Leestijd 11 — 14 minuten

Met al je systemen open door het leven lopen: nOna, het kunstencentrum als stadsontwikkelaar

Een aantal kunstencentra vat de huidige subsidieperiode aan onder een nieuwe leiding en een nieuw programma. Het vroegere gezelschap TheaterTeater in Mechelen, dat in 2001-2005 door de Vlaamse Gemeenschap voor het eerst volwaardig als kunstencentrum erkend en gesubsidieerd wordt (446.208 euro of 18 miljoen frank per jaar), werd bij deze gelegenheid herdoopt tot kc nOna, en ook de huisstijl van de organisatie werd grondig gewijzigd.

De ingebruikname van drie werkruimten in een voormalige drukkerij achter nOna laat het kunstencentrum toe om zich vanaf dit seizoen ook meer productioneel te gaan profileren. De voornaamste impulsen voor deze ingrepen kwamen van zakelijk leider Axel Doumen en artistiek leider Dirk Verstockt. Etcetera sprak met Verstockt en artistiek coördinator Marleen Decabooter.

Etcetera: Wat is voor jullie liet grootste plus- en het grootste minpunt van één jaar nOna?

Dirk Verstockt: Als het gaat over de grootste plus, zijn er wat mij betreft twee dingen. Ten eerste hebben we de dramaturgische zin die we onszelf gesteld hebben, het driehoekje ‘jonge artiesten – gevestigde artiesten – publiek’, zeer gaaf behouden en hebben we daar ook de daden aan vastgeknoopt waarvoor we gegaan zijn. Ten tweede zitten we al na een jaar met ‘de nOva’, de werkruimten die we broodnodig hadden, en zijn we erin geslaagd die op eigen kracht in te richten. De grootste min gaat om onze relatie tot de stedelijke overheid en om het feit dat we van de Vlaamse Gemeenschap minder dan de helft gekregen hebben van de financiën die we in ons dossier gevraagd hadden (ruim één miljoen euro of 40,7 miljoen frank per jaar, nvdr), waardoor we voortdurend gedwongen zijn om middelen te gaan bijzoeken om te kunnen realiseren wat we willen realiseren. Dat is de snelle analyse. Op een jaar tijd zijn we op vele terreinen actief geweest en zijn we ons, zeker wat Mechelen betreft, op vele terreinen gaan moeien, maar wel steeds vanuit een artistieke démarche. Ik denk dat we de verantwoordelijkheden die vragen als ‘Welke rol spelen wij in Mechelen?’ of ‘Waar willen wij als stedelijk platform naartoe?’ met zich meebrengen, constant nemen. ‘Hoe kunnen wij al wie in deze stad potentieel interessant bezig is, helpen en ondersteunen?’ Alleen al dat er voor die mensen een aanspreekpunt is, vind ik belangrijk. We kunnen niet altijd zelf een antivoord geven, maar in elk geval wordt er geluisterd. We hebben ook mensen van buiten Mechelen naar binnen gehaald, en omgekeerd zijn we met onze eigen artistieke agenda op een ander gaan spelen, zoals tijdens Anno ’02 in de wijk Krottegem in Roeselare. Ik verbaas me voortdurend ook over de turnover van het publiek dat we hebben. Er is een kleine doorstroming van mensen die TheaterTeater volgden en die mee overgekomen zijn, maar daarnaast zien we constant nieuw en ander publiek komen. Als we dit soort van elan volhouden en trouw blijven aan het artistieke credo dat we ons hebben gesteld, dan moeten we tegen het einde van deze subsidieperiode een verschil gemaakt hebben. Als we dat niet gedaan hebben, denk ik dat we slecht gewerkt hebben.

Marleen Decabooter: Het eerste jaar is nOna met een zeer drukke agenda naar buiten gekomen, maar dat gaat het tweede seizoen wel wat minderen.

Verstockt: De situatie in Mechelen is ook gewijzigd. Het Cultuurcentrum Mechelen is er eentje van de hoogste categorie geworden, ik hoop dan ook dat het in de toekomst een ander soort snelheid gaat krijgen. Vroeger vulde TheaterTeater, ook nadat het als gezelschap geïmplodeerd was, de lacune op receptief vlak in Mechelen op. Liet initieerde ook de idee van een stedelijke samenwerking met het opstartende Cultureel Centrum. Nu kan het Cultuurcentrum Mechelen (voorheen Cultureel Centrum Antoon Spinoy, nvdr) dat aanbod overnemen zodat wij onze agenda meer en meer vrij krijgen.

