Leestijd 3 — 6 minuten

Acteren: Verhalen van een duizendpoot

In het septembernummer 2003 van Etcetera publiceerden we Elf stemmen over theaterauteur en theatertekst waarin we de grote diversiteit van schrifturen in het actuele theater aan de orde stelden. Het was toen reeds de bedoeling een gelijkaardige ‘operatie’ uit te voeren omtrent de actuele vormen van acteren. Dat bleek echter moeilijker dan verwacht; we ontvingen onder andere mails van door ons aangesproken acteurs waarin ze omstandig beschreven waarom ze er niet in slaagden te beschrijven…

Theatermakers die zelf teksten schrijven zijn het gewend hun gedachten te verwoorden. Voor acteurs -zelfs voor diegenen die meestal een op taal gericht theater spelen- ligt dat anders. In zekere zin is zelfreflectie voor een acteur geheel uit den boze. Wie, terwijl hij speelt, begint na te denken over wat hij nu eigenlijk aan het doen is, snijdt zichzelf de pas en de adem af; acteren is immers gebaseerd op die vreemde, paradoxale mengeling van bewustzijn en niet-bewustzijn. Een acteur vragen te vertellen hoe hij speelt en waarom hij dat zo en niet anders doet, roept het verhaal op van die duizendpoot aan wie de mier -of was het de kever?- vroeg hoe hij dat nu eigenlijk deed, al die poten bewegen en zich nog verplaatsen ook, zonder in een knoop te geraken. Sindsdien zit de duizendpoot langs de kant van de weg na te denken en is hij niet meer in staat nog één van zijn duizend pootjes te verzetten.

Dat is wellicht de reden waarom er globaal gezien weinig over acteren geschreven wordt; in het Nederlandse taalgebied verschenen onder andere in 1991 en in 1994 twee Theaterschriften gewijd aan acteren, en in 1998 de door Het Theaterfestival uitgegeven bundel Essays over acteerstijlen. Het blijft voor ons echter één van de taken van Etcetera om theatermakers telkens weer te verleiden tot uitspraken over hun eigen praktijk omdat de theatergeschiedenis uitwijst dat de belangrijkste geschriften over theater altijd van de hand waren/zijn van de theaterpractici zelf. Moge dit nummer-zoals trouwens alle nummers van Etcetera-dan ook een uitnodiging zijn aan alle theatermakers om ons af en toe hun bedenkingen over acteren, of over elke andere kwestie van de toneelkunst, toe te vertrouwen.

Wat wij hier aan tekstmateriaal over acteren bij elkaar brachten bevat dus zeker geen volledige ‘stand van zaken van het theaterspelen vandaag’. In zijn tekst Oefeningen in het verdwijnen concentreert Luk Van den Dries zich op de beschrijving en de analyse van een hele reeks actuele invullingen van het acteren in het Vlaamse theater: de acteur die in het locatietheater als het ware in het publiek verdwijnt; de acteur gevat tussen zijn bestaansrecht op de scène en het aura dat hij verwerft via de massmedia; de acteur als bediener van de tekstmachine; de acteur die zijn contract met het publiek voortdurend onderhandelt, enzovoort. Lucas Vandervost (De Tijd), die naast acteur ook regisseur en pedagoog is, blijkt één van de weinigen te zijn die er -zelfs met grote nauwkeurigheid- in slaagt te verwoorden wat spelen voor hem is en die dat ook kan samenvatten in kernachtige zinnen, zoals ‘je moet geen vorm spelen, je moet vorm zijn’ of ‘zeg de inhoud, niet de betekenis’. Gert Jochems, een speler pur sang, buigt zich over persoonlijkheid en codes op de scène en legt onder andere de nadruk op de fysieke kant van het (komische) acteerwerk. Sara De Roo (tg STAN) maakt het onderscheid tussen de gewoon uitvoerende acteur en de toneelspeler: deze laatste kiest, vertaalt, bewerkt, interpreteert de tekst en ontwikkelt zich op die manier tot een creatief theatermaker. Eric De Volder (Ceremonia) geeft inzage in zijn werkwijze: hoe hij er, onder andere via improvisatie en uitvergroting in beweging en gebaar, toe komt zijn acteurs te boetseren tot die hem zo eigen groteske personages. Wayn Traub vond de vragen die wij hem omtrent zijn visie op acteren stelden eigenlijk niet relevant en buigt in zijn tekst ons uitgangspunt ‘hoe als acteur op de scène staan’om naar’hoe als acteur in het leven staan’: hij heeft het dan ook over de sociale attitude, de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de speler. Roel Verniers ten slotte schrijft een column over hoe volgens hem het spelen met afstand of het ironisch acteren vandaag tot een cynisch vrijblijvende activiteit verworden is.

Wat opvalt in al deze bijdragen is dat er eigenlijk weinig over psychologie gesproken wordt, daar waar in het traditionele, ‘realistische’ theater de zielenroerselen van personages toch centraal staan. De hier opgeroepen vragen kaatsen heen en weer tussen techniek of persoonlijkheid, tussen métier of intuïtie, tussen spelen, tonen of zijn, tussen fictie of werkelijkheid, tussen liegen of de waarheid spreken. Misschien is het ook wel die laatste tegenstelling die spelers ervan weerhoudt over hun praktijk te reflecteren. Vincent van den Berg (acteur van ‘t Barre Land) schreef ons in zijn mail waarin hij uitlegde waarom hij er niet in slaagde ons een tekst voor dit nummer te bezorgen:’Als ik iets opschrijf, denk ik steeds: dat is niet waar, dat kan evengoed andersom zijn, dat lieg je; iets waar ik als toneelspeler/beroepsleugenaar weer helemaal geen moeite mee heb.’

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!