© Stine Sampers

Freek Vielen

Leestijd 4 — 7 minuten

Als beesten in een zwarte doos

Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In een nieuwe maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt. Vandaag: Freek over ‘Dier’ van Tom Struyf, de laatste voorstelling die hij live zag.

Weet u nog welke voorstelling u voor het laatst echt zag? En dan dus niet via Zoom of een ander internetlichaam, maar gewoon echt, live, met levende lijven en kuchende toeschouwers en drankjes in een druk café na afloop? Voor mij was dat Dier – een voorstelling van Tom Struyf en Judith de Joode. Twee theatermakers met wie ik heb samengewerkt en met wie ik bevriend ben geraakt. Alleen al om die reden was ik blij dat ik de voorstelling zo graag heb gezien.

Met het woord dier is iets merkwaardigs aan de hand: het wordt zowel gebruikt om aan te geven tot welke groep de mens behoort, als om de mens juist van diezelfde groep te onderscheiden. We zijn als mens dieren – en juist niet. Rond die dubbele houding, die dunne scheidslijn, cirkelt de hele voorstelling.

We zien een klein rond plateau en daarachter hangt een klein rond scherm. Op het scherm worden dierenfilmpjes getoond, van die filmpjes die sinds het internet echt groot is geworden dagelijks met miljarden worden verspreid (we kijken er blijkbaar graag naar met zijn allen).

Op dat kleine ronde podiumpje hupsen en wiegen Tom Struyf en Judith de Joode in een soort morph-/schaatspakken, terwijl ze met kussens en slierten en bewegende ledematen zich transformeren tot dieren of iets wat daaraan doet denken. Daarbij kijken ze steeds van de getoonde dierenfilmpjes die ze nadoen naar de zaal: doen we het goed? Zo ziet het eruit, toch? De pelikaan, de rups, de ijsbeer?

© Clara Hermans

Praten doen ze niet. Waar Tom in zijn eerste monologen nog lid was van de stilstaande tekstzeggers-club, kwam er in zijn derde monoloog onder begeleiding van danseres Nelle Hens beweging bij. In deze voorstelling is hij helemaal lichaam geworden. Judith heeft die weg andersom genomen –in haar afstudeervoorstelling speelde ze woordeloos een pasgeboren kalf, daarna heeft ze met BOG. vooral de tekst het werk laten doen. Hier is die tekst er dus quasi niet.

Toch wordt er veel gepraat, maar dan door de mensen op beeld die de dierenfilmpjes afwisselen. In lijn met Struyfs eerder werk exploreren diverse experten de verschillende kanten van het betreffende onderwerp. Nu luisteren we naar een wetenschapper, een kunstenaar, een boer, een filosoof, een spiritueel iemand en naar kinderen.

Losjes zijn de antwoorden die ze geven op Toms vragen gegroepeerd per thema. Hebben dieren emoties? Waarom vinden we dierenfilmpjes zo vaak grappig? Maar ook, of misschien wel vooral: hoe moeten we ons ethisch juist gedragen tegenover onze mede-aardebewoners?

© Clara Hermans

De laatste jaren verscheen het een na het ander (populair) wetenschappelijk werk dat aantoonde dat eigenschappen die we altijd voor typisch menselijk hadden gehouden, ook gewoon bij dieren voorkomen. Empathie, complexe emoties, rouw, langetermijnplanning en zelfs humor – ook dieren hebben het.  En in een tijdperk dat door geologen tot het Antropoceen is gedoopt en waarin de biodiversiteit en de natuur door menselijk handelen onder grote druk staan, is het niet verwonderlijk dat de vraag naar de plek en de verantwoordelijkheid van de mens in het ecosysteem steeds harder begint te klinken. Zowel in het theater als daarbuiten.

Ik heb ooit een verhaal gehoord over ‘cirkels van empathie’. Ik weet niet of dat een officiële term is, of zelfs of het überhaupt waar is, maar het sprak zeer tot mijn verbeelding. Degene die het verhaal vertelde, werkte in de commissie die het gebruik van proefdieren in wetenschappelijke experimenten moest coördineren. Ze vertelde dat het empathisch vermogen van de Homo sapiens nogal een evolutie heeft doorgemaakt. Waar we eerst enkel ons gezin als ‘ons’ beschouwden, is die cirkel door de eeuwen heen vergroot – van ons gezin, naar onze stam of gemeenschap, naar zoiets onzichtbaars als onze nationaliteit, naar uiteindelijk het hele menselijk ras. Die laatste stap zijn we volgens haar pas zeer recent beginnen te zetten, getuige de slavernij en de dierentuinen waar mensen uit Afrika in werden getoond – zaken die enkel konden bestaan omdat die mensen niet als mensen werden gezien. Zij stelde dat die cirkels zich nog steeds uitbreiden. We doen inmiddels geen of nauwelijks wetenschappelijk onderzoek meer op mensapen, maar op ratten kan het nog steeds wel. En over fruitvliegjes worden niet eens vragen gesteld. Hoe zou dat in de toekomst zijn? Blijven we dieren eten, gebruiken, fokken? Tot hoever reikt onze empathie?

In die zin deed Dier me denken aan de recente voorstelling Seks(e)(n) van de Koe en Mugmetdegoudentand, waarin de spelers een hele voorstelling lang worstelen met de huidige emancipatiebeweging van (seksuele) minderheden. Die voorstelling eindigde met een dreigende vraag: hoe kunnen we straks empathie hebben voor onzichtbare klimaatvluchtelingen van ver weg, als we nu al geen empathie kunnen opbrengen voor de mensen die in ons midden zijn? Dier stelt daar iets hoopvollers tegenover. Terwijl Tom voor het eerst spreekt, over de ontmoeting met een mot, bekleedt Judith fluffy kussens die ze in de ruimte heeft gezet met dierenmaskers. ‘Weet je nog hoe gemakkelijk je als kind zelfs met je knuffels kon meeleven?’ lijkt ze te vragen. En als we al empathie kunnen hebben voor levenloze objecten, dan moet dat toch ook kunnen voor honden, katten, ratten? Waarom zouden we niet alle levende wezens als individuen kunnen gaan zien?

Toen ik terug naar huis liep, 27 februari Before Corona, dacht ik dat de voorstelling ook heel goed op tv zou kunnen werken: een reeks van korte filmpjes met stemmen die praten over dier- en mensendingen, terwijl je ondertussen naar een compilatie van grappige of ontroerende dierenfilmpjes kijkt. Ideale kinder-tv leek me.

Nu, in deze coronatijd, denk ik daar anders over. Ik zou bij een tv-versie toch te veel het samenzijn missen denk ik. Het echte, de blikken, de lijven – ja misschien wel gewoon het dierlijke. Van mensen in een ruimte. Van het theater.

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

column
Leestijd 4 — 7 minuten

#160

15.03.2020

14.05.2020

Freek Vielen

Freek Vielen (Utrecht, 1985) is samen met Rebekka de Wit en Suzanne Grotenhuis artistiek leider van het Antwerpse theatergezelschap De Nwe Tijd. Hij studeerde in 2007 af aan de opleiding Woordkunst in Antwerpen en is aan die opleiding nu verbonden als docent. 

RECENT VERSCHENEN

column

RECENT VERSCHENEN