Decabooter: Het is ook niet de bedoeling van nOna om alles bij zich te houden. De graffiteur Jurgen Gielen bijvoorbeeld helpen wij met de voorbereiding van een dossier: we proberen ervoor te zorgen dat hij geld krijgt vanuit de stad. Dat zijn dus dingen die wij initiëren en die nadien van ons weggaan. Van hij het begin hebben we ook consequent ‘ja’ gezegd op al wie ons belde. Door die openheid die we intern ontwikkeld hebben, telt het tweede seizoen zoveel samenwerkingen met derden dat het een structureel complex en moeilijk seizoen wordt. Maar dat nemen we er graag bij.

Etcetera: Wat in de zaal van nOna staat, is dus slechts het topje van de ijsberg?

Verstockt: Ja, maar de complexiteit van de agenda zit ook op andere terreinen. De afgelopen twee jaar bijvoorbeeld (het eerste nog als TheaterTeater, nvdr) hebben we onwaarschijnlijk zwaar geïnvesteerd in al wat met hiphop, met breaks, met mc’s te maken heeft, maar daar hebben wij nauwelijks return van. Ten eerste moeten we dat gratis doen omdat het voor vele van die mensen al ontzettend moeilijk is om met een treinticket vanuit Luik, Lille, Gent of Brussel te komen. Ten tweede hebben zij geen geld om iets te drinken en hebben wij aan de toog dus geen inkomsten. Tegelijk kost het ons natuurlijk wel geld om kwaliteit aan te bieden, om goede mensen te laten komen vanuit de landen waar ze goed bezig zijn. Het merkwaardige aan die hele zaak is dat de grootste Belgische hiphop-com-munities in Brussel, Gent, Luik en Antwerpen zitten en dat wij dat in Mechelen moeten doen, omdat er geen enkele andere plek mét middelen is in het officiële circuit die dat wenst te doen. Wij doen een grondinvestering in het publiek en de makers van de toekomst, maar krijgen er geen extra middelen voor. Ik vind dat een zeer merkwaardige démarche. In ons land wordt hiphop nog altijd geassocieerd met ‘jongeren’ en ‘het sociaal-artistieke’, terwijl het om een puur artistiek manifest gaat, het laatste – en enige – culturele manifest van de voorbije dertig jaar, een culturele beweging die vertrekt vanuit alle artistieke disciplines. Dat we daar in dit land geen stap in vooruitkomen, laat staan dat wij daarvoor erkend worden, blijft voor ons onbegrijpelijk. decabooter: Probleem is datje wat per definitie verliesgevend is, op termijn niet kan blijven doen. Eigenlijk kan je als kunstencentrum zeer weinig je nek uitsteken met de budgetten die je hebt. Daarom is voor vele plekken ‘je nek uitsteken’ werken met gezelschappen die al projectsubsidie krijgen. Maar wij willen verder gaan dan dat. Alleen is het verschrikkelijk moeilijk want het kost veel tijd en veel onderhandelingen en het brengt vele onzekerheden met zich mee. Het louter receptieve kan je in vergelijking heel gemakkelijk managen.

Etcetera: Een vaak gehoorde opmerking luidt dat de ambities van nOna te groot zijn voor een stad als Mechelen.

Decabooter: Ons plan reikt een artiest vooral mogelijkheden aan. Waar die mogelijkheden aangereikt worden, vind ik op zich niet zo belangrijk. Waarom zou het voor een artiest beter zijn om in Antwerpen of in Brussel te repeteren en in première te gaan dan bij ons?

Verstockt: Eigenlijk vind ik het een zeer provincialistische opmerking. De strook Rotterdam-Le Havre is toch één groot verstedelijkt gebied geworden? Over tien jaar is dat allemaal dicht… Mechelen zelf telt net geen 80.000 inwoners. Pak een straal van tien kilometer errond, en je spreekt over 400.000 inwoners. Als je niet de ambitie hebt om één tiende van die 400.000 mensen te bereiken, waar ben je dan mee bezig? Het is waar dat een project als dat met DJ Grazzhoppa – die met Fabrizio Cassol van Aka Moon aan composities en een notatiesysteem voor een big band van 15 dj’s werkt – niet op de maat van de stad Mechelen is. Het kan zelfs niet bij ons staan. Maar het is wel noodzakelijk dat het gebeurt.

