Liv Laveyne

Leestijd 6 — 9 minuten

Alles komt goed

In de wiskunde is het een evidentie: min en min wordt plus. Die logica ging ook op bij de laatste subsidieronde. Het Raamtheater, de Zwarte Komedie en Theater Taptoe, die een negatief advies van de beoordelingscommissie kregen, werden door Anciaux terug opgevist. De minister toverde echter ook nieuwe wiskunde uit zijn hoed: plus en plus is gelijk aan min. Positief geëvalueerde gezelschappen als De Stichting (Peter De Graef), Zang en dans (Josse De Pauw), Action Malaise (Ivan Vrambout), Zeven (Inne Goris), Lampe (Pieter De Buysser), Lazarus (Günther Lesage), De Parade (Rudi Meulemans), Scharlaken Dak en Tristero vielen plotsklaps uit de boot. Ook DAS theater (Arne Sierens en Johan Dehollander), Zuidpool en Ultima Thule moeten het met gevoelig minder stellen. De wereld op zijn kop?! Wees niet bevreesd: juist daarom komt alles goed. Ik zal u een verhaal vertellen over keizers en pausen.

Afgelopen junimaand heb ik aan rouwtafels en feestdissen gezeten, ik heb de handdoek in de ring zien werpen waar nog gestreden moest worden en protestvlaggen zien hijsen waar de slag nochtans bij voorbaat gewonnen was, ik heb gezocht naar een leuze van broederlijkheid waar nergens werd gescandeerd, ik heb gezien hoe wonden werden gelikt en hoe de ene kraai de kraalogen van de andere viseerde, verkeerdelijk denkend dat het de vers verworven juwelen onder diens kont betrof.

Ik zou de poëtica haar diplomatieke werk kunnen laten doen, maar gezien geen van beide in mijn aard ligt, vul ik bovenstaande voor u in: de rouwtafel van Ultima Thule, de feestdis van Theater Taptoe, de handdoek van DAS, de persconferentie van het Raamtheater, de wonden van Zuidpool. Het schouderkloppen en wangenkussen waarmee foyers doorgaans hun stof en speeksel verzamelen was even niet langer aan de orde. Bottom line is: theater is een job en als die job op het spel komt te staan, is er geen tijd voor revérences en kabbelklap. Dan onderscheidt de Tsjechov lezende acteur zich geenszins van enig andere arbeider. Of misschien toch wel: de laatste vat post tezamen met zijn makkers bij zelf gestookte kolenvuurtjes, van cameraderie was in theaterland geen sprake. ‘Andere theaters, die tweemaal negatief advies kregen, kunnen verderwerken. Het zij hen gegund, maar het is de wereld op zijn kop,’ kraste een minderbedeelde kraai.

Neen, op een gelijkgestemd –of op zijn minst ‘gestemd’– geluid vanuit de sector op de ministeriële geldbedeling moesten we niet rekenen. Ook de beoordelingscommissie, aan wiens raad de cultuurminister voor 11,7 procent voorbijging, trok ditmaal –in tegenstelling tot het collectieve zelfontslag vijf jaar geleden– stilzwijgend haar conclusies, want met vijgen na Pasen voed je geen hongerige acteurskindjes noch je eigenwaarde.

Die eigenwaarde had sowieso al een flinke deuk gekregen toen de cultuurminister zijn eigengereide beslissing verdedigde als zijnde het gevolg van weinig doortastende adviezen. ‘Ik heb degelijke beoordelingen gekregen van de commissies, maar er zijn te weinig keuzes gemaakt. Laten we zeggen dat mijn vrijheid daardoor groter werd, maar dat mijn wijsheid niet zozeer gevoed was.’ Kortom, hoe de bal aan eigen voet houden en tegelijk je medespelers het verwijt toesturen dat ze niet shotten. Qua tactisch spel kan dat tellen. De richtlijnen in de beleidsnota waren vaag (had iemand kunnen raden dat Van Grembergens aandringen op theaterfusies bij Anciaux linea recta zou leiden tot het afstraffen van initiatieven die rond één persoon zijn gebouwd, ook als die een ronkende naam als pakweg De Pauw of Sierens schragen? (Of zoals Anciaux tactvol stelde: ‘Binnen de projectenpot kunnen deze individuele kunstenaars een rugzakje verwerven om zich aan de grotere huizen aan te bieden.’) Niemand wist bovendien hoeveel geld er in de portefeuille van de minister stak. De ene commissie richtte zich op wat er vroeger in zat (theater), de andere op wat er zou moeten in zitten (beeldende kunst). Het was blind in de buidel tasten. Geef toe, moest u geld moeten verdelen, u zou liever passen.

