‘A Speculation’ © Dieter Hartwig

Leestijd 6 — 9 minuten

A Speculation: Begüm Erciyas

De Turkse choreografe Begüm Erciyas wou absoluut een voorstelling maken over een abstract gegeven: de ongrijpbare dynamiek van geld in ons kapitalistisch bestel. In vorige producties vertrok ze graag van reële voorwerpen – pingpongballen, Playmobilmannetjes – en daar wou ze nu vanaf. Toch bepaalt opnieuw het zuiver materiële haar nieuwe performance: de toeschouwers volgen met argusogen hoe biljetten van vijf tot honderd euro over tafel dwarrelen en door de ruimte vliegen. Precies die tastbare aanwezigheid van bankbiljetten maakt van A Speculation alsnog een beklijvende ervaring.

A Speculation speelt zich af in een decor dat veel weg heeft van een casino: ‘big money’ rijmt niet met een klassieke theatersetting, wel met show. Achter drie grote tafels met een zwart doek erover hebben drie ceremoniemeesters postgevat. Het publiek neemt plaats aan een van de tafels of gaat erachter op de wat hogere banken zitten, voor een meer overschouwende blik.

Stoere opening: meteen wordt gevraagd in de eigen portemonnee te tasten voor een briefje van vijf euro of een paar van tien. ‘But you’ll get it back at the end of the show!’ Vreemd hoe zoiets stante pede alert maakt. In het volgende half uur komt het geld van overal tegelijk. Bij de ene tafel worden euro’s uit mouwen en kragen getoverd, van het gordijn geplukt, in ruikers van onder het tafelkleed gegoocheld. De biljetten springen en glijden als vanzelf over het kleed of hangen zomaar in de lucht te trillen. Pure magie. De andere tafel krijgt nog meer cash te verwerken; de stapel dreigt om te vallen op de langzaam kantelende tafel, biljetten worden gul uitgedeeld. Uit een enkel briefje stijgt muziek op, de ceremoniespeler dirigeert een geldorkest. Money makes the world go round, the world go round, the world… Over de hoofden van het publiek heen wordt het baar geld doorgegeven van de ene tafel naar de andere. Het spektakel wordt alsmaar onwezenlijker. Aan de laatste tafel, vlakbij, worden biljetten aan ballonnen bevestigd. Ze zweven zachtjes en gemoedelijk door de zaal. Je ‘voelt’ ze verleidelijk langs je heen glijden. Zo dichtbij komen ze dat je ze kan aanraken, vastgrijpen, wegritsen…Wat moet je daarmee? Ligt er dan een geldwolf in elk van ons op de loer? Of in mij alleen? (Bij de première in Berlijn verdween alvast 200 euro onder het aimabele publiek…)

De aandacht van de toeschouwers is verdeeld over de drie tafels, maar soms licht één tafel op en verdwijnen de andere, geld incluis, even in de duisternis. Daarna gaat het spel bij elk van de croupiers – in smoking, pitteleer en avondjurk – weer verder aan ieders eigen tafel. Net als in een goktent is de animo verdeeld, en wat opgehitst. Met de centen in je achterhoofd probeer je op drie plaatsen tegelijk te volgen, maar een overzicht krijgen lukt niet. Wanneer een reeks groene briefjes boven de tafels uit aan fijne draden over het plafond ritselt – een zwerm vogels lijkt het – komt onwillekeurig de gedachte bij me op dat die zeker de onvoor- ziene herstellingen aan het huis zouden dekken… Achttienhonderd echte euro’s circuleren in de voorstelling, verklapt Begüm Erciyas achteraf. Ze gebruikte er een deel van het geld van de gages van Berlijn en Brussel voor.

