjeesde, in coke-lijntjes naar onderen gesnoven advocaat Tom (Peter Blok) is de loser van het kwartet – zijn verraad zie je van kilometers ver op je af komen. Maarten, de kunsttoneelregisseur, wordt eerst afgeserveerd op zijn – in de ogen van zijn vrienden – mallotige toneelproducties, vervolgens serveert hij zichzelf af middels zijn tot pose verworden impotentie, en daarna serveert hij zichzelf nóg een keer af middels zijn (letterlijk) lul-verhaal, over een onbezorgd seksleven met jonge meiden, die na het neuken nou eens een keer niét eindeloos willen ouwehoeren. In het centrum van de handeling van Cloaca staat Pieter (Pierre Bokma), de homoseksuele ambtenaar die zijn passie voor het werk van Willem de Kooning(tijdens zijn studie kunstgeschiedenis) heeft ingeruild voor een passie voor de redelijk anoniem gebleven en jong gestorven Groningse beeldend kunstenaar Van Goppel. Pieter heeft zijn passie voor jonge jongens ingeruild voor het bestaan van een bange, naar binnen gekeerde eenzame flikker. Hij is het enige uitgewerkte personage in deze vriendentragedie. Zijn lijnen naar de drie companen uit het ‘cloaca’-verband van weleer worden mooi uitgebouwd, zijn helder uitgewerkt. We komen veel over hem te weten, maar (godzijdank) net niet genoeg om het raadsel dat rond hem hangt afdoende op te helderen. Pieter heeft veruit de mooiste scène uit Cloaca, op driekwart van de voorstelling. Hij heeft tevens de mooiste tekst, tegen het einde aan. De mooiste scène is allemachtig prachtig, omdat Pieter voor heel even gelooft in een kort geluk, dat niet eens écht geluk is, omdat het niet gaat over zijn liefdesideaal: zijn zakelijk probleem lijkt voor korte tijd helemaal voorbij, en de gretigheid waarmee Pierre Bokma ons in dat kortstondige geluk laat delen, is hartveroverend én hartverscheurend.

De mooiste tekst van de voorstelling is ook voor Pieter, en klaarblijkelijk heeft de regie ervoor gekozen daarmee alles af te ronden (en de door Maria Goos bedachte, vrij larmoyante slottaferelen te schrappen). Pieter: ‘Het mooiste van Van Goppel was dat ie zichzelf altijd overprikkelde voor ie begon te schilderen. Dat was nodig. Dat wist ik eerst niet, maar ik zag het al wel. Die overprikkeling… dat heb ik nooit gekend. Ik heb er een vermoeden van, hoe het voelt. Het was ook nodig om tot die extreme beeldende activiteit te komen. Hoe doe je dat? Hoe ontrem je jezelf zonder te verdwijnen in de chaos? Hoe doe je dat? En waarom heb ik het nooit gekund?’

Het is een existentiële levensvraag die drie van de vier mannelijke personages in Cloaca nooit stellen. En dat is verdomde jammer. En misschien ook het verschil tussen een theaterhit en toneel dat tot de verbeelding spreekt.

Cloaca

TEKST Maria Goos

REGIE Willem van de Sande Bakhuyzen

SPEL Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok, Jaap Spijkers, Marleen Stoltz

DECOR Herbert Janse

LICHT Marc Heinz

KOSTUUMS Dorien de Jonge, Patrica Lim

PRODUCTIE Het Toneel speelt

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#85

15.02.2003

14.05.2003

Loek Zonneveld

Loek Zonneveld (1948) is toneelrecensent en leraar toneelgeschiedenis. In 2013 ontving hij de ACT Award voor zijn “liefdevolle toneelrecensies” en “het delen van zijn immense kennis op het gebied van de theatergeschiedenis met acteurs”.