Decabooter: De concertcyclus met het ensemble QO-2, waarmee we het begin van de deportaties vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz herdenken, en het project Leopold Hammei, een jonge Mechelaar die in 1945 omkwam in het werkkamp Ganacker, zijn ook grote projecten, maar zij bedienen zich wél van Mechelen als locatie. Daarover zullen dus minder snel opmerkingen gemaakt worden.

Verstockt: Het is jammer dat één op vier in Mechelen voor het Vlaams Blokstemt en het is jammer dat Mechelen het stigma heeft de stad met het Aartsbisschoppelijk Paleis te zijn maar so be it. Voor ons plan is dat geen enkel bezwaar. Maar we zoeken er wel een aantal moeilijkheden mee op. Van 12 tot 23 november organiseren we in samenwerking met Katrien Jacobs, een Belgische die op dit moment docent is aan het Emerson College in Boston, het festival Porn Ar(t)ound the World. De démarche daarvan is dat seksualiteit en erotiek binnen de levende kunsten vaak enkel als probleem – het moet minstens over incest gaan – en zelden of nooit op een vrolijke manier aan bod kunnen komen. Een aantal mensen zal daarover allicht ambetant worden, maar dat heeft dan misschien meer met the sign of the times te maken, dan met Mechelen zelf.

Decabooter: Misschien worden we wel gepardonneerd omdat we opereren in een oude sekscinema {lacht).

Etcetera: Sowieso lijkt jullie aanpak tijdens het tweede seizoen veel projectmatiger dan tijdens het eerste?

Verstockt: Die verschuiving zullen we verder doortrekken. Vorig seizoen was echt een overgangsseizoen: een periode waarin je sommige dingen historisch meeneemt en andere afbouwt en verandert. De aanwezigheid van Podium Modern bijvoorbeeld. W.A.C.K.O. is sinds heel vroeg in TheaterTeater geweest. Na de splitsing tussen Manou Kersting en Chiel van Berkel was dat verhaal voor ons uitverteld, maar de groep had hier historisch een plek en dan zeg je niet meteen: ‘Sorry, maar wij gaan een andere richting uit…’ Nu heeft Podium Modern zijn subsidies gekregen en partners gevonden in de Arenbergschouw-burg en de Backstage, en staat de groep dus niet in de regen, quoi.

Etcetera: Hoe bepalend is het Mechelse aspect bij de keuze voor onderwerpen als de Dossinkazerne en Leopold Hammel of bij de keuze voor artiesten als Stef Lernous, Nick Kaldunslci, Ruud Gielens en het theatergezelschap Abattoir Fermé?

Decabooter: Het is niet zo dat we projecten doen ómdat ze Mechels zijn.

Verstockt: Maar ik zou het wel heel erg jammer vinden mocht dit nOna evenzeer in Zichen-Zussen-Bolder kunnen bezig zijn. Er moet een relatie zijn tussen waar je zit en wat er gebeurt. Het Kaaitheater zou – ik overdrijf – evengoed in Australië kunnen liggen. Wij willen ook met de artistieke ontwikkeling in Mechelen bezig zijn. Het kan toch niet mocht er qua theater in Mechelen enkel het MMT (nu’t Arsenaal, nvdr) zijn, in een stad met zo’n podiumkunstentraditie… Het kan toch niet mocht het talent van Stef Lernous en van de mensen die daarrond hangen – en die expliciet zeggen ‘Wij willen in Mechelen blijven’ -niet erkend worden en geen kans krijgen om te ontwikkelen. Dus ja, Mechelen is voor ons een ongelooflijke voedingsbodem.

Etcetera: In menig opzicht bouwt nOna verder op de werking van de BrusselseBeursschouwburg in de jaren negentig, toen jijzelf, Dirk, er programmator was. Hoe zien jullie zelf de verhouding tussen nOna en die periode?

