© Ruben Hamelink

Simon Knaeps

Leestijd 4 — 7 minuten

Aardappelbloed – Emma Lesuis

Waar is thuis?  

Beste Emma, Aangezien een recensie in de eerste plaats een uitnodiging tot gesprek zou moeten zijn in plaats van een mooi afgerond eindoordeel dacht ik: ik schrijf je een brief. Een brief over je laatste voorstelling Aardappelbloed die onlangs in première ging op Oerol en net nog eens op de Vlaamse editie van Het Theaterfestival waar je vorig jaar de Roel Verniers Prijs wegkaapte. Waarschijnlijk haalde ik m’n mosterd bij Neal Leemput die je een tijdje geleden ook eentje schreef, maar goed. Uiteraard schrijf ik deze brief ook voor mensen die je voorstelling (nog) niet gezien hebben, dus eerst even kort Aardappelbloed toelichten.

De opzet is simpel: ook al ben je geboren en getogen in Leiden, antwoordde je steevast ‘Suriname’ wanneer iemand je vroeg vanwaar je bent, ‘maar dan echt’. Omdat dat toch bleef knagen, trok je op queeste naar dat zogenaamd ‘echte’ moederland om daar de plantage op te zoeken waar je bet-bet-overgrootmoeder tot slavin werd gemaakt. Zaïre Deimveld heette ze, een slavennaam want als je een kleine inversie toepast krijg je ‘veldmeid’, een achternaam die je moeder overigens nog steeds draagt. Op die plantage bakende je een stukje grond af en plantte je een vlag; een handeling die je als ‘ludiek’ omschrijft, wat de symboliek ervan enigszins oneer aandoet. Tevens besprenkelde je er de overwoekerde grond met water. Een handeling die je herhaalt wanneer het publiek de zaal binnenkomt, ook de speelvloer is jouw territorium en gelijk heb je.

Even helder als je inhoudelijke opzet is de vorm die je hanteert. Gewoon je stem, een projectiescherm waar fragmenten van Mijn land, mi gron – de televisie documentaire die je maakte voor De Nomaden – op getoond worden en de subtiele contrabas van Nana Adjoa, meer heb je niet nodig om het publiek aan je te kluisteren. Docutheater op z’n zuiverst. Na de voorstelling hoor ik je dramaturg tegen iemand zeggen dat het publiek op Oerol veel dichter op je huid zat en dat het daardoor intiemer werd. Ik kan hen gelijk geven, maar de afstand die er nu was, biedt net ruimte voor contemplatie. Wat vind je zelf? Aan een onbeholpen Bart Schols legde je onlangs nog uit waarom je gekozen hebt om je documentaire nu ook in een theatrale context op te voeren. Omwille van de focus, zei je, in het theater kun je niet zomaar wegzappen. Daarmee geef je aan dat je de boodschap van Aardappelbloed enorm belangrijk vindt. Er zijn nog zo veel mensen die zo weinig van ons koloniale verleden afweten.

‘De Vlamingen zijn er nog niet klaar voor,’ fluistert iemand achter me in de Domzaal van de Vooruit vlak voor de voorstelling begint. Het is inderdaad jammer om op te merken hoe weinig mensen hun weg gevonden hebben naar je Belgische première. Zijn we dan inderdaad nog steeds niet in staat ‘ons’ koloniale verleden onder ogen te komen? ‘Ons’ staat tussen aanhalingstekens omdat je duidelijk maakt dat de geschiedenis van Nederlands-Suriname ook die van ons Belgen is, ‘omdat we toch 15 jaar samen één landje waren’ in de 19e eeuw. Maar het gaat ook verder dan dat geschiedkundige feit. Via je persoonlijke biografie en je zoektocht naar waar je nu ‘echt’ vandaan komt, heb je het niet alleen over het koloniale verleden van Nederland (de VOC, Suriname etc.) of die van België (Congo, Rwanda etc.), maar leg je op heldere wijze bloot hoe de structuren eigen aan dat eurocentrisch kolonialisme – de witte heerst over de niet-witte – nog steeds pijnlijk doorwerken in de systemische ongelijkheid van onze samenleving vandaag. Het verhaal van de Surinaamse kolonisatie is het verhaal van alle kolonisaties. Het gaat niet zomaar om een ‘zwarte bladzijde’, een periode van meer dan 300 jaar is nog moeilijk een bladzijde te noemen.

