‘Ajax/ Antigone’ (Het Zuidelijk Toneel) Foto Keoon

Guy Coolen, Wim Vermeylen

Leestijd 7 — 10 minuten

Ajax /Antigone

Het Zuidelijk Toneel, Eindhoven

Ivo Van Hove staat met Ajax / Antigone op het Theaterfestival in september. Een omstreden voorstelling zo blijkt uit de twee volgende recensies : stem en tegenstem.

I

Dat het Zuidelijk Toneel Ajax en Antigone van Sofocles op één avond programmeren is boeiend, maar de vraag rijst naar het waarom. In beide stukken wordt gedebatteerd over het al dan niet begraven van een dode, zodat de verhaallijnen sterke gelijkenissen vertonen. Uit de voorstelling blijkt echter dat de politieke context, die in deze twee tragedies wordt behandeld, een veel interessanter én hedendaagser gegeven is.

Regisseur Ivo Van Hove laat eerst Ajax opvoeren. Het publiek neemt plaats op tribunes aan de lange zijden van het verhoogde, witgrijze speelvlak. Uit een luik in het plafond komt het hoofd van de godin Athena te voorschijn, terwijl ze Odysseus toespreekt. Zij vertelt hoe ze Ajax, de heroïsche legeraanvoerder, belet heeft zijn Griekse medestanders (Agamemnon, Menelaos en Odysseus) te vermoorden, nadat hem Achilleus’ wapenuitrusting is ontzegd. Na dit gesprek maken we kennis met Ajax, die beseft dat iedereen hem verlaten heeft. De enige keuze die hem rest is zelfmoord. Na zijn dood willen Menelaos en Agamemnon hun tot vijand geworden vriend niet begraven. Vele discussies later zal Odysseus proberen Agamemnon tot inzicht te brengen om het toch te doen. “Hoeveel vrienden worden later vijanden ?”, zegt hij, waarmee duidelijk wordt hoe actueel dit stuk eigenlijk is. Denken we maar aan de veranderde houding ten opzichte van het Oostblok, om Irak niet te vergeten.

Steeds duidelijker wordt het waarom Ivo Van Hove deze stukken kiest. Met zijn Ajax geeft hij dan ook een (te) duidelijke kritiek op de vervlakking van de hedendaagse (veramerikaniseerde) maatschappij. Dit blijkt onder andere uit de manier waarop hij de personages tekent. Teukros is een soort Rambo, de voortdurend kauwende Odysseus draagt een Amerikaanse supporterspet en ook de godin Athena wordt niet gespaard. Als zij haar wijze raad aan de mensheid heeft verkondigd, komt haar kooi uit het plafond. Zij draagt een nauwsluitend leren pakje, drinkt cola, eet chips en verkneukelt zich aan de royale roddel in het tijdschrift ‘Vorsten’. Deze elementen houden uiteraard verwijzingen naar ‘nu’ in, maar zijn eveneens een vorm van demythologisering. In Ajax is dit doorprikken bijna constant op vele niveaus aanwezig, terwijl dit in Antigone sporadischer voorkomt. Het meest opvallende daar is de manier waarop de blinde ziener Tireisias wordt gespeeld. Johan Van Assche brengt hem als een irritante, clowneske figuur en dit vormt een echte stijlbreuk.

Van Hove plaatst dit groteske element in een wat taal en sfeer betreft harmonisch, beheerst spel. Hij brengt hier een soort litteken aan, waardoor hij niet alleen de vastgeroeste ideeën over de mythische Tireisias, maar het theaterrealisme zelf op de helling zet.