Maar het was vooral Bertjes laatste zin die mij enigszins in de war bracht: ‘Laten we zeggen dat mijn vrijheid daardoor groter werd, maar dat mijn wijsheid niet zozeer gevoed was.’ Wat bedoelde hij daarmee? Dat hij geen wijze keuzes heeft doorgevoerd, er niet wijzer van werd of vertrouwd heeft op zijn eigen wijsheid, het is te zeggen een reeds verworven kennis uit de vorige subsidieronde die omzeggens ook niet vlekkeloos verliep? Ik tastte in het duister tot ik enkele alinea’s verder zijn reden las om het Raamtheater terug aan boord te hijsen. ‘Ik kon het Raamtheater toch niet laten vallen als ik het de vorige keer opgevist had.’ Tegen dergelijke doorgedreven logica is weinig in te brengen. En al helemaal niet tegen een lapsus als, ik citeer nog even verder: ‘Uiteindelijk heb ik de keuzes gemaakt die ik wou maken.’

Zo sprak de keizer en hij hield zijn duim omhoog of omlaag en oordeelde naar godsvrucht en best vermogen 11,7 procent anders dan de ‘raad der wijzen’, zoals het Raamtheater de beoordelingscommissie honend doopte. Het Antwerps theater dat van publieksbereik zijn artistiek credo maakt, liet op een persconferentie weten dat deze raad van theoretici en academici er zelf voorbijgestreefde ideeën op nahoudt die ver van de realiteit en de noodzaak van het theater afstaan en startte meteen een petitie voor verdere subsidiëring. Ik meen mij te herinneren dat ook Jan Fabre die tekende.

Intussen was het juli geworden en de zon scheen. De keizer stuurde zijn raad der wijzen op zomerkamp en ging zijn sterre achterna in het pausendom van Avignon alwaar paap Fabre deze editie de scepter zwaaide. Zoals de geschiedenis ons leert, hebben pausen in Avignon weinig met godsvrucht te maken, maar alles met prestige en machtsverhoudingen tussen kerk en staat. Een geschiktere biotoop kan een koninklijke keverklever zich niet wensen. Op het menu stond naast gandaham het beste wat Vlaanderen te bieden heeft. Het maakte onze keizer dolenthousiast zoals steeds, en trots zoals nooit tevoren (een Vlaamse paus in dé Franse cultuurkathedraal, dat moet die oude VU-borst toch doen zwellen?) en hij opperde het lumineus idee om ‘in september als we ons internationaal cultureel beleid bijsturen, de groepen die op dit Frans festival zijn uitgenodigd prioritaire steun te verlenen. Dat lijkt mij beter dan een versnipperde regeling. De internationale weerklank van Avignon is ongeëvenaard.’ Spijtig voor wie op het Holland Festival, Edinburgh of godbetert ergens in New York stond. Welke staatsman heeft nood aan een raad der wijzen als je een paus kunt versieren die –zo is geweten– maar al te graag de kleren van de keizer draagt? Sierens dankte zijn Maria en haar Eeuwigdurende Bijstand. Met een rugzakje op pelgrimage naar Avignon had geloond. De backpackers van Avignon als criterium voor internationale uitstraling.

Dichter-criticus Guido Lauwaert stopte me onlangs een boekje toe: De mechaniek van het theater. Een van de radertjes in die mechaniek is de volgende: ‘In een voorstelling komt het antwoord niet na de vraag maar is het net andersom: de vraag komt na het antwoord.’ Dit zou (geslaagde) kunst onderscheiden van de realiteit waarover zij reflecteert en die zij becommentarieert.

Ik weet niet in welke realiteit Lauwaert leeft, maar ik blijf met hoe langer hoe meer vragen na elk antwoord achter. Zo ook in de o zo duidelijke realiteit van een regenachtige augustusmaand waarin muizen hun vegetarische aard afzworen en levende albatrosjongen vraten, waarin krokodillen hun jacht staakten voor pommes frites op een bord, een Afrikaanse president stelde dat voedseltekort normaal was in die tijd van het jaar alsof het een gastronomische logica betrof, na de mosselen komt het wild en je eet toch ook geen aardbeien buiten het seizoen en zelfs dat is geen zekerheid meer, het dolle paard van een garnaalvisser katapulteerde achterpootsgewijs een twee maanden oude baby het ziekenhuis in. De garnaalvisser in kwestie was zwaar aangeslagen: ‘Ik denk dat ik morgen eens niet naar de zee ga’, zei hij. Wat een offer, dacht ik eerst cynisch. Maar voor wie de zee zijn geven en hebben is was dat offer misschien juist heel groot.

Zo blijf ik bij elk antwoord met nieuwe vragen achter, maar dat houdt me nieuwsgierig. Moet de torenhoge ambitie van sommige grote theaterhuizen gehonoreerd worden met nog meer geld of is hier juist enige omzichtigheid aan de orde, gelet op de hubris van grote namen die hen in het verleden peren hebben doen zien? Geldt voor het theater het aloude spreekwoord wie ‘t kleine niet eert, is ‘t grote niet weerd? Kan het zijn dat, als het om vernieuwing en internationale uitstraling gaat, het licht van de keizer over een kleine niche zoals figurentheater niet zo helder schijnt? Waar moet ik met mijn mémé heen als er geen Raamtheater meer zou zijn? Als er nog eens een kraai krast: Dit is de wereld op zijn kop! Weet dan dat de wereld zelf al op zijn kop staat. Min en min is plus. Alles komt goed.

Uit: Artistiek Advies Les Ballets C. de la B.

Wat betreft de nieuwe pijler ‘jonge makers die binnen het gezelschap de kans krijgen om eigen werk te maken’ vreest de commissie eveneens voor de artistieke waarde, omdat het gros van het getoonde werk bij de eerste editie niet veel meer was dan een herkauwen van de gekende formules van het gezelschap. Variaties, dat uiteraard. Maar dan wel in hoofdzaak op hetzelfde thema. Deze vorm van klonen biedt artistiek gesproken geen enkele meerwaarde. 1-2-3 Propositons werd ook door het gezelschap zelf kritisch geëvalueerd. De beoordelingscommissie heeft het raden naar de inhoud van die evaluatie.

Uit: Artistiek Advies Ultima Vez

De beoordelingscommissie ziet in de samenvloeiing met VZW SA een positieve evolutie, weg van de voordien weinig transparante en verwarrende situatie. De beoordelingscommissie heeft niettemin haar bedenkingen bij de artistieke invulling en keuzes van deze jonge choreografen en vreest voor een vorm van epigonisme. De beoordelingscommissie hoopt dat ook deze werking gezien kan worden als een uitdaging tot herbronning binnen het dansvocabularium van ULTIMA VEZ VZW.

Uit: Artistiek Advies Deep Blue

De sleutelbegrippen in hun creatieve werking worden ‘parallellie’ en ‘kruisbestuiving’ genoemd. Daaronder wordt de parallelle inzetbaarheid van evenwaardige elementen als video, geluidsontwerp, licht, dans en performance binnen één voorstelling verstaan. Dat dit leidt tot zintuiglijk verrassende en inhoudelijk vernieuwende voorstellingen werd in het verleden bewezen in ondermeer Closer en Inner Horizon. Deep Blue verwierf in een snel tempo een belangrijke positie binnen het Vlaamse en internationale danslandschap als collectief met een consequente transversale aanpak.

artikel
Leestijd 6 — 9 minuten

#98

15.10.2005

14.01.2006

Liv Laveyne

artikel