Daarnaast maakt de openheid waarmee je vertelt over hoe je je meervoudige identiteit ervaart, het mogelijk voor iedereen om zich iets voor te stellen bij een zoektocht naar een plek waar je ‘echt’ thuis hoort – ook voor zij die vanwege bijvoorbeeld een witte huidskleur amper vormen van discriminatie ondervonden hebben. En dat dat streven er vooral een is naar een plek waar wij samen thuishoren. Van het persoonlijke maak je de stap naar het universele.

Voor je documentaire interviewde je heel wat Surinamers die zich elk op hun eigen manier verhouden tot de geschiedenis van Suriname. Stuk voor stuk worden hun getuigenissen spiegels voor je eigen gespleten identiteit. Je spreekt met mensen over het restitutievraagstuk, over officiële excuses van de Nederlandse overheid. Je onderzoekt of je juridisch recht hebt op die grond – jammer genoeg niet. Het scherpst herinner ik me nog de taxichauffeur die je min of meer vlakaf zegt dat je maar beter teruggaat naar je ‘eigen land’. Zo slaag je erin om in een korte tijdspanne enorm veel kanten van het huidige discours rond dekolonisatie te belichten. Door je eerlijke en persoonlijke insteek geef je een belichaamd voorbeeld van wat dat zou kunnen zijn, een gedekoloniseerde geest.

Om toch een kritische voetnoot te plaatsen, vraag ik me af of Aardappelbloed als theatervoorstelling niet wat te braaf is. Toch iets te gemakkelijk om als toeschouwer van je af te schudden. Iets te licht verteerbaar, te gestroomlijnd, te afgerond. Maar dan houd ik mezelf voor dat we ook nood hebben aan zachte stemmen in het debat. Stemmen die niet roepen uit een (terechte) woede, die de rede en de nuance voorbij zijn, maar die toch nog het geduld hebben om een voornamelijk onwetend publiek bij de hand te nemen en voorzichtig een spiegel voor te houden. Je noemt jezelf een bruggenbouwer omdat je de boosheid van anderen misschien niet deelt, maar wél begrijpt. Zo is je voorstelling ook een ideale ‘ik ga niet vaak naar theater maar deze vond ik echt goed’-voorstelling. In de hoop dat dat positieve oordeel ook uitmondt in meer inzicht in het verleden en hoe dat nog steeds doorwerkt in het heden.

In Aardappelbloed slaag je er kortom in om de ongelijkheid die je rondom je heen ziet en ervaart ook zichtbaar en voelbaar te maken voor anderen. De ‘braafheid’ van je vorm zorgt er niet alleen voor dat de voorstelling ten alle tijden toegankelijk en leesbaar blijft, maar het zorgt er ook voor dat je op geen enkel moment ‘beschuldigend’ overkomt. Hierdoor slaag je er in om de ongemakkelijke oprispingen van whiteness op voorhand de kop in te drukken. Oprispingen waar een wit en onwetend publiek wel eens aan lijdt wanneer een (post)koloniale problematiek aangekaart wordt. Het is net omwille van je zachtaardige, zoetgevooisde toon dat het venijn de voorstelling binnen sijpelt, de gruwel van het koloniale project in al zijn facetten. Het zit in de ontdekking dat het Surinaamse kinderliedje dat je vroeger zong, eigenlijk gaat over het verminken en vermoorden van slaven. Hoe zachter je dat vertelt hoe harder dat binnenkomt.

 

Vollere Vlaamse zalen toegewenst en warme groeten,

Simon

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#158

15.09.2019

14.12.2019

Simon Knaeps

recensie