In Antigone bestaat het decor uit tafels die slangvormig – als een labyrint- staan opgesteld. Het publiek zit aan de hoge tafels en krijgt een actieve rol. Door het koude neonlicht dat het schitterende decor (van Jan Versweyfeld) en de toeschouwers belicht, wordt de kijker een mede- speler. Iedereen ziet de ‘anderen’. In het centrum van het labyrint zetelt Kreoon, de machtige, democratisch verkozen vorst, die heerst vanuit de rede. Tegenover hem zitten de grauwe ministers, die de rol van het koor krijgen. Van Hove steekt hen bewust in saaie uniformkostuums. (Ook in Ajax laat hij de matrozen hun uniform wisselen een gelijkvormig burgerpak, waarmee hij kritiek geeft op het gebrek aan eigenheid, als gevolg van de verschraling van de maatschappij.) Als Kreoon verbiedt om Polyneikos, die een mislukte machtsgreep pleegde, te begraven, komt Antigone – Polyneikes zuster – in opstand. Ze vindt dat haar broer recht heeft op een graf. Daardoor vormt zij een bedreiging voor het redelijke systeem én de maatschappij. Kreoon komt zo voor een groot probleem te staan. Politiek gezien moet hij haar ter dood veroordelen, maar het is zijn nicht en ze is voorbestemd te huwen met zijn zoon Haimoon. Als hij toegeeft om emotionele reden en zijn besluit herroept, vreest hij het verlies van de macht. In een aangrijpend gesprek met zijn zoon laat hij zich niet overhalen om Antigone te sparen. Deze passage wordt op een beklijvende manier gespeeld door Warre Borgmans, die als Kreoon een grandioze prestatie neerzet, en Bart Slegers die een gevoelige, maar overtuigende Haimoon brengt. Ondanks zijn onzekerheid is Haimoon vastberaden zijn vader te bepraten. Van Hove laat Haimoon voor dit gesprek zijn tekst zitten voorbereiden, om zo op te kunnen tegen de vaderfiguur. Kreoon luistert echter niet naar zijn zoon en kiest voor de rede. Door die beslissing treft hij zichzelf en heeft hij de zelfmoord van zijn vrouw, zijn zoon en Antigone op zijn geweten. Hiermee wordt duidelijk dat elk politiek systeem persoonlijke, emotionele drama’s veroorzaakt. Zelfs de koning blijft hiervan niet gespaard.

In een prachtig slotbeeld laat Kreoon vliegen los uit een bokaal die hij de hele tijd meesleurde. Alle ministers hebben zo’n pot – vol vreemde elementen – bij zich en koesteren dit alsof het hun ‘eigen’ god is. Haimoon knikt naar een blikje cola als het over de goden gaat. Misschien verwijst hij daarmee naar Athena uit Ajax, die eveneens cola dronk, maar zonder twijfel trekt Ivo Van Hove hier een verband met de hedendaagse samenleving, waar consumptieartikelen en reclame als moderne goden gelden. Als Kreoon de vliegen – zijn goden – vrij laat, beseft hij dat zijn macht hem niet het recht geeft zich boven hen te plaatsen. Ook hij moet zich onderwerpen en aan het noodlot ontkomt niemand. Gebruikt Van Hove daarom juist vliegen voor Kreoon, om zo een link te leggen met de existentialistische Les Mouches van Sartre ?

Op het einde van Ajax / Antigone is duidelijk geworden dat elk systeem gedoemd is te falen en dat een absoluut model van samenleven niet bestaat. In de tekst gaat het vooral om het politieke aspect en de gevolgen op emotioneel vlak, maar deze enscenering benadrukt op fascinerende wijze hoe dit mislukken eigenlijk verworteld zit in de hele maatschappij. Zo zijn er de geheime luiken in het labyrint, die zich alleen voor Kreoon ontsluiten. Als ook dit niet feilloos blijkt te werken, interpreteert Kreoon dit als een tanen van zijn macht. Het wijst echter eveneens op de imperfectie van het technische systeem. Bekritiseert Van Hove hiermee het absolute geloof in de almacht van de techniek ? Het is maar één van de vragen waar je als publiek mee blijft zitten. Deze voorstelling, vol met schitterende vondsten en mooie, soms bevreemdende beelden, doet nadenken. En veel. Dat het cynisme van Ivo Van Hove soms iets te ver gaat, is in dit geheel slechts een kleine schoonheidsfout en doet nauwelijks afbreuk aan de poëtische kracht van deze voorstelling.

Guy Coolen

Gezien in Tilburg op 19 maart 1991

II

Ivo Van Hove en co zullen wel goede theatermakers zijn. Sinds de oprichting van De Tijd trekt hij volle zalen, in Nederland lijkt dat sukses zich te bestendigen. Bij de opvoering van Ajax / Antigone die ik in Breda heb gezien krijgt zijn ploeg zelfs een rechtstaand applaus. Ik krab mij achter de oren en kijk verbaasd om mij heen. Een aantal theaterkenners wijzen mij terecht, de opvoering wordt ingelijst in een soort top tien van het voorbije seizoen. En toch heb ik het altijd wat lastig gehad met het grote werk van Ivo Van Hove.

Dat heeft niks met de keuze van het repertoire te maken, integendeel. Ik twijfel ook geenszins aan zijn competentie. Waar moet ik dan de reden zoeken voor het feit dat Van Hove mij nooit het gevoel kan geven dat mijn universum – dankzij het theater – weer korte tijd perfect in mekaar zit ? Noem het de kick van een zuiver gevoel. Niet dat ik voor de hegemonie van het gevoel pleit, maar toch. Het is mijn eerste esthetisch criterium, ik vrees dat er voor de kunst geen ander kan zijn. Achteraf kan ik me dan nog wel tussen de lijnen van de ratio wagen.