Verstockt: Onvermijdelijk bouw je verder op een aantal dingen die daar toen ontwikkeld zijn. Hoe zou ik het noemen? Een manier van werken en het soort vrijheid die ervoor zorgen dat je bij wijze van spreken elke dag opnieuw het begrip kunstencentrum uitvindt, zonder dat je je moet laten gelegen zijn aan canons, dogma’s of wat het artistiek zou moeten voorstellen, en in tegenstelling daarmee uitgaat van vragen als: ‘Wat is mijn context?’, ‘Wie is er hier artistiek bezig?’ ‘Hoe kunnen we dat zo snel en zo krachtig mogelijk bij een publiek krijgen?’, ‘Hoe kunnen we zoveel mogelijk publieken betrekken bij wat we hier ontwikkelen?’ Een aantal van die lijnen die met openheid te maken hebben, wordt hier doorgetrokken: je voortdurend bewust blijven van de context waarin je zit, en nooit denken dat je iets bereikt hebt of dat er iets veroverd is of dat je goed bezig bent… Dat soort van hypergevoeligheid was er in de Beurs en die hebben wij hier ook, denk ik.

Decabooter: Dat proberen we toch… De schaal waarop nOna werkt, is wel moeilijker dan in de Beursschouwburg. In de Auguste Ortsstraat zijn er veel kleurtjes en geurtjes en sfeertjes, en die zijn er hier niet. In nOna kunnen we niet het soort straatfeest houden dat de Beursschouwburg kon doen, omdat die straat er gewoon niet is. In die zin leek de expansie of de veruiterlijking van wat de Beurs deed, duidelijker en groter.

Verstockt: Loop ‘s avonds in Mechelen over de Bruul of over de IJzerenleen in je bloot gat, en niemand zal iets zeggen want er is niemand. Alles is dicht en alles staat leeg, er woont niemand. Dus zit je sowieso in een andere context dan wanneer je in Brussel je kop buiten steekt.

Etcetera: Net als in de Beursschouwburg brengt het opszijschuiven van de canons een soort artistieke incorrectheid met zich mee.

Decabooter: Wat vinden jullie dan de meest artistiek incorrecte daad van nOna tot nu toe (lacht)?

Etcetera: Misschien wel de communicatie. Het veelkleurige tabloidkrantje van nOna wordt door de rest van de theatersector als ‘zeer fout’ beschouwd.

Decabooter: Ons gazetje is ook een antwoord op het feit dat de meesten naar iets zeer esthetisch zoeken, naar iets straks, naar iets waar weinig op aan te merken is.

Verstockt: Het is goedkoop en rap gemaakt, en vertrekt vanuit tabloid. Dat was ook de opdracht. Uiteindelijk is ons streefdoel om elk jaar een jong ontwerper de kans te geven dat gazetje te maken. Daarmee haal je je bijkomende moeilijkheden op de nek omdat je die mensen op een andere manier moet begeleiden dan wie dat al twintig jaar doet, maar ook dat is artistieke ontwikkeling.

 

Etcetera: Bij de evolutie van de Beursschouwburg in de jaren negentig werden soms ook de nodige vragen gesteld. Neem het volgende citaat van Theo Van Rompay uit Alles is rustig – Het verhaal van de kunstencentra (Vlaams Theater Instituut, 1999): ‘Context werd zo ruim als het kon geïnterpreteerd, als de samenleving. Het kunstencentrum werd ook sociaal-politiek centrum, met een actief participerend publiek, met kunst voor zover het in een of ander kader paste. Hoe levensvatbaar is die houding? En hoe effectief? Als shocktherapie ressorteerde het direct en tastbaar effect. Maar op langere termijn dreigt het de kunstenaar te veroordelen tot een afhankelijke houding, tot het zich inpassen in een sociaal-politieke strategie. Zeker heeft de Beurs de kiem gelegd voor een nieuwsoortig te veroveren terrein. En heeft het een nieuwe inhoud gegeven aan het belegen woord publieksopbouw. Voor de ontwikkeling van het theater of de dans an sich is het bilan echter pover.’