Tot daar het eerste, erg spannende half uur van de voorstelling. Het tweede deel is stukken minder puntig. Jammer. Op de dichtstbijzijnde tafel wordt nu een reuzenkopie van een Europees biljet opengerold – het echte geld daaronder blijft de verbeelding tarten – en de ceremoniemeester begint een discussie over de afbeeldingen op de eurobiljetten. Karakterloos vindt hij ze, getuigend van een dwaas compromis. Nergens valt een reëel bestaand monument te herkennen. De triomfbogen zijn fake, de tunnels erop leiden nergens naartoe. En de twaalf sterren, waar staan die voor? ‘Is hier iemand van de Europese Commissie?’ vraagt de tafelgast nog, in een poging het debat aan te zwengelen. Aan een andere tafel wordt intussen de brug die op een bankbriefje staat getekend even kritisch aangepakt. Economische referentiewerken worden erbij gehaald om het precaire statuut van het Europese muntsysteem aan te tonen. Terecht misschien, maar het lijkt opeens een ander verhaal dan dat uit het eerste deel. Ondertussen zien we de tafelgenoten van de derde tafel aan de bankbriefjes ruiken – en zie ik het goed: likken ze er ook even aan? Dan volgt een grafologische analyse van de handtekening van de toenmalige voorzitter van de Unie, Jacques Santer. Iemand uit het publiek mag de handtekening overdoen, waarna ook die door nog een andere toeschouwer alweer spottend wordt becommentarieerd. Kortom: de euro en zijn manke symboliek worden aan de kaak gesteld, het artificiële van de in 1999 ingevoerde munt breed uitgesmeerd. Ondertussen leert nauwkeuriger observatie de toeschouwers dat het meeste geld op de tafels en in de lucht nep is. (Grappig: de productieploeg had alle moeite om duplicaten te maken, een beveiligingssoftware in scanners verhindert dat systematisch.) Langzaam sijpelt de spanning uit de voorstelling weg. Het is dat de Europese munt vandaag geen fundamentele twijfels oproept bij het publiek. Een jaar geleden had dat misschien nog gekund. Nu ligt niemand er nog wakker van.

Maar er is meer: de theoretische scepsis weegt inhoudelijk niet op tegen de fysieke opwinding die het cash geld veroorzaakte in deel één. Daar had Begüm Erciyas meer voor uit de kast moeten halen.

Bijvoorbeeld dit verhaal. Op een lezing tijdens het Feest van de Filosofie in Leuven (maart 2013) wees de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben erop dat het concept ‘geloof’ niet alleen een religieus gegeven is, maar dat het evengoed thuishoort in de economische sfeer. ‘Credit’ komt van het Latijnse ‘credere’: geloven. De nominale waarde van fiduciair geld (geld dat zijn waarde niet ontleent aan de intrinsieke waarde, zoals bij gouden munten, maar aan het vertrouwen dat er goederen en diensten mee kunnen gekocht worden) berust op het geloof dat de economie en de burgers hebben in de munteenheid. In een soort archeologisch onderzoek naar de oorsprong en de evolutie van het kapitalisme spit Agamben dat gegeven verder uit, herinnert hij er ons aan dat het kapitalisme evengoed steunt op dogma’s en dat het een permanente verering vergt. Fides, trouw, daar draait het ook al in onze economie om.

Het is een ontluisterend inzicht: als iedereen zijn geloof in geld en geldeconomie (van reëel én virtueel geld) opzegt, zakt het systeem als een kaartenhuis in elkaar. Dat is wat de choreografe in de voorstelling wellicht had willen/kunnen/ moeten naar voren brengen. Zo had Erciyas de bal midden in het doel geschopt.

In vroegere voorstellingen wist Begüm Erciyas op ingenieuze manier steeds een link te leggen tussen een materiële en een immateriële werkelijkheid. Zo werden in Ballroom en in Double twee werelden die niets met elkaar te maken hadden aan elkaar gekoppeld. Pingpongballetjes werden springende en rollende dansers, plastic figuurtjes ondergingen een relaxatiesessie waarvan het publiek rustig werd. Het werkte wonderwel. In A Speculation is Erciyas gedeeltelijk in dat opzet geslaagd en raakt ze een onverwacht gevoelige snaar: die van het geld dat letterlijk voor het rapen ligt. Maar alleen eurosceptici worden nog bewogen door twijfels over de euromunt. ‘Der Kampf gegen den Euro war gestern’ titelde het Duitse magazine Der Spiegel toevallig in het weekend na Ercyias’ Belgische première. Jammer dat ze enkel speculeerde met euro’s. Haar spel met geld tout court, bij het begin van de voorstelling, was wél een goeie gok.

Gezien in de Kaaistudio’s (Brussel) op donderdag

www.begumerciyas.com

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#136

15.03.2014

—

14.06.2014

Mia Vaerman

Mia Vaerman studeerde filosofie aan de KUleuven, Woord aan het Conservatorium van Brussel en een jaar journalisitiek in Parijs. Ze recenseert theater en dans, en schrijft tussendoor filosofische essays. En ze is gastdocente aan het RITCS.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!