Het moet zijn manier van werken zijn die me minder goed ligt. Een louter subjectieve aangelegenheid dus. Wat ik in van Ivo Van Hove heb gezien (Don Carlos, Lulu, het Zuiden, Ajax / Antigone) heeft iets monumentaals. Hij gebruikt graag veel en grote tekens. Ik denk dat hij een barok kunstenaar is, en als hij het niet is, dan wordt hij het toch door de manier waarop zijn voorstellingen vorm krijgen. Ik heb de indruk dat hij het theater met het vergrootglas benadert, elke scène telkens opnieuw groot uitzet. Ieder detail wordt grondig bestudeerd, het stuk minutieus uit elkaar gehaald, niets kan en mag ontsnappen. Zo zal het ook wel moeten, natuurlijk.

Alleen, zo laat je de stroom der dingen misschien te weinig hun beloop, zo ontstaat er een verregaande vorm van interventionisme, zo wordt het detail opgeblazen terwijl precies de miniatuur zo mooi kan zijn. Ivo Van Hove en zijn ploeg deduceren, terecht, een veelheid aan betekenis maar ze reduceren achteraf te weinig. De voorstelling wil dan op teveel plaatsen schitteren en zo verliest Van Hove, denk ik, de zuiverheid van het oorspronkelijk idee. Daardoor verdwijnt ook elke mogelijke magie. Het magische zit hem namelijk in kleine dingen die aangereikt worden en waarop je geen vat hebt. Van Hoves theaterwereld is mij te groot, ik loop erin verloren, zijn hoeveelheid tekens overvalt me letterlijk op momenten dat ik daaraan geen behoefte heb en zo verstikken ze de voorstelling. Wat blijft is een gevoel van verwarring. Als dat zijn bedoeling is, zit hij goed.

Zo kan ook Ajax / Antigone mij niet echt bekoren. Reeds bij het betreden van de zaal wordt je geconfronteerd met het monumentale karakter van Van Hoves kunst. Sirenegeloei, een enorme vlakte van Troje, daarrond de partijen samen met het publiek. Vanop de plaats waar ik zit zie ik een brede voorstelling. De scenografie is op zichzelf zeer mooi en vernuftig, maar ze draagt op haar beurt toen weer bij tot een zwaar geheel. Er wordt gelopen, gehijgd, de afstanden zijn groot, telkens opnieuw moeten die worden afgelegd, er is soms zoveel tijd nodig om zo weinig te zeggen, er wordt opnieuw gelopen, gehijgd… Het kan natuurlijk allemaal maar hoeft het ook echt ? Of neem Athena. Ze daalt in het begin van de voorstelling uit het firmament neer en etaleert vanuit de hoogte een verregaande vorm van desinteresse. De godin is aangetast door chips en cola, dat kan ik niet verdragen, zo werelds kunnen de hogere sferen toch niet zijn, precies zij zou een of andere vorm van serene monumentaliteit moeten uitstralen. Een genadeloze godin, maar een godin. En theekopjes, waarom moeten die haast tegelijkertijd rinkelen als het geluid van één kopje veel indringerder kan zijn ? Teveel signalen verstoren de boodschap. En het taalregister moet ook even doorbroken worden, ook belangrijke heren spreken plat, in Holland het liefst Antwerps, over de afkomst en het gehalte van onze helden hoeven we ons geen illusies te maken.

Natuurlijk zijn er mooie ogenblikken. Neem bijvoorbeeld Johan Van Assche die een schitterende Teresias neerzet. Ik ben dan volop aan het genieten, pardaf, daar moet hij blijkbaar eensklaps uit zijn rolstoel, de charlatan, en weg is mijn goed gevoel. Teresias is in die stoel veel eerlijker, hij straalt zijn inhoud ook zo uit, hij hoeft daarvoor niet uit dat meubel te springen. Zo raakt voor mij, helaas, de sereniteit van een voorstelling zoek, zo verliest het stuk zijn spankracht, ontploft de eenheid die ik als toeschouwer zoek. Spijtig.

Wim Vermeylen

Gezelschap : het Zuidelijk Toneel;

regie : Ivo Van Hove;

dramaturgie : Klaas Tindemans;

decor : Jan Versweyfeld;

met Lineke Rijxman, Warre Borgmans, Bart Slegers, Els Olaerts, Johan Van Assche e.a.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#34

15.06.1991

14.09.1991

Guy Coolen, Wim Vermeylen

recensie