Verstockt: Ik zal gelijk eens reageren op wat Theo Van Rompay daar over de Beurs op dat ogenblik schrijft. Ik denk dat er geen enkele artiest is die ooit in de Beursschouwburg gepasseerd is, die zich ook maar enigszins verplicht heeft gevoeld om zich in een of ander discours in te schrijven of om zijn of haar werk aan te passen aan onze dramaturgie. Het is net omdat je langs alle kanten je poten en oren uitsteekt om te weten te komen wie waar met wat bezig is, dat je elkaar vindt, en niet omgekeerd. De samenwerking tussen Dito’Dito en transquinquennal bijvoorbeeld is door de Beursschouwburg in gang gestoken omdat wij merkten dat zij met dezelfde dingen bezig waren. Als ik zie wat er de laatste tijd in de Beursschouwburg is gebeurd, is er wat mij betreft sprake van de grote regressie, de grote stap terug. Men ging ervan uit dat er voldoende andere structuren waren, zoals Recyclart, om wat er in de jaren negentig in de Beurs is gebeurd, over te nemen. En wat krijg je nu? De hardcore dans zit er weer helemaal binnen. Terwijl er in een stad als Brussel, en zeker op die plek (de Kazernestraat, nvdr), zo’n nood is aan fora waar mensen elkaar vanuit een artistieke démarche kunnen ontmoeten… En net dat geeft men op. In die zin zeg ik: heel wat van de mensen die momenteel decision makers zijn, zitten nog altijd in een achterhaald discours. Ik ben ervan overtuigd dat je, als je met al je systemen open door het leven loopt, als kunstenaar niet anders kan dan uitkomen bij sociale, politieke en andere implicaties die te maken hebben met je artistieke démarche. Anders ben je deaf, blind and dumb. Als je je aan je volstrekte onafhankelijkheid wil houden, ga dan in een proefbuis of in een steriele omgeving zitten… Als kunstenaar kan je toch niet anders dan je hyperbewust zijn van de sociale en economische toestand rondom je. Als je dat niet bent, ben je het niet waard kunstenaar te zijn.

Etcetera: Een van de kenmerken die in het verlengde liggen van het werk van de vroegere Beursschouwburg, is zelfs het letterlijk vertimmeren van de stad. Het oorspronkelijke plan dat de ingebruikname van de drie werkruimtes in de vroegere drukkerij omvatte, hield een doorsteek naar de IJzerenleen in. Een vast onderdeel van het nOna-program-ma vormen discussieavonden over de ‘Staat van de stad’. Op die manier zijn jullie echt met stadsontwikkeling bezig.

Verstockt: Ja, en dat hebben we ook in ons subsidiedossier voortdurend gezegd. ‘Beste overheid, jullie decreten gaan over departementen afzonderlijk, maar wat wij voorstellen, gaat over kunst, over welzijn, over stadsontwikkeling, over nieuwe media… en daar zijn die en die partners bij betrokken.’ Het is moeilijk om telkens opnieuw uit te vinden wat een kunstencentrum kan betekenen als decreten altijd achteroplopen. Ik denk dat je dat ook niet kan vermijden. De politieke besluitvorming zal zich altijd aanpassen aan wat er in de praktijk gebeurt, tenzij je mensen hebt die ongelooflijk kunnen anticiperen – maar dat lijkt me niet het prerogatief van de politici in dit land. Ons oorspronkelijke plan omvatte een doorsteek van de IJzerenleen naar de Begijnenstraat met een artistiek-culturele functie, een woonfunctie, een horecafunctie en buitenschoolse kinderopvang. Omdat het departement cultuur echter niet kan tekenen voor een project dat ook woonimplica-ties heeft, hebben we voor de Vlaamse overheid de afdeling artistieke infrastructuur uit ons plan moeten snijden. En daarop heeft de Vlaamse Gemeenschap ‘ja’ gezegd. Dat is een zeer belangrijke toezegging omdat we daarmee opnieuw met de stad en de provincie kunnen gaan praten. Als zij meegaan in het hele verhaal, dan kunnen we het hele plaatje toch realiseren. Wat we willen doen, is het hele binnengebied ontsluiten en daarmee een historische situatie opnieuw rechtzetten want vroeger zat er een aantal weggetjes tussen de Begijnenstraat en de IJzerenleen. Maar dat alles steeds vanuit een artistieke démarche, want daar gaat het ons ook om: een artiest zet iets in gang en omdat hij of zij iets in gang zet, beginnen ook andere dingen te bewegen.

 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 11 — 14 minuten

#83

15.10.2002

14.01.2003

Peter Anthonissen

Peter Anthonissen (°1969), redacteur van Etcetera, is theaterrecensent bij De Morgen. Verder is hij dramaturg bij fABULEUS (Leuven) en het Nederlandse Theater Artemis (’s-Hertogenbosch).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!