Klaas Tindemans

Leestijd 4 — 7 minuten

Alle kandidaten zijn geslaagd

Het is mij voorlopig nog niet duidelijk of je na het bijwonen van de examenvoorstellingen van de afstuderenden aan de Vlaamse toneelscholen conclusies moet trekken over het gehalte van deze nieuwe lichting acteurs, dan wel over het niveau van de acteursopleiding in Vlaanderen. Het beschamende peil van alle eindprodukties in de Conservatoria van Brussel, Gent en Antwerpen (afdeling toneel) doet echter wel de verleiding ontstaan om over beide aspecten een streng, vernietigend oordeel te vellen.

Maar bij nader toezien blijkt de realiteit meer genuanceerd te zijn. Om te beginnen is het een illusie te denken dat de finale evaluatie van de kandidaten enkel gebeurde op basis van één werkstuk, eind juni. Er is al een tussentijdse proef geweest, halfweg het schooljaar, en bovendien weten de meeste kandidaten, rechtstreeks of onrechtstreeks, meestal op voorhand hoe het met hun kansen staat. Een toneelopleiding is per definitie (of zou dit moeten zijn) een op de individuele student gericht leerproces, waarbij lesgevers meestal op tijd aan-de noodrem trekken. De juryberaadslagingen worden meestal bijgewoond door de docenten zodat ook de evolutie van de betrokken kandidaten kan geëvalueerd worden en bij het eindoordeel betrokken. Dit alles belet niet dat bepaalde juryleden het eindexamen als enig aanknopingspunt hebben. Alleen bij het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst (Studio Herman Teirlinck) bestaat er een systeem van permanente evaluatie, waarbij de vier workshops gelijkwaardig zijn voorde evaluatie. Het beoordelingssysteem is dus, althans in de Conservatoria, bedenkelijk tweeslachtig, met als gevolg een misplaatste onzekerheid bij de kandidaten.

Er zijn bij de voorstellingen zelf ook bedenkingen te maken. Met uitzondering van de Studio, is de risicoloosheid bij de keuze van de examenstukken opvallend. De gehanteerde regieconcepten doen deze middelmatigheid nog sterker uitkomen. Een aantal van deze jonge acteurs hebben al meegewerkt in andere produkties, en dan valt één en ander nog meer op. Twee voorbeelden. Karen Vanparys, die afstudeerde aan het Antwerps Conservatorium, speelde mee in Robbe De Herts Het leven dat wij droomden, de enige uitschieter in de reeks Vlaamse televisiespelen op de BRT, het afgelopen seizoen. Robbe De Hert was er daarbij in geslaagd Karen Vanparys op een zuiver visuele manier een boeiende acteerpersoonlijkheid mee te geven. Haar prestaties in Tenessee Williams’ Onbewoonbaar verklaarde woning en Ionesco’s De les, de twee examen-eenakters, waren echter beschamend. Een vergelijkbare situatie bestond bij Karen Devisscher, afstuderend in Brussel. In Paul Peyskens’ Koning Oidipous, een queeste, dat drie maanden voordien in ‘t Stuc in Leuvenin première ging, maakte zij een zeer volwassen indruk, als volwaardige actrice. Geen spoor daarvan bij de examenproduktie Consultatie (Victor Haïm), waarbij docent-regisseur Senne Rouffaer teruggreep naar een discutabel regieconcept uit de KVS, van tien jaar voordien. ‘Vakwerk’ kun je zoiets noemen, maar als je weet hoeveel meer er met zo’n actrice mogelijk is…

Tweede bezwaar, naast de keuze van middelmatige of stoffige (maar nooit afgestofte) teksten, is de strakheid van de. regieconcepten. Het werkstuk van het Brussels Conservatorium was zo’n voorbeeld, de Gentse eindproduktie was hiervan de meest extreme illustratie. Hier regisseerde Achiel Van Malderen Tango Palace van de mij onbekende Marie Irene Fornès, een pretentieuze symbolische parabel. Een tweederangs-Huis clos (of een Kaspar-pastiche) in revue-stijl die alle mogelijke interessante betekenissen meteen wegmaaide. Hoe je hierin acteurs zinvol kan evalueren is mij een raadsel.

Studio Herman Teirlinck is een merkwaardige uitzondering. Meestal werden er zinvolle teksten gekozen – ik zag Schnitzlers Het Weidse Land, de Perzischefabel Conferentie der Vogels en Marc Diddens Een hand in de sneeuw – en enkel hier is het mogelijk over de resultaten van de opleiding als buitenstaander een zinnig oordeel te vellen. Buiten het feit dat er voor 12 (!) afstuderend en, dunkt me, nauwelijks tewerkstelling mogelijk is, ligt het accent bij de Studio zozeer op de acteervorm (in plaats van op de acteerinhoud) dat hun tekstbehandeling vaak veel te wensen overlaat. Dat ze met hun twaalven beter een popgroep dan een professioneel gezelschap zouden vormen – wat ik na Een hand in de sneeuw in een recensie schreef – is een boutade, maar deze opmerking is juist in die zin dat er in de Studio meer zorg besteed wordt aan het uiterlijk (verbaal en visueel) van de acteur, dan aan zijn vermogen om een tekst, een scenario aan zijn eigen persoonlijkheid te toetsen. Ik ben ervan overtuigd dat deze foute prioriteiten niet uitsluitend op rekening van de acteurs moeten geschreven worden. Het Hoger Instituut voor Dramatische Kunst leidt cabotins op, geen acteurs.

De teleurstellende prestaties aan de Vlaamse toneelscholen hebben zeker te maken met de zwakte van deze acteurslichting – uitzonderingen niet te na gesproken, maar dat bleek niet uit de eindproeven – maar minstens evenveel met de houding van de docenten of, algemener, met de vaagheid en de valse veiligheid van het opleidingsconcept. Er is een soort kortsluiting ontstaan tussen de behoeften van kandidaat-acteurs enerzijds, die, op een moment dat er in Vlaanderen bij sommige theatermakers weer wat te beleven valt, in dit ernstige en vernieuwende werk een plaats willen zoeken, en de noden van de docenten anderzijds, die, vaak afkomstig uit de vergrijsde gezelschappen, soepel maar kleurloos acteermateriaal zoeken. Een doodlopend straatje, lijkt me, omdat potentiële acteertalenten afgeschrikt, gefrustreerd of platgewalst worden en de opleidingen zullen verdrinken in middelmatigheid. Wie heeft er immers zin om tot KVS- of KNS-acteur opgeleid te worden?

Studeerden af in 1982-83: Karen Devisscher, Ignace Cornelissen(Conservatorium Brussel), Ingrid Schaillée, Nadine Vanvossem (Conservatorium Gent), Karen Vanparys, Dirk Tanghe, Bart Van Avermaet(Conservatorium Antwerpen), Annick Christiaens, Lieve Cools, Jo De Backer, Geert Defour, Kris De Volder, Daisy Haegeman, Norbert Kaart, Roger Meeusen, Nicole Percy, Marc Van Eeghem, Manuela Van Werde, Jean Verbert (HIDT/Studio Herman Teirlinck).

varia
Leestijd 4 — 7 minuten

#4

15.09.1983

14.12.1